Het is links en het zweeft

Je wilt wel links stemmen, maar je kunt het niet. Je kunt wel rechts stemmen, maar je wilt het niet....

Met het pistool op mijn slaap had ik afgelopen 6 maart mijn stem uitgebracht bij de gemeenteraadsverkiezingen. 'Ik beslis wel in het stemhokje', had ik gedacht. Zo deed ik het altijd en zo ging het altijd goed. Maar nu niet. Eenmaal in dat stemhokje tolden fragmenten van discussies, kroeggesprekken, gebeurtenissen, tv-uitzendingen en krantenberichten van de weken ervoor, door mijn hoofd. Samen vormden ze geen enkele logica. Ik kwam er niet uit. Het rode potlood zweefde boven het stemformulier, van links naar rechts, van rechts naar links, maar weigerde ergens neer te dalen. Vergiste ik me, of stond er al een rij ongeduldige stemmers achter mij? Paniek. Nu moest ik toch echt Midden in een kroeggesprek mikte ik het potlood op het stemformulier.

Toen ik mij omdraaide was het stemlokaal leeg, op de neutraal kijkende medewerkers van het bureau na. Buiten wist ik: ik heb verkeerd gestemd. Voor het eerst van mijn leven totaal verkeerd gestemd.

'Hoe kun je nu op de vvd stemmen,' riep Willem, een bevriende bioloog een paar dagen later boos uit. 'Je vindt het dus goed dat Ruigoord is afgebroken voor een patserig, nieuw haventerrein dat alleen maar geld heeft gekost en waar geen bedrijf wil zitten. En meer auto's in de stad, dat vind je zeker ook prachtig. En nog meer mensen in de winkelstraten op zondag, nog meer gebral op zaterdagavond'

Mijn verweer was ronduit zwak. 'Uh, ik wilde eigenlijk cda stemmen, maar toen zag ik dat de dochter van Hanja Maij-Weggen op één stond. Dat vond ik toch een beetje te gek worden. Maar ja, de dochter van Maij-Weggen schijnt best mee te vallen, begrijp ik nu.'

Willem bleek in tweede instantie mild. Zelf had hij een partij gestemd, De Actieve Stad, die niet eens in de gemeenteraad was gekozen. 'Dat zegt wel weer iets over mij.'

Hoe had het zo kunnen lopen, vroeg ik me de dagen daar na af? En als ik het mezelf niet afvroeg, dan deden mijn linkse vrienden het wel. Ook zij hadden het moeilijker gehad dan ooit, sommigen hadden net als ik voor het eerst van hun leven niet 'links' gestemd. Of ze hadden, uit zelfbescherming, niet gestemd. De verwarring was groot, dat stond in ieder geval vast.

In de dagen na 6 maart werd duidelijk dat ik vooral 'negatief' had gekozen. Ik wist met welk uitgangspunt ik het stemlokaal was binnengegaan: geen pvda dit keer. Daar waren wel tachtig redenen voor. Een veel genoemde in Amsterdam: de pvda is de partij van de arro gantie. Wat het cda tot voor acht jaar terug landelijk was, de eeuwige spin in het politieke web, is de pvda nog altijd in Amsterdam. Daar moesten we maar niet aan meewerken, vond ik.

Filmmaker en publicist Theo van Gogh wees op een ander risico van een stem op de pvda. Op de dag van de verkiezingen plaatste hij een advertentie in Het Parool met de tekst: 'Waarom zou een toneelstuk niet verboden mogen worden? Stem Fatima Elatik pvda.' Van Goghs tekst sloeg op het afgelasten van de opera Aïsja van het Onaf han kelijk Toneel, vorig jaar in Rotterdam. Het stuk ging niet door omdat het slecht viel in de islamitische gemeenschap. Marok kaanse spelers trokken zich terug nadat ze waren bedreigd. De reactie van Fa tima Elatik, Amsterdams raadslid was: 'Misschien is het wel moediger het stuk niet op te voeren als grote groepen gelovigen erdoor gekwetst worden.'

Een derde, zeer persoonlijk argument: mijn ouders komen af en toe op bezoek vanuit het verre Vlissingen. Omdat ze soms 'vrij' mogen reizen, komen ze het liefst met de trein. Dat raad ik hun tegenwoordig af. Ik ben plaatsvervangend bang. Het beeld van mijn ouders, vitaal doch breekbaar, in een stilstaande trein op station Amsterdam-Lelylaan, kan me 's nachts wakker doen schrikken. Dat verwijt ik de pvda. En GroenLinks. Echte sociaal-democraten, type Willem Drees, hadden het nooit zover laten komen, zo meende ik te weten.

Met de pvda viel GroenLinks af, in het bijzonder vanwege het debacle bij de Amsterdamse sociale dienst, die het onder leiding van GroenLinks-wethouder Frank Köhler vooral als haar taak leek te zien om zo veel mogelijk uitkeringen te verstrekken, zo min mogelijk te controleren op fraude en, erger, hun klanten te bevestigen in hun idee dat het toch wel nooit zou lukken, een baan vinden. Terecht greep pvda-minister Vermeend hard in.

d66 vormde tot een maand voor de verkiezingen een mogelijk alternatief. Als Thom de Graaf niet met zijn Anne Frank-retoriek tegen Pim Fortuyn op de proppen was gekomen, dan had de Amsterdamse afdeling er vermoedelijk één stem bij gehad.

Bovenstaande voorselectie had ik grofweg in mijn hoofd toen ik mij 6 maart in het stemlokaal meldde, wist ik achteraf. Zoals gezegd: de gevolgen waren weinig bevredigend. Had ik tien seconden eerder of later, middenin een ander cafégesprek, het potlood op het stemformulier gedrukt, dan was de uitkomst misschien sp geweest en geen vvd. Het scheelde geen haar.

Dit onverantwoorde stemgedrag moesten we bij de echte, landelijke verkiezingen maar eens zien te voorkomen. Het werd tijd voor het opstellen van een persoonlijk kiezersprofiel. Opdat ik op 15 mei met vaste tred en met een vaststaand doel het stemlokaal zou betreden.

Maar ja, waardoor laat een dolende, voormalig linksstemmende, betrokken kiezer zijn stem bepalen? Niet alleen door een in grove lijnen vaststaand wereldbeeld. Je hebt te maken met de politici en de partijen die beschikbaar zijn, met de praktijk van alledag, met je omgeving, je vrienden, je familie, de discussies, de kroeggesprekken, de gebeurtenissen die indruk maken, je stemverleden, tv-uitzendingen, krantenberichten, je woonsituatie en nog een aantal andere triviale motieven.

Er zat dus niets anders op dan die fragmenten op een rijtje te zetten, in de hoop dat daarmee een richting werd aangegeven en, heel misschien, wel een concrete voorkeur uit voortvloeide. Maar dan nog. Je fiets zal maar gestolen worden, op de ochtend van de verkiezingsdag.

Het is een mooie zondag in maart en ik haal mijn vriendin over om een ns-wandeltocht te maken. 'Een ns-wandeltocht, dat kan alleen in Nederland', zegt ze. Mijn vriendin is Spaanse en in Spanje kun je gewoon met de auto door de natuur rijden. Om de Nederlandse natuur moet ze lachen. Ze zegt ook: 'Je bent hier nooit alleen.'

Dat is waar. Als we op station Driebergen-Zeist uitstappen, herkennen we de andere wandelaars direct; ze zien er een stuk professioneler uit dan wij. Eenmaal onderweg proberen we hen te ontlopen. Even expres treuzelen of juist de pas versnellen en dan weer de illusie: lekker in de natuur. In de tussentijd zien we wel roodborstjes, een zwarte specht en nog allerlei vogels die we niet kunnen thuisbrengen. Want ook dat is goed geregeld in Nederland. Halverwege de route drinken we koffie in hetzelfde etablissement als de anderen en eenmaal bij het eindpunt, ns-station Maarn, staan ze er allemaal weer, die aardige, voldane, blozende mensen. 'Hèhè, lekker gelopen.'

Op dat soort momenten denk ik: Nederland is tamelijk vol. In de stad heb ik dat zelden behalve als ik moet wachten op een parkeervergunning of op een tafeltje in een restaurant. Ik accepteer de drukte van de stad omdat ik weet dat ik naar buiten kan. Maar eenmaal buiten vind ik: het moet niet veel drukker worden.

Nu ben ik partijdig, want ik ben in theorie een nogal 'groene' stemmer. Ik ben voor het behoud van de nog bestaande 'natuur', ik ben voor het behoud van het agrarisch cultuurlandschap, ik vind de aanleg van de Betuwelijn een grove schande, evenals het kappen van oerbossen in Brazilië, ik ben voor productieverlaging en prijsverhoging in de landbouw, ik ben tegen flats voor koeien en tegen het volbouwen van weilanden met woningen.

In het verleden stemde ik wel GroenLinks, op Marijke Vos, het groene gezicht van de partij. Ik geloof dat ik het nu niet meer kan. De constructie GroenLinks klopt niet, dat is nu actueler en opzichtiger dan ooit: Groen zit Links in de weg, en andersom. GroenLinks vindt Nederland nog lang niet vol. De partij ontkent of ontloopt het verband tussen bevolkingsgroei en de toenemende druk op natuur en milieu. Dat is me te gemakkelijk. Het is eisen dat het zonnig is, ook al is het zwaar bewolkt.

Maar ja, in twee maanden kan nog veel gebeuren.

'Ik zou een standbeeld willen oprichten voor Pim Fortuyn', roept Henk en hij ontkurkt een nieuwe fles wijn. 'Trouwens, dat ga ik ook doen, want ik ga op hem stemmen.'

'Nou, nou', mompelt John.

Henk: 'Alleen al omdat hij twee van de drie thema's die de mensen echt bezighouden ter sprake heeft gebracht: de immigratie en de wao. Het derde thema, de aftrek van de hypotheekrente, daar hoor je niemand over.'

'Dat zou de pvda moeten inbrengen, maar daar zijn ze te laf voor', hoor ik mezelf zeggen.

Henk is, eenmaal op dreef, moeilijk te stoppen. 'En de bureaucratie, daar heeft Fortuyn ook een punt. Iedereen die werkt in de gezondheidszorg, in het onderwijs, bij de politie, heeft last van die laag van mensen in de vergadercultuur, die de mensen op de vloer alleen maar onzeker maakt.'

Ik doe verslag van een hilarisch stukje 'Professor Pim en de buitenlandse pers' dat ik net op televisie heb gezien. 'Tegen de bbc-verslaggever zei hij: "Als ik in de Kamer kom, dan koop ik zo'n Thatcher-tas, ik sla daarmee op tafel en ik eis mijn geld terug".'

Henk: 'Zo is het maar net. Luister jongens, het is heel simpel: ik verdien 7o.ooo gulden bruto, daar hou ik 45.000 van over. De rest gaat naar de belastingen. Van die belastingen wil ik dat er drie dingen goed geregeld worden: onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. Ik wil dus dat mijn kinderen, als ik die zou hebben, fatsoenlijk worden opgeleid, ik wil dat er een ambulance komt als ik een ongeluk krijg (Henk is net met zijn fiets tegen een openslaande autodeur gereden) en ik wil niet zomaar in elkaar geslagen worden (Henk is ooit door een groep Marokkanen aangevallen). Die drie dingen zijn dus niet goed geregeld. Dat hebben jullie linksen nooit willen zien.'

'Nou, nou', zegt John.

'Nou, nou', zeg ik.

'Twee Nijmeegse professoren hebben net een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat het oplossingspercentage van de politie van het Duitse Noord-Rijnland Westfalen meer dan drie keer hoger is dan dat van de Nederlandse politie. Het is een vergelijkbaar gebied en het korps heeft net zo veel mensen en middelen. Hoe kan dat? Heel simpel: daar is de verhouding politie op straat politie op kantoor 80-20, hier is het precies andersom, 20-80. Duidelijker kan een conclusie niet zijn. Maar heb ik daar iets over gelezen in jouw Volkskrant? Nee.'

'Ik heb het wel ergens gelezen', sputter ik tegen.

'Maar niet in de Volkskrant.'

John: 'Nou ja, het is geen complot, hoor.'

Ik: 'De pvda heeft het in ieder geval aan zichzelf te wijten dat ze in Rotterdam zijn weggevaagd door Pim Fortuyn. Als je als zelfbenoemde partij van het volk tot op de dag van de verkiezingen niet weet wat er onder je stadsbewoners leeft, dan verdien je te verliezen. Dan verdien je ook op 15 mei te verliezen.

'De pvda is dan zogenaamd de partij van de mondige burgers, maar dan wel totdat die mondige burgers dingen gaan vinden die ze onwelgevallig zijn. Dan hebben die mondige burgers opeens last van onderbuikgevoelens en zit de onveiligheid in hun hoofd. Het is zo dom'

John: 'Rustig, rustig.'

Ik: 'Trouwens, de zelfverrijking van de bovenlaag gaat gewoon door. Daar durven ze ook al niets van te zeggen.'

Henk: 'Oké jongen, drink je glas eens leeg, dan kan ik bijschenken. Het is duidelijk: Paars is gebaseerd op de afspraak tussen vvd en pvda: "Zeg jij niks van het graaien aan de bovenkant, dan zeg ik niks over het graaien aan de onderkant".'

John: 'Zet nou die tv eens harder. De tweede helft begint.'

De zwevende kiezer, dat was tot voor kort een overzichtelijke groep apolitieke Nederlanders die op de dag van de verkiezingen toch de maatschappelijke verantwoordelijkheid nam om te stemmen. d66 is er groot mee geworden. En ook weer klein.

Nieuw is de politiek betrokken, linkse zwevende kiezer, zoals Joost Zwagerman onlangs in NRC Handelsblad registreerde. Daar zijn er velen van, zo weet inmiddels iedereen. Gangbaar is het idee dat het zweven is begonnen met de opkomst van Leefbaar Nederland en Pim Fortuyn. Volgens mij is dat niet waar. Het geldt althans niet voor mij. Ik ben al zo'n vijf jaar zwevende. Dat heeft alles te maken met de pvda. Zonder in Duitse spreekwoorden te vervallen: ik ben boos op de partij waarbij ik me het meest betrokken voel. Hoe komt dat? De pvda is een partij zonder persoonlijkheid geworden. Een vriend meldt: 'Weet je wat de uitkomst was als je op alle vragen van de Stem wijzer op internet voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam 'ik weet het niet' antwoordde? Juist ja, pvda.'

In gesprekken, met vrienden die al hebben besloten om rechts te stemmen, verdedig ik de sociaal-democratie, niet de pvda. Ik zeg dat het dom is dat de pvda niet benadrukt dat het juist sociaal-democratisch is om mensen uit de wao en aan het werk te krijgen. Opdat zo veel mogelijk mensen zich nuttig voelen en de wao overeind blijft. En dat het juist sociaal-democratisch is dat je de integratie van allochtonen bevordert. Dat je best duidelijk mag maken: u hoort erbij, of u nu wilt of niet en dus moet u Nederlands leren. Een bekend verhaal eigenlijk, over rechten en plichten, over streng maar rechtvaardig.

De pvda wordt al jaren vergeefs gewaarschuwd door mensen uit eigen kring. Over de wao, over het multiculturele drama dat zich afspeelt in de grote steden, over de verwaarlozing van de publieke sector en het publieke domein. Maar pas nu, door Fortuyn, slaat Melkert plotseling harde taal uit over criminele recidivisten. Zover was de pvda nog lang niet bij het opstellen van het verkiezingsprogramma. Toen werden suggesties voor alleen maar een onderzoek naar geweldscriminaliteit nog weggewuifd.

Ik neem me dus voor om er vooralsnog niet in te trappen. Of, in de woorden van een zwaar door Gerard Reve geïnspireerde kennis: 'De pvda verdient straf. Billenkoek.'

Een gesprek in de keuken van mijn vriendin. Haar eveneens Spaanse bovenbuurvrouw Montse is op bezoek. Die vertelt dat haar zoontje deze week twee dagen naar huis is gestuurd, omdat de onderwijzeres ziek was. 'Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt.' Ze vindt het ook heel slecht dat haar zoontje in een klas zit met dertig kinderen. 'Eigenlijk heeft hij speciale aandacht nodig. Hiervoor heeft hij op een Montessorischool gezeten en veel achterstand opgelopen.'

Montse en Mara zijn verbijsterd over de kwaliteit, of beter, de ontoegankelijkheid en de onpersoonlijkheid van de gezondheidszorg in Nederland. Mara denkt er serieus over haar medischeen tandartszaken, voorzover mogelijk, weer in Spanje te regelen.

Sinds Mara in Amsterdam woont, drie jaar nu, heb ik de neiging om Nederland ook door haar ogen te bekijken. Ik zie haar goed opgeleide, Europese, goed Engels en inmiddels redelijk Nederlands sprekende vrouw worstelen met haar integratie. Ze vindt Neder landers (of beter: Amsterdammers) afwisselend bot, paternalistisch, oppervlakkig, arrogant, verwend en naïef en eerlijk. Ik vraag me met haar af hoe moeilijk, zo niet onmogelijk het is voor een niet goed opgeleide, niet Europese, geen Engels en Nederlands sprekende immigrant om in Nederland te integreren. Ik denk dat de moeilijkheid van immigratie zwaar onderschat wordt, zowel door de immigrant als door Nederland.

Mara vindt Pim Fortuyn een leuke man. Sinds Pim For tuyn begrijpt ze Nederland beter. Nederland wordt er in haar ogen een eormaler land van. Ze had zich altijd al verbaasd over het cultuurrelativisme in Nederland. Terwijl zij een aantal elementen van de Nederlandse cultuur nu juist zo bewondert. 'Je weet niet hoe geweldig het is dat je hier zonder connecties, op basis van je kwaliteiten, een baan kunt krijgen', zegt ze. Ze roemt het nagenoeg ontbreken van corruptie en van cliëntelisme, de eerlijkheid van het ambtelijke apparaat, de democratische gezindheid van de Neder lan ders, het feit dat Neder landers het verband zien tussen het betalen van belastingen en premies en de zorg voor zwakkeren, de euthanasiewetgeving, de homowetgeving, de diep verinnerlijkte com binatie van liberalisme en calvinisme Maar, zegt ze, Nederland heeft ook iets vermoeids. En iets verwends. Het lijkt wel alsof Nederlanders hun cultuur het koesteren niet waard te vinden. Met een mengeling van bewondering en onbegrip keek ze altijd naar de gelaten Neder land se houding jegens de opkomende vitale islamitische cultuur in Amsterdam. 'Dat zou in Spanje nooit mogelijk zijn', zei ze dan. Sinds Pim Fortuyn ziet ze dat Nederlanders toch meer op Spanjaarden lijken dan ze dacht.

We hebben het in haar keuken nog over de vele allochtone stemmers op Pim Fortuyn in Rotterdam. Het verbaast ons geen van drie en. Ook allochtonen hebben last van onveiligheid en van wachtlijsten in de zorg. De meesten zijn juist in Nederland omdat ze denken hier meer kans te hebben op een normaal, burgerlijk bestaan. Ze hebben er dus belang bij, is mijn conclusie, dat de Nederlandse cultuur overheersend blijft.

Ik geef mijn ogen de kost, mijn oren zijn gespitst, alles kan helpen bij het bepalen van mijn kiezersprofiel. Maar de input is groter dan mijn hoofd kan verwerken. Het begint alweer te tollen, van fragment naar fragment.

Femke Halsema van GroenLinks beantwoordt tien vragen in een tv-programma waarvan ik de naam vergeten ben. Terzake kundig, juridisch onderlegd, bevlogen zonder emotioneel te worden, legt ze uit waarom het onmenselijk is om mensen die al meer dan drie jaar wach ten op een uitspraak over hun asielaanvraag alsnog terug te sturen. Ze zegt: 'Op een gegeven moment moet een overheid de consequenties van haar eigen falen aanvaarden.' Ik kan er eerlijk gezegd geen speld tussen krijgen.

Ik zie beelden uit Jenin en Nablus, en nog meer beelden uit Israël en de Palestijnse gebieden. En ik denk: Sharon is ziek, wat doet Ne der land er eigenlijk toe, ik stem zo links mogelijk: sp.

Ik zie Marokkaanse jongens met hakenkruizen op de Dam en ik lees hoe er eentje roept: "Daar loopt een jood", waarna ze de achtervolging inzetten en de ruiten rinkelen in het 'joodse' hotel Kras napolsky. En ik vraag me af: welke partij stuurt deze jongens een paar jaartjes naar Marokko?

De 'onafhankelijke' pvda-denker Felix Rottenberg recenseert in Het Parool het televisiedebat Melkert-Fortuyn. Hij schildert Fortuyn af als een veredelde conferencier, Melkert is uiteraard de man van de inhoud en de dossierkennis. Rottenberg geeft hoog op van Melkert als hij 'aantoont' dat bluffer Fortuyn niet weet hoe groot de gemiddelde school is in Nederland. De waarheid blijkt later iets genuanceerder te liggen.

In genoemd debat gebruikt Melkert een debatingtruc uit de Mar cel van Dam-school. Fortuyn wil vanwege zijn kritiek op het ge doogbeleid en het poldermodel zeker terug naar de jaren vijftig, stelt de pvda. De pvda-leider toont daarmee aan dat hij jaren achterloopt bij de discussie. Die discussie gaat al een tijdje over hoe je de 'maatschappelijke cohesie', de burgerzin herstelt, zonder in de jaren vijftig uit te komen. Polemisch gesteld: hoe corrigeer je op een moderne manier het in de jaren zestig en zeventig ontstane levensgevoel dat iedereen het recht heeft om in de publieke ruimte 'uit zijn dak' te gaan, zonder zich te bekommeren om de anderen. Fortuyn heeft notie van die discussie, Balkenende weet er alles van, maar bij de pvda zien ze het nog niet. Dat is ook niet zo gek; als leden van de protestgeneratie hebben de huidige pvda-bestuurders de 'burgerlijkheid' ooit afgeschaft of tenminste van een negatieve lading voorzien. Het is lastig om dan jaren later een begrip als 'burgerzin' te omarmen.

Voetbalsupporters leggen het treinverkeer lam op station Utrecht en ik denk grimmig: wacht maar tot er een rechts kabinet komt.

In Rondom Tien mogen (potentiële) For tuyn-stemmers uit Rotterdam en Den Haag hun zegje doen. Een vrouw uit de Rotter dam se wijk Crooswijk beschrijft de verloedering van haar straat. Zij en andere buurtbewoners maken 's avonds geen gebruik meer van het openbaar vervoer, jongens uit de wijk schelden buurtbewoners uit en vernielen de in het kader van het 'opzoomeren' opgeknapte tuintjes en plantsoenen. 'Het meest frustrerende is', zegt ze, 'dat je de ouders niet kunt aanspreken op het gedrag van hun kinderen. Want de meesten spreken geen Nederlands. De communicatie in de wijk is weg.'

Sterkere voorbeelden vliegen over tafel. Opvallend is: dit zijn allemaal redelijke mensen die het niet in hun hoofd zouden halen om op iemand als Janmaat te stemmen. Het enige wat hun mankeert is dat ze zich bedreigd voelen in de meest fundamentele menselijke behoefte: je veilig voelen in je eigen huis, in je eigen straat, wijk, stad. Je mag hopen dat de sociaal-democratische kandidaat-Kamerleden en het orakel Marcel van Dam niet net op een andere zender aan het 'uitleggen' zijn dat alleen 'het gevoel van onveiligheid' is toegenomen.

Ik zie Pim Fortuyn hier en daar en overal en ik kan er niets aan doen maar ik moet om hem lachen en ik heb het idee dat het toch ergens over gaat. Meest gehoorde dooddoener jegens Fortuyn: hij heeft geen antwoorden. Nu staat zijn boek vol met soms tamelijk onzinnige antwoorden, maar afgezien daarvan geeft hij tenminste een richting aan. Dat is altijd nog interessanter dan zijn zittende collega's die niet verder komen dan 'tien miljoen hier erbij, tien miljoen daar eraf'.

Maar ik kan niet op Fortuyn stemmen. Want hij wil weilanden volbouwen met woningen, hij is fel anti-Palestijns, hij wil nog veel meer dingen die ik niet wil en hij heeft een kandidatenlijst die ik voor geen cent vertrouw. Het niod-rapport over Srebrenica komt uit, het kabinet valt. Voor alsnog heeft het weinig invloed op deze exercitie: het samenstellen van een persoonlijk kiezersprofiel. Hoogstens leert het me weer eens dat goede bedoelingen ook tot slechte resultaten kunnen leiden.

Naarmate de verkiezingen naderen, wordt om me heen de sfeer jegens Pim Fortuyn grimmiger en in de Volkskrant wordt de toon jegens de PvdA allengs milder. Van sommige hoofdredactionele commentaren begrijp ik niets meer. Wel vraag ik me af: waarom voel ik me zelf eigenlijk niet geroepen om links overeind te houden? Ben ik nog wel links genoeg? schreef Jan Blokker ooit. Ik hou me maar voor, dat het niet aan mij ligt dat ik allerlei sociaal-democratische beginselen eerder terugvindt bij het cda en bij de sp dan bij de pvda.

Het wordt tijd voor concretisering. Dan toch maar die stemwijzer (www.stemwijzer.nl) invullen. Velen gingen me voor. Het succes van de stem wijzer duidt erop dat de belangstelling voor politiek groter is dan ooit. Dankzij Fortuyn, dankzij de losgeslagen kiezers. Ach ter af lijkt het ongelooflijk dat Nederland het vier jaar geleden nog accepteerde dat de Paarse partijen de 'gevoelige' thema's immigratie, integratie, veiligheid en de wao, de thema's die de mensen echt interesseren, 'niet tot inzet van de verkiezingen' verklaarden, alleen maar omdat ze samen wilden doorregeren.

Mijn directe collega's hebben de dertig, soms wat discutabele vragen van de stemwijzer al ingevuld. De uitkomst: sp 3, cda 2, Groen Links 3, d66 1, Lijst Pim Fortuyn 1, pvda 2. Iedereen zegt erbij: 'Ik ben ook zwevend.' Ik onderdruk een hartgrondige vloek als ik mijn uitslag zie: ChristenUnie. Ik doe een nieuwe poging: ChristenUnie. Een week later beantwoord ik de vragen nog eens, nu echt geconcentreerd: ChristenUnie. Alleen plaats twee en drie, de sp en Lijst Pim Fortuyn verwisselen steeds van plaats.

De ChristenUnie dus. Terwijl die partij toch christelijk is en, om waar wat te noemen, tegen euthanasie is. Aan de andere kant: de ChristenUnie is op papier een uitermate groene partij. En niet per se links, zoals GroenLinks. Daar heeft die uitkomst mee te maken. Ik herinner me opeens dat een aantal groene, voormalig linkse intellectuelen Herman Vuijsje, Jaap Dirkmaat van Das en Boom al jaren pleiten voor een stem op de ChristenUnie. Het zijn ook degelijke, duidelijke politici, deze calvinisten. Maar ja, de ChristenUnie, stem je dat?

In het café met vrienden, allemaal linkse vrienden van tussen de 30 en 45. Melkert en De Graaf worden weggelachen, over Rosenmöller halen ze hun schouders op. Dijkstal kan op enige waardering rekenen. 'Die laat zich tenminste niet gek maken door Wiegel en andere populisten.' Ook Balkenende doet het goed. 'Intel li gente man.' En Pim Fortuyn is populair. Nee, erop stemmen doen ze niet, maar dat hij toch met minstens tien zetels in de Kamer moge komen.

Hoezo, linkse vrienden?

Paul Scheffer zeilt het café binnen. Scheffer is misschien wel de meest prominente zwevende linkse intellectueel. In nrc Handelsblad schreef hij vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen een pregnante analyse: De verloren jaren van Kok. 'Wie het populisme wil bestrijden', besloot hij, 'moet begrijpen waaruit het voortkomt, namelijk de verwaarlozing van het publieke domein. De politieke bewegingen die zich nu meester maken van dat onbehagen, zijn de mijne niet. Ik zou graag mijn stem willen uitbrengen, maar ben tot op heden door geen enkele partij overtuigd. Voorlopig blijf ik op 15 mei thuis.'

Scheffer krijgt een biertje en ik vraag of hij er nog steeds zo over denkt? 'Ik ben nog geen stap verder.' Al twintig jaar stemt hij pvda, maar dat is nu 'heel problematisch, zo niet onmogelijk' geworden. 'Dat gesteggel nu weer rondom het Screbrenica-rapport. Het kabinet treedt af en dan zegt de PvdA-fractie dat een debat niet meer nodig is. Dus wordt er geen verantwoording afgelegd, nog voor de verkiezingen. Dat kàn toch niet.'

'Ach', mompelt hij, 'misschien stem ik wel blanco. Ik zou op een individueel Kamerlid willen stemmen voor wie ik waardering heb. Ma rij ke Vos van GroenLinks of Henk Kamp van de vvd. Maar ja, dan krijg ik Rosenmöller of Dijkstal er gratis bij.' Of het cda dan geen optie is, voor een keer, vraag ik? 'Ja zeg, dat zou wat zijn, dat je na twintig jaar opeens op het cda moet stemmen. Maar het is waar: een aantal van de vragen die Balkenende opwerpt, zijn ook de mijne.'

Het finale oordeel moet komen. Misschien helpt het als ik kijk welk kabinet mijn voorkeur heeft. Er zijn eigenlijk maar twee mogelijkheden: een rechts kabinet (cda, vvd, Lijst Pim Fortuyn) of een links kabinet (cda, pvda,GroenLinks en mogelijk d66). Daar kan ik al niet tussen kiezen. Al geloof ik niet dat het land op dit moment vraagt om een links kabinet.

Ik laat het voorgaande lezen aan collega's. 'Je moet cda stemmen, dat is wel duidelijk', zegt de een. 'cda, Chris ten Unie of sp', smaalt een ander. Is er nog een uitvlucht? Een individueel Kamerlid met klasse. Ik kan er vier bedenken: Jan Marijnissen (sp), Marijke Vos (Groen Links), Henk Kamp (vvd), Van Middelkoop (ChristenUnie).

Met het pistool op de slaap kies ik: cda, Jan Peter Balkenende. Nog een keer het pistool op de slaap: sp, Jan Marijnissen. Het cda, de sp, vier jaar geleden waren dat de allerlaatste partijen waarop ik zou hebben gestemd. Eén troost: dit verhaal moest op 24 april af zijn. Nog drie weken tot de verkiezingen. Balkenende en Marijnissen kunnen nog hele rare dingen gaan doen.

En misschien fiets ik op weg naar het stembureau wel tegen een openslaande autodeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden