Het is Eppie maar, die weet niks van voetbal

Het café heet eigenlijk de Korenbeurs, maar iedereen noemt het Platter, naar de vorige eigenaar, hoewel er ook Zutphenaren te vinden zijn die het Benthem noemen, naar de huidige eigenaar....

Er zitten twintig mensen binnen voor de wedstrijd Nederland-Engeland, en daarmee is het kleine café met de vier namen behoorlijk gevuld. Niemand is echt uitbundig uitgedost, behalve een man, die bijna lichtgevend is van vaderlandsliefde. Truus zegt desgevraagd over hem: 'Ik weet niet hoe 't kind heet, o ja toch, 't is Eppie, maar die heeft geen verstand van voetballen hoor. Die op de trap, dat is Bert, die heeft er echt verstand van.'

Eppie's hele gezicht is rood-wit-blauw geschilderd, hij heeft een korte oranje broek en een oranje shirt aan en op zijn hoofd prijkt een petje met de tekst 'Hup Holland' erop geschreven. In zijn hand is een toeter, die hij regelmatig aan zijn mond zet. Hij haalt diep adem - ongeveer zoals een kind dat een eind onder water gaat zwemmen -, richt de toeter naar omhoog, en met een machtige ademstoot van zijn longen stoot hij zo'n barbaars geluid uit de toeter dat iemand hem een klap tegen zijn achterhoofd verkoopt van de irritatie. Truus zegt: 'Die toeter, die pak ik straks van hem af,'

De wedstrijd kan beginnen. De gasten zitten netjes achter elkaar op stoelen en luisteren ademloos naar het volkslied, waarvan iedereen wel een heel klein stukje kan meezingen. Nederland speelt goed in het begin, Joke brengt drank en hapjes rond, Eppie blaast af en toe op zijn toeter of heft het begin van een lied aan, maar hij vergist zich steevast in de woorden of is ze kwijt, en dan houdt hij er maar weer mee op. Als Bergkamp halverwege de eerste helft alleen op de keeper af stormt met de bal aan de voet, zingt hij het lied: 'Hij komt, hij komt, die goeie, goeie Sint.' Er wordt gelachen en gepraat en gezongen, zoals dat in het stamcafé, met louter vrienden onder elkaar, te doen gebruikelijk is.

In de 23ste minuut wordt het 1-0, in de 50ste minuut 2-0, twee minuten later wordt het 3-0, en in de 63ste minuut 4-0.

Het is stil in het café. Daar zit een man met zijn armen over elkaar te zwijgen (maar hij zweeg ook al toen het nog goed ging), daar verbergt een vrouw haar gezicht in haar handen, daar trekt iemand een gezicht als een oorwurm, en ook Truus is het praten vergaan, zij schudt alleen nog maar het hoofd. Eppie heeft zijn mooie oranje pet afgedaan en wrijft moedeloos met zijn beide handen over zijn kale kop, als om zichzelf te troosten. De toeter ligt op de grond. 'Ik ga naar huis', zegt hij.

De stemming is zo slecht, dat gemiste kansen van het Nederlands elftal met hoongelach ontvangen worden.

Maar dan zegt iemand: 'We leven nog', en als door een wonder komt er verwachting en hoop terug op de gezichten, en het feest, hoewel getemperd, kan van voren af aan beginnen.

Er hoeft maar een doelpunt te worden gescoord en Nederland is een ronde verder. Eppie krijgt een biertje van iemand, richt zich op uit zijn moedeloosheid en begint uit volle borst de beginregels te zingen van het lied 'Wij houden van Oranje', alsof er niets gebeurd is. En het hele café valt hem bij en juicht hem toe als hij met hernieuwd optimisme op zijn toeter blaast en een dansje maakt rond de cafétafel.

Na afloop van de wedstrijd is er geen trots. Coach Hiddink is geen dappere coach, zegt iemand. Maar een deftige vrouw die in een hoekje van het café zit, weet nog wel een zacht excuusje te vinden. Zij zegt: 'Vanochtend heb ik gehoord dat er iemand geblesseerd was, en dat die niet mee kon spelen.' Ook zegt zij: 'Mijn zoon zat vroeger op voetbal. Ik had er echt een hekel aan dat hij daarop zat.'

Peter Bekkers

Dit is de derde aflevering in een serie over Oranje-cafés.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden