Het is onmogelijk een tijd onder de 2.04 te lopen'

In jaren is het niet meer voorgekomen. Een snelle baanatleet die een echt succesvolle overstap maakt naar de marathon. Paul Tergat (34), meervoudig medaillewinaar bij de Olympische Spelen en keizer van de veldloop, liep zondag in Berlijn naar een verbluffende tijd van 2.04.55....

Van onze verslaggever Rolf Bos

Sensationeel, fantastisch, ein Gottesgeschenk de superlatieven waren niet van de lucht nadat Paul Tergat zondag het wereldrecord op de marathon met liefst 43 seconden had teruggebracht tot 2.04.55. Eindelijk won de Keniaan, die al vijf maal eerder op een 42 kilometer startte, dan een marathon.

Het is inderdaad een verbluffende tijd, een tijd die door kenners als Jos Hermens al enige tijd als haalbaar wordt voorspeld. Let op, riep de ex-atleet vier jaar geleden, als snelle baanatleten als Haile Gebreselassie en Paul Tergat overstappen naar de marathon, dan zal het snel gaan.

Het duurde even, maar de profetische woorden van Hermens kwamen zondagochtend in Berlijn uit. Alles klopte in de Duitse hoofdstad. Er stond geen wind, het was rond de tien graden, het publiek was enthousiast kortom, omstandigheden waar een organisatie een moord voor pleegt.

Tergat is niet zomaar weer een Keniaan die een marathon wint, hij is al geruime tijd een van de grote atleten van de lange afstand. Jarenlang liep hij de 10.000 meter op de baan, een afstand waarop hij zes jaar geleden zelfs het wereldrecord (26.27.85) even bezat.

Het was alleen spijtig voor hem dat hij in die periode steeds te maken kreeg met de Glimlach van Afrika', Haile Gebreselassie, die in 1996 in Atlanta en vier jaar later in Sydney tot twee keer toe de olympische gouden medaille voor zijn neus wegkaapte. Oppermachtig was Tergat wél bij het veldlopen. Tussen 1995 en 1999 veroverde hij liefst vijf maal de wereldtitel.

In tegenstelling tot veel van zijn landgenoten is officier Tergat, in naam werkzaam op luchtmachtbasis Moi, een man die niet overhaast te werk gaat. Met zijn staat van dienst had hij in de jaren negentig al een flink startgeld kunnen bedingen bij de grote marathons, maar verder dan de halve afstand wilde hij niet gaan.

Dat hij op het asfalt goed uit de voeten kon, bleek bij die wedstrijden over 21.097 meter. Zijn 59.17, gelopen in 1998 in Milaan, staat te boek als het wereldrecord. Pas in 2001 waagde hij zich, in die tijd min of meer gestopt als baanatleet, aan de héle afstand. Hij liep dat jaar in Londen en Chicago, maar bemerkte dat er op de klaseen sieke afstand andere wetten golden.

Hij finishte twee maal boven de 2.08, teleurstellende tijden voor man met zijn status. Deskundigen wezen meteen naar de lengte van de loper. Paul is te lang voor de marathon', klonk het. Ze kregen geen gelijk.

In 2002 kwam de doorbraak naar snellere eindtijden. In, opnieuw, Londen snelde hij naar een verbazingwekkende 2.05.42, in Chicago finishte hij een half jaar later in 2.06.18.

Supertijden, maar niet goed voor de eerste plaats. Spijtig voor hem, maar net als in zijn carrière als baanatleet moest Tergat opnieuw zijn meerdere erkennen in een ijzersterke concurrent: Khalid Khannouchi.

Khannouchi, die in 1999 en 2002 het wereldrecord verbeterde, is in tegenstelling tot Tergat een échte marathonloper. Zijn tijden op de kortere afstanden spreken niet tot de verbeelding. Op een atletiekbaan heeft de Marokkaanse Amerikaan zelfs helemaal niks te zoeken.

Sinds de jaren van Carlos Lopes was het lopen van een marathon een specialiteit geworden, niet langer leek het mogelijk dat een succesvol baanatleet de overstap naar de top van de marathonwereld maakte.

De wereldrecordhouders ná de Portugees Lopes waren alle drie pure marathonlopers, wegatleten. Eerst was daar jarenlang Belayneh Densamo, later volgde Ronaldo DaCosta, die vijf jaar geleden, toen ook in Berlijn, een record van 2.06.05 vestigde.

Van de Braziliaan werd nadien weinig meer vernomen. Misschien dat het ware verhaal achter zijn prestatie ooit nog eens bekend zal worden.

Paul Kibii Tergat kent geen geheimen. De bewoner van de N'gong-heuvels speelde in zijn jeugd basketbal (!), hij liep niet (!) naar school, zijn vader bracht hem soms met de auto. Pas op latere leeftijd, toen hij al in dienst zat, ging het lid van de Tugenstam hardlopen.

Hij traint heel veel, tot wel drie keer per dag. Niemand traint zo hard als de Kenianen. Verder zijn we gewone mensen, ook ik heb geen twee harten.'

Met dat ene hart zou hij nog harder kunnen dan die 2.04.55. Volgens de formule van Peter Riegel, de wetenschapper die in 1977 een methode ontwikkelde waarbij atleten op basis van hun tijden op kortere afstanden hun tijd op de marathon kunnen berekenen, is de zondag gelopen tijd nog maar het begin.

Tergats tijd van 26.27 op de 10.000 meter geeft een mogelijke eindtijd van 2.01.47 aan. Nemen we zijn tijd op de halve marathon als uitgaanspunt dan komen we uit op een ook nog zeer acceptabele 2.03.36.

Maar Tergat, die zondag tijdens zijn omloop door Berlijn vlak voor de finish nog een omweg maakte door een verkeerde poort van de Brandenburger Tor te nemen, is realistisch: Het is onmogelijk een tijd onder de 2.04 te lopen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden