Achtergrond #MeToo

Het is nog steeds zijn woord tegen het hare, #MeToo

Je bent slachtoffer van verkrachting en de rechter straft de dader. Zo gaat het dus vaak niet. Het verhaal van Lisa, Ana en Miranda, die op zoek gingen naar gerechtigheid

Beeld Eleanor Shakespeare

Lisa, een 39-jarige sociaal ondernemer met expressieve ogen en een bos zwarte krullen, wil tijdens dit gesprek graag met haar rug tegen de muur zitten. Ze wil uitzicht op de deur. Haar ogen glijden langs de tafeltjes en stoelen van het café, langs de gezichten, langs de ramen. Dan glimlacht ze, verontschuldigend. ‘Vriendinnen zeggen weleens: vind je het dan echt niet interessant wat ik te vertellen heb? Ik luister wel, maar ik moet de omgeving scannen. Ik voel me anders niet veilig.’

Het is alweer vier jaar geleden. Koningsnacht 2014. Toch voelt ze misselijkheid opkomen als ze terugdenkt aan die nacht. Haar verhaal: Lisa fietst naar huis na een avondje feesten. Op de grachten wordt ze aangesproken door twee blonde jonge mannen, ze vragen haar om een vuurtje. ‘Als jullie een sigaretje hebben, zei ik. Ik stapte af, zo naïef als ik toen was.’ Voordat Lisa de aansteker kan geven, wordt ze in een busje geduwd, een Volkswagen Transporter met een matras op de vloer. De deur gaat dicht, en opeens is Lisa niet meer op weg naar huis, niet meer op weg naar haar vriend en haar dochter. Ze zit in een kleine afgesloten ruimte met twee mannen, die haar bespugen, hard lachen, haar hoofd in het matras duwen. ‘Ik voelde heel sterk: als ik me verzet, kan dit heel gewelddadig worden.’

De mannen verkrachten Lisa om de beurt. ‘Ik was er niet echt bij, het voelde onwerkelijk.’ Ze kan zich vooral het lachen herinneren, dat snijdt nog steeds door haar ziel. Ruim twee uur later gooien de mannen Lisa het busje uit. In shock fietst ze naar huis, waar ze direct onder de douche gaat, een slaappil neemt en dan naast haar vriend gaat liggen. ‘Ik kon het hem niet vertellen. Ik heb alleen maar gezegd: er is iets vreselijks gebeurd, wil je mij vasthouden?’

Een jaar van protesten

Met de hashtag #MeToo ontvlamde in oktober 2017 een wereldwijde opstand tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Nu, een jaar later, onderzoekt de Volkskrant in een serie artikelen of er een cultuuromslag heeft plaatsgevonden en wat er waar is van een aantal veelgehoorde claims in het #MeToo-debat.

Deze week: de lange weg naar gerechtigheid. 

Het is Tweede Paasdag 2016, 23 uur ’s avonds, als Miranda een appje krijgt.

‘Raad eens waar ik ben?’

Het is Jeroen, de jongen die sinds een paar weken haar ex-vriend is. Miranda wil afstand. Ze wil niet dat hij langskomt, dat heeft ze hem al geappt. Nu staat hij voor de deur. ‘Ik zei door de intercom dat hij naar huis moest gaan. Maar hij wilde nog even bovenkomen om wat spullen op te halen die nog bij mij lagen. Toen hij binnenkwam, draaide hij de deur op slot.’

Miranda heeft zich in de ruim acht jaar dat ze samen waren nog nooit bedreigd gevoeld door haar ex. Maar nu duwt hij haar tegen het aanrecht en probeert haar te zoenen, ook pakt hij haar telefoon af. Ze probeert op hem in te praten, maar hij tilt de tenger gebouwde Miranda op en draagt haar naar de slaapkamer. ‘Volledig tegen mijn zin. Ik heb me verzet, maar op een gegeven moment ging de knop om. Ik dacht: laat het dan maar zo snel mogelijk gebeurd zijn. Ik ben een vrouw van 1.50 meter, wat ga ik beginnen tegen een volwassen man?’

Halverwege de verkrachting stopt Jeroen en vraagt Miranda of ze soms een ander heeft. ‘Ik ontkende, maar hij had mijn telefoon en zag de appjes die ik had gestuurd naar een collega met wie ik aan het rommelen was. Hij begon te slaan, aan mijn haren te trekken, hij schopte tegen mijn scheenbenen. Jeroen had een blik in zijn ogen die ik nog nooit had gezien, alsof hij aan de drugs zat. Op een gegeven moment dacht ik: ga ik de ochtend nog zien?’

Pas om 5 uur ’s ochtends ziet Miranda kans om te ontsnappen. In de gang doet ze geruisloos haar Uggs aan en rent naar buiten. ‘Naar mijn ouders, die vlakbij wonen. Ik schreeuwde door de brievenbus: doe open, doe open!’

17 maart 2016. De Australische uitwisselingsstudent Ana, 20 jaar, is op weg naar huis na een date in de binnenstad. 

Ze fietst langs de meanders van de Amstel naar de campus in Amstelveen. Als ze een man kruist, stompt hij haar vanuit het niets in haar gezicht. Ana valt op de grond en de man beukt op haar in. Ze is soms bij en dan weer buiten bewustzijn, terwijl hij op haar hoofd slaat. Hij stopt zijn penis in haar mond, hij trekt haar broek naar beneden, ze valt weer weg. ‘Op een gegeven moment zei ik: alsjeblieft, houd op met slaan, ik doe alles wat je wil. Deze zin heeft mij zo achtervolgd. Ik ben een vechter, het zit niet in mijn natuur om me zomaar over te geven.’

Wat volgt zijn gefragmenteerde beelden in Ana’s hoofd; een vrouw schiet haar te hulp, er komt een ambulance. Er is een CT-scan waar haar bed naartoe wordt gerold. De politie.

Artsen stellen bij Ana een bloeding in haar hersenen vast, een gebroken jukbeen en een gebroken oogkas. Ook nemen ze een zedenset af – een medisch onderzoek om sporen van seksueel geweld te traceren. Ze blijkt verkracht. Op haar liezen wordt dna gevonden. De politie praat ook met getuigen. ‘De vrouw die mij te hulp schoot, vertelde dat ze op mijn geschreeuw afkwam. Het was de eerste keer dat ik me iets beter voelde; ik had daar dus niet willoos gelegen, ik had wel degelijk gevochten.’

Drie vrouwen, drie verhalen van seksueel geweld vanuit hun perspectief. Alle drie meldden ze zich bij de politie. Gaan Lisa, Miranda en Ana ook gerechtigheid vinden? En welke weg moeten zij bewandelen in het Nederlandse rechtssysteem?

Het zedenrecht ligt onder een vergrootglas sinds slachtoffers vorig jaar oktober hun ervaringen met seksueel geweld en intimidatie massaal gingen delen onder de hashtag #MeToo. 

Terwijl de lichtere vormen van grensoverschrijdend gedrag een discussie aanzwengelden over de grenzen van het betamelijke, riepen beschuldigingen van verkrachting en aanranding andere vragen op. Waarom stapten de slachtoffers niet naar de politie? Wat moest het lezende of televisiekijkende publiek met deze serieuze aanklachten? Was hier nou niet ons rechtssysteem voor?

De vrouwen – en een enkele man – die hun #MeToo-ervaringen deelden, schetsten daarentegen een beeld van straffeloosheid: ze werden niet geloofd, niet gehoord. Onder hen sociaal entrepreneur en publicist Roos Wouters, die onder de hashtag #MeToo op Facebook beschreef hoe zij werd verkracht door haar ex-vriend. ‘Mensen zeiden daarna: moet je dat wel zo delen? Is dit niet schadelijk voor je carrière? Maar ik wil me niet meer schamen, en ik heb geprobeerd gerechtigheid te vinden. Ik ben als jonge vrouw naar de politie gestapt, maar de politieman ontmoedigde mij om aangifte te doen. Ik had geen bewijs. Hij zei: je bent een mooie meid, over een jaar heb je weer een nieuw vriendje. Wil je hier dan nog mee geconfronteerd worden?’

Het is meer dan twintig jaar geleden, maar nog steeds vlamt een gevoel van onrechtvaardigheid op als Wouters te maken heeft met de politie. ‘Dan krijg ik een parkeerboete en denk ik: dit kunnen jullie wel, boetes uitschrijven. Maar waar waren jullie toen ik werd verkracht?’

De Engelse krant The Guardian publiceerde de afgelopen maand verschillende verhalen over de ‘rape conviction crisis’: systematische tekortkomingen in het Britse juridische systeem waardoor verkrachting grotendeels onbestraft blijft. Zo onthulde de krant dat juryleden jonge mannen zelden veroordelen, omdat ze hun leven nog voor zich hebben, en dat politiemensen worden getraind om aangiften van complexe zaken te ontmoedigen.

De Amerikaanse ngo Rainn berekende op basis van cijfers van het ministerie van Justitie de kans op berechting na verkrachting in de VS: van elke 1.000 ervaringen worden er 310 aangegeven. 11 van deze aangiften leiden tot strafzaken. Dat leidt tot 7 berechtingen, waarvan 6 veroordelingen tot een gevangenisstraf. In 994 van de 1.000 gevallen van een ervaren verkrachting ontloopt de veronderstelde dader dus gevangenisstraf. In Duitsland leidden slechts 8 procent van alle aangiften tot een veroordeling, totdat in 2016 de wet werd aangepast en de definitie van seksueel geweld werd verbreed.

Ook in Nederland leiden ervaringen van seksueel geweld maar zelden tot de berechting van een dader. De eerste hobbel is de aangifte zelf. In Nederland doet ongeveer 13 procent van de slachtoffers aangifte, meldt het Centrum Seksueel Geweld. Onderzoeksbureau Regioplan onderzocht vorig jaar in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid wat de motieven zijn om wel of niet aangifte te doen. Schuldgevoelens, schaamte en een perceptie van machteloosheid – ‘Ik heb toch geen bewijs’ – bleken veel mensen ervan te weerhouden naar de politie te stappen. Die gevoelens worden versterkt doordat de verdachte in bijna 85 procent van de gevallen een bekende is – de ervaringen van Lisa en Ana op straat vormen de uitzondering.

Vlak na de publicatie van Regioplan brak #MeToo los. Onderzoeker Maartje Timmermans: ‘Na al die gesprekken met slachtoffers begrijp ik waarom mensen hun ervaringen expliciet hebben gedeeld. Ze hebben vaak geen kans gehad op erkenning, of op gerechtigheid.’

Wie wel melding doet van verkrachting of aanranding, krijgt bij de politie eerst een informatief gesprek. Na dat gesprek zetten veel slachtoffers niet door, blijkt uit cijfers van de politie over de periode 2016-2017. Meer dan de helft (59 procent) van de meldingen van verkrachtingen leidt niet tot een aangifte; hetzelfde geldt voor bijna een kwart (24 procent) van meldingen van aanranding.

Dat heeft verschillende redenen.

Sommige slachtoffers willen geen aangifte doen tegen een bekende, ze zoeken hulp, of willen enkel dat het misbruik stopt. Ook kan het zijn dat er geen sprake is van een strafbaar feit. Landelijk officier van justitie Huiselijk Geweld en Zeden Eva Kwakman: ‘Bij een melding kijkt de politie eerst: past het verhaal dat iemand vertelt bij een strafbaar feit zoals dat in de wet is opgenomen? Dat is vaak niet het geval.’

Bij verkrachting en aanranding moet er namelijk sprake zijn van dwang, legt Kwakman uit. Dwang kan bestaan uit geweld, of ‘andere feitelijkheden’ zoals iemand opsluiten of het dreigen daarmee. Kwakman: ‘Wat wij vaak meemaken is dat meiden boven de 16 een date hebben gehad die veel verder ging dan ze achteraf zelf wilden. Ze hebben spijt. Dat kan een heel nare ervaring zijn, maar zonder dwang is het geen verkrachting.’

Er zijn naast verkrachting en aanranding ook andere strafbare feiten die volwassenen beschermen tegen misbruik, bijvoorbeeld in het geval van een specifiek in de wet vastgelegde afhankelijkheidsrelatie, zoals die tussen arts en patiënt. ‘Maar veel afhankelijkheidsrelaties zoals die naar voren kwamen in #MeToo-zaken zijn niet beschreven’, zegt Kwakman. Onvrijwillige seks omdat het je werkgever is of in een ander soort financiële afhankelijkheidsrelatie; het is allemaal niet opgenomen in de wet.

Lisa gaat op advies van een bevriende arts wel de volgende dag naar het ziekenhuis, laat zich medisch onderzoeken en praat uitgebreid met de politie. Maar een vervelende ervaring met een politieman – geen zedenrechercheur – weerhoudt haar ervan aangifte te doen. ‘Hij vroeg mij wat er allemaal was gebeurd, of ik soms had gedronken. Hij zocht mijn naam op in zijn systeem. Het voelde alsof ik de verdachte was.’ Toen ook nog bleek dat er geen camerabeelden waren van haar aanval, gaf Lisa het op. ‘Ik wilde niet nog eens vernederd worden door een politieverhoor.’

Van de aangiften die uiteindelijk wel worden gedaan, seponeert het OM – na onderzoek – ruim de helft. In de periode 2016-2017 behandelde het OM 1.051 verkrachtingszaken, waarvan er 603 werden geseponeerd – 57 procent. In diezelfde periode werden in totaal 1.394 zaken van aanranding onderzocht. Daarvan werden er 724 geseponeerd – 51 procent. Verreweg de belangrijkste reden hiervoor is gebrek aan bewijs.

Als het OM seponeert, krijgt een slachtoffer in een brief uitgelegd wat de redenen zijn van een sepot. Het slachtoffer krijgt daarbij de mogelijkheid van een gesprek aangeboden. Richard Korver, slachtofferadvocaat en voorzitter van het Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers, zou dat graag anders zien. Volgens hem wordt er nu nog te snel geseponeerd. ‘Het zou beter zijn om alvorens de brief te sturen, eerst nog een keer met een slachtoffer in gesprek te gaan. Daaruit kan nieuwe informatie aan het licht komen waarmee het OM weer door kan.’

In kansrijke zaken bestaat het bewijs uit veel meer dan alleen zijn verhaal tegen het hare.

Als het gaat om een vreemde op straat, kan de politie camerabeelden opvragen, getuigen spreken, dna-sporen naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) opsturen. In het geval van een bekende van het slachtoffer – ruim 80 procent van de gevallen, zoals in de zaak van Miranda – kan de politie telefoonverkeer en socialemediaberichten analyseren. Het OM legt getuigenverklaringen naast elkaar, vraagt medische dossiers op.

De verklaring van de zogenoemde disclosure-getuige, de eerste persoon tegen wie het slachtoffer zijn verhaal doet, is van groot belang. In wat voor staat verkeerde het slachtoffer? Wat vertelde zij? Zedenexpert van de Nationale Politie Yet van Mastrigt: ‘En er zijn ook gevallen waarin de verdachte meteen toegeeft. Of hij ontkent dat er seks is geweest, terwijl we de dna-sporen hebben. Het zou echt helpen als veel meer mensen een melding maken, want dat is altijd zinvol.’

Valse aangiften zijn in de minderheid. Rechtspsycholoog André de Zutter promoveerde in september op valse aangiften. Uit zijn onderzoek blijkt dat zo’n een op de twintig aangiften vals is. Dat beeld herkent ook Kwakman: ‘Als aangiften al niet kloppen, zit dat vaker in de beleving: iemand die zich verkracht voelt, maar dat in strafrechtelijke zin niet is. En sommige mensen zitten psychisch in de knoop, en gaan dan om zich heen slaan. Maar ik heb echt zelden meegemaakt dat iemand doelbewust, uit wraak, aangifte van verkrachting doet.’

Van Mastrigt denkt dat een ervaring zoals die van Roos Wouters nu niet meer zo snel zal voorkomen. ‘Er zijn politiemensen die niet getraind zijn op zedenzaken, maar zij dienen een melding direct aan de zedenafdeling door te geven. We hebben inmiddels achthonderd speciaal getrainde zedenrechercheurs, zij weten precies wat ze moeten doen.’

‘Bovendien zijn er de afgelopen jaren onder leiding van klinisch psycholoog Iva Bicanic maar liefst zestien Centra Seksueel Geweld opgezet, waar slachtoffers in de eerste zeven dagen na een aanranding of verkrachting terechtkunnen voor psychische, medische en forensische hulp. Politie werkt daar samen met (medische) hulpverlening. Van Mastrigt: ‘De centra zijn een enorme verbetering. We willen nu ook de hulp versterken voor de groep slachtoffers die zich later meldt.’

Zedenzaken lopen gemiddeld 24 maanden. Daarnaast is de wetgeving ontzettend ingewikkeld, zegt Eva Kwakman: ‘Het zedenrecht is als een huis waar allemaal bijgebouwtjes aan zijn gebouwd. Het is vaak niet logisch, en onsamenhangend. En wat dwang is, en hoe je dwang kunt aantonen, daarover zijn hele boeken geschreven.’

Miranda’s zaak lijkt in eerste instantie kansrijk: er zijn appjes waaruit blijkt dat ze niet wil dat haar ex langskomt. 

Er zijn duidelijke sporen van geweld, waaronder een grote blauwe bult op haar arm. Haar moeder is de ‘disclosure-getuige’, zij kan vertellen hoe haar dochter in paniek aanbelde die ochtend.

Maar als twee jaar later de zitting volgt, schetst de verdediging een heel ander beeld van die nacht. Miranda zou Jeroen wel degelijk hebben uitgenodigd in een telefoongesprek tussen de appjes door. Volgens Jeroen hadden ze met wederzijds goedvinden seks, maar draaide hij door toen ze hem tijdens de seks vertelde dat er een ander was.

De rechter oordeelt dat Miranda’s ex schuldig is aan mishandeling. Maar voor verkrachting volgt vrijspraak; het OM heeft onvoldoende kunnen aantonen dat er sprake was van dwang. Niet lang na de uitspraak krijgt Miranda een berichtje van haar ex: hij doet zijn beklag, want nu moet hij met rugpijn een taakstraf uitvoeren, en hij heeft geen geld om haar de opgelegde schadevergoeding van 1.200 euro te betalen.

Hoogleraar strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Kai Lindenberg deed in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie onderzoek naar het zedenrecht. Een 750 pagina’s tellend rapport leidde ertoe dat alle artikelen momenteel ter herziening bij het ministerie liggen.

Volgens Lindenberg sluit het huidige zedenrecht niet goed aan op de toenemende vormen van online seksueel misbruik. Ook wordt de seksuele autonomie van volwassenen minder goed beschermd dan in de landen om ons heen. ‘Dat iemand de onvrijwilligheid van een ander bewust negeert en zijn eigen zin doorzet, is hier op zichzelf nog geen strafbaar feit. No means no gaat in Nederland niet op. Er is dwang vereist, en daarmee lijkt Nederland niet te handelen in de geest van internationale verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Istanbul-verdrag, gericht op geweld tegen vrouwen. ‘Landen als België, Duitsland, Zweden en Engeland hebben een ontwikkeling doorgemaakt binnen het strafrecht van dwang naar toestemming; dat betekent dat seks zonder instemming verboden is.’

Het zogenoemde consentmodel leidt volgens Lindenberg niet tot omgekeerde bewijslast, maar het OM hoeft dan niet langer dwang aan te tonen. ‘Dat scheelt aanzienlijk, maar maakt het toestemmingsmodel nog geen panacee voor alle gevallen.’ Zo bevriest 70 procent van de slachtoffers tijdens een verkrachting of aanranding. De medische term is tonic immobility, een volledig automatische respons op gevaar. ‘Om deze gevallen het hoofd te bieden, hebben landen als Engeland en Zweden de wettelijke lat nog lager gelegd: doorslaggevend is niet of je wist dat de ander niet wilde, maar of je het had móéten weten. Als de een doodstil is en zich niet beweegt, wordt van de ander verwacht dat hij onderzoek doet en vragen stelt. Wie dat niet doet, is strafbaar.’

Lindenberg is an sich voorstander van het consentmodel. ‘Maar we moeten wel oog houden voor de rechten van de verdachte. Want valse beschuldigingen en te snelle aannames, hoe zeldzaam ze ook zijn, kunnen in zedenzaken levens ruïneren.’ Slachtofferadvocaat Margreet de Boer wil eveneens dat Nederland de zedenwetgeving aanpast. ‘Ook als het niet leidt tot meer veroordelingen, vind ik dat het consentmodel een norm stelt voor de samenleving: seks doe je met instemming.’

Ook Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld, ziet nog hobbels in de rechtsgang van een zedenslachtoffer. Soms kan een strafzaak leiden tot hertraumatisering. ‘De meeste slachtoffers voelen vaak al een intense schuld over het feit dat ze uit angst niks hebben gedaan, of hebben meegewerkt. Dat gevoel wordt versterkt als ze in een verhoor moeten vertellen wat ze actief hebben gedaan om kenbaar te maken dat ze de seks tegen de zin niet wilden.’ Ook hekelt Bicanic de doorlooptijd van 24 maanden. ‘Al die tijd kan het boek niet dicht. ‘Soms hebben slachtoffers de verkrachting met therapie weten af te sluiten, en dan krijgen ze maanden later door de naderende rechtszitting een forse terugval.’

Bicanic vindt dat er nog steeds te weinig aandacht is voor de impact van seksueel geweld. Ze kent slachtoffers die zelfmoord hebben gepleegd. ‘Seksueel geweld kan levens verwoesten. En ook als er geen strafbaar feit is gepleegd, kan er wel degelijk schade zijn. Ook als er geen aangifte volgt, is het ontzettend belangrijk dat iedereen de juiste en snelle hulp krijgt om psychische en medische problemen te voorkomen.

Voor Miranda was er intensieve therapie en EMDR (traumabehandeling) nodig om weer te kunnen functioneren na de gewelddadige nacht met haar ex-vriend. 

Haar vertrouwen in mensen is fragiel. ‘Je weet nooit wat iemand gaat doen, zelfs niet na achtenhalf jaar.’ Ze heeft haar huis opnieuw ingericht: roze heeft plaatsgemaakt voor grijs- en blauwtinten. Onlangs heeft ze weer haar intrek genomen in haar oude slaapkamer – de plaats delict. Samen met die collega, die haar geliefde werd en nooit meer van haar zijde is geweken. ‘Hij is meteen naar me toe gekomen na wat er was gebeurd. Hij heeft niet geoordeeld, niets gezegd, alleen maar geluisterd. En sindsdien is hij mijn grootste steun.’

De vrijspraak was een bittere pil. Toch heeft de zitting Miranda iets gebracht. ‘Ik zag dat hij zenuwachtig was, ik voelde een steek van medelijden. Maar ik dacht ook meteen: niks medelijden, hij moet weten wat hij heeft gedaan. Ik heb hem kunnen confronteren, en ik voelde me serieus genomen door mijn advocaat en door de officier van justitie.’

In maart dit jaar – Ana is inmiddels weer in Australië – krijgt ze bericht van de Nederlandse politie. Er is een dna-match met een man die is opgepakt vanwege een ander misdrijf. ‘Mijn handen trilden toen ik de politie aan de telefoon had en ze vertelden dat ze hem hadden gevonden. Het voelde als de beste dag van mijn leven.’

Maar op de ochtend van de zitting, eind september, moet Ana overgeven van de spanning. In de rechtszaal, met de verdachte – een Poolse arbeidsmigrant – op nog geen vijf meter afstand, voelt ze haar kracht toenemen. Zonder haar stem te verliezen, leest Ana haar slachtofferverklaring voor: ‘De persoon die ik vandaag ben, is slechts een vage herinnering aan de persoon die ik ooit was. Mijn brein is opnieuw bedraad, mijn lichaam heeft zich aangepast om in een constante staat van angst te leven.’

Twee weken later luidt het vonnis: 42 maanden celstraf – de helft van de eis – en een schadevergoeding. Ana is opgelucht dat hij schuldig is bevonden, de lengte van de straf zegt haar niet zo veel. ‘Ik heb levenslang.’ Ze ergert zich aan het #MeToo-debat in Australië. ‘Het wordt gekaapt door mensen die roepen dat mannen onterecht worden beschuldigd. Dat staat gewoon niet in verhouding tot de vele slachtoffers die hun dader nooit berecht zien.’

Koningsnacht 2014 heeft het leven van Lisa voorgoed veranderd. ‘Ik heb bijvoorbeeld nooit een tweede kind gekregen. Natuurlijk weet je nooit hoe je leven verloopt, maar ik moest zo hard werken om dit te boven te komen, om een moeder te zijn voor de dochter die ik al had.’

Onlangs heeft Lisa toch een hoorzitting gehad. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven, een overheidsfonds dat is gericht op financiële ondersteuning van slachtoffers, ook als er geen veroordeling is geweest. Lisa diende een aanvraag in voor de aankoop van een Birò, een elektrisch brommobieltje. Want seksueel geweld heeft praktische consequenties: ze durft ’s avonds niet over straat. Voor haar aanvraag moet ze medische gegevens en politieverslagen aanleveren, want het Schadefonds moet kunnen vaststellen dat iemand daadwerkelijk schade heeft opgelopen.

Lisa heeft nog geen uitslag. ‘Maar ik voel me nu al zoveel beter door die zitting. De mensen zeiden: je hoeft niets te bewijzen, we geloven je. Eindelijk erkenning.’

De namen van Miranda, Jeroen en Lisa zijn om privacyredenen gefingeerd. 

Met een knuppel dwing je geen betere samenleving af

Nee, #MeToo kan niet worden vergeleken met de slachtpartij van de Tweede Wereldoorlog, maar overeenkomsten zijn er wel. Arnon Grunberg over het ontslag van Ian Buruma en het verschil tussen wraak en rechtvaardigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden