'Het is moeilijk niet jaloers te zijn op Geert Mak'

Binnenkort zet hij weer twee trofeeën in zijn al zo rijk gevulde prijzenkast. Het enorme succes van zijn aan persoonlijke verhalen opgehangen historische boeken heeft hem overrompeld, hij heeft ermee moeten leren omgaan. Maar het schept ook mogelijkheden, voor een dominees zoon uit Friesland met een missie.

Geert Mak: `Mijn rol in dat hele gedoe was die van bindende buitenstaander. De voornaamste verwachting waaraan ik moest voldoen was het gezin bij elkaar houden als een blaffend hondje.' Beeld Masha Osipova

Geert Mak is nu zover gevorderd in zijn carrière dat het ook zonder nieuw boek lofprijzingen blijft regenen. In december eredoctoraat in Münster, volgende week Comeniusprijs, drie weken later Gouden Ganzenveer. Elke keer word je geacht een mooi dankwoord te leveren - geen sinecure, lijkt het.

Van zijn boeken, waarvan qua omvang enkele de vergelijking met de baksteen goed doorstaan, zijn naar schatting zo'n twee miljoen exemplaren verkocht. Er bestaan Oekraïense, Chinese en Hongaarse vertalingen.

Hij is geliefd en hij heeft geld. 'Het is moeilijk om niet jaloers te zijn op Geert Mak', schreef publicist Gerry van der List al vijftien jaar geleden. Geert Mak (1946) was een kind van de jaren zeventig, product van de Vietnam- en kraakbeweging. Hij was in de journalistiek beland, het was een diep verlangen geweest, uiteraard aan de linkerkant van het spectrum, daar waar in elk geval niet het grote geld zat.

De Groene Amsterdammer

Mak heeft zelf ook aan zijn roem moeten wennen, en in zekere zin went het nooit. Tot aan zijn 40ste was hij redacteur van De Groene Amsterdammer, een opinieweekblad dat hij en zijn collega's in die jaren met krankzinnig hard werken en versterving overeind hielden. Tot zijn 50ste, toen Hoe God verdween uit Jorwerd verscheen, had hij nooit kunnen dromen van een hemelse troon.

In 2004 verscheen In Europa; overal waar ze die zomer kwam, vertelt schrijfster Nelleke Noordervliet, zag ze mensen met dat boek in de weer. 'Zo'n dik boek, over zo'n serieus onderwerp', zegt ze, 'en dan zo veel lezers, dat is toch geweldig. Ik ben hartstikke blij dat zoiets hier nog kan.'

Als roem je overvalt, en dan ook nog zo snel, als een omwenteling, is het een ontregelende ervaring. 'Er kwamen krachten op mij af', aldus Mak, 'die ik niet kende. Aanbidding blijf ik heel vreemd vinden.'

Hij kan bij wijze van spreken vijf winkels per dag openen. Dat schept heel nieuwe problemen: hoe zeg ik 'nee, bedankt'? Dat is moeilijk, helemaal als je diep van binnen verlegen bent. Of je houdt een lezing en na afloop verdringen de lezers zich, zo van: gut meneer Mak, goed dat u hier bent, nu heb ik toch een verhaal voor u, dat zal ik u eens even haarfijn vertellen. Hoe kom je dan weg? Zijn vriend en programmamaker bij de VPRO, Chris Kijne: 'Hij heeft het gaandeweg geleerd. Op zijn voorhoofd staat geschreven dat je niet onhebbelijk mag zijn.'

Op de centen

Geke van der Wal, collega van De Groene Amsterdammer: 'We waren op reportage in Engeland, begin jaren tachtig, en zouden een verhaal maken over het nieuwe Engeland van Thatcher. Geert vond een hotel met telefoon op de kamer overbodige luxe. Ik vond dat rampzalig, maar gaf toe. Ik zie ons nog staan in zo'n rode telefooncel in Londen. Met een handvol munten moesten we ons verhaal doorbellen. Op een ongelukkig moment ratelde het hele zootje munten terug in het bakje, konden we opnieuw beginnen. Daarna gaf hij toe. We namen een hotel mét telefoon.'

Persoonlijke ervaringen

Geert Mak is geliefd, omdat hij als weinig anderen de Grote Geschiedenis weet op te bouwen uit de persoonlijke ervaringen van mensen - het is eerder gezegd. Hij is de amateurhistoricus die op een plek gaat zitten waar lijnen uit verleden en heden samenkomen en daar dan zeer toegankelijk over schrijft. Dat valt in zekere zin perfect in de tijdgeest waarin de roep om identiteit, om houvast allerwegen klinkt.

Maar het beste aan Mak is zijn kracht als verteller. Op zijn website doet hij belijdenis: 'Wat is het verhaal een fantastisch geschenk! Wat biedt onze menselijke neiging tot vertellen een vreugde, en ook een troost. Wij mensen zijn, zoals de historicus Philipp Blom zo mooi zegt, 'een verhalende diersoort'. En dat zijn we niet voor niets. Verhalen brengen structuur in de chaos van de geschiedenis en van de politiek. Ze dragen lessen aan voor de toekomst, ze versterken een bepaalde orde, ze geven ons helden om ons aan op te trekken, schurken en verraders om weg te trappen.'

Mak is een journalistieke verteller, hij kijkt in het rond. Hij spiegelt zich graag aan voorbeelden; de grootste bewondering lijkt hij te koesteren voor Joseph Roth en John Steinbeck. Roth was star reporter ten tijde van de Weimarrepubliek. Geert Mak leerde het werk van Roth echt kennen tijdens een lange treinreis langs de oostkust van Amerika, toen hij ruimschoots tijd had voor een bundel van diens werk uit Berlijn.

De brug, Geert Mak.

De methode-Mak

Mak over de methode-Mak: 'Zo moet dat dus, dacht ik voortdurend. Zo moet je kijken. Zo moet je vragen. Zo bouw je een scène op. Zo breng je een stemming over op de lezer. Zo sleep je hem mee, tegen wil en dank soms, naar de meest godvergeten uithoeken van de 20ste eeuw, en laat je hem mee zweten en bloeden. En dat doe je allemaal in een paar honderd woorden, en geen letter meer dan nodig.'

Er is, in de marge, altijd kritiek geweest op het werk van Geert Mak. Je hebt de sector van de jaloersen, onvermijdelijk als je met jouw topwinkel tal van kleine krabbelaars achter je laat. En dan heb je, deels overlappend, de kritiek van geleerde historici, van je ware vaklui. Mak is van huis uit jurist. De geleerden wijzen op fouten in zijn boeken, het zou er van wemelen.

Chris Kijne, vriend, relativeert. Hij is getrouwd geweest met een Tsjechische. 'Altijd als er iets in de krant stond over Tsjechoslowakije, zei ze: ja maar, dat klopt niet. Dan las ik het en vond ik het een goed journalistiek verhaal.'

Sober

Het succes is Geert Mak niet naar het hoofd gestegen. Hij is door de opbrengsten uit zijn boeken een vermogend man, maar leeft betrekkelijk sober. Niet uit zuinigheid, maar omdat patserij niet gepast is. De schrijver heeft een boot, een auto, een huis in Bartlehiem in Friesland en een in Amsterdam. Hij heeft geen Maserati, hij loopt niet weg voor de afwas. Zijn vrouw Mietsie en hij hebben wel eens een luxehotel geprobeerd. Het beviel niet. Kamperen is leuker.

Troostrijk

De historicus Jos Palm schreef ooit over het werk van Mak: 'Hoe treurig de geschiedenis ook stemt, Geert Mak ziet toch altijd weer een troostrijk beeld.' Niet iedereen beschouwt dit als een aanbeveling. De voornaamste kritiek op Mak is toch dat zijn werk het zalvende heeft van de prediker. Hij is de zoon van een gereformeerde dominee; hij moet het zijn vader ettelijke keren hebben horen voordoen: getuigen vanuit beminnelijkheid. Jan Blokker sprak van 'onderwijzersproza'.

Nelleke Noordervliet: 'Hij is een irenische, verbindende figuur. Dat ligt in zijn natuur. Hij is altijd geneigd en bereid de andere kant te zien.'

Is dat naïef? 'Nee, niks naïef. Hij lokt ook tegenspraak uit. Maar hij is niet cynisch, absoluut niet cynisch. Hij wil altijd blijven geloven in de goedheid en de goede bedoelingen van de mens, ook al weet hij dat hij de kous op zijn kop kan krijgen.'

En dat is niet naïef? 'Nee', zegt Noordervliet. 'Maar het maakt hem wel kwetsbaar. Dat hij weigert cynisch te zijn, is een grote kwaliteit.'

'Lieve jongen, die Geert Mak', schreef Bart Jan Spruyt in HP/De Tijd. Noordervliet: 'Ja precies, dat zijn de woorden van de cynici. Zo zet je iemand weg, als een soort softe buurtwerker. Geert onderzoekt, hij is nieuwsgierig. En dan spreekt hij zich uit, dat zal hij nooit laten.'

Adriaan van Dis noemde Mak 'de vleesgeworden schattebout', Bert Wagendorp sprak van 'de nationale knuffelbeer'. Dat is niet alleen maar teder bedoeld. Het is alsof ze zeggen: kom op, Geert, wees een kerel.

Vergeet het. Zo is Geert Mak niet. Niet als persoon en daardoor ook niet als auteur. Men kan heel goed tegen de poes zeggen: houd eens op met dat spinnen. Het zal niet helpen. Zo is het ongeveer met Geert Mak. Hij is gewoon te aardig.

Aardig is een rotwoord. Er zit zachte snot in. Maar dat zeggen de cynici onder ons die niet goed raad weten met 'aardig'.

Geke van der Wal was in de jaren tachtig redacteur van De Groene en collega van Mak. Ze zegt over hem wat je alle mensen uit zijn omgeving hoort zeggen: dat hij 'hartelijk' is, 'gezellig, levendig, energiek, vol initiatief en heel erg coöperatief'.

Jorwert, gemeente Littenseradiel. Het kerkdorp was het decor voor Maks boek Hoe God verdween uit Jorwerd (1996). Beeld Siebe Swart/Hollandse Hoogte

Verzoenende kant

Hij zal toch ook wel zijn chagrijnige, onhebbelijke kanten hebben? Van der Wal: 'Nou ja, ik kan niet anders zeggen dan dat hij van de verzoenende kant is.' Ze vertelt van de felle discussies op de redactie van De Groene over wat er van de wereld gevonden moest worden. Het waren debatten tussen linkse redacteuren en redacteuren die nog linkser waren. Geert zat ertussen als aardige, bemiddelende man. 'Hij voelt zich bij ruzie heel ongemakkelijk.'

Klaasje Postma, actrice uit Friesland: 'Als hij een opmerking zou maken die verkeerd valt, zou hij dat vreselijk vinden. Als het zich voordoet, loopt hij er mee rond. Wij kunnen dan wel zeggen: kom op Geert, zo belangrijk is het niet, maar hij ziet dat anders, hij zal altijd proberen er nog een keer over te praten. Geert zoekt altijd naar harmonie. Maar je kunt het inderdaad ook van de andere kant benaderen. Hij vreest ruzie.'

Geert Mak vertelt zijn verhaal vanaf de kansel, maar niet als een donderpreek. Hij vertelt, in zijn eigen woorden, 'alleen met zachtheid'. De pen wordt niet in gif gedoopt. Het ligt, zoals Nelleke Noordervliet al zei, in zijn natuur. Die is niet helemaal uit de lucht komen vallen.

Hij was thuis het zevende kind, een nakomeling. Hij scheelde 21 jaar met zus Anna. De anderen hadden de oorlog meegemaakt, in Nederland en in Nederlands-Indië. Zijn moeder had met twee van de kinderen in een jappenkamp gezeten. Zijn vader was veldpredikant geweest bij de Birmaspoorweg.

Hij kwam ter wereld 'als een onbehoorlijk gezond kind uit een afgetobde moeder, een nieuwkomer in een gezin dat al een intens leven achter de rug had'. Zo omschreef hij het zelf in De eeuw van mijn vader. Hij was de enige uit de familie met een ongestoorde jeugd. Hij moest iets terug doen. 'Ik was voor zeven mensen de goedmaker.'

'Mijn rol in dat hele gedoe was die van bindende buitenstaander. De voornaamste verwachting waaraan ik moest voldoen was het gezin bij elkaar houden als een blaffend hondje.'

Chris Kijne: 'In dat milieu hoorden negatieve emoties er niet te zijn. Het bestaan gaat over harmonie.'

1998
Boekenweekessay Het ontsnapte land

1999
Henriette Roland Holstprijs

2000
Boek v/h Jaar voor De eeuw van mijn vader

2001
buitengewoon hoogleraar grootstedelijke problematiek Amsterdam

2004
Boek v/h Jaar voor In Europa
historicus v/h jaar
eredoctoraat Open Universiteit

2007
Boekenweekgeschenk De Brug

2008
Leipziger Buchpreis zur Europäische Verständigung

2009
Otto von der Gablentzpreis

Zie ook:
geertmak.nl
atlascontact.nl/auteur/geert-mak

De Eeuw van mijn Vader, Geert Mak.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden