Het is hier verschrikkelijk. Wat hier groeit, krijgt wanstaltige doornen

Met mijn docente Arabisch lees ik een tekst van de Egyptische zangeres Oum Kaltoum. Daarna zet ze de muziek aan en lees ik het lied zin voor zin mee....

Abdelkader Benali

Buiten is het vijfendertig graden. Ik haal een mana’ish, een pannekoek met kaas, om de honger te stillen. Voor een veiligheidsgebouw staan mannen in vieze burgerkleding met een geweer tegen hun heup. Ze observeren me alsof ik vliegen draag. Op de weg terug voel ik de buikkramp veroorzaakt door de hitte. Ik ga op bed liggen en kijk naar de ventilator.

In de winkel van de mooie boekverkoopster is de moeder afwezig. Haar dochter verwacht op dit vroege middaguur geen klanten. Ze vraagt of ik de dichtbundels heb gelezen die ik bij mijn laatste bezoek heb aangeschaft. Ik zeg dat ik een beginner ben.

‘Het is geen eenvoudige poëzie’, zegt ze. Ze is lang en slank. Haar wenkbrauwen zijn ver zorgd. De vorige keer dat ik er was lukte het niet een gesprek met haar aan te knopen. Dat moet nu gebeuren.

‘Jullie hebben veel vertaalde literatuur’, zeg ik.

‘Niet zoveel als ik zou willen. Ik zou meer Engelse literatuur willen hebben. Austen. Alles van Graham Greene. Somerset Maugham.’

‘The turn of the screw?’

‘Een van mijn favoriete boeken.’

‘Wie nog meer?’ Ze staat op en loopt naar de boekenplank met vertaalde literatuur. Ze haalt uit het stapeltje een boek dat ze in mijn hand legt. Possession van A.S. Byatt. Ik ken deze auteur niet.

‘Een verhaal over een literatuurwetenschapper die zoekt naar het geheim achter een vrouwelijke schrijver uit de negentiende eeuw.’

‘Ik zal het lezen.’

Ik geef het boek terug. Ze legt het weer in mijn hand.

‘Dit boek is voor jou. Jij zal dit boek zeker lezen.’

Ik klem het boek vast. Ze kijkt even naar buiten.

‘Wat vind je van Syrië?’

‘Een interessant land.’

‘Het is hier verschrikkelijk’, zegt ze. ‘Wat hier groeit, krijgt wanstaltige doornen.’

‘Ik zie de misère wel’, zeg ik, ‘maar heb het nog niet zo verwoord gehoord. Je bent openhartig.’

‘Je bent een vreemdeling maar je komt me bekend voor’, zegt ze. ‘Ik vertrouw je.’

Ik wil me voorstellen maar ze is me voor.

‘Je hoeft niets te zeggen. Het is beter dat ik je naam niet weet. Het komt wel. Kan je iets voor me doen?’ Ik knik.

‘Ik heb een roman geschreven. Niet zo groot. Wil je die voor me meenemen?’

‘Geen probleem.’

Maar voor ze me iets kan geven, komt haar moeder binnen. Ze lacht naar ons. Ik pak nog een dichtbundel, reken af en ga dan naar buiten.

Op mijn kamer blader ik door Possession van A.S. Byatt. De helft van het boek is, ontdek ik, een Arabische tekst. De Engelse roman houdt op bij pagina 100. Ze heeft me toch haar roman meegegeven.

Elke week twee verse Benali’s op vk.nl/opinie

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden