'Het is geen kwestie van mooi of lelijk'

Stephan Vanfleteren (1969) en Hans van der Meer (1955) portretteren vanaf deze week Nederland, in een maandelijkse serie in de Volkskrant . Vanfleteren richt zich in de portrettenserie Ollanders op de mens. Van der Meer in Het Raadsel Nederland op zijn omgeving.

JAAP STAM

Aan de achterkant van de Dorpstraat vind je vaak een ingang van C1000, Super de Boer of de Aldi, glasbakken, een parkeerterrein - belangrijke plekken in ons leven. Ik kom daar graag om te fotograferen. Het zijn moderne dorpsgezichten, vooral als er ook nog een kerktoren bovenuit komt.

Ik beschrijf hoe Nederland er nu uitziet met beelden van middelgrote en kleinere gemeenten. Een oud dijkhuisje naast een bankgebouw uit de jaren zestig tegenover een splinternieuw winkelcentrum. Er stond iets en er is iets bijgebouwd, dat geeft dit soort plaatsen het typische karakter. De herkenbaarheid is groot, dit is zoals wij het in Nederland doen.

Dat idee wordt versterkt door winkelketens en straatmeubilair. Overal de Wibra, de Hema, de Intertoys en het Kruidvat. Overal terrasschotten, stoepborden, boomroosters, bankjes en lantaarnpalen. Ze duiken alleen op in een andere volgorde.

Ik voel me aangetrokken door de vanzelfsprekendheid waarmee alles er staat. In een oude dorpskern zetten wij rustig een enorme supermarkt neer, waar je moet parkeren op het dak.

Ik probeer het zo te fotograferen dat het is alsof je er voor het eerst naar kijkt. De foto's zijn niet geënsceneerd, ik geef het wel een theatrale vorm. Twee mensen die met elkaar staan te praten, fiets in de hand. Dan wacht ik tot alles eromheen wat leeg wordt, zodat de omgeving meer aandacht krijgt. Het standpunt vanaf een keukentrapje benadrukt daarbij het idee dat je naar een toneeldecor kijkt met rekwisieten en acteurs.

Wat is het eigenlijk wonderlijk. Wat is het eigenlijk gek. Dat effect probeer ik te bereiken. Het is geen kwestie van mooi of lelijk, dat vind ik niet interessant. Dit is wat het is. Ik ben een antropoloog die het Nederland van nu vastlegt.

Ik heb altijd iets gehad met raadselachtigheid op foto's. Vooral als je op een heldere manier iets ziet wat je niet kunt begrijpen. Je fietst door de stad langs twee mensen die staan te praten, je hoort een flard van een gesprek, maar je hebt geen idee waar het bij hoort. Zo moet je het zien, maar dan met beeld.

Over raadselachtigheid op foto's heeft Rudy Kousbroek prachtig geschreven. Volgens hem is het ook een raadsel dat Nederlanders met zoveel lelijkheid om zich heen genoegen nemen. Die onverschilligheid zie ik ook, maar ik heb daarnaast de neiging om de gedachte van de eenvoud te appreciëren.

Als ik zo'n niet al te grote gemeente binnenrijd, voelt het soms alsof ik bij familie kom. Zoals je op bezoek gaat bij een oom en tante in hun ongecompliceerde interieur en daar juist door geraakt wordt. En misschien ben ik een romanticus die zich wil herkennen in dit deel van onze cultuur.

Wat ik lelijk vind is als je bij Amersfoort of Leiden het station uitloopt en om je heen kijkt. Als het een soort ambitie krijgt die niet wordt waargemaakt. In Nederland is de laatste dertig jaar veel gebouwd van dat soort gedachtengoed, met het geld van pensioenfondsen, van het verzekerings- en bankwezen.

Ik ben er niet op uit het raadsel op te lossen. Ik wil het ook niet vergroten, ik wil het laten zien. Het gaat mij niet om een verklaring.

De beelden van buiten wissel ik af met taferelen in horecagelegenheden. Een vertegenwoordiger die in een wegrestaurant tevreden een dubbele uitsmijter ham eet. De menukaarten, het maggistelletje, de kleedjes op tafel, de plantjes - ik vind het prachtig.

Ik moest aan Martin Bril denken toen ik die man daar zag zitten, hij beschreef zulke plekken in een paar rake zinnen. Zo'n horeca-interieur heeft ook iets van een theater, van een decor. Je hebt ze in allerlei uiteenlopende stijlen, maar toch zijn ze vaak heel Nederlands.

Ik maak geen close-up van het maggistelletje, fotografie is al zo de aantonende wijs. Ik vind het leuk als je kunt rondkijken in een foto. Dat je ook het brandwerend systeemplafond ziet.

Als je het er niet bij zou zetten zou je niet weten waar je bent. Is het in Schagen? Venray? Breukelen? Raalte? Leerdam? Geen idee, maar je bent in Nederland, dat weet je zeker. Ergens daarin schuilt het raadsel.

'Vrouwen in Amsterdam mooier dan in Parijs'

Ik bel aan en hoop een lieve man of een lieve vrouw te treffen die de tijd voor me wil nemen. Die zich openstelt voor mijn gedachten, mijn verlangens, mijn werk.

Het kan zijn dat ik direct denk: close up. Dat gaat in een flits. De blik. Het gezicht. De kop. Soms denk ik: wauw, wat een mooie jas heeft-ie aan. Daar moet ik iets mee doen. Of ik denk: ai, dit wordt moeilijk, dit wordt zoeken.

Ik ga intuïtief te werk, ik heb zelden een vooropgezet plan. Ik krijg de informatie als ik bij iemand thuis ben. Ik zie wat er aan de muur hangt, we lopen een blokje in de tuin, we nemen een kijkje op zolder.

Ik ben op zoek naar puurheid. Ik concentreer me op de blik, op het hoofd, op de mens. Achtergrond leidt af. Hoe minder er te zien is, hoe interessanter. Maar als het een mooie ruimte is, durf ik wel een stap achteruit te zetten.

Het kan zijn dat ik morgen een foto maak met een klein ventje en een grote duin. Ik wil me niet vastpinnen, ik wil in deze serie heel vrij zijn.

Vrijheid is een voorwaarde. Als ik in opdracht van de geportretteerde zou fotograferen, kan ik niet een mooie foto maken. Dan ben ik in mijn vleugels geknipt. Dan ben ik een lakei die zich in dienst stelt om iemand mooier te maken. Soms maak ik een mooie vrouw nog mooier, maak ik een mooie karakterkop nog mooier, maar dat is dan een beslissing die ik zelf neem.

Ik ga op zoek naar bekende en halfbekende Nederlanders die mij intrigeren. Ik heb twee grote dromen: Rutger Hauer en Johan Cruijff. Ik hoop dat ze tijd voor me hebben. Niet dat Cruijff drie minuten voor me heeft op de hoek van een straat in Amsterdam en dat vier passanten een handtekening vragen. Ik heb liever een minder goede voetballer van wie ik een mooi portret kan maken en met wie ik een leuke ontmoeting heb dan een slechte Johan Cruijff.

Als iemand mij iets doet, ben ik geïnteresseerd. Tommy Wieringa wil ik ontmoeten. Van de zomer heb ik Caesarion gelezen, prachtig boek. Ik denk dat hij dat voelt als ik bij hem ben. Hij heeft een fascinerend, exotisch gezicht. Met hem zou ik graag een uur verkeren.

En met Doutzen Kroes. Niet omdat ze een fotomodel is. Een mooie vrouw kan ook heel gewoon een mooie vrouw zijn. Anouk staat ook op mijn lijstje.

Ik heb geen lange lijst in mijn hoofd; ik loop tegen de mensen aan die ik wil fotograferen. Rijd ik door Amsterdam, zie ik een affiche van een theatervoorstelling met een man of vrouw erop, en denk: die zou ik willen fotograferen.

Bij mannen vind ik opvallende jukbeenderen mooi. Het hoekige. Een kassei op een lichaam, beetje bruut. In een kassei zit een kras, een deuk, heeft karakter. Een eihoofd heeft iets softs.

Nederlandse vrouwen zijn vrolijk en gezond. Rode blos, stevige borsten. In Parijs heb je heel mooie vrouwen, maar die hebben altijd iets triests. Mooie vrouwen in Amsterdam zijn mooier dan mooie Françaises.

Bij een uitgesproken karakterkop wijst zich vanzelf wat ik accentueer. De hoekige neus, diepliggende ogen - daar probeer ik iets mee te doen. Vaak zie ik dat pas als ik door de lens kijk.

Ik zie iets anders als ik door de lens kijk dan wanneer ik ernaast kijk. Soms zie ik totaal iemand anders. Dat is soms zo erg dat ik denk: dit klopt gewoon niet.

Meestal is wat ik door de lens zie veel interessanter. Ik heb geen idee hoe dat komt. Ik maak veel ruimte voor mystiek, voor het ongrijpbare, het ondefinieerbare. Ik ben een gevoelsmens, ik wil geen weter zijn.

Ik wil me blijven verwonderen. Ik wil genieten van gezichten, maar ik wil niet weten waarom ik iemand mooi vind. Als ik dat zou weten, zou ik het kwijt zijn.

De portretfotografie is een schatkamer waar ik in ronddool. Een bierduik is groot of klein, de variabelen van een gezicht zijn veel gevarieerder. Jukbeenderen, ogen, de neus, de symmetrie tussen die twee, de haartooi. Als je ziet wat er allemaal gebeurt in het gezicht - het is onuitputtelijk.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden