Het is oorlog tussen verkeersvliegers en dronepiloten

Luchtoorlog

Met een brede publiekscampagne - radiospotjes, billboards bij luchthavens, voorlichting via sociale media - is het ministerie van Infrastructuur en Milieu woensdag begonnen gebruikers van drones te wijzen op een veilige manier van vliegen. Drones worden almaar populairder, verkeersvliegers klagen steeds vaker dat de veiligheid in de luchtvaart in het geding komt.

Op het oefenterrein van de Drone Academy van het Almeerse bedrijf Droneland oefenen twee jongemannen met een drone. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Die klachten leiden ertoe dat er plots een soort 'luchtoorlog' is losgebarsten tussen enerzijds de gebruikers van de Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS) - de officiële benaming van de drone - en anderzijds de professionele verkeersvliegers. Waarbij de stekeligheden niet van de lucht zijn en het woord 'ufo' altijd op de loer ligt.

'Ja hoor, de verkeersvliegers zien ze weer vliegen!', hoont dronedeskundige Wiebe de Jager van de website dronewatch.nl. Op 19 mei, kort voor een Kamerdebat over nieuwe regels voor het gebruik van drones, wordt via de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) en de Luchtverkeersleiding Nederland (LVLN) ineens een 'incident' van twee weken eerder naar buiten gebracht.

Een KLM-piloot blijkt op 5 mei, vliegend op ruim 5 kilometer hoogte en iets ten noorden van Zwolle, een drone te hebben waargenomen. Op pakweg 500 meter afstand van het vliegtuig. Wat had er allemaal niet voor vreselijks kunnen gebeuren?

Gekken

Hallo, op vijf kilometer hoogte?, vraagt Wiebe de Jager zich dan af. De standaard quadcopter heeft niet eens genoeg accucapaciteit om zo hoog te klimmen. En zo'n KLM-piloot die op die hoogte al gauw met een snelheid van 500, 600 kilometer per uur vliegt weet op het zicht een 'object' op een halve kilometer afstand te identificeren?

Anderzijds, moet hij toegeven: op internet circuleren buitenlandse filmpjes van 'gekken' die met hun drone kilometers hoog vliegen.

De scepsis van De Jager wordt gevoed door een recent voorval op het Londense Heathrow waarbij een Airbus A320 van British Airways tijdens de landingsprocedure in 'botsing' zou zijn gekomen met een drone. Dat zou dan wel eens wereldwijd de eerste daadwerkelijke aanvaring met een vliegtuig kunnen zijn geweest. Ware het niet dat onderzoek uitwees dat er aan de Airbus geen enkele schade te ontdekken viel.

'Het kan dus ook een plastic zak geweest zijn', opperde de Britse minister voor Transport Robert Goodwill. Terug naar eigen luchtruim, naar dat incident bij Zwolle. De Jager: 'Wist je dat daar, juist vanwege de feestdag, allemaal heliumballonnen zijn opgelaten?'

Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Position paper

Met een 'position paper' dringen de verkeersvliegers en een aantal andere luchtvaartpartijen (onder wie Schiphol, KLM, de Luchtverkeersleiding) sinds april aan op strengere regelgeving voor dronegebruikers. Het loopt enorm uit de hand met die onbemande luchtvaart, vooral onder de hobbyisten, weet de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV), sturende partij achter het pleidooi voor fermer overheidsoptreden.

In de oproep van de professionele luchtvaartsector staat letterlijk dat het 'ook internationaal gezien niet valt te ontkennen dat het aantal gerapporteerde serieuze incidenten met drones en bemande luchtvaart schrikbarend toeneemt'. Wat de VNV onder serieuze incidenten verstaat blijft onduidelijk. Allerhande instituten die (deels) belast zijn met de veiligheid van het luchtruim wijzen er nu juist op dat wereldwijd gedegen onderzoek naar het gevaar voor de bemande luchtvaart en onderzoek naar de impact van een eventuele botsing nog in de kinderschoenen staat.

Dat geldt bijvoorbeeld voor EASA, de EU-organisatie belast met luchtvaartveiligheid, die desgevraagd laat weten net te zijn begonnen met onderzoek naar bijna-botsingen. Ook een speler in eigen land, het Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR), dat officieel de enige opleiding verzorgt voor beroepsmatig, commercieel gebruik van drones, concludeert in mei in een studie dat serieus onderzoek amper voorhanden is.

Maar bij de verkeersvliegers zit er geen rem meer op. Gevraagd naar hoe hij 'incidenten' en 'nearby-accidents' duidt, zegt Joost van Doesburg van de VNV: 'Ik heb geen enkele reden om aan de waarnemingen van piloten te twijfelen. Iedereen kan toch zelf bedenken wat voor risico's drones teweeg brengen? De drone-lobby kan leuk beginnen over luchtballonnen bij Zwolle, maar ik heb niet de illusie dat een cockpitruit het houdt als een drone van pakweg 2 kilo op die hoogte bij die snelheid op je botst.'

Campagne overheid - nieuwe regels

De deze week begonnen campagne van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M) is min of meer de aanloop tot nieuwe regelgeving voor het gebruik van drones. Vooruitlopend op gemeenschappelijk EU-beleid (wordt op zijn vroegst in 2018 van kracht) wil staatssecretaris Sharon Dijksma de geldende regels – vaak onbekend bij hobbyisten – aanpassen.

De belangrijkste wijziging is de invoering van een minidrone-regeling. Die behelst grofweg een versoepeling voor professioneel gebruik (met drones tot 4 kilo) waardoor er minder kosten hoeven worden gemaakt voor het verwerven van een brevet en aanscherping voor hobbymatig gebruik. Nu nog mag de hobbyist 120 meter hoog vliegen, dat wordt 50 meter. Hobbyisten die met zwaardere drones willen vliegen met meer bereik krijgen met strengere eisen te maken.

Verplichte registratie van alle drones, zoals de verkeersvliegers bepleiten om beter te kunnen optreden tegen overtreders van de regels, blijft vooralsnog achterwege. Dat bestaat wel in Ierland en Denemarken, maar Dijksma vreest administratieve rompslomp. Wel dringt ze bij de fabrikanten aan op verbetering van geofencing-systemen. Het gaat hierbij om software die bewerkstelligt dat drones niet kunnen opstijgen in veiligheidszones van vliegvelden.

Voor al te rigide regelgeving voelt Dijksma niets, ook vanuit economisch oogpunt. Beroepsmatig gebruik van drones is niet te stuiten en moet niet worden ontmoedigd, vindt de overheid. Toepassing van drone-technologie gaat grote invloed hebben op tal van bedrijfsprocessen, zo wordt verwacht. Vorige maand publiceerde adviesbureau PwC een rapport over de voorpelde, toegevoegde waarde van drone-oplossingen per bedrijfssector. Wereldwijd schat PwC die waarde op 127 miljard dollar.

Zorgen

De VNV maakt zich vooral zorgen over het toenemende aantal incidenten nabij Schiphol, een gebied waar in een straal van zestien kilometer volgens de bestaande regelgeving helemaal nooit mag worden gevlogen met drones (tenzij met overheidsontheffing voor professionele vliegers). Nog onlangs hield de marechaussee nabij Schiphol een 19-jarige Amsterdammer aan die met een drone inde weer was. En zo meldden op 1 april van dit jaar drie piloten van landende vliegtuigen bij de Zwanenburgbaan een drone op nog geen driehonderd meter afstand te hebben gezien.

Het staat vast, zeggen zowel de inspectiedienst ILT (verantwoordelijk voor de afgifte van brevetten aan professionele dronepiloten) als de Luchtverkeersleiding (LVNL), dat het aantal 'incidenten' met drones stijgende is. Bij de LVNL kwamen alleen al dit jaar 16 meldingen van verkeersvliegers over drones in het Schipholgebied binnen. In heel 2014 waren dat er 4.

Zij kiest haar woorden zorgvuldig. 'Wij zeggen dus niet: 16 drones gesignaleerd in luchthavengebied waar niet gevlogen mag worden. Wij zeggen: 16 meldingen van verkeersvliegers.' De luchtverkeersleiders zelf kunnen drones niet zien op de radar en vanuit de verkeerstoren is dat ook vrijwel uitgesloten. 'Tweezijdig radiocontact is niet mogelijk. Bij verkeerd gebruik vormen drones wel degelijk een gevaar voor de veiligheid.'

Bij de ILT, de dienst die onder de verantwoordelijke staatssecretaris Sharon Dijksma (Luchtvaart) valt, zijn geen recentere harde cijfers voorhanden dan over het jaar 2014. Meer actuele gegevens moeten nog worden geanalyseerd, zegt de ILT. Feit is dat het aantal geregistreerde incidenten is toegenomen van 8 in 2012 naar 27 in 2014. Dan gaat het voornamelijk om mislukte landingen van de onbemande luchtvaartuigen, soms niet eens drones maar modelvliegtuigjes.

Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Ongenuanceerd

Twee incidenten kwalificeert de ILT als 'ernstig': in 2013 kwam een drone bij Harderwijk bijna in botsing met een motorvliegtuigje, een jaar later moest een traumahelicopter bij Nistelrode uitwijken voor een drone.

Rob van Nieuwland van de brancheorganisatie DARPAS (bedrijven die beroepsmatig met drones in de weer zijn, met gediplomeerde piloten, zogeheten ROC-houders) wil de onheilstijdingen van de verkeersvliegers niet bagatelliseren. 'Want iedere hobbyist die in het gebied nabij een luchthaven een drone laat vliegen is natuurlijk niet goed wijs.' Maar het beeld dat de VNV oproept noemt hij 'ongenuanceerd'.

De markt voor drones groeit, de toepassingen voor allerlei nuttige functies (in de agricultuur, het inspecteren van infrastructuur tot aan het inzoomen met infraroodcamera's om brandhaarden te detecteren) zijn oneindig en DARPAS wil voorkomen dat 'de' dronegebruiker onder vuur komt te liggen. Want 'de' gebruiker bestaat niet.

Bart Smit-vliegers

Van Nieuwland onderscheidt ruwweg vier gebruikersgroepen. De wat hij noemt 'Bart Smit-vliegers', naar zijn schatting zo'n 120 duizend liefhebbers. Lachend: 'Van wie er een heleboel al hun drone in een boom hebben zien crashen.' Dan de wat serieuzere 'vrijetijdvliegers' (ruwweg 7000) die bij de KNVVL (modelvliegers, zweefvliegers, de kleine, lichte luchtvaart) zijn aangesloten 'en echt wel wat van luchtvaartregels weten'.

Vervolgens zijn er nog de dronebedrijven ('Bij de ILT staan er 70 geregistreerd') met piloten met een brevet. Van Nieuwland schat dat er ook nog 'een paar honderd' bedrijven zijn die illegaal hun diensten aanbieden. 'Lui die de markt verzieken en ook nog eens regels aan hun laars lappen'. De omroepen bijvoorbeeld, op jacht naar leuke plaatjes, die rommelen maar wat aan, zegt de DARPAS-voorzitter.

Anders overheden zelf wel, weet hij. Nog onlangs werd hij door de gemeente Maassluis gebeld. Of een professional mooie beelden kon maken van het grootste cruiseschip ter wereld, de Harmony of the Seas, dat de Rotterdamse haven aandeed. 'Ik leg nog uit: je mag daar niet met een drone vliegen want Maassluis valt onder de veiligheidszone van de Rotterdamse luchthaven, de CTR-zone. Hebben ze toch een illegaal bedrijfje in de arm genomen.'

Training

Ergens in het landelijke gebied van Almere, doorsneden door een weg waar zo nu en dan een auto passeert, is het oefenterrein van de Drone Academy van het Almeerse bedrijf Droneland. Trainer Tom haalt zijn drone te voorschijn - een Inspire van het Chinese bedrijf DJI, met alles erop en eraan zo'n 3200 euro - en demonstreert een vlieglesje.

Les geven in hoe een drone te besturen is een van de extra diensten van het bedrijf. Regel 1 voor de hobbyist: nooit vliegen boven 'aaneengesloten bebouwing'. De Regelgeving Modelvliegen, van toepassing voor hobbyisten, bepaalt uiteraard nog veel meer. Alleen bij daglicht vliegen. Altijd de drone in zicht houden. Hooguit 120 meter hoog vliegen, wegblijven uit de veiligheidszones van vliegvelden.

Was het maar zo dat iedere koper van een drone een training onderging, zegt eigenaar Dirk de Jong (56) van Droneland. Of zich minstens in de regelgeving verdiepte. 'Prutsers bezorgen de drone nu een verkeerd imago'. En die prutsers zitten overal. In zijn vorige werkkring (hij was cameraman en regisseur) wemelt het er van. 'Omroepen vallen onder beroepsmatig gebruik van drones en rommelen vaak maar wat aan.'

Trainer Tom is een gebrevetteerd dronepiloot. Het Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) is sinds juli vorig jaar het enige instituut waar alle benodigde papieren voor beroepsmatig vliegen met drones kunnen worden gehaald. Dat geldt voor de piloten zelf, de keuring van de drones, en voor de operators, de bedrijven voor commercieel gebruik. Sinds juli vorig jaar zijn 120 piloten voor hun brevet geslaagd, zegt de woordvoerder van het NLR. De bedrijven die alle licenties binnen hebben richten zich vooral op fotografie en inspectie (40 procent), agrarische toepassingen (25 procent) en landmeetkunde (25 procent).

Inderdaad mogen omroepen zich wel eens meer verdiepen in risico's van dronegebruik, zegt ook het NLR. Op het oefenterrein van dat instituut in en rond Marknesse (Noord-Oostpolder) werd in februari een test uitgevoerd met vliegtuigen van de kustwacht en drones die waren toegerust met een 'detect and avoid'-systeem. Dat bepaalt dat de onbemande vliegtuigjes automatisch uitwijken voor vliegtuigen. Leuk onderwerp, vond de NOS. De NLR-woordvoerder: 'Ze wilden langskomen met hun eigen drone voor opnames.' Even er tussendoor vliegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.