Column

Het is oorlog

En ineens komt alles terug. Out of the blue. Ik zat met mijn hondjes in de hut, lekker zwetend in mijn onderbroek. Twee loeiende ventilatoren op mijn tafel. Nog twee flessen wijn. Twee pakjes Chesterfield. Alles was zen. En dan: beng. Op de 14de juli.

Beeld Gabriel Kousbroek

Tijdens de EK was het ze niet gelukt.

Voor mijn doctoraalscriptie over de jihad was ik vaak in Algerije. Ik interviewde daar twee zangers: Cheb Hasni en Lounes Matoub. Niet veel later werden ze allebei afgeslacht door de bekende eenzame wolven. Ik wilde de wolven begrijpen en specialiseerde me in de Hezbollah, de Hamas, de Moslim Broeders. Theorie en veldwerk. Met Hamas was ik dik, toen ik correspondent in Jeruzalem was. Ik was op de begrafenis van de bommenlegger van Hamas, Yahya Ayyash. Al muhandies werd hij liefkozend genoemd: de ingenieur. Ayyash kreeg een koekje van eigen deeg. De Shin Bet, de Israëlische veiligheidsdienst, prepareerde een mobiele telefoon met springstof die explodeerde toen hij opnam. Die gsm kreeg Ayyash voor zijn verjaardag van een collaborerende oom. Ik koesterde toen nog sympathie voor Hamas en vond het bepaald niet kies van Israël om zo de vijand op te ruimen.

Een dag na de Oslo-akkoorden schreef ik een reportage voor De Groene Amsterdammer, getiteld: De Brave Huisvaders van Hamas. Ik was erbij toen Arafat met zijn helikopter landde in Jericho. Daarna was er nog een voetbalwedstrijd, tussen FC Palestina en Frankrijk, met die dikke Platini, van wie je weinig meer hoort. FC Palestina kreeg een penantie in de 85ste minuut en won. Het stadion werd gesloopt, maar het was gezellig. Allahoe akbar!

Toen ging het mis. Ik woonde in het hart van Jeruzalem, aan de Ben Yehudastraat. Daar gingen de meeste bommen af. Ik wilde de zelfmoordenaars begrijpen en las gewichtige boeken van vooraanstaande psychologen. Ik sprak dolgelukkige ouders van kamikazes. De doodsdrift kwam mij steeds meer de strot uit, maar nog stuitender vond ik de minachting voor het leven, en vooral voor het leven van anderen. De gruwelijkheden namen toe. Nice was veel efficiënter dan de aanslag op de Bataclan en dat is verontrustend.

In een Belgisch dagblad lees ik de ochtend na Nice dat wij niet in oorlog zijn met de islam. En de islam gelukkig ook niet met ons. Bovendien was de camionneur des doods geen moslim, want hij sloeg zijn vrouw. De apologetische spindoctors kakelen onverdroten door en #PrayForNice lucht lekker op.

Niks bidden en downplayen, stelletje idioten. Het is oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.