'Het is goed dat die leerlingen uitvliegen'

Tien bekende Nederlanders doen opnieuw eindexamen. Vandaag tot slot: schrijver Jan Siebelink. ‘Kenniseis is terecht.’..

‘Dat is een beetje de tragiek van in het onderwijs werken’, zegt Jan Siebelink (72). ‘Die leerlingen gaan het leven in, en jij als leraar blijft achter.’

Vandaag beginnen een kleine 20 duizend havisten (scheikunde) en ruim 2.500 gymnasiasten (Grieks) aan hun laatste examen, en dan zit het er ook voor hen op. Siebelink kent de weemoed van de leraar als geen ander: hij is nu een productief en gevierd schrijver, maar werkte tot acht jaar geleden als docent Frans op een middelbare school. Elk jaar weer afscheid van een generatie die hij voor dat examen had klaargestoomd, met wie hij een band had opgebouwd.

Juist om die reden vindt Siebelink het zo belangrijk dat je hun als leraar iets meegeeft, iets ‘onweegbaars’ misschien als de schoonheid van de Franse literatuur, waaraan ze later met warmte zullen terugdenken. Siebelink, schrijver van het monstersucces Knielen op een bed violen (2005), is voor het examen vwo-Frans naar het Gymnasium Haganum in Den Haag gekomen. Hij gebruikte het als decor voor de roman Suezkade (2008) waarin hij veel van zijn eigen docentervaringen op een Edese school verwerkte. ‘Ik genoot altijd van de intimiteit van de klas, maar ervoer de collegiale schoolomgeving vaak als onveilig.’

Siebelink herkent in het examen tekenen van restauratie van het belang van kennis en eisen stellen aan de scholieren. ‘Ik vind die nieuwe gestrengheid zeer terecht. Die idiotie van de leraar als begeleider van het leerproces van de leerling... goed dat het wordt teruggedrongen’, zegt Siebelink.

‘Kijk: er zijn twee soorten mensen op een school: leerlingen en leraren. De eerste groep weet nog niet veel, maar dorst naar kennis. De leraar is er om hun die te geven.’

Het examen bevat twaalf teksten, niet al te lang, maar zeker geen niemendalletjes. Met de teloorgang van de Franse taal, eigentijdse buitenlandse daklozen van Parijs, de opwarming van het klimaat en de dubbele belasting van middelbare scholieren met forse bijbaantjes behandelen ze actuele en serieuze onderwerpen. Prima, vindt hij. ‘Ik heb nooit zo’n behoefte gehad aan grappige teksten.’

Siebelink is ook zeer te spreken over de variatie aan vraagvormen bij de teksten: een invuloefening hier, verklaren welke stellingen juist zijn daar, enige open vragen. ‘Toen ik nog Frans doceerde, was het enkel multiple-choice. Daar kun je met een zekere leepheid nog doorheen fietsen. Hiervoor moet je echt een behoorlijke beheersing van het Frans hebben.’

Zijn keuze Frans te gaan studeren, kende een dramatische conceptie, memoreert Siebelink. Het was een stukgepeste docent op de ulo, die Jan kort voor zijn zelfgekozen dood wist te raken met Franse poëzie.

‘Kennelijk kreeg ik het gevoel dat ik iets af te maken had’, aldus Siebelink. Maar het zit ook in de taal zelf: ‘Er is geen taal ter wereld waarin je ontluikende liefde zo fraai en genuanceerd kunt beschrijven.’

Siebelink heeft geen slechte herinneringen aan de examentijd: voor docenten vormde die ook de overgang tussen de ‘echte’ lesweken en de snel naderende vakantie. ‘En hoe tragisch ook, het is goed zo: die leerlingen, die móeten uitvliegen. Ze zijn de school ontgroeid. Er dient zich een nieuwe groep brugklassers aan. Alleen is het elk jaar erger: zij worden steeds jonger, en jij steeds ouder.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden