Het is niet broeierig, het is explosief

Afgestofte interieurs, groezelige intermenselijke besognes en de geur van schraalheid en kleinschaligheid. Meng die drie sferen door elkaar en je krijgt een geheel dat je Van Warmerdamsiaans kan noemen. Door Rutger Pontzen

De Vermeerprijs. Alex van Warmerdam krijgt 'm begin volgende week uitgereikt. En toch had de prijs (100 duizend euro), als je aan het werk van Van Warmerdam denkt, beter de Pieter de Hoochprijs kunnen heten of de Jan Steenprijs. Of de Aardappeletersprijs.


Pieter de Hooch vanwege de afgestofte, schone interieurs en heldere doorkijkjes. Jan Steen door de groezelige intermenselijke besognes. En de Aardappeleters van Van Gogh om zijn geur van schraalheid en kleinschaligheid. Meng de drie sferen door elkaar en je krijgt een geheel dat je Van Warmerdamsiaans kan noemen.


Het komt in zijn theaterstukken terug, van Graniet en Striptease tot Kleine Teun, in zijn schilderwerk en afficheontwerpen, en vooral in zijn films. De films waarin al die afzonderlijke disciplines tot een eenheid worden gesmeed. Niet zo vreemd: Van Warmerdam is in zijn films verantwoordelijk voor het decor, de aankleding, de regie, het script, de muziek en speelt er meestal zelf een hoofdrol in.


Niet dat daarmee alles is uitgelegd. Er zit een frictie in zijn werk. Ergens refereert het aan de jaren dat het leven nog duidelijk was, helder en overzichtelijk. Waarin iedereen zijn plaats kende en er zich naar gedroeg. In interieurs die van vooroorlogs meubilair aan elkaar hangen, met mottige bankstellen, een staande klok, geboende vloeren en dekens op het bed. Een televisie is een bezienswaardigheid; de enige nieuwbouwwijk, in Noorderlingen, is niet afgebouwd.


Als je de scènes en decors ergens in kan situeren dan toch in de beginjaren zestig: de tijd waarin de vooroorlogse spruitjeslucht nog niet is opgetrokken en tegelijkertijd het moderne leven zijn entree heeft gemaakt. De periode waarin de maatschappelijke waarden van een goed huwelijk, een automatische kinderwens, een deugdelijke opvoeding en oude ambachten nog een ideaal vormden, hoewel het zijn beste tijd heeft gehad.


Want tegelijkertijd haalt Van Warmerdam die oude vertrouwde wereld aan om het tegendeel te laten zien. Hoe de eerste haarscheurtjes ontstaan, die uitgroeien tot onoverbrugbare kloven en diepe afgronden. Denkend aan wat het ideaal zou kunnen zijn, doet zich het omgekeerde voor: overspel, echtelijke ruzies, impotentie, mannen en vrouwen die hun seksuele energie willen botvieren. Nergens is harmonie te bespeuren. Het leven volgens Van Warmerdam lijkt een aaneenrijging van ontrouw, onvervulde ambities, conflicten en rancune.


Een weerbarstige wereld waarin op een even weerbarstige manier wordt gesproken. In staccato taalgebruik en dialogen waarin nietsontziende opmerkingen en grove humor worden afgewisseld met onderhuidse verwensingen.


Vervolg op pagina 40


Nergens is harmonie te bespeuren

Vervolg van pagina 38


Somberheid is troef. Net als melancholie. Terwijl er ver achter de horizon toch soms iets van hoop gloort en optimisme. Aardig is hoe een museumgids, in de film Jurk, aan een schoolklas uitlegt wat er op een bepaald schilderij (uiteraard van Van Warmerdam zelf) te zien is: 'Een sombere vrouw, een sombere man, een somber jongetje en een vrolijke jurk. De jurk lacht. Het lijkt alsof de jurk zegt: Kop op, niet zo somber echtpaar, niet zo somber jongetje.'


Niet dat het werkt. In zijn mise-en-scène moet Van Warmerdam veel hebben geleerd van Gerard Reve's De avonden. De ruimtes in zijn toneelstukken en films zijn meestal klein, met weinig of geen bewegingsvrijheid. Een restaurant waar je niet uit kan. Een woonkamer met beperkt uitzicht. Een villa in de duinen. Een korte straat in Niemandsland. Een boerderij tussen de eindeloze akkers. Een toneelvloer die door een schutting is afgesloten.


De spelers zitten met elkaar opgezadeld. Overal en altijd komen ze elkaar tegen. En omdat iedereen elkaar eens diep in de ogen wil kijken en elkaar de waarheid wil zeggen wordt de botte bijl tevoorschijn gehaald. Het is niet broeierig, het is explosief. Op een enkel slachtoffer na, is het eigenlijk verrassend dat in Van Warmerdams werk zo weinig doden vallen.


THEATER

Jezus, is dat zo gek?

Elvira: 'Wat doe je nou? Hij is dood.'


Emanuel: 'Dat verwacht ik toch niet? Ik denk: dat kan hij wel hebben.'


Elvira: 'Maar waarom?'


Emanuel: 'Hij zat te fokken.'


Elvira: 'En dan sla jij met een teil op zijn kop?'


Emanuel: 'Ja, maar niet zomaar. In een opwelling.'


Elvira: 'Waar is Mary?'


Emanuel: 'In de ijskast.'


Elvira: 'Wat zeg je?'


Emanuel: 'In de ijskast. Jezus, is dat zo gek?'


Een dialoog uit De Verschrikkelijke Moeder, een toneelstuk van Alex van Warmerdam uit 2004, opgevoerd door zijn eigen groep De Mexicaanse Hond.


Over ouders en kinderen en andere familieleden die elkaar in Hollands-huiselijke sfeer naar het leven staan. In dit geval krijgt de één de genadeklap met een teil en de ander belandt in de ijskast. Allemaal heel gewoon in het universum van Van Warmerdam.


Zoals in veel van zijn stukken - met titels als Kleine Teun, Adel Blank en Kaatje is verdronken - vormt een bijna letterlijke benauwing hier de basis voor de vaak ook fysieke uitbarsting van huiselijk geweld. Anders dan de stukken van bijvoorbeeld Engelse toneelschrijvers van de new violence -stroming, is het geweld bij Van Warmerdam tamelijk onschuldig. De relationele- en familiebesognes komen nergens vandaan en leiden ook nergens toe. Behalve dan naar de ijskast, in dit geval.


De meeste stukken spelen zich af in de beperking van de huiskamer. Er staat niet meer dan een tafel, een bed en een paar krukjes. En er wordt ontieglijk veel gegeten in de stukken van Van Warmerdam, of over eten gepraat. Hollandse kost veelal: haring, leverworst, gehaktballen, paling, aardappelen, stamppot.


Dat maakt deze kamerstukken ook zo toegankelijk en herkenbaar, ondanks alle rariteiten en het absurde ervan. Nergens wordt het bedompt of onheilspellend, zoals in de toneelstukken van Ibsen of Strindberg, Van Warmerdams Scandinavische voorgangers en misschien ook wel voorbeelden. Bij Van Warmerdam zijn de gordijnen open en waait door de ramen een frisse wind naar binnen.


Kenmerkend is vooral de taal: korte, heldere zinnetjes, geen woord teveel. Vaak ontbreekt het aan plotwendingen of aan een rode draad, en dat gebrek aan dramaturgie maakt dit toneelwerk ook ongrijpbaar.


Heel productief is Van Warmerdam als toneelschrijver overigens niet, waarschijnlijk omdat hij als perfectionist voortdurend aan het sleutelen en bijslijpen is. Niettemin komt er in het voorjaar van 2011 weer een nieuw stuk van hem uit, een co-productie van De Mexicaanse Hond en Het Toneelhuis in Antwerpen. Van die voorstelling is nog niets bekend, zelfs de titel niet. Alleen dat Alex van Warmerdam tekent voor de regie, tekst, muziek en toneelbeeld, wat bij hem als altijd een onlosmakelijk geheel vormt.


FILM

Buitengewoon geestige grimmigheid

Alex van Warmerdam, de filmer


Alex van Warmerdam moet een goede dag beleefd hebben toen afgelopen september de uitkomst van het arthouse-smaakonderzoek werd gepresenteerd tijdens het Nederlands Film Festival. Het resultaat: slechts één Nederlandse filmmaker wordt door de liefhebbers van de artistieke film van eigen bodem breed gewaardeerd: Van Warmerdam. De loftuitingen en kwalificaties vallen na te lezen in het onderzoeksrapport. Zijn oeuvre is - aldus de filmbezoeker - 'heel Nederlands, ondanks de vervreemding', en kan bogen op 'wrange humor, in lekker kneuterig Nederlands'.


Typisch Nederlands, die Van Warmerdam. Wat zegt het wanneer juist die ene Nederlandse filmer die zich nooit bekeerde tot het realisme, en die bij elke film weer dwars een eigen, zelf geknutseld universum optrekt, wordt herkend als de man die films maakt over ons, zijn landgenoten?


Fotograaf en filmmaker Anton Corbijn, onbekend met het onderzoek, sloot zich er onlangs bij aan: hij had helemaal niks met Nederlandse films, maar wat die Van Warmerdam doet met taal en het 'Nederlandse karakter', dàt kon hij nou wel waarderen.


'Typisch Zweeds' - zo noemde de cameraman van het Zweedse vampiersucces Let The right One In Van Warmerdam dan weer. Wie wel eens een Scandinavische filmmaker spreekt, weet dat men zich iets noordelijker ook herkent in Van Warmerdams werk. Kleine Teun, De Noorderlingen of De laatste dagen van Emma Blank passen ook zomaar in de Scandinavische traditie: hetzelfde slag inktzwarte humor als de Deen Thomas Anders Jensen (Adam's Apples), dezelfde knutseldrift (en inktzwarte, humor) als de Zweed Roy Andersson (You, the living).


Welke volksaard het ook is: de mens staat er niet goed voor in Van Warmerdams wereld. Driften zijn er om níet te onderdrukken, gebruiksvoorwerpen (schep, stuk hout, wat dan ook) dienen om de medemens mee neer te maaien. Iedereen onderdrukt iedereen, ontsnapping is een zeldzaamheid, en zeker niet weggelegd voor de mannen. Sukkels zijn dat, die aan het kortste eind trekken. 'Het is een komedie', benadrukt Alex van Warmerdam standaard in interviews, bij de doop van een nieuwe film. Want als je ze samenvat, valt nauwelijks voor te stellen dat zoveel grimmigheid ook buitengewoon geestig is.


BEELDENDE KUNST

Hoe heeft hij het allemaal verzonnen?

Piet Mondriaan. Het zal niet bij iedereen de eerste kunstenaar zijn aan wie je denkt als je het schilderwerk van Alex van Warmerdam kent. En toch was het juist die naam die mij pardoes te binnen schoot toen ik de tentoonstelling van Van Warmerdam in het Stedelijk Museum Schiedam bezocht, eerder dit jaar.


Niet door de verwantschap met de esoterische doeken die Mondriaan vanaf de jaren twintig schilderde, eerst in Parijs en later in New York. Het werk van de eerste full time abstracte kunstenaar die Nederland heeft voortbracht kent geen enkele overeenkomst met het meer anekdotische werk van schilder, decorontwerper, theaterman en filmmaker die Van Warmerdam is.


Net als in zijn theaterproducties en films is Van Warmerdam in zijn schilderijen en affiches de meester van het kleine gebaar, de bevreemdende interieurs, de onderhuidse spanning en de absurdistische combinaties. Je zou eigenlijk wel eens in zijn hersenpan willen kijken waar hij het allemaal vandaan heeft en hoe hij het heeft verzonnen. Een paard op hoge hakken, een te grote man in een te klein akkerlandschap, de erotische spanning tussen een bulldog en een naakt meisje, een naakte poppenspeler in het bos.


Nee, niet bepaald de onderwerpkeuze waar Mondriaan patent op had. Die had in zijn vroege werk meer oog voor molens, torens, de zee met een pier, en later het stratenplan van New York - hoewel daarin zeker wel een Van Warmerdamsiaanse leegheid in te herkennen is.


Waar de overeenkomst dan wel precies in ligt? In de gortdroge schilderstijl en nog drogere verfopbreng. Zoals Mondriaan een vlakje kon inschilderen - dik en egaal in de verf, maar met behoud van het profiel van de kwaststreek - zo schildert Van Warmerdam hele doeken vol. Met brede halen zet hij een man in een smaakvol tweedelig pak neer, modelleert hij de takken van een boom, de borsten van een vrouw, de contouren van een koffer. Hoekig gestileerd en in contrastrijke tonen die de afstandelijkheid verhogen en het isolement van de afgebeelde figuren en gebouwen benadrukken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden