Het is lente in Libanon

Nu de democratisering in Irak verloopt met geweld en chaos, is een ander Arabisch voorbeeldland nodig...

'Gisteren Oekraïne, vandaag Libanon, morgen Syrië.' 'De Ceder-revolutie is geboren.' 'De wind van de democratie waait door het Midden-Oosten en door de takken van de eeuwenoude cederbomen.' Zulke gloedvolle slogans beschrijven de gebeurtenissen in Libanon. Zijn ze terecht?

De volksopstand in Libanon wordt opeens gezien als het bewijs voor het domino-effect na de Irak-oorlog, zoals de Verenigde Staten hadden voorspeld. Andere vallende dominostenen zijn dan de eerste gemeenteraadsverkiezingen in heel Saudi-Arabië en de Egyptische grondwetswijziging die tegenkandidaten bij de presidentsverkiezing toestaat.

Het is niet zo dat we ons plotseling in een sprookjes-Midden-Oosten bevinden, maar toch ontwaakt een slapende reus. De Arabische Wereld, waar alles zo muurvast zat, lijkt langzaam in beweging te komen.

Had George W. Bush dan toch gelijk, vragen meer en meer mensen zich plotseling af. Dat is een moeilijke vraag om je te stellen, laat staan om te beantwoorden. Al helemaal voor al diegenen die tegen de oorlog in Irak waren en die waarschuwden dat duizenden Bin Ladens zouden opstaan uit de puinhopen van Bagdad. Het Midden-Oosten is een regio waar de VS altijd als fout worden gezien, zelfs als de Amerikanen gelijk hebben. Maar hoe vaak heb ik de laatste tijd niet mensen, haast beschaamd, tegen me horen fluisteren dat zonder de oorlog in Irak en de afzetting van Saddam Hussein de Arabische wereld in een uitzichtloos coma was gebleven?

Maar toch: heeft de oorlog werkelijk de beoogde bijeffecten veroorzaakt?

De regering-Bush voorzag de problemen waartegen ze in Irak zijn opgelopen helemaal niet. Dus de ontwikkelingen zijn niet bepaald het gevolg van een zorgvuldig uitgestippelde strategie. Er kan geen sprake zijn van een domino-effect van democratisering omdat er nog geen echte democratie in Irak bestaat.

Integendeel, daar is het nog van ver van verwijderd. Geweld blijft deel van het dagelijks leven, soldaten sterven er nog elke dag, vuurgevechten woeden in Bagdad en de politieke wederopbouw is verre van volmaakt. Niet verbazingwekkend, na dertig jaar dictatuur, drie oorlogen en meer dan tien jaar van sancties. Maar niemand kan ontkennen dat de oorlog in Irak een diepgaande uitwerking heeft op het hele Midden-Oosten. De juiste vraag om te stellen is niet of Bush toch gelijk had, maar of hij onvoorzien een reeks gebeurtenissen in gang heeft gezet.

Zij die uit zijn op verandering in de regio kijken zeker niet naar Irak als voorbeeld. Voorstanders van hervormingen worden nog heftiger onder vuur genomen, door hun tegenstanders die de roep om meer politieke vrijheid meer dan ooit zien als een kwaadaardig Amerikaans-Israëlisch plan om de regio in hun macht te krijgen. Het anti-Amerikaanse kamp veroordeelt de hervormers als agenten van het Westen, of zelfs als naïevelingen die worden gebruikt door de grootmachten.

Deze tegenstelling is er altijd geweest. Er zijn altijd Amerikaans-en westersgezinde partijen, denkers en bewegingen geweest in het Midden-Oosten. Maar er zijn twee dingen veranderd. Ten eerste beginnen sommige van de meest virulente tegenstanders van Amerika te twijfelen. Ze kunnen niet ontkennen dat er na de Irak-oorlog een opmerkelijke en onverwachte opleving is van volksbewegingen.

Neem Walid Jumblatt, Libanees politicus, Druzenleider, ex-krijgsheer, hoofd van de Progressieve Socialistische Partij, een bondgenoot tegen wil en dank van de Syriërs. Toen in november 2003 de Amerikaanse onderminister Wolfowitz ternauwernood aan een bomaanslag in Bagdad was ontsnapt, verklaarde Jumblatt: 'We hopen dat de raketten de volgende keer beter gericht zijn om ons te verlossen van het virus dat verloedering brengt in de Arabische landen.' En dit zegt Jumblatt tegenwoordig: 'Het is vreemd voor mij om het te zeggen, maar dit veranderingsproces is in gang gezet door de Amerikaanse invasie in Irak. Ik was cynisch over Irak. Maar toen ik het Iraakse volk zag stemmen, acht miljoen van hen, zag ik het begin van een nieuwe Arabische wereld. Het Syrische volk, het Egyptische volk, ze zeggen allemaal dat er iets verandert. De Berlijnse Muur is gevallen. We kunnen het zien.'

Het is waar, Jumblatt heeft vaak zijn mening herzien, maar in deze cruciale fase zit hij stevig in het kamp van de hervormers, samen met honderdduizenden Libanese burgers die voelen dat dit het moment is waarop een echte doorbraak mogelijk is.

Dat is de tweede grote verandering. Het is het zichtbaarst in Libanon: de roep om verandering komt uit de bevolking, niet van legers of militanten, zoals gebruikelijk in het Midden-Oosten.

Daarom draaien hier niet alle gesprekken om de handel en wandel van Amerika. De Libanezen maken zich niet zo druk om de vraag of de Amerikaanse neocons gelijk hadden of niet. Voor hen gaat het om de vraag of zij gelijk hadden in hun geloof dat hun land een toekomst heeft in vrijheid, los van Syrië.

De afgelopen jaren gleed dit kleine land -nog steeds het land met de meeste vrijheid in het Midden-Oosten -af naar een autoritaire staat. Onder president Emile Lahoud, een oud-generaal, nam de invloed van de geheime dienst op alle aspecten van het dagelijks leven toe. De economie van het eens door burgeroorlog geteisterde land stagneerde. Dit alles met instemming en medewerking van Syrië en de duizenden Syrische soldaten gelegerd in Libanon.

De Libanezen hebben sinds de burgeroorlog vijftien jaar in vrede geleefd, in een illusie van vrijheid, terwijl ze hun levens hernamen, ondernemingen begonnen en de politiek vergaten.

Die illusie was mogelijk dankzij de vrije pers, de markteconomie, de liberale levensstijl, waardoor Libanon altijd een buitenbeentje was in het Midden-Oosten.

Maar het begon langzaam tot de Libanezen door te dringen dat de politieke toestand niet houdbaar was. Ze zagen hun land veranderen in een tweede Syrië. De grote klap voor het geloof van de Libanezen dat zij anders waren dan de rest van de Arabische wereld, kwam in september vorig jaar, toen het mandaat van de president onder grote Syrische druk werd verlengd. Niemand wilde dat Lahoud, 'Syrischer dan de Syriërs', zou aanblijven. Burgers en politici waren razend.

Het was de reden voor de premier, Rafik Hariri, om op te stappen. Maar eerst had hij, door de Syriërs gedwongen, Lahouds herbenoeming mede mogelijk gemaakt. In de zomer was hij in Damascus ontboden. Het gesprek met de Syrische president Bashar al-Assad duurde twintig minuten. Terug in Beiroet tekende Hariri de grondwetswijziging die het mogelijk moest maken dat zijn rivaal Lahoud nog drie jaar de macht zou houden.

Vorige maand werd de inmiddels ex-premier Hariri gedood bij een bomaanslag. Het was het sein voor een groot volksprotest, wat de moordenaars van Hariri waarschijnlijk niet hadden verwacht. De regering zwichtte en is nu demissionair. Syrië beloofde haar in Libanon gelegerde eenheden terug te zullen trekken. Er heerst onzekerheid over de positie van president Lahoud en over de termijn waarbinnen alle Syrische eenheden weg zullen zijn.

De verwachting van Hariri's moordenaars was waarschijnlijk geweest dat de moord de Libanezen tot eeuwige onderwerping aan Syrië zou brengen. Fout gedacht. Een filmpje op Future Television, de tv-zender van Hariri, geeft de sfeer helemaal weer. Er is een grote emmer te zien, beschilderd met een Libanese vlag, waarin water druppelt. Bij een druppel begint de emmer over te lopen. De maat is vol.

Geen Libanees vraagt zich af tot wie het dreigement is gericht. Of Syrië nu werkelijk achter de moord op Hariri zit of niet doet er weinig toe, Syrië draagt de schuld voor de situatie in Libanon. Er is zeker geen sprake van een eensgezinde roep om het vertrek van Syrië uit Libanon, Damascus heeft nog steeds veel vrienden en aanhangers in het buurland, maar er is een algemeen gevoelen dat verandering in de lucht hangt. Zeker nadat vorige week ruim een miljoen mensen de straat op gingen om hervormingen te eisen.

De gebeurtenissen in Libanon hebben zonder twijfel te maken met het veranderende politieke klimaat in het hele Midden-Oosten. Syrië staat onder grote druk als gevolg van de Irak-oorlog. Dat geeft de Libanezen nu moed om tegen Damascus in opstand te komen. Als Hariri een paar jaar geleden was vermoord, zou de misdaad veel minder hebben losgemaakt. Veel Libanezen maken zich toch zorgen over de waarde van de Amerikaanse steun. Nu komt het de VS goed uit dat in Libanon de bevolking zich roert, maar wat als Washington tot een vergelijk met Syrië komt? Als Syrië opeens nuttig wordt voor de VS?

De laatste keer dat het Libanese leger in opstand kwam tegen de Syrische eenheden in haar land was in 1990. Het leek aanvankelijk dat de opstand internationaal steun zou krijgen, maar toen viel Saddam Hussein Koeweit binnen en werd Syrië een bondgenoot van de Amerikanen in de strijd tegen Irak in de Eerste Golfoorlog. Als beloning mocht het Syrische leger met grof geweld de opstand in Libanon neerslaan.

De angst voor een herhaling is begrijpelijk, maar de situatie is nu wezenlijk anders. Tot voor kort dachten de leiders in Damascus dat ze wel verlost konden worden van de Amerikaanse politieke druk door wat toezeggingen te doen in de kwestie-Irak of in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dan zouden ze de vrije hand in Libanon houden. Uit alles blijkt dat het zo niet meer gaat, maar dat lijkt Damascus nog steeds niet goed te begrijpen.

Een paar maanden voor Hariri's dood vertelden enkele van zijn medewerkers dat Hariri ervan uitging dat de internationale gemeenschap nauw zou opletten bij de Libanese parlementsverkiezingen van mei dit jaar. Volgens hem was er de VS veel aan gelegen dat die 'werkelijk democratisch' zouden verlopen, anders en beter dan die in Irak of die in de Palestijnse gebieden. Hariri dacht dat de aanwezigheid van Syrische legereenheden in Libanon niet paste in het beeld dat de Amerikanen graag zien van een 'vrij en democratisch Midden-Oosten', waarvan Libanon het voorbeeld zou kunnen zijn. Hij had besloten dit gegeven tot zijn voordeel te gebruiken.

Zijn medestanders gaan door op het door Hariri ingeslagen pad. Ze weten nu zeker dat Syrië onder grote Amerikaanse druk staat, bovendien is na Harirís dood werkelijk gebleken

dat de hervormers een zeer grote achterban in hebben, een nationale beweging die actie is gekomen.

Het valt moeilijk te voorspellen hoeveel kans die Libanese beweging zou hebben zonder de morele steun van Washington, mochten de VS door Syrië tevreden worden gesteld. Die vrees blijft. Zelfs mét steun uit het Westen kan de strijd voor vrijheid in Libanon nog gewelddadig en bloedig worden, want de Libanezen geloven niet dat Syrië zonder slag of stoot het veld zal ruimen. Er zijn al bommen ontploft in christelijke wijken en streken, ook deze week weer, naar wordt aangenomen het werk van milities die Syrië trouw blijven. Daardoor neemt de spanning toe. Het kan allemaal nog steeds verschrikkelijk misgaan en tot een nieuwe burgeroorlog leiden. Er heerst in Libanon het sterke gevoel dat het erop of eronder is. Mensen zwaaien met hun ene hand met de Libanese vlag en met de andere houden ze een koffer vast, klaar om naar het buitenland te vluchten.

De uitkomst van de confrontatie zal een diepe invloed hebben op het hele Midden-Oosten. Libanon is altijd gezien als een buitenbeentje in het Midden-Oosten, vanwege de etnische en religieuze diversiteit en een bruisende burgergemeenschap, die elders in de Arabische Wereld niet is te vinden. Vanaf april 2003 keken veel Arabieren verwachtingsvol naar Irak en zagen verandering gepaard gaan met chaos, de val van een dictator met de komst van autobommen. Ze zagen verkiezingen in een door de VS bezet land. Hun verlangen naar vrijheid werd gesmoord in de angst voor de ineenstorting van hun land.

Voor de rest van de wereld is het interessant wat er nu in Libanon gebeurt, maar voor vrijheidslievende burgers in de Arabische Wereld staat er veel meer op het spel: hun hoop op de toekomst. Ze kijken in spanning toe of Libanon het voorbeeld wordt van politieke verandering, hervorming en democratisering, zonder militaire interventie van buitenaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.