'Het is, hoe noem je dat, emotioneel'

'Alleen maar nette mensen', de succesvolle debuutroman van Robert Vuijsje wordt verfilmd. De auteur zelf speelt in de film een bescheiden rol. En vertelt hier hoe het allemaal voelt.

We spelen twee latino gangsters, Poal Cairo en ik. Poal is een Surinaams-Amerikaanse indiaan die vechtsportexpert is en eruit ziet alsof hij meedoet aan de film Scarface. En ik - nou ja, vanavond zie ik er ook uit als een latino gangster. Het is even iets anders dan een Jood uit Amsterdam Oud-Zuid, maar je bent acteur of je bent het niet.


Poal en ik zitten in een ouwe Opel Astra naast een parkeergarage bij Kraaiennest in Amsterdam-Zuidoost. Het is bijna middernacht, donker op straat, boven ons raast een metro voorbij. Het is net echt. Poal en ik spelen twee snorders, zoals ze taxichauffeurs noemen in dit deel van de stad. We pikken David Samuels, gespeeld door Geza Weisz, op met de snordertaxi en trappen hem helemaal in elkaar - niet dat het de bedoeling is dat ik iets verklap over de scène.


Hoe het voelde om David Samuels, de semi-autobiografische hoofdrolspeler uit mijn debuutroman Alleen maar nette mensen, helemaal in elkaar te trappen, daar kom ik zo op terug. Het is een cliffhanger, zoals ze dat in de showbizz noemen. Eerst naar het begin, zes weken eerder.


Jeroen Krabbé zwaait naar me van achter het raam. Hij lacht. Zo ziet mijn leven er nu uit. Jeroen, zoals ik hem sinds vandaag noem, wilde met me afspreken bij café Wildschut in Amsterdam. In de film speelt hij de vader van David. Jeroen vraagt me naar de overeenkomsten tussen mijn eigen vader en de vader uit het boek, we filosoferen over zijn rol en hij vraagt of ik naar de set kom. Toen Jeroen in De vierde man speelde, naar het boek van Gerard Reve, lukte het hem niet om te spelen terwijl Reve en Matroos Vos naar hem keken. Ik wil aan Jeroen vragen of ik hem mijn filmvader mag noemen, maar ik durf het niet. Wanneer ik thuiskom, vraagt mijn beste vriendin, laten we haar Antoinnette noemen, of Jeroen in het echt net zo ijdel is als hij op de televisie lijkt. Ik vraag of ze niet op die toon over Jeroen wil spreken. Antoinnette zegt dat ik 'one of them' ben geworden.


Twee dagen later. Op het terras van het Amsterdamse College Hotel poseer ik voor Edwin Smulders, de fotograaf van weekblad Story. Daarna denk ik: ik poseerde voor Edwin Smulders? Op de persdag wordt de cast van de film gepresenteerd aan de media. Jeroen is er, en Annet Malherbe. Toen mij ooit werd gevraagd wie de ouders moesten spelen, zei ik: Jeroen Krabbé en Annet Malherbe natuurlijk.


Welke jonge zwarte actrices al die vrouwenrollen moesten spelen, dat wist ik niet. In Nederland zijn bijna geen jonge zwarte actrices bekend bij een groot publiek, dus ook niet bij mij. Hier lopen er een stuk of acht rond. Ze waren actrice, of zangeres in The Voice of Holland, of ze werden gescout in de discotheek. Ik vind het mooi om er zoveel bij elkaar te zien, en niet alleen omdat ze zijn geselecteerd met als criterium: wat ik aantrekkelijk vind. Een paar actrices vragen of hun borsten en billen groot genoeg zijn voor mij.


In een hotelkamer zit ik te chillen, zoals de jongeren dat noemen, met de hoofdrolspeler en zijn filmvriendinnetje. Ze dragen allebei badjassen. Imanuelle Grives speelt Rowanda Pengel. Inmiddels noem ik haar Ima. Voor haar rol is ze 15 kilo aangekomen sinds ik haar voor het eerst ontmoette. Het resultaat is indrukwekkend. Geza zegt dat hij speciaal voor zijn rol 15 centimeter is gekrompen. De beroemde rapper Negativ is ook acteur. Hij speelt Ryan. Nega, zoals ik hem mag noemen, vraagt me hoe het zit met de chickies uit het boek, hoe kom ik aan al die kennis? Ik vertel hem hoe het zit met de chickies.


Het plan is dat ik de hoofdrolspelers voorstel aan de media. Ze symbolisch overdraag aan regisseur Lodewijk Crijns. Lo voor intimi. Ik sta aan de bar met Jeroen en Annet. Door het raam kunnen we buiten de media zien. Er staan cameraploegen, fotografen en verslaggevers. Het zijn er meer dan vijftig. Ik moet zo met een microfoon in mijn hand de mensen toespreken. Jeroen en Annet zijn niet zenuwachtig. Ze praten over de nieuwe Shakespeare-uitvoering in de Stadsschouwburg. Jeroen vraagt of ik die al heb gezien. Kennelijk schat hij mij in als iemand die Shakespeare-uitvoeringen bezoekt in de Stadsschouwburg.


Tijdens de persconferentie wijst Geza erop dat ik zijn voornaam verkeerd uitsprak toen ik hem introduceerde. Het moet met een zachtere g, niet met de harde g die ik gebruikte. Een pijnlijk moment. IDTV, de producent van de film, heeft grote hoeveelheden roti kip laten aanrukken. Eerst moet ik een dik uur vragen beantwoorden. Van AT5 tot De Pers tot Metro tot Spits tot de Wereldomroep.


SBS Shownieuws concentreert zich op de controverse die ontstond rond het boek. Zal dat bij de film weer gebeuren? Ik kan antwoorden dat IDTV al een paar maanden na verschijning een optie nam op de filmrechten, bijna een jaar voordat de toestanden begonnen met boze lezers. En ik kan antwoorden dat het deze keer gelukkig niet mijn probleem is. De mensen die de film hebben gemaakt, mogen zich bezighouden met een eventuele controverse. Ik ben mijn nieuwe roman aan het afronden.


Hoe voelt het om mijn boek uit handen te geven en hoeveel inspraak heb ik in de film? Hoeveel inspraak ik heb in de film, dat is een vraag die veel media zich stellen. En hoe is het om iemand te zien die mij gaat spelen?


Ik vertel dat Geza mij niet gaat spelen, op een bepaalde manier ook weer wel maar zeker niet helemaal. Geza en ik lijken op elkaar. Het enige verschil is dat hij 15 jaar jonger is en eruitziet als een filmster.


Later zie ik een filmpje van de persdag op Nu.nl. Geza analyseert mijn autobiografische hoofdrolspeler: 'Hij is misschien iets vreemder dan ik zelf ben.' Jeroen vraagt zich af: 'Wat is dat rare zoeken naar die vrouwen in Amsterdam-Zuidoost?'


De eerste keer op de set, op de negende verdieping van de flat Hakfort, kijk ik vanaf de galerij naar beneden. Links zie ik metrostation Bullewijk, waar ik - vijftien jaar eerder, toen ik voor het eerst in Amsterdam-Zuidoost kwam - altijd uitstapte met mijn ex-echtgenote. We liepen over de straat recht onder me naar de flat die naast Hakfort ligt. Daar woonde haar zus. Toen dacht ik niet: over vijftien jaar sta ik hier met zestig mensen die mijn boek verfilmen. Het is, hoe noem je dat, een emotioneel moment.


De flat in Hakfort ziet eruit zoals ik die tijdens het schrijven voor me zag, ik kan niet anders zeggen. Geza is er en Ima, nu ook met gouden tanden in haar mond. Uiteraard zit David Samuels diep in mijn hart, maar misschien is Rowanda wel mijn lievelingspersonage. Ima speelt haar larger than life, zoals ze dat in de showbizz noemen.


De moeder van Rowanda is er, en haar broertjes. Voor het eerst zie ik ze in character. Ze praten over hun rollen, die ik ooit heb bedacht, alsof het echte mensen zijn. En ze vertellen spannende verhalen over de opnamen in de Bijlmer. Buren eisten geld als hun flat in beeld zou komen, figuranten eisten tekst in de film en andere figuranten bleken 'beef' te hebben met een van de acteurs. Een opstand van de figuranten werd op tactische wijze voorkomen.


Over naar 11 oktober, de nacht voor de grote avond. Het is niet dat ik een dag later jarig ben. (41 ja, dankuwel.) Het is niet dat ik een week later de eerste versie moet inleveren van mijn nieuwe roman, Beste vriend. (Februari 2012 in de boekhandel, dankuwel.) Ik kan niet slapen omdat ik voor het eerst in mijn leven ga acteren.


Op 12 oktober is het 13 oktober geworden. Mijn verjaardag is voorbij en bij Kraaiennest is het na middernacht. Een groep jonge buurtbewoners staat te kijken naar het werk van de filmcrew. De blanke filmcrew - behalve de latino gangsters Poal en ik dan.


Lo, de regisseur, legt nog een keer uit waar de scène over gaat. David heeft in verwarring de flat verlaten waar hij met Ryan, en drie vrienden van hem, om de beurt feest zou vieren met één jongedame. Voor zover ik weet is de voorgaande scène, net als die in de kelderbox, een novum in de Nederlandse cinema. David hoopt dat de snorders hem zo snel mogelijk naar het veilige deel van Amsterdam brengen.


Toen ik Lo ontmoette, dacht ik dat hij net zo was als ik. Rustig en verlegen. Een denker. Bescheiden ook. Op de set is Lo een beest. Hij verheft zijn stem, deelt orders uit en alles moet precies zoals hij het wil. Durfde ik maar te zijn zoals Lo.


Een stuntcoördinator doet voor hoe Poal en ik Geza uit de auto moeten sleuren en in elkaar trappen. Het moet kloppen, vanuit alle camerastandpunten. Als Geza bloedend op de grond ligt, kan hij nog net uitbrengen: 'Antisemieten.' Dan geef ik hem een laatste trap na, op zijn rug. Het moet over, ik moet harder schoppen. En het moet opnieuw, nog harder graag. En daarna weer een keer. In de film zal de scène twee of drie minuten duren. We zijn bezig van acht uur 's avonds tot half drie in de nacht.


Waar denk ik aan terwijl ik de semi-autobiografische hoofdrolspeler op zijn rug schop tot mijn voet pijn doet? Ik denk aan de eerste keer dat ik Geza zag, bij Lo thuis, in de Jordaan. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, kennen niet alle Joden elkaar. Hij zat op dezelfde middelbare school als ik, maar we hadden elkaar nooit ontmoet. Die eerste keer keek ik naar hem en dacht: dat is hem dan, het is niet dat hij mij gaat spelen, op een bepaalde manier ook weer wel, maar zeker niet helemaal.


En ik dacht: vroeger, toen ik geen 41 was, zag ik er een beetje zo uit. Toen ik nog op de jonge Elvis leek in plaats van op de oude. Geza keek naar mij en ik vermoed dat hij ook dacht: dat is hem dan.


Verder denk ik niet veel terwijl ik Geza op zijn rug schop. Ik ben aan het spelen, zoals ze dat in de showbizz noemen. Tot Geza, terwijl hij op de grond ligt, een stukje improvisatie doet. 'Was dit niet het moment waarop ik moet zeggen: en toch was de film beter dan het boek?', vraagt hij.


Ik denk: iedereen weet toch dat het boek altijd beter is dan de film? Ik zou een slechte schrijver zijn als ik dat niet zou vinden. In het geval van deze film zeg ik: van mij mag het een gelijkspel worden.


Foto'sGuus Dubbelman/de Volkskrant


Het verhaal en de speelfilm

Robert Vuijsje over personage Rowanda, gespeeld door Imanuelle Grives (hier rechts).


'Op de set is Lo een beest. Hij verheft zijn stem, deelt orders uit en alles moet precies zoals hij het wil. Durfde ik maar te zijn zoals Lo.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden