Het is niet voorbij

Van 1959 tot 1966 woonde de dichter J.C. Bloem in het gehucht Kalenberg in de kop van Overijssel, waar de wereld (nog altijd) verlaten is van gerucht....

Maar het is niet voorbij. 'Bijna niemand houdt niet van zijn werk', heeft Anton Korteweg geschreven. Bloem zal wel eens een van de meestgelezen dichters kunnen zijn. Zo geliefd ook, dat afgelopen zaterdag in Paaslo al zijn vijfendertgste sterfdag werd herdacht, hoewel, gezien de opgeruimde sfeer onder sprekers en driehonderd bezoekers, 'gevierd' een beter woord is. Nagenoeg alle aanwezigen waren bewonderaars uit de buurt, voor hen allen had Bloem (sommigen hadden de dichter of Clara Eggink nog gekend) het laatste woord in de poëzie. De bijeenkomst in een zaal van een restaurant stond onder voorzitterschap van Jeltje van Nieuwenhoven. Zij sprak zelf als eerste over Bloems aforismen en zijn poëzie, op die onder-ons-toon die haar ook een ideale voorzitter van de Tweede Kamer maakt.

Er waren toespraken over de poëzie. Drie sprekers haalden herinneringen op, niet zo zeer aan Bloem (die in Paasloo geen openbaar leven heeft geleid) als wel aan Clara Eggink, een groot regelaar van vele levens. De mooiste toespraak - prachtig geformuleerd, heel geestig ook - was van Clara Egginks rijinstructeur. De mooiste zin eruit was, dat hij bij de eerste lessen alles moest doen: 'Clara Eggink gaf alleen gas. Te veel of te weinig.' Een betere samenvatting van haar leven is niet denkbaar.

Het werd steeds gezelliger, tot op het kerkhof toe, waar we na alle lezingen heengingen. Allen stonden we rond de twee stenen; een terzijde liggend echtpaar moet het een welkome onderbreking hebben gevonden. Er werden gedichten van Bloem voorgelezen, het werd koud, het begon te regenen, het werd dus november, maar het getuigen kende geen einde: steeds meer vrijwilligers wilden een gedicht voorlezen. Bloem liet het allemaal gelaten over zich heengaan, van Clara Eggink weet ik dat niet zeker. Zelden zal zoveel somberheid en gelatenheid zo opgewekt zijn voorgelezen en beluisterd.

In het gemeenschapshuis was een kleine tentoonstellling, die ook weer door iedereen werd bezocht, de nieuwsgierigheid naar het leven leek groter dan die naar de poëzie. Een mevrouw vroeg mij bij de uitgang of ik de naam van de vierde man van Clara Eggink wist. Ik wist die niet, helaas, want ik was bereid alle aanwezigen gelukkig te maken.

In de pauze was het boekje In herinnering J.C. Bloem te koop. Er werd zeer druk gekocht. Bijna alle toespraken staan erin, en een bewonderenswaardig licht en zwierig geschreven beschouwing van Anton Korteweg over de poëzie. Uit het voorwoord van de wethouder en loco-burgemeester citeer ik graag; 'Hier heeft hij aan het water en in de rust van het riet vele gedichten kunnen schrijven. Deze gedichten boeien nog steeds en zullen naar mijn mening ook voor de toekomst een grote waarde blijven houden.'

Zo is het, al heeft Bloem tussen het riet nauwelijks meer geschreven. Een alleraardigste gepensioneerde rechercheur van politie uit Hoogeveen bracht mij met zijn auto naar het station van Steenwijk. 'Ik heb geen verstand van poëzie, maar ik houd van Bloem', zei hij. Het waren de treffendste woorden van de middag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden