Het is hard vallen op een weg vol pruimen

Frankrijk trekt elk jaar zeventig miljoen buitenlanders. Maar er is nog de Quercy, een streek waar het toerisme vijftig jaar achterloopt....

TRAAG trekken regenssluiers over de steile, groene heuvels van de Quercy. Er werd ongeduldig op gewacht. De hele nacht hebben grenouilles hun ijle gepiep laten horen. De paddentrek kan beginnen en dat is meer dan een zondagse wandeling. Het is de dood uitdagen.

Op de weg langs het riviertje de Vert vinden twee padden de dood, maar wel een chique dood. Op lauw asfalt is het aangenaam paren, maar op deze ene zondagochtend zijn er meer weggebruikers. BMW's, Rovers en een Rolls-Royce - allemaal met Brits kenteken - snorren naar Catus, zestien kilometer verderop.

Cherie Blair is op bezoek in Catus. Tony zelf is van vakantie teruggeroepen voor de zoveelste crisis in Noord-Ierland, maar Cherie gaat in Catus ter kerke in de l'Eglise Saint-Astier en ze luncht na afloop met haar Franse en Britse vrienden uit de Quercy.

De Quercy is een gezegend land voor wie rijk is, of beroemd, of allebei. Je valt er niet op. De toeristenmassa's uit het noorden blijven steken bij de Dordogne. Of rijden door naar de Lot, of naar Spanje.

Tussen de rivieren de Lot en de Dordogne, loopt de toeristische ontwikkeling vijftig jaar achter. Het is net of God een stukje Frankrijk heeft afgebakend voor rustzoekers, kunstenaars en lekkerbekken. En voor mountainbikers, al hebben die het nog niet door.

Zelfs in het hoogseizoen oogt de hoofdstraat van Saint Germain du Bel Air puur Frans. Toeristen zijn er ver in de minderheid. Op een terras klaagt een Belgische over de plaatselijke bakker. Een dikke vrouw en een nog dikkere man bewegen zich op gehuurde mountainbikes naar de markt. Hun tempo ligt gevaarlijk laag.

Op de Place des Potiers, een pleintje waar met moeite twee auto's kunnen staan, wordt elke toerist ontvangen als een vorst. Daar, in een inham van de hoofdstraat, zit het Office de Tourisme en bijna elke folder of brochure mag de gewaarde gast gratis meenemen, of er nu een prijsplakkertje op zit of niet.

Saint Germain ligt in een langgerekt dal dat op zomeravonden een geel waas heeft als de zon laag over de graanvelden strijkt. Het dal heeft groene zijdalen met karakteristieke boerderijen en twistzieke waakhonden. Vanuit die zijdalen lopen verharde en onverharde weggetjes de steile heuvels in.

Vrijwilligers hebben er wandelroutes uitgezet. Samen 150 kilometer lang en nog eens 65 kilometer weg is met groen gemarkeerd: die routes verbinden de rondwandelingen.

NEDERLANDSE wandelaars zouden grimmig spreken van fietslandisering, maar in Saint Germain vinden ze het prima als de paden worden gebruikt door mountainbikers.

De dame van het toeristenbureau schudt verbaasd het hoofd bij de minste suggestie dat het wel eens verboden zou kunnen zijn. Al zegt ze het niet, maar in de Quercy is het geen enkel probleem: de routes worden nauwelijks gebruikt, niet door fietsers en niet door wandelaars.

Rond Catus hetzelfde beeld. De routes daar zijn nog primitiever. Er staan geen richtingaanwijzertjes, zelfs geen overwoekerde. En waarheen de gele of oranje strepen de fietser voeren, blijft tot het eindpunt de vraag.

Het is geen straf, zeker niet in de herfst. De hitte in de Quercy is tot half augustus zo intens dat veel bomen voortijdig de strijd opgeven en hun herfstkleur tonen. Geleidelijk volgt de rest en dat geeft de bossen een adembenemende kleurschakering.

Het is bijna twaalf uur 's middags als de zon de laatste regenwolk heeft doen verdampen. In het bloemendorp Gigouzac klapt een groepje aquarellisten de schildersezels op en beent weg vanonder een afdak.

Een eind verderop hangt de geur van croustade rond een boerderij. Een croustade is in de Quercy veel meer dan een pasteitje. Lang voor etenstijd is de keukentafel ontruimd. Op een dun molton tafellaken wordt deeg uitgesmeerd. In het midden, over de volle lengte van de tafel, worden lichtgestoofde peren neergelegd en afgedekt met een royale hoeveelheid likeur.

Dan wordt het deeg opgerold. Zoals een python zich oprolt, gaat de croustade in een bakblik de oven in. Eten is belangrijk in de Quercy. Daar heeft de World Health Organization onderzoek naar gedaan.

Het leven op en rond de groene heuvels is hard en weinig luxueus, maar de bewoners worden wel tien tot twintig jaar ouder dan de gemiddelde Europeaan. Wie de 95 passeert, mag zich oud noemen, maar daar zijn er zovelen van en ook op die leeftijd zijn er nog die, weliswaar kromgetrokken, op het land werken.

Die ouderdom heeft een verklaring. Een dieet met veel olijfolie en wat wijn. Praktisch alle voedsel komt uit eigen tuin. Dat scheelt. Voor een vet varken komt de slachter aan huis. Het beest heeft geen bèta-blockers nodig voor de rit naar het slachthuis.

En de bewoners, kromgetrokken of nog niet, hebben veel beweging. Overal, in de dalen, tegen de heuvels en op de heuvels, liggen akkertjes en boomgaarden. Er zijn weggetjes waar zelfs mountainbikers met een superego moeten afstappen. Langs zo'n karrenspoor lopen evengoed irrigatiebuizen steil omhoog.

DE BEWATERING heeft tot vetes geleid, die even oud zijn als de oudste bewoners. Zoiets begon bijvoorbeeld met de boerenfamilie die, middenin de oorlog, op een ochtend een akker onder water zag staan. Het was niet meer dan een hint van de buren om niet vriendschappelijk om te gaan met Duitsers.

Het irrigatiesysteem zorgt voor bijzondere verrassingen. Een snelle afdaling bij Peyrilles bijvoorbeeld kan leiden tot een valpartij. In een scherpe bocht is het weggetje bij een boomgaard bedekt met honderden pruimen. Er is, over een meter of vijf, geen fractie te zien van het oorspronkelijke wegdek.

En dan is er nog het gevaar van verdwalen. Kleine monumentjes of bordjes langs de weg drijven een nieuwsgierige fietser van zijn route af, naar de plek boven Gigouzac bijvoorbeeld, waar Duitse soldaten in 1944 tien verzetsstrijders fusilleerden op een heuveltop en waar de SS zelf even verderop het Mas de Guillaume aanviel, de boerderij van de verzetsgroep Venix. Bijzonderheid: van de honderd SS'ers keerde de meerderheid dood terug op de basis in Cahors.

Kaarten en documentatie

Nuttige documentatie voor wandelaars en mountainbikers is het vouwblad Circuits Pedestres, een schematisch overzicht van 151 kilometer aan wandelroutes rond Saint Germain du Bel Air. Het kaartje kost officieel tien francs en is verkrijgbaar bij het Office de Tourisme in Saint Germain.

Handig zijn de kaarten van de Serie Bleue (1:25.000): 2138 ouest (St. Géry), 2137 ouest (Labastide-Murat), 2038 est (Luzech) en 2038 ouest (Puy-l'Évêque).

De plaatselijke tabacs hebben ze zelden alle vier in voorraad. Een uitgebreide collectie uit de Serie Bleue is te vinden in de boekhandel van het bedevaartsoord Rocamadour. De boekhandels in Cahors hebben een wat kleinere sortering. De kaarten kosten 48 francs per stuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden