'Het is irreëel te geloven in eeuwige vrede'

De Britse filosoof John Gray vindt zichzelf slechts een realist in een wereld vol slecht nadenkende optimisten. 'Ik geloof wel degelijk in vooruitgang. Wetenschappelijke vooruitgang lijkt me zelfs onomkeerbaar.'

Zo leuk is het eeuwige leven niet, zegt de Britse filosoof John Gray (63). In de christelijke versie van het hiernamaals dolen onze zielen eeuwig rond, geschoond van jaloezie, agressie en alle andere nare menselijke trekjes die met ons aardse lichaam zijn gestorven. Een saaie, steriele plek.


Niets lijkt Gray zo onaantrekkelijk als nooit te mogen sterven. Voor hem telt slechts het aardse leven. En dat wil hij kunnen beëindigen op het moment dat hij zelf kiest. Hij is een voorstander van hulp bij zelfdoding, ook voor mensen die 'klaar' zijn met het leven. 'In een samenleving die van keuzevrijheid een fetisj maakt, zou je deze essentiële keuze aan iedereen moeten gunnen', zegt Gray, die onlangs in Amsterdam was voor de promotie van zijn nieuwe boek, Het Onsterfelijkheidscomité.


John Gray is een populair filosoof vanwege zijn meeslepende, literair geformuleerde kritiek op het menselijke maakbaarheidsgeloof. Een typische Engelsman, die zo vriendelijk en charmant over de ondergang van de mensheid kan vertellen dat je het vooruitzicht bijna prettig gaat vinden. Maar Gray is ook een denker die velen irriteert, vanwege zijn sombere kijk op de wereld. In een van zijn boeken, Straw Dogs, vergelijkt hij de mens met een stropop uit een taoïstisch ritueel, die eerst wordt vereerd en vervolgens vertrapt en verbrand. Precies zo zal het de mens vergaan, aldus Gray. Hij waant zich een master of the universe, maar zal ooit ondervinden dat hij helemaal niets voorstelt in de kosmos. Ook in zijn nieuwe boek voorspelt Gray weer dat de aarde ooit haar natuurlijke evenwicht zal herstellen, zonder enige consideratie met de mens.


Gray ontkent echter stellig dat hij een pessimist is. Hij vindt zichzelf slechts een realist in een wereld vol slecht nadenkende optimisten. 'Ik geloof wel degelijk in vooruitgang. Wetenschappelijke vooruitgang lijkt me zelfs onomkeerbaar. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat onze wetenschappelijke kennis verloren gaat, zelfs niet als de mensheid door een grote ramp wordt getroffen. Ook op het gebied van de beschaving zie ik vooruitgang. Ik ben geen relativist. De slavernij is afgeschaft, we martelen niet meer. Alleen: vooruitgang in beschaving is wel degelijk omkeerbaar. In een paar jaar - in een paar maanden zelfs - kun je van beschaving naar barbarij gaan. In het Europa van de 20ste eeuw is dat meer dan eens gebeurd.'


Dat is een nuchtere constatering. Maar uw toon is vaak apocalyptisch.


'Nooit! Onzin!'


U lijkt met een zekere lust te beschrijven hoe de aarde haar rekening met de mens zal vereffenen.


'Maar dat is normaal! In de geschiedenis van de planeet zijn er meer episoden van opwarming geweest. Letterlijk betekent de apocalyps dat de geschiedenis eindigt. Ik probeer te laten zien dat de geschiedenis altijd doorgaat, met oorlogen, etnische conflicten, economische crises, milieucrises. Die terugkerende crises zijn een normaal verschijnsel.


'Het is irreëel te geloven in een welvaartshausse die honderd jaar aanhoudt, of in eeuwigdurende vrede. Ik geloof overigens niet in een herhaling van de grote industriële oorlogen van de 20ste eeuw. Maar er zullen kleinere oorlogen zijn, bijvoorbeeld om schaarse grondstoffen. Olie speelde een rol in Irak, en nu in Libië. Ik probeer mensen op die werkelijkheid te wijzen. Dat is overigens onmogelijk, dat besef ik wel. Ik maak me geen enkele illusie over de diepte van de menselijke irrationaliteit.'


U zegt dat de wetenschap onoplosbare problemen creëert, zoals een bevolkingsgroei die de spankracht van de aarde te boven gaat. In zijn boek The Rational Optimist laat de bioloog Matt Ridley zien dat er al heel vaak onheilsprofeten zijn geweest die de ondergang van de mensheid hebben voorspeld.


'Het verschil tussen Ridley en mij zit in onze kijk op Malthus. Malthus voorspelde in de 18de eeuw dat de aarde niet in staat zou zijn een groeiende bevolking te voeden. Tot nu toe heeft hij ongelijk gekregen. Maar ik verwacht dat hij uiteindelijk gelijk zal krijgen, via een omweg. De intensieve landbouw is gebaseerd op goedkope olie. En goedkope olie raakt op.'


Maar als de nood aan de man komt, bedenkt de mens vaak iets nieuws.


'Misschien. Ik ben ook niet tegen genetisch gemodificeerd voedsel. Daarin verschil ik van mening met 'de groenen'. Als je de volgende twee miljard mensen op aarde wilt voeden, heb je nieuwe technologieën nodig. Ik ben ook altijd voor kernenergie geweest, nog steeds.'


Bewijst de ramp in Fukushima niet uw stelling dat de wetenschap onbeheersbare risico's creëert?


'De ramp in Japan is verschrikkelijk. Maar er sterven meer mensen in de kolenmijnbouw of bij de aanleg van gigantische dammen voor hydro-elektrische energie. Ik ben echter een realist: er zal geen nucleaire renaissance plaats vinden. Het heeft geen zin om tegen mensen te zeggen: ach, de geologie van Japan is heel anders en onze nieuwe kerncentrales zijn veel veiliger. Een rationalist als Ridley denkt misschien dat je mensen op die manier kunt overtuigen. Maar de impact van zo'n ramp op de menselijke psyche is te groot.


'Helaas zal deze ramp niet leiden tot een enorme investering in groene energie, maar tot een terugkeer naar de meest vervuilende fossiele brandstoffen, zoals steenkool. Daardoor zal de aarde nog sneller opwarmen. Ik geloof dat de ramp in Fukushima iets anders bewijst: door menselijk ingrijpen leidt de ene ramp tot de andere.'


Het Onsterfelijkheidscomité gaat over de strijd tegen de dood. De mens wil de dood graag overwinnen. Niet alleen omdat de dood angst inboezemt, maar ook omdat de mens de wereld aan zich wil onderwerpen. De dood is de ultieme provocatie van die wil, aldus Gray. Voorbij de dood heeft de menselijke wil niets meer te zeggen.


In zijn nieuwe boek vertelt Gray twee verhalen over mensen die de dood proberen te verslaan, Engelse spiritisten en Sovjet-Russische 'Godenbouwers'. Rond 1900 was spiritisme geen tijdverdrijf voor bevattelijke tieners, maar een hoogst serieuze aangelegenheid waaraan de grootste geesten deelnamen. De Britse Society for Psychical Research probeerde het wetenschappelijk bewijs voor een leven na de dood te vinden, door contact te leggen met gene zijde. Tot de leden hoorden de filosofen William James en Henri Bergson, vooraanstaande natuurkundigen onder wie een Nobelprijswinnaar, en de politici Balfour en Gladstone, die het tot minister-president zouden schoppen.


Hun spiritisme was een antwoord op de schok die de evolutieleer van Darwin veroorzaakt. In dat kale, materialistische wereldbeeld is de mens een sterfelijk dier, net als alle andere soorten. Veel 19de-eeuwers konden dat nauwelijks verkroppen, ook omdat het verlies van dierbaren door ziekte veel gewoner was dan tegenwoordig. Anderen, zoals de filosoof Henry Sidgwick, vreesden het ergste voor de aardse moraal, als mensen niet meer bang waren dat zij in de hel hun openstaande rekeningen moesten betalen. De Engelse spiritisten waren echter kinderen van hun tijd. Anders dan hun voorouders konden zij niet meer simpelweg in een hiernamaals geloven. Zij wilden wetenschappelijke bewijzen zien. Daartoe analyseerden zij de boodschappen die mediums uit het hiernamaals zouden doorkrijgen. Maar hoelang zij hun warrige en duistere boodschappen ook bestudeerden, een bewijs voor een leven na de dood viel er niet uit te destilleren.


De Russische 'Godbouwers' gingen nog een stapje verder. Zij geloofden dat de wetenschap ooit de fysieke dood zou kunnen overwinnen. Het balsemen van Lenins lijk was een eerste stapje. Maar ook zijn kwamen nooit verder dan de levenloze pop die nu al 87 jaar buitengewoon dood in zijn mausoleum in Moskou ligt.


De moraal van deze twee verhalen is karakteristiek voor Gray. De mens heeft een overspannen vertrouwen in zijn mogelijkheden de wereld aan zich te onderwerpen. Het leven zal altijd pijnlijk zijn, vol toeval en onverwachte ellende. Ook de wetenschap zal de mens niet van dit lot verlossen. Wetenschap lost problemen op, maar creëert op haar beurt problemen die niet meer oplosbaar zijn.


De wetenschap heeft ons massavernietigingswapens gegeven die steeds breder verspreid worden. De wetenschap maakte een enorme bevolkingsgroei mogelijk, maar de aarde zal die mensen op den duur niet meer kunnen voeden.


De periode rond 1900 was een tijd van grote uitvindingen: elektriciteit, stoomschip, telefoon, auto, vliegtuig. Is het spiritisme dan geen marginaal verschijnsel?


'Nee, het spiritisme was niet marginaal. Wat wij meestal voorgeschoteld krijgen als ideeëngeschiedenis is een opgeschoonde versie. De geschiedenis wordt voorgesteld als een rechte lijn van intellectuele vooruitgang, die culmineert in ons. Wij zijn de belichaming van de rede. Wij hebben alle idiote ideeën achter ons gelaten. Dat is een waandenkbeeld.


'De geschiedenis zit vol gekke, onhoudbare ideeën die op het moment zelf zeer serieus werden genomen. Rond 1900 was spiritisme een respectabele vorm van wetenschappelijk onderzoek. Later is dat allemaal weggepoetst, omdat men het pijnlijk vond. Over de filosoof Henry Sidgwick zijn een aantal goede studies verschenen. Zijn spiritistisch onderzoek wordt helemaal niet genoemd, hooguit in een voetnoot of een alinea. Terwijl het absoluut centraal stond in zijn eigen leven. Terwijl het zoeken naar bewijzen van leven na de dood absoluut centraal stond in zijn leven. Toen hij vlak voor zijn dood terugkeek, betreurde hij dat hij zoveel jaren had verspild aan deze zoektocht.


'De doorsnee ideeëngeschiedenis is niet alleen onjuist, maar ook misleidend. Ze laat ons de illusie koesteren dat wij volstrekt redelijk zijn. Maar natuurlijk hebben wij ook idiote ideeën.'


Wat is een hedendaags waandenkbeeld? Of kun je dat pas achteraf vaststellen?


'Het duidelijkste hedendaagse voorbeeld is de economische wetenschap. De financiële crisis heeft aangetoond dat de economie een pseudowetenschap is. Ze pretendeert exactheid, waardoor individuele mensen, maar overheden, bedrijven en banken geloven dat ze risico's kunnen beheersen. Dat is onzin, schreef ik al mijn boek False Dawn uit 1996, dat destijds werd bekritiseerd als een zeer extreme en apocalyptische visie op de economie.


'Toen de Britse koningin na de crisis de London School of Economics bezocht, vroeg: waarom waarschuwde niemand ons? Diepe, pijnlijke stilte. Een paar economen hebben gewaarschuwd, maar de grote meerderheid van de professie geloofde niet eens dat zo'n crisis mogelijk was.


'Natuurlijk zijn er best economische waarheden. Bijvoorbeeld: als je prijzen kunstmatig laag houdt, zal er een zwarte markt ontstaan. Maar economen pretendeerden dat hun wetenschap een technologie van risicomanagement had ontwikkeld waardoor onzekerheid overwonnen kon worden. Daardoor zou orde ontstaan, of in elk geval de voorwaarden waaronder orde spontaan zou opkomen. Dat is allemaal utter nonsense.


'Het geloof in de rationele controle van risico's werd al in de 17de eeuw ondermijnd door Pascal, de Franse religieuze denker en wiskundige. Hij zei: 'Is het waarschijnlijk dat waarschijnlijkheid zal leiden tot zekerheid?' Is dat niet prachtig? We weten gewoon niet hoe hoog de rente over vijf jaar zal zijn, en evenmin of het oorlog of vrede zal zijn.'


Vrijemarktdenkers vergelijken de samenleving met de biologie. Als je de krachten van de vrije markt hun gang laat gaan, komt het best denkbare resultaat vanzelf bovendrijven.


'Dat is een fundamentele vergissing. Op het gebied van menselijke instituties zijn er geen mechanismen die lijken op de evolutie in de biologie. Wat vrijemarktdenkers bijvoorbeeld negeren: de snelste, grootste en meest langdurige groei van de afgelopen decennia vindt plaats in China. Dat gebeurde niet door evolutie, niet door de langzame opkomst van de markt. De groei werd veroorzaakt door een bewuste beslissing van een communistische dictatuur. Deng Xiao Ping zei: laten we rijk worden. Hij had ook voor het isolement kunnen kiezen, zoals Noord-Korea.


'Zelf heb ik Friedrich Hayek, de grote denker van de vrije markt, tamelijk goed gekend. Hij was toen al wat ouder en werkte aan een theorie over de natuurlijke verschillen tussen religies. Het uitgangspunt was interessant. Op enig moment in de geschiedenis heb je honderden cultussen. Waarom blijven er maar vijf of zes over? Volgens Hayek gebeurde dat in een soort darwinistisch proces. De religies die privébezit en een hoog kindertal bevorderen blijven over. Ik vond het totaal onzinnig, en dat heb ik ook gezegd, zij het in wat vriendelijker bewoordingen.


'In Iran sterft de Baha'i-religie niet uit door een soort natuurlijke selectie, maar door vervolging. Het lamaïsme in Tibet en Mongolië neemt af door massamoord. Het christendom triomfeerde in Europa omdat het werd geadopteerd door het Romeinse Rijk. Als een of twee keizers iets anders hadden beslist, waren we nu misschien mithraïsten. Als de islam verder was gekomen dan de poorten van Wenen, was het ook heel anders gelopen.'


'Zulke factoren bepalen voor een belangrijk deel de geschiedenis: macht, toeval, geluk. Wie dat miskent, en gelooft dat de geschiedenis zich in een spontaan evolutionair proces voltrekt, stelt macht aan recht gelijk. Might is right. Je ziet een nieuwe trend, en je denkt: dit is de volgende fase in de evolutie, het heeft geen zin om je daartegen te verzetten.'


April is de Maand van de Filosofie, met als thema 'het echte leven'. In het Vervolg interviewen Peter Giesen en Wilma de Rek deze maand een aantal filosofen. Vandaag is dat de Engelsman John Gray (1948). Gray was hoogleraar in Oxford en aan de London School of Economics. Hij is een scherp criticus van elke vorm van maakbaarheidsgeloof, van het socialisme tot het neoconservatisme van George W. Bush. Gray staat bekend om zijn pessimistische mensbeeld, dat hij zelf liever realistisch noemt. De mens is een dier dat evenmin controle heeft over zijn leven als andere dieren, vindt hij. Zijn laatste boek is het recent verschenen Het Onsterfelijkheidscomité. (uitgeverij Ambo Anthos, € 24,95).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.