opinie the big picture

Het is nu aan de Tunesische kiezers waar het debat over gelijkheid van man en vrouw heen gaat

Zondag presidentsverkiezingen in Tunesië. Die worden gehouden omdat president Béji Caïd Essebsi op 25 juli overleed, op 92-jarige leeftijd. Zijn dood is om minstens één ­reden te betreuren: het was slecht nieuws voor de homo’s en lesbiennes in Tunesië, en misschien wel voor álle vrouwen.

Demonstratie voor gelijke rechten in Tunesië (op nationale vrouwendag in augustus 2018). Beeld NurPhoto via Getty Images

Dat zit zo.

Kennelijk wilde Essebsi, die zijn einde voelde naderen, de geschiedenis ingaan als grote hervormer. Een staatsman van het statuur van Habib Bourguiba, de vader des vaderlands wiens ‘acquis’ – dat wat al in de jaren vijftig werd bereikt aan onderwijs en vrouwenrechten – nog altijd ’s lands nationale trots is.

Dus zette Essebsi in 2017 een Commissie voor Individuele Vrijheden en Gelijkheid (Colibe) aan het werk, die moest zorgen dat de beloften van de democratische omwenteling van 2011 zouden doorsijpelen tot in de haarvaten van het wetssysteem. Een jaar geleden kwam de Colibe met haar conclusies, en die logen er niet om.

Man en vrouw krijgen gelijkheid in het erfrecht. Het verbod op seks tussen mensen van hetzelfde ­geslacht wordt opgeheven. Het verbod op godslastering wordt opgeheven. De man is niet langer hoofd van het gezin. De doodstraf wordt afgeschaft. Het makkelijk te misbruiken wetsartikel over ‘aantasting van de goede zeden’ wordt geschrapt. Cafés hoeven niet dicht tijdens de ramadan.

De voorstellen waren bepaald opzienbarend, ­zeker voor een islamitisch land. Homoseksualiteit legaliseren? Dat heeft in het continent tot nu alleen Zuid-Afrika gedaan. Godslastering toestaan? In de VN hebben moslimlanden lang geprobeerd blasfemie tot internationaal misdrijf te bestempelen.

In Tunesië veroorzaakte het voorstel het erfrecht genderneutraal te maken de meeste ophef. Conservatieve moslims kwamen in het geweer. Met het schrappen van de regel dat een vrouw bij het verdelen van een erfenis half zoveel krijgt als een man, ­zagen zij het allerlaatste restje sharia uit het al ­grotendeels seculiere wetstelsel verdwijnen. Ook vrouwenorganisaties – en onderschat die niet in ­Tunesië – zetten zich schrap: man en vrouw horen in alles gelijke rechten te hebben, zo simpel is dat.

Maar zo simpel is het uiteraard niet in de islamitische wereld. In discussies over de sharia wordt van moslimvriendelijke zijde vaak gezegd dat het gevaar ervan schromelijk wordt overdreven. Straffen als steniging en handen afhakken komen voor in slechts een klein aantal gruwellanden. ‘Voor de meeste moslims staat sharia voor sociale rechtvaardigheid’, schrijft Maurits Berger van de Universiteit Leiden. Als in de moslimwereld van sharia sprake is, stelt hij, dan is dat voornamelijk in het familierecht.

Ja, dat klopt allemaal. Maar dat laatste is dan ook precies het probleem. Want het islamitisch familierecht zet de vrouw in alle opzichten op het tweede plan. De man is hoofd van het gezin. De man mag vier vrouwen nemen. De vrouw heeft gehalveerd erfrecht. In voogdijkwesties heeft de vrouw veelal het nakijken. Bij scheiding heeft ze minder rechten dan de man.

Op de sharia gebaseerde, vrouwonvriendelijke ­familiewetten bestaan – met varianten per land – in alle moslimlanden van Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Turkije is de grote uitzondering. ­Women Living Under Muslim Law, heet een inter­nationaal netwerk van moslimvrouwen dat zich ­tegen de wettelijke achterstelling verzet.

Die komt zelfs voor in niet-islamitische landen. De moslimminderheid in India bijvoorbeeld (nou ja, 200 miljoen mensen) heeft zijn eigen familie­wetten, in Canada en het Verenigd Koninkrijk zijn sharia­rechtbanken die familiegeschillen beslechten.

Dat is allemaal nergens goed voor. Het zou daarom mooi zijn als Tunesië de weg wijst en de ­gelijkheid – op papier! – van man en vrouw vervolmaakt. Essebsi had het debat over het erfrecht een zetje de goede kant op kunnen geven, het was ten slotte zijn project. Nu is het aan de Tunesische ­kiezers.

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws

Lees meer over de presidentsverkiezingen in Tunesië

Nabil Karoui, de ‘Tunesische Berlusconi’, ligt voorop in de peilingen voor presidentsverkiezingen
Tunesië zet zijn joker in. De afloop van de presidentsverkiezingen zondag in het Noord-Afrikaanse land is volstrekt ongewis, maar er is één kandidaat die de gevestigde politieke orde doet sidderen: Nabil Karoui, de ‘Tunesische Berlusconi’. Hij ligt voorop in de (niet erg betrouwbare) peilingen, ook al kan hij geen campagne meer voeren. De man zit sinds 23 augustus in de cel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden