'Het is toch wel netjes om u te zeggen'

Nederlanders laten de deur open, groeten niet en tutoyeren. Duitsers houden zich strikt aan de regels en de militaire hiërarchie....

Van onze correspondent Philippe Remarque

Vanuit deze kazerne voert de Bundeswehr het commando over al zijn internationale missies. Nederland en Duitsland besturen er het komende halfjaar de troepenmacht in Afghanistan. Voor het ISAF Operation Co-ordination Center (IOCC) is een nieuw prefab-gebouwtje opgetrokken.

De Nederlandse overste Robert Toma voert het bevel. Op zijn landmachtuniform draagt hij het insigne van het Duitse 'Einsatzführungskommando', laat de Duitse bevelhebber trots zien: 'Dat zegt genoeg'.

De gezamenlijke leiding over ISAF is een grote stap in de Duits-Nederlandse samenwerking. Zeven jaar geleden ging de Nederlandse landmacht op in het gezamenlijke legerkorps, omdat Nederland door bezuinigingen geen eigen korps meer op de been kon brengen.

Aanvankelijk bleef de samenwerking beperkt tot oefeningen en een gemeenschappelijk hoofdkwartier in Münster. Maar dat is nu deels naar Kabul verplaatst. Het korps heeft zichzelf naast zijn verdedigingstaken getransformeerd tot de eerste NAVO-'High Readiness Force'.

Volgens generaal-majoor Celie, de Nederlandse vice-commandant in Münster, verloopt de samenwerking uitstekend. 'We begrijpen elkaar, we hebben allemaal dit beroep gekozen.'

De communicatie verloopt weliswaar officieel in het Engels, op de lagere niveaus wordt vaak Duits gesproken of een mengelmoes, het 'korpsesperanto'. Duitsers en Nederlanders zijn gewend aan elkaars 'onhebbelijkheden', zoals een officier het uitdrukt. De teambuilding-sessies uit de begintijd zijn niet meer nodig.

Maar verschil blijft er, ook in Potsdam en Kabul. De Nederlanders laten de deur van hun kantoor open, noemen elkaar bij de voornaam en hoeven hun meerdere niet militair te groeten. Duitsers tutoyeren niet zo snel en houden sterker vast aan de militaire hiërarchie.

'Ze tonen weinig initiatief, improviseren niet en volgen strikt de regels', vindt een Nederlandse adjudant. 'Nederlanders vinden het belangrijker het doel te bereiken dan de regels te volgen', zegt een ander. 'Het komt bij de Duitsers voor dat iemand met betere ideeen zijn mond houdt, omdat zijn meerdere al heeft gesproken', zegt de Nederlandse voorlichter in Kabul, luitenant-kolonel Kolken.

Zijn Duitse collega, majoor Bender, beaamt dat de Duitsers bijvoorbeeld hun bevelen tot in de kleinste details vastleggen. Maar volgens hem hebben de Duitsers zich inmiddels 'behoorlijk aan de Nederlanders aangepast' en waarderen ze de losse omgang als een teken van kracht. 'We vullen elkaar aan. Als moet worden aangepoot, helpt onze grondigheid weer.' Bij de Nederlandse officieren klinkt ook bewondering voor de Duitse orde en hoffelijkheid. Kolken: 'het is toch wel netjes om u te zeggen'.

De militairen benadrukken de overeenkomsten. 'Duitsers lijken een stukje formeler, maar daar breek je meteen doorheen', zegt overste Folmer van het IOCC. 'Ze accepteren discussie. Befehl ist befehl is echt over.' Alleen als het om sport gaat, heerst de aloude rivaliteit.

Militairen opereren tegenwoordig bijna alleen nog maar in internationaal verband en staan open voor andere culturen. Maar als de ISAF-soldaten in Kabul op patrouille gaan, is het toch met collega's uit het eigen land. Als snel gehandeld moet worden, is het nog altijd veiliger om dezelfde taal, opleiding en 'rules of engagement' te hebben.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden