Het is tijd dat de babyboomers gaan

Drie twintigers willen in de Kamer. Klaas Dijkhoff (29, nr. 27 op lijst VVD), Jesse Klaver (24, nr. 7 GroenLinks) en Jan Paternotte (26, nr....

Wanneer zijn jullie politiek ontwaakt?
Dijkhoff (VVD): ‘Ik op de middelbare school, bij maatschappijleer. Ik had overal een mening over en kreeg van mijn klasgenoten en de leraar, een SP’er in een roodleren broek, al snel de bijnaam Bolkestein.’

Klaver (GroenLinks): ‘Vroeger dacht ik altijd: ik wil zo snel mogelijk binnen zijn, voor mijn dertigste word ik miljonair. Maar op een gegeven moment realiseerde ik me: ik wil niet alleen naar geluk voor mezelf streven, door geld te verdienen, maar ik wil iets betekenen voor een grotere groep mensen. Ik merkte ook dat ik het leuk vond om in debat te gaan.’

Paternotte (D66): ‘Mijn politieke bewustzijn begon op mijn elfde. Toen werd ik Ranger bij het Wereldnatuurfonds.’

Dijkhoff: ‘Dat heb ik ook jaren gedaan! Ik heb de hele familie geld uit de zak getrommeld.’

Paternotte: ‘Ik wilde zeeschildpadden, die nu trouwens nog steeds bedreigd zijn, redden. Later ging ik in het debatteam van de school. Ik vond het leuk om met de rector over langere pauzes te stoeien. Ik wilde bij D66 omdat die partij taboes doorbrak. D66 was bijvoorbeeld uitgesproken vóór het homohuwelijk.’

Dijkhoff: ‘Ik werd lid van de VVD omdat ik een hekel heb aan betutteling. Waarom zou je andermans geluk bederven en tegen het homohuwelijk zijn? Ik vind het prima dat mensen een mening hebben, maar waarom moeten ze anderen dan via een overheidsmacht dwarszitten? Je gaat je mening maar roepen op een kistje in het Vondelpark.’

Paternotte: ‘Ik dank mijn politieke betrokkenheid ook wel aan mijn familie. Mijn moeder schrijft boeken voor volwassenen die te maken krijgen met kinderen met ADHD, en ligt regelmatig met het ministerie overhoop over hoe die kinderen het best kunnen worden behandeld.’

Klaver: ‘Klaas en ik hadden het er net nog over: we komen uit volstrekt uiteenlopende families, maar bij ons thuis kon je het overal over hebben. Meningsvorming, de rede, was erg belangrijk.’

Dijkhoff: ‘Het was bij ons nooit autoritair, zo van: spreek me niet tegen. Als ik met goede argumenten kwam, kreeg ik gelijk van mijn ouders. En wat ze me ook hebben meegegeven: zelfredzaamheid. Na mijn twaalfde heb ik nooit meer een zakgeldverhoging gekregen. Mijn vader zei: is er hier geen baantje in de buurt? Toen ben ik kranten gaan rondbrengen.’

Klaver: ‘Mijn idealen heb ik ook meegekregen in mijn opvoeding. Mijn hele familie is geëngageerd. Mijn neef was ondernemer, en die trok op familiefeestjes altijd zijn portemonnee. Hij belichaamde het idee dat wie meer verdient, ook meer betaalt. Mijn opa was milieuactivist. In de jaren negentig legde hij me al uit dat onze economie was ingericht op een onhoudbare manier.’

Waarom willen jullie juist de politiek gebruiken om je idealen te verwezenlijken?
Paternotte: ‘In de politiek kun je dingen concreet veranderen. Het mooiste is om op straat te lopen en het verschil te zien. Ik vond, als duo-gemeenteraadslid in Amsterdam, dat er een Technasium moest komen, een middelbare school voor bètaonderwijs op hoog niveau. Nu staat er één, in Osdorp. En dankzij mij worden mededelingen in het Amsterdamse openbaar vervoer ook in het Engels omgeroepen.’

Dijkhoff: ‘Als bij ons in Breda de winkels straks op zondag open kunnen, dan drink ik daar een goed glas op. Daarnaast past politiek bij mij als persoon. Ja, wat lachen jullie nou? Ik ga graag de discussies aan, op inhoud. Dat lukt trouwens vooral buiten de campagne.’

Klaver: ‘Als politicus krijg je de kans om geschiedenis te schrijven. Dat heb ik geleerd uit het boek Profiles in Courage, geschreven door John F. Kennedy. Het is prima als er nu een leuk stukje in de krant komt, maar uiteindelijk telt hoe geschiedenisboeken over je oordelen. Ik hoop dat mijn kleinkinderen zullen zeggen: opa was een standvastig politicus. De grootste politici zijn zij die hun eigen carrière opofferen voor hun idealen.’

Hebben jullie niet te weinig kennis en ervaring om volksvertegenwoordiger te kunnen zijn?
Paternotte: ‘Nee, dat vind ik niet. We zijn geen achttien meer. Ik heb in het buitenland gewoond, ervaring opgedaan in het maatschappelijk middenveld. Ik ben even journalist geweest bij RTL.’

Klaver: ‘Ik heb het afgelopen jaar, als voorzitter van CNV Jongeren, een spoedcursus polderpolitiek gehad.’

Paternotte: ‘Iemand van 35 weet niet per definitie meer dan iemand van 23.’

Dijkhoff: ‘Als je jong bent, kun je zelfs sneller kennis opdoen. Dat is een belangrijke vaardigheid, want je kunt eigenlijk nooit genoeg weten.’

Paternotte: ‘Bovendien moet de Tweede Kamer een volksvertegenwoordiging zijn, geen ouderenvertegenwoordiging. Wijk kijken meer naar de lange termijn, omdat we er dan zelf nog bij zijn.’

Dijkhoff: ‘Wij voelen de tijdgeest aan, de vernieuwing die nodig is.’

Wat maakt jullie generatie anders dan de voorgaande?
Paternotte: ‘Onze generatie komt in opstand tegen het poldermodel. De vakbonden vormen geen afspiegeling van de werkende samenleving, maar worden bevolkt door vijftigplussers. In de Sociaal-Economische Raad regelen de vakbonden de dingen in het belang van hun eigen groep. Maar dat hoort eigenlijk in de Tweede Kamer te gebeuren, waar het hele volk vertegenwoordigd wordt.’

Klaver: ‘De babyboomers zijn regenten geworden. Ze zijn veel rijker dan in de jaren vijftig, en ze zijn niet bereid ook maar iets van hun verworvenheden op te geven. Ze houden zich vooral bezig met verdedigen wat is opgebouwd. Daarom kunnen ze zo moeilijk hervormen.’

Paternotte: ‘Ja, dat is echt een beperking voor de zittende generatie.’

Dijkhoff: ‘De babyboomers zitten dik bovenop wat je kunt verwachten van de overheid. Ze krijgen riante uitkeringen, AOW, studiefinanciering, enzovoorts. En alle idealen die ze ooit hebben gehad, hebben plaats gemaakt voor het verdedigen van eigenbelangen. De AOW is ooit door Bismarck bedacht zodat ouderen nog eventjes met een pijp voor hun hutje konden gaan zitten. Dat is iedereen vergeten.’

Klaver: ‘De tijd is aangebroken dat de generatie van de babyboomers gaat. We moeten nu veranderen en vernieuwen. Dat is de uitdaging van onze tijd, en die moet je begrijpen.’

Dijkhoff: ‘Ik denk dat dat de reden is dat er nu relatief veel jongeren verkiesbaar zijn voor de Tweede Kamer. De generatie voor ons kreeg moeilijker een voet tussen de deur, omdat die regentenkliek als een verstikkende deken over vernieuwing lag.’

Hoeveel zijn jullie bereid opzij te zetten voor de politiek?
Klaver: ‘Kijk, je kunt ons vak niet half doen. Maar ik vind het heel belangrijk om tijd te hebben voor familie, mijn vriendin en vrienden. Vanmiddag, middenin de campagnetijd, ga ik toch met een van mijn beste vriendinnen in het park zitten, om te vieren dat ze na twee jaar haar scriptie af heeft.’

Dijkhoff: ‘Je merkt dat de urgente dingen de belangrijke verdringen. Dat is niet goed. Ik probeer te voorkomen dat ik in de situatie kom van Wouter Bos en Camiel Eurlings. Ik laat werk en privé beter samen gaan.’

Klaver: ‘Ik wil werk en privé kunnen combineren. Dat is mogelijk, denk ik. Maar je moet uitkijken dat je niet alles wat vandaag bijzaak is in je werk, morgen tot hoofdzaak verheft.’

Paternotte: ‘In het begin wilde ik naar iedere bijeenkomst, nu zeg ik ook wel eens af. Ik zeg er altijd bij waarom, dat heb ik geleerd van Hans Wijers. Gewoon: vanavond heb ik met vrienden afgesproken, dus ik kom niet.’

Dijkhoff: ‘De kunst is om zelf de grens te trekken. Ik doe dit beroep vanwege mijn idealen. De ironie is: je wilt juist het leven van je dierbaren beter maken, maar die zien je zo weinig dat ze er eerder op achteruit gaan.’

Klaver: ‘Ik vind ook dat in Nederland soms te veel wordt geëist van politici. Hier worden ministers voortdurend naar de Kamer geroepen. Obama heeft sinds hij president is al dertig keer gehad om te gaan golfen. Ik denk echt dat onze generatie dat anders gaat doen.’

Paternotte: ‘We offeren onszelf minder op.’

Dijkhoff: ‘Zelfopoffering is geen deugd op zich. Er is nooit iemand geweest die op zijn sterfbed zei: had ik maar wat vaker op kantoor gezeten.’

Klaver: ‘Haast is ook een modeverschijnsel uit de jaren negentig. Wij zijn van de tijd van het onthaasten. Voor ons wordt immateriële waarde belangrijker dan materiële. Zeg nou zelf, er is niets fijner dan aan het einde van de dag bij je vriendin in bed kruipen en dan samen de dag door te nemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden