Het is maar goed dat u mij hebt, anders hoorde u nooit wat over de triviaalcultuur

Mary-Kate Olsen heeft de universiteit verlaten. Wie is Mary-Kate Olsen, vraagt u? Zij is er een van de Olsen-tweeling. Zegt u ook niets?...

Mary-Kate Olsen is nu negentien. Ze staat met haar tweelingzuster aan het hoofd van een multimedia imperium en wordt dientengevolge in Amerika wel omschreven als mini-mogul. Tot voor kort studeerde ze aan de universiteit van New York en had ze verkering met de Griekse erfgenaam Stavros Niarchos III. Maar toen die erfgenaam haar inruilde voor Paris Hilton, ook wel bekend van een realityprogramma met de dochter van Lionel Richie, gaf Mary-Kate Olsen haar universitaire studie op. Ze wil meer tijd gaan besteden aan haar personal interests.

Dat ik in de toekomst wat vaker over zulke gebeurtenissen zal schrijven, heeft alles te maken met mijn eigen carrière-planning. Ten eerste is het, zoals u weet, crisis in de wereld van de media: voordat ik als overtollig terzijde word geschoven, moet ik alvast een ontsnappingsroute hebben voorbereid. Zelf zie ik de ontwikkelingen overigens zonnig tegemoet. Ik wil best de rest van mijn leven voor tabloids schrijven over de erfgenamen van hotelketens en Griekse rederijen. De dingen zijn zo interessant als je ze zelf maakt.

Ten tweede, en dat is dringender, loopt mijn carrière gevaar omdat ik vandaag kritiek ga leveren op de journalistiek. Sommige lezers schijnen althans te denken dat de journalistiek gevaarlijk terrein voor mij is. Ze klagen dat ik te weinig kritiek lever op de pers, maar voegen er meteen begripvol aan toe dat ik natuurlijk ook geen kritiek kan leveren, omdat ik er anders uitvlieg bij de krant. Ik waardeer die gedachte, maar u hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Ik red me wel. Als ik eruit vlieg kan ik altijd Mary-Kate Olsen nog les gaan geven. Er zijn ongetwijfeld een paar dingen die ze weten wil.

Het is dus helaas niet zo dat ik over spannende en explosieve inside-informatie beschik die ik vervolgens uit bangelijkheid voor me houd. Ik heb geen informatie. Ik ben geen journalist. Ik heb geen journalistieke opleiding, geen journalistieke talenten en geen journalistiek netwerk. De keren dat ik in mijn leven op de redactie van een krant ben geweest, zijn op de vingers van één hand te tellen. Ik weet evenveel van een krant als om het even welke geïnformeerde krantenlezer.

Ik ben dan ook geneigd eerst de lezer toe te spreken als hij klaagt over ontwikkelingen in de wereld van de kranten. De samenleving krijgt de pers die ze verdient, zeg ik, de lezers krijgen de krant die ze verdienen. Als lezers hun kritische instelling verliezen en van koers veranderen, moet je niet verbaasd opkijken als de kranten mee veranderen. Maar toch, ik moet wel toegeven dat er op het punt van de onafhankelijkheid van de pers enige raadselen blijven.

Er zijn grofweg drie categorieën van klachten die ik binnenkrijg. De eerste categorie zijn de verhalen waarvan je weet dat ze waar zijn. Ooit kreeg ik van een bestuurder een grote, bruine envelop. Daarin zaten nu eens geen diskettes, maar kopieën van brieven, bestuursstukken en krantenknipsels. Uit die hele stapel papier bleek dat door politici en ambtenaren onjuiste informatie was gelekt om dingen voor elkaar te krijgen. En dat kranten en actualiteitenrubrieken zich voor het publiceren van die informatie hadden geleend.

Was dit waar? Ja, natuurlijk. Als krantenlezer en televisiekijker zie je het onophoudelijk voor je ogen gebeuren. Politici lekken en de pers bedrijft politiek door daaraan mee te doen. Het is een raadsel waarom het strafrechtelijk verbod op het publiceren van staatsgeheimen nu exclusief van stal wordt gehaald om Peter R. de Vries te vermanen. Het komt wel vaker te pas. En wat moest ik eigenlijk zelf met die stapel papieren? De afzender schreef dat hij mij wilde laten zien hoe die dingen werken. Ja, ik weet hoe die dingen werken.

De tweede categorie zijn de verhalen waarvan heel goed mogelijk is dat ze waar zijn. Dan gaat het om ingewikkelde internationale zaken waarin de pers te weinig toeziet op de verknooptheid van politiek, bestuur en grote ondernemingen. Mooie verhalen. Maar voordat ik de pers van laksheid beschuldig, moet ik zo'n zaak dan toch eerst uitgebreid onderzoeken. Wat bij gebrek aan kennis, praktisch inzicht, assistenten, secretaresses en researchers niet goed lukt. Ik ben een krantenlezer, geen onderzoeksjournalist.

De derde categorie zijn de idiote verhalen. Zo kreeg ik deze week een internetartikel doorgespeeld van bouwkundige Dave Heller. Daarin beweert Heller dat de torens van het WTC op 9/11 in elkaar zijn gezakt met de snelheid van de vrije val. Die snelle val kan niet zijn veroorzaakt door een vliegtuiginslag en het exploderen van kerosine, schrijft Heller. En treedt zo toe tot de groeiende groep mensen die spreken over betrokkenheid van de Amerikaanse overheid bij 9/11. Allemaal onzin? Hoogst waarschijnlijk. Maar toch had ik best een verslag willen zien van de discussie daarover, laatst in De Rode Hoed. Of moet de pers daar ver van blijven?

U ziet het. Ik kan me maar beter houden bij verlovingen van rijke erfgenamen. Trouwens, Melanie Griffith komt in de film Working Girl juist tot diepgaand inzicht in de economische wereld door haar kennis van tabloids en verlovingen. Wat? Hebt u de film Working Girl ook niet gezien? O, u moet nog zoveel van mij leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden