Het is nooit goed en het deugt ook niet

De overheid moet veranderen van een knorrige politieman in een behulpzame dienstverlener. Dat lukt steeds beter, betoogt Ank Bijleveld...

Een tante van mij verzuchtte vaak: ‘Het is niet goed of het deugt niet.’ Ik moet daar vaak aan denken als ik weer de gespletenheid ervaar waarmee naar de overheid wordt gekeken. Mensen eisen, als autonome burger, het recht om met rust gelaten te worden. Maar tegelijk eisen ze van de overheid dat die optreedt tegen misstanden en onaangenaamheden van allerlei aard.

Zo zijn er mensen die willen dat mannen met ontbloot bovenlijf worden geweerd uit de dierentuin en dat er strengere regels komen tegen hondenpoep, de vuurkorf en de wensballon. Bier drinken alsjeblieft niet staand op een terras en ook niet gezeten op een bierfiets. Orgeldraaiers veroorzaken te veel lawaai, de hond mag niet los in het bos en kunnen er sancties komen op gillen in een pretpark? Kan de overheid er ook voor zorgen dat mensen niet te veel snoepen, niet te vet eten, maar wel ontbijten, dat ze niet meer roken en weinig drinken, dat ze meer bewegen?

Al die gevoelens van ongerief, onvrede, overlast leiden meestal niet tot burgerinitiatieven of sociale activiteiten. Ze genereren alleen een beroep op de overheid door volksvertegenwoordigers of media. Daarmee is ook de teleurstelling verzekerd als de overheid weer niet meteen optreedt. ‘Laten ze daar nou eens iets aan doen.’

Tot zover ben ik het eens met het artikel van Martin Sommer (Forum, 22 september), al deel ik zijn treurige conclusie dat het waarschijnlijk ook altijd wel zo zal blijven niet.

Nederlanders willen meer regels, maar vooral voor anderen. Voor zichzelf willen ze minder regels. Ze willen een erker naar eigen smaak kunnen plaatsen zonder ambtelijke interventies. Maar iemand – de overheid – zou toch op de buren moeten letten want die doen maar wat, met hun aanbouwsels.

Toen het kabinet bij zijn aantreden besloot de regeldruk aan te pakken, heb ik een panel gevraagd hoe het aankeek tegen het afschaffen of drastisch verminderen van regels. Het resultaat was opvallend. We willen inderdaad graag minder regels en meer zelf beslissen. Wij zijn zelf namelijk voor 93 procent betrouwbaar in ons contact met de overheid. We weten het alleen niet zeker van de buurman en aan het einde van de straat is het vertrouwen gedaald tot 61 procent. Vooral als het om mensen gaat die zorg of een uitkering ontvangen, moeten er regels zijn en een gedegen controle.

Deze zomer verschenen er zelfs artikelen dat het kabinet te veel doorslaat in dereguleren. Bijvoorbeeld naar aanleiding van voorstellen om de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen te vergroten. Ook de berekeningen waaruit blijkt dat het aantal regels sinds 2004 van 12.243 naar – in 2009 – 9.446 is verminderd, leiden soms tot verzuchtingen dat het nu echt te ver gaat. Volgens anderen daarentegen gaat het kabinet juist niet ver genoeg en moet er veel drastischer worden gesneden.

Wat moet ik met deze gespletenheid aan? Ik heb ervoor gekozen alleen te luisteren naar wat mensen voor zichzelf willen en minder naar wat ze hun buurman toewensen. Als zij vragen om meer speelruimte dan zal ik pogen de overheid een stap terug te laten doen. Als we het met bijna 3.000 wetten en regels minder kunnen, vind ik dat een enorme winst.

Daarnaast moet de overheid veranderen, van een knorrige politieman in een behulpzame dienstverlener.

Gelukkig zie ik dagelijks dat verbeteringen worden doorgevoerd die daadwerkelijk tot kortere wachttijden, begrijpelijker formulieren, betere bejegening, minder conflicten met de overheid en slimmere procedures leiden.

Natuurlijk is er nog steeds veel te doen. Brieven kunnen vriendelijker en vooral begrijpelijker en hoeven niet in zesvoud verstuurd te worden. Daarom heb ik ook de gemeenten gevraagd zich aan te sluiten op de gemeentelijke basisadministratie. Daarmee kunnen gegevens worden hergebruikt zodat niet steeds opnieuw bij mensen hoeft te worden aangeklopt.

Hoogleraar Willem Trommel heeft onlangs in zijn oratie de overheid gulzig genoemd. De overheid verslikt zich in haar haast om aan alle klachten tegemoet te komen en verzinkt daardoor in onhaalbare beloften en prestatieconstructies. Ik voel wel voor Trommels zorg dat de overheid er niet is om elk risico uit te sluiten en dat het aan de maatschappij moet worden overgelaten zichzelf vorm te geven.

Trommel wil geen opgedrongen naastenliefde. Dat is goed, als de naastenliefde maar wel blijft bestaan. Als de overheid zich maar wel de zorgen en problemen van mensen aan blijft trekken door te helpen waar het moet en obstakels weg te halen als het kan.

Er zijn rolverdelingen: burgers mopperen, de media doen uit de doeken, de volksvertegenwoordigers stellen dan de volgende dag vragen.

Het is nooit goed en het deugt niet. En dat is niet erg. Want niet alles blijft hetzelfde. Voortdurend verbetert er van alles. We delen niet altijd de mening en stijl van alle burgers, maar ze worden steeds beter gehoord en ze worden steeds meer de baas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.