Het is een genre geworden op tv: de loodzware documentaire

Schokschouderend boog vader Has zich over zijn dode dochter, en zoende haar. Daar lag Fijkje, ze heeft het leven niet meer aangekund en overleed vorig jaar aan een forse dosis pillen.

Het privéfilmpje was onderdeel van Als je kind er niet meer is, een '2Doc' van HUMAN waarin Annelies Heesakkers twee bevriende stellen volgde wier beider dochters zelfmoord hadden gepleegd. Het verdriet van Has en zijn vrouw Lenny was nog vers, Otto en Vellah verloren in 1982 hun Esther. Een 'onwaarschijnlijk levensblij meisje, vitaal, artistiek begaafd en al jong al aan de erotiek', zoals haar vader zei. Opgehangen, omdat ze, aldus haar dagboek, haar teleurgestelde zelf niet meer aankon.

Vermoedelijk wilde Heesakkers met het tweeluik tonen hoe dit onmetelijke verdriet ouders nooit meer verlaat, maar dat in dertig jaar toch een manier te vinden valt ermee te leven. Moeder Vellah verwoordde dat het mooist: 'Ik geloof niet in een hiernamaals, maar als Esther ergens naar me kijkt, heeft ze het niet verdiend een eeuwig treurende moeder te zien zitten. Want ik heb zoveel plezier van haar gehad.'

Zover leken Has en Lenny nog niet. Hij zonderde zich af in de tempel van Fijkjes kamer. Moeder Lenny praat zoveel mogelijk.

Begrijpelijk dat de gebroken ouders een monument voor hun kind willen oprichten en met een documentaire lotgenoten wellicht van dienst denken te kunnen zijn. Logisch dat Heesakkers een verhaal zag in haar vrienden. Maar ze vergat een film te maken die boven het particuliere uitstijgt.

Als je kind er niet meer is biedt prima gesprekstof op een avond voor lotgenoten. Maar voor tv was een diepere laag nodig om het louter therapeutische te ontstijgen. Dat is balanceren op een flinterdun touw, in de literatuur vallen enkel de grootsten (Thomése, Van der Heijden, Enquist) niet.

Het is een genre geworden op tv: de loodzware documentaire, steevast geprogrammeerd tegen middernacht. Het misverstand: hoe zwaarder het onderwerp, hoe beter de documentaire.

Eerlijk gezegd krijg ik steeds meer moeite met die vanzelfsprekendheid. Vrijwel wekelijks toont televisie vooral IKON, HUMAN en NCRV iets uit de trommel van ziekte, dood, euthanasie of depressie, vol persoonlijke verhalen. Die moeten verteld worden, in de sieradendoos bevinden zich juwelen. Maar de wijze waarop het meestal gebeurt, verliest zijn glans.

Het wemelt van de clichés. Noem het onderwerp en daar doemt automatisch de ruisende branding op. De zwart-witfoto, langzaam ingezoomd. Repeterende pianoklanken, een klassiek gitaartje. Ook Als je kind er niet meer is begint zo. Het gezicht gaat vanzelf in de plooi, de keel opent zich voor het naderende brok: de geconditioneerde reflex van een ervaren kijker.

Het slotbeeld: ouders schuifelen over de herfstige begraafplaats van Esther, onder de klanken van Schuberts weemoedige Fantasie in F-mineur, een quatremains dat vader Otto ooit met zijn dochter speelde. In het VW-busje streelde vader Has zijn vrouw door het haar. Hoe vaak kun je het zien zonder aan effectbejag te denken? Verdriet verdient beter.

Laat omroepen hun makers verplichten te zoeken naar nieuwe, aansprekender vertelvormen. In DWDD ging het over de film Brozer, waarmee actrices en regisseur speelden met feit en fictie rond hun doodzieke vriendin, actrice Leonoor Pauw. Het korte fragment steeg in zeggingskracht nu al uit boven de gemiddelde tv-documentaire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.