Het is de foto, stupid!

Het presenteren van sculpturen krijgt een extra dimensie in het Boijmans Van Beuningen, waar beelden van Brancusi, Rosso en Man Ray vergezeld gaan van foto's. Die concurreren in schoonheid met het oorspronkelijke werk, zozeer dat je soms denkt: de foto is beter.

Brancusi, Rosso, Man Ray. Framing Sculpture


Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 11/5.


boijmans.nl


Hoe ziet een kunstenaar zijn eigen werk het liefst? Of hoe wil hij dat wij zijn werk moeten bekijken? Het zijn eigenlijk voor de hand liggende vragen. Een schilder hangt zijn schilderijen gewoon op de beste manier aan de muur. Net zoals een beeldhouwer zijn beelden op sokkels presenteert. Desnoods dramatisch uitgelicht door een spotje aan het plafond. Klaar is Kees.


Zo niet bij Medardo Rosso (1858-1928), Constantin Brancusi (1876-1957) en Man Ray (1890-1976). Drie beeldhouwers die geen genoegen namen met de sculpturen die ze hadden gemaakt. Ze fotografeerden dat werk ook nog eens uitgebreid. Om de betekenis en het imago ervan te versterken of juist te veranderen.


Op de tentoonstelling Framing Sculpture is precies dát het uitgangspunt. In het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam wordt dit voorjaar een rijke collectie aan glanzende bronzen (van Brancusi), vreemdsoortige Dada-verzinsels (Man Ray) en half gesmolten kleinplastieken (Rosso) gepresenteerd, naast de vele foto's die de kunstenaars ervan hebben gemaakt.


De combinatie is verbluffend en laat zien dat beeldvorming niet ophoudt bij het maken en presenteren van de sculpturen alleen. Het oog van de camera en de manier van afdrukken zijn daarvoor net zozeer verantwoordelijk. Of misschien meer. Ze sturen de blik, verhogen de zeggingskracht en geven inzicht in wat de kunstenaar (ook) voor ogen stond.


Neem het gipsen La Conversazione van Rosso. Op het eerste gezicht lijkt het een semi-abstract gedrocht waaruit drie grove vormen oprijzen. Rosso modelleerde ze zoals hij ook de rest van zijn werk bij elkaar boetseerde: als een vage reminiscentie van wat hij ooit had gezien (mensen in een tuin, tram of huiskamer); semi-abstract op het onherkenbare af; met zijn krachtige vingers uit de klei geperst.


Maar kijk naar de foto die Rosso er eigenhandig van maakte en de hompen gips lijken plots in een intiem gesprek verwikkeld. Als dames die, zo uit een boek van Couperus, tijdens een soirée hun laatste geheimen bespreken.


Neem de beroemde foto Noire et blanche van Man Ray, waarop Ray's muze, Kiki de Montparnasse, haar ovale, blanke gezicht vlijt naast een even ovaal, maar donker Afrikaans masker. Beeldrijm, uitlichting, stilering en zwart-witcontrast winnen het van hoe Kiki of dat masker er in werkelijkheid uit hebben gezien. Wat niet verwonderlijk is: Ray was nu eenmaal meer fotograaf dan beeldhouwer.


Maar het hoogtepunt is toch de manier waarop Brancusi ons een fotografische blik gunt op zijn werk. De God-father van de abstracte beeldhouwkunst hield er rigide opvattingen op na hoe hij zijn oeuvre in beeld wilde brengen. Niemand anders dan hijzelf mocht in zijn atelier foto's maken. Artikelen van anderen over zijn werk vond hij maar niets. Brancusi hield de beeldvorming strak in eigen hand.


Wat het opleverde? Een complete gedaanteverwisseling. Waar zijn beelden strak en glanzend zijn, tonen de foto's een rommelig interieur waaruit zijn elementaire vormen uit de puinhoop lijken op te stijgen. Indirect verklappen ze het geheim hoe de kunstenaar te werk ging: als een verlicht ambachtsman die uit de ruwe materie een efemere dierentuin aan spiegelende vogels toverde; hakkend, schurend, polijstend.


Wat deze tentoonstelling ook oplevert: dat de kunstenaars in het 'tijdperk van de technische reproduceerbaarheid', zoals Walter Benjamin de 20ste eeuw typeerde, goed aanvoelden hoe belangrijk hun foto's zouden zijn. De kunstwereld werd niet langer gedomineerd door eenmalige kunstwerken, maar net zozeer door de afbeeldingen die ervan in kranten, catalogi en tijdschriften, op affiches en ansichtkaarten, in duizendvoud werden gepubliceerd.


Wie het werk zelf nooit had gezien, had er toch een beeld van. In dit geval: het beeld dat de kunstenaars ervan wilden geven. Beelden die gaandeweg soms gezichtsbepalender voor hun oeuvre zijn geworden dan de sculpturen zelf. Het geeft de tentoonstelling in Rotterdam onverwachts een dramatisch randje.


Nooit eerder waren er zo veel beelden van deze drie kunstenaars bij elkaar in Nederland te zien geweest. Op zich is dat al een reden om naar het Boijmans af te reizen. Maar de concurrentie van hun fotografie is groot. Zo groot dat het gevaar dreigt te denken: 'de foto is beter' - wat misschien ook weer niet de bedoeling is.


Afdrukken van afdrukken


Van de drie beeldhouwers/fotografen die nu in Museum Boijmans Van Beuningen worden getoond, is de Italiaan Medardo Rosso (1858-1928) veruit de onbekendste en zijn werk het meest obscuur: zijn vluchtige beelden doemen op uit was en klei, de foto's zijn vaag en schimmig en gebaseerd op afdrukken van afdrukken. Rosso bewerkte zijn negatieven met pen, tempera en grafiek. Ze zitten vol krassen en scheuren en zijn met de schaar vervormd. Een experimentele vorm van 'postproductie', waarmee hij zijn beeldhouwwerken wilde 'reactiveren', zoals hij dat zelf zei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden