Het is overal, maar het ene onbehagen is het andere niet

De bestrijding van maatschappelijk onbehagen is tot mislukken gedoemd, zolang de discussie wordt gevoerd in abstracte termen als de onvrede of de normen en waarden. Dit stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.

AMSTERDAM - Politici, burgers en media kunnen beter een debat voeren over concrete problemen, die met gerichte maatregelen kunnen worden aangepakt. Zo is het vruchtbaarder te spreken over de gebrekkige participatie van ouders op sommige scholen, dan over het tekortschieten van 'de' opvoeding.


De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) zegt dit in een advies dat vandaag zal verschijnen.


Sinds de 'Fortuynrevolutie' van 2002 staat het maatschappelijk onbehagen in het brandpunt van de belangstelling. Toch is het verschijnsel allerminst nieuw. Sinds 1975, toen onbehagen voor het eerst werd gemeten, is het slechts licht gestegen.


Het onbehagen is van onderstroom bovenstroom geworden, zoals directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft opgemerkt. Ten tijde van de verzuiling werd veel onbehagen gefilterd en gekanaliseerd door kerken, vakbonden, politieke partijen en verzuilde media. Tegenwoordig kunnen burgers veel directer hun hart luchten, zeker door de opkomst van internet.


'Sinds 2002 zijn politici bezig het onbehagen te bestrijden op verschillende manieren', zegt Sadik Harchaoui, voorzitter van de RMO. 'De stemming onder burgers wordt voortdurend gepeild. Politici spelen in op onbehagen met harde taal over immigratie en nog strenger straffen. Ook op lokaal niveau zijn er allerlei initiatieven. Dat heeft echter geen trendbreuk opgeleverd. Het onbehagen is nog altijd groot.'


Onoplosbaar

Kwesties als 'de' onveiligheid, 'de' opvoeding of 'de' normen en waarden zijn niet oplosbaar. Er zullen altijd weer schokkende incidenten zijn die burgers het gevoel geven dat de samenleving zich in de verkeerde richting beweegt: voorbijgangers die in elkaar worden geschopt, een tbs'er die in de fout gaat, een falende overheidsorganisatie.


Harchaoui: 'Wij zeggen: laat zien dat achter het onbehagen een grote diversiteit aan zorgen over de samenleving schuilgaat en benoem de problemen preciezer. Neem de zorgen serieus, maar maak ze overzichtelijk. Praat niet over de veiligheid, maar over het aantal roofovervallen. Dan kun je allerlei dingen doen waardoor burgers kunnen meedenken en zich niet onmachtig voelen: veelplegers in de gaten houden, extra rechercheurs inzetten, de sociale omgeving betrekken, hang en sluitwerk verbeteren. Je moet praten over concrete zaken waarvoor je oplossingen kunt aandragen.'


Kringetje

In zijn advies richt de RMO zich sterk op het maatschappelijk debat. Er is een 'opinieplein' ontstaan, waar politici, burgers en media in een kringetje rond praten over 'het' onbehagen. Maar zit het echte probleem niet dieper? Opiniepeiler Maurice de Hond wijst op een gebrek aan democratie. Als burgers meer medeverantwoordelijkheid zouden krijgen, door referenda over belangrijke beslissingen, zou de onvrede afnemen, gelooft hij. 'Ik weet niet of dat de beslissende factor is', zegt Harchaoui. 'In landen met meer directe democratie is het onbehagen vaak groter dan in Nederland.'


In het RMO-rapport wordt de Vlaamse socioloog Mark Elchardus aangehaald, die gelooft dat de modernisering tot tamelijk onbestemde gevoelens van onvrede leidt. Om hierop vat te krijgen, richten burgers zich op concrete zaken, zoals de sluiting van een postkantoor.


Als deze analyse klopt, heeft het weinig zin om de discussie concreet te maken. Harchaoui: 'Maar ik heb nog nooit iemand horen zeggen: ik voel me machteloos door de globalisering. Ook in dit geval kun je beter niet praten over de globalisering als abstracte dreiging, maar over concrete zaken: hoe houden we onze innovatiekracht op peil? Wat doen we met ons onderwijs?'


Veelkleurig palet van onbehagen

Onbehagen wordt vaak gezien als een massief verschijnsel. Achter onbehagen gaat echter een grote diversiteit schuil. De verschillende vormen van onbehagen kunnen samengaan, maar zijn soms ook strijdig met elkaar. Het onbehagen van de PVV-aanhang veroorzaakt weer onbehagen bij de kiezers van D66 en GroenLinks.


De RMO onderscheidt in navolging van het Sociaal en Cultureel Planbureau de volgende vier vormen van onbehagen.


Links-conservatiefonvrede over toenemende ongelijkheid, bezuinigingen op de verzorgingsstaat en ontwikkelingshulp.


NativistischNederland gaat ten onder aan immigratie, criminaliteit en vrouwen in boerka.


Traditioneel-conservatiefhet echte probleem is individualisering, verhuftering en verval van normen en waarden.


Progressief-elitairNederland is een intolerant en xenofoob land geworden. Kunst, milieu en ontwikkelingshulp staan onder druk door populisme.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden