Grapperhaus tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer

Analyse Zij-instromers in de politiek

Het is moeilijk jezelf blijven als je de politiek in gaat

Grapperhaus tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer Foto ANP

Nieuwelingen op hoge politieke functies vormen een bedrijfsrisico, bewees ook Grapperhaus’ compassie met ‘jihadkinderen’. Maar wordt de wereld beter met alleen door de wol geverfde beroepspolitici?

Het moet een vreemde ervaring zijn geweest voor Ferdinand Grapperhaus (CDA). De minister van Justitie leek dinsdagavond uit de grond van zijn hart te spreken toen hij op tv zei het verschrikkelijk verkeerd te vinden dat Nederlandse ‘jihadkinderen’ zich nog steeds in Syrië bevinden. ‘De kinderen moeten daar weg.’

Nog geen twaalf uur later bleek hij eigenlijk iets anders te bedoelen. We konden maar beter negeren wat hij had gezegd, was het advies van premier Rutte. Want eigenlijk dacht Grapperhaus hetzelfde als hij: dat het veel te gevaarlijk is om kinderen van IS-strijders naar Nederland te halen. ‘We zeggen hetzelfde.’ Ook de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid legde uit wat de minister had willen zeggen: ‘Het kabinet heeft geen actief terughaalbeleid.’ Waarna Grapperhaus de terugtocht blies: de minister was wat al te ‘ruimhartig’ geweest in het formuleren van zijn gevoel van onbehagen, liet zijn woordvoerder weten.

De ene dag is je compassie nog zo groot dat je alles in het werk wilt stellen de kinderen terug te halen. De andere dag leggen anderen namens jou uit dat je dat veel te gevaarlijk vindt. Zo’n drieste ingreep van de gedachtenpolitie is alleen aan het Binnenhof mogelijk.

Zo werd het de week van Grapperhaus’ kennismaking met de mores van het Binnenhof. Fractiediscipline en regeerakkoord drukken particuliere meningen weg. De beroepspolitici die het Binnenhof steeds meer voor zich opeisen, zijn opgegroeid met die wetten. Mensen als Hugo de Jonge of Kajsa Ollongren, die eerst hun leerjaren in de omgeving van de landspolitiek maakten, vervolgens in de lokale politiek bestuurlijke ervaring opdeden en tegen de tijd dat ze de stap naar het kabinet zetten al zo door de wol geverfd zijn dat ze moeiteloos de wekelijkse persconferentie van Rutte kunnen overnemen.

Gedrild in fractiediscipline

Gekneed als ambtenaar, fractiemedewerker of woordvoerder, stromen ze door de rangen van de partij, doen klasjes en trainingen, maken wellicht een uitstapje naar de vakbond en kunnen dan naar believen worden ingezet. ­Sybrand Buma doorliep dat traject, net als Geert Wilders, Bert Koenders, André Rouvoet, Wouter Koolmees, Pieter Heerma… de lijst is eindeloos. Zo kwamen bij de vorige verkiezingen Sophie Hermans en Bente Becker hoog op de VVD-lijst. Geen politiek profiel, wel langjarige ervaring in het Haagse – gedrild in de fractiediscipline.

Zij-instromers zijn veel dunner gezaaid. In de formatie maakten de coalitiepartijen er geen geheim van dat zij in eigen kring gingen scouten onder de vertrouwde gezichten: geen risico’s! Grapperhaus is de voornaamste uitzondering. Hij was arbeidsrechtadvocaat en had een column in Het Financieele Dagblad waarin hij schreef dat Pechtold een ‘windvaan’ was en dat Rutte ‘flutpolitiek’ bedreef. Jihadisten moest je laten terugkeren, schreef hij ook, ‘om ze na berechting genade te kunnen geven’.

Recept voor verwarring

Dat laatste vindt hij nog steeds, zodra hij voor zichzelf denkt. Maar carrièrepolitici zijn er juist in getraind dat te vermijden; die spreken met de handrem er op, en blijven zo uit de buurt van de vangrails. Het is een kunstje dat Grapperhaus – nog – niet helemaal beheerst. Eerder al stichtte hij verwarring rond imam Fawaz Jneid, wiens vrijheid van meningsuiting hij niet wilde beteugelen en even later toch weer wel.

De scouts van de fracties zien er ongetwijfeld het bewijs in dat buitenstaanders een risico vormen – een recept voor verwarring en een bedreiging voor de eenheid van kabinetsbeleid. Maar zou de politiek erop vooruit gaan met alleen beroepspolitici? Ronald Plasterk (PvdA), wetenschapper en columnist voordat hij in 2007 minister werd, hoopt niet dat die trend naar professionalisering doorzet: ‘Zij-instromers zijn wat mij betreft de regel. De democratie moet niet louter steunen op technocraten en mensen die bestuurskunde studeerden. De bedoeling is dat je je leven ergens aan besteedt en op zeker moment een aantal jaren aan de publieke zaak wijdt.’ Zo’n stap vergt ook een inspanning van de andere kant, vindt Plasterk. ‘Het moet, door de samenleving maar ook door de media, als iets waardevols worden gezien dat je wilt accommoderen.’

Plasterk zegt er zelf voor gekozen te hebben ‘niet van plastic’ te worden. ‘Je kunt toch iets van eigenheid houden.’ ­Tegelijk erkent hij het paradoxale van de situatie. ‘Het is een ingewikkeld vak. Je functioneert in meerdere teams tegelijk, staat aan het hoofd van een grote organisatie, moet je verhouden tot de Kamers.’

Neus gestoten

Zihni Özdil (GroenLinks) is sinds maart vorig jaar Kamerlid. Voordien was hij universitair docent, maar ook vrijmoedig columnist bij NRC Handelsblad. Ook hij zou geen Kamer willen met louter carrièrepolitici. ‘Dan verlies je de binding met de samenleving. Kamerleden moeten uit alle geledingen komen, en hun kennis niet alleen tijdens werkbezoeken opdoen.’

In de verkiezingscampagne stootte hij meteen zijn neus. In een debat noemde hij het ‘pleur op’ van premier Rutte ‘een vorm van landverraad’. In de media werd dat opgepakt als: kandidaat-­Kamerlid noemt Rutte landverrader. ‘Ik wil niet met meel in de mond praten, maar ben nog zoekende’, vertelt hij. ‘Graag wil ik een authentiek politicus blijven. Ik schrijf mijn eigen spreekteksten. Tegelijk is de politiek een ambacht. Daar hoort soms bij dat je je eigen standpunten moet inslikken voor de fractielijn. Pas als de koers essentieel gaat afwijken van de ideologie, dat ik met een gewetensvraag kom te zitten, dan zou ik van me laten horen. Ik hoop dat het nooit zover komt.'

‘Bij een voorbeeldfunctie horen ook bescheiden emoties’, schreef Grapperhaus zelf in zijn afscheidsstuk als columnist, twee dagen na de bordesscène in het najaar. Vrijdag analyseerde hij dat hij de grens nu wel zo’n beetje heeft gevonden. ‘Ik heb iets te veel mijn emotionele respect getoond. Dat is eenmalig.’

De premier toonde zich daarop vergevingsgezind. ‘Nou is iemand een keer niet helemaal kapotgemediatraind, is het weer niet goed.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.