televisiecolumn

'Het is non-televisie, maar o zo spannend, juist omdat je er zo weinig van ziet'

Het mooiste van de Spelen zijn sporten die je, behalve op de Spelen, nooit ziet, vindt Martijn Simons. 'Het zijn vrienden van elkaar, dat zie je zo.'

De finale van het luchtgeweer schieten, 30 juli. Beeld EPA
De finale van het luchtgeweer schieten, 30 juli.Beeld EPA

Ruim een week zijn ze alweer bezig: de Olympische Spelen. Hoe de medaillespiegel eruitziet, interesseert me niet zoveel, hoewel het met de Nederlandse equipe niet helemaal de goede kant op schijnt te gaan.

Je hebt natuurlijk de geijkte sporters en teams. Marianne Vos ('De Vos is los!') en de hockeymeisjes. Hockeymeisjes, wat een heerlijkheid. Elk team bestaat uit vrouwen, behalve bij hockey, daar mogen het nog meisjes zijn. Beide presteren min of meer naar verwachting, en hoewel de hockeymeisjes nog een lange weg te gaan hebben, maak ik me daar geen enkele zorgen over.

Nee, het mooiste van de Olympische Spelen zijn de sporten die je, behalve op de Olympische Spelen, nooit ziet. Bij de winterspelen zit ik elke keer weer gebiologeerd naar het curling te kijken. Na vier jaar ben ik alles weer vergeten en kan ik me opnieuw verliezen in een voor de zoveelste keer totaal onbekende sport.

Dit jaar ben ik volledig in de ban van het luchtgeweer schieten. Om precies te zijn: de tien meter luchtgeweer. Eerst begreep ik de naam niet, luchtgeweer schieten. Meteen had ik associaties met luchtgitaar spelen. Het bleek iets anders te zijn.

Ik viel er toevallig in. Een rijtje mannen staat in vreemde, kikvorsachtige pakken opgesteld in een hal die de sfeer ademt van een gymzaal waar na een overstroming of een asbestramp evacués in worden ondergebracht. Ze dragen stuk voor stuk een zonneklep en hebben de zijkant van hun ogen met stukjes plastic afgeschermd. Oogkleppen, zoals je bij paarden ziet.

Schieten is een antieke discipline, van oudsher een overlevingsstrategie. Tegenwoordig is het een hypermoderne sport. Als je alleen al kijkt hoe de deelnemers erbij staan! De schutters staan opgelijnd als bij een vuurpeloton, met dit verschil dat ze niet één gemeenschappelijk, maar elk een eigen doel hebben. De roos heeft een diameter van 0,5 mm en er wordt geschoten met minuscule, diabolovormige loden kogeltjes.

De schutters bewegen nauwelijks (ze proberen hun hartslag zo laag mogelijk te houden), hun geweren zijn zo te zien van kunststof of aluminium en zien eruit als props uit de laatste film van George Lucas, en in die pakken kunnen ze zich amper bewegen, wat ook precies de bedoeling is. Ze dragen zelfs speciale schoenen, met totaal platte zolen voor de beste balans. Je zal maar struikelen of zo.

Als de scheidsrechter heeft afgeteld hebben de deelnemers een bepaalde tijd om te vuren. Je kunt snel schieten, je kunt wachten. Het publiek krijgt te zien wie er geschoten heeft en welke punten gehaald zijn. Dat betekent dat je tijdens het schieten gejuich vanaf de tribunes hoort. Probeer dan maar eens je hartslag onder controle te houden.

Het is tegelijkertijd totale ontspanning en monomane concentratie. Je moet een volleerd zenmeester zijn om hier goed in te zijn.

De Nederlandse held heet Peter Hellenbrand, een goedmoedige Limburger met een bescheiden sikje aan wie je direct ziet dat hij geen vlieg kwaad doet (al zou hij er zonder moeite een uit de lucht kunnen knallen). Ik hoorde hem vertellen dat hij de trekker overhaalt tussen twee hartslagen in. Dat is weergaloos. Ik kan me er niks bij voorstellen, maar het klinkt geweldig.

Het is non-televisie, maar o zo spannend, juist omdat je er zo weinig van ziet. Ja, een blauw rondje dat even oplicht in de schietschijf die onder in beeld wordt gebracht. Geen idee wanneer de schutter de trekker heeft overgehaald. Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn adem inhield terwijl de schutters bezig waren, alsof ik ze door mijn zenuwen op afstand uit hun concentratie kon halen.

Het mooiste moment komt zodra het laatste schot gelost is, dan leggen de schutters hun wapens weg, schuiven hun klep opzij of omhoog, waggelen naar elkaar toe en feliciteren de medaillewinnaars uitbundig. Het zijn vrienden van elkaar, dat zie je zo.

Ik kijk nu al uit naar 2016, Rio de Janeiro, aan hoe ik op een zomerochtend verrast zal worden door vreemde mannetjes die iets onduidelijks doen met een geweer. Luchtgeweer schieten, zegt u? Dat ken ik nog niet.

Martijn Simons is schrijver.

Peter Hellenbrand. Beeld epa
Peter Hellenbrand.Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden