InterviewCoen Voormeulen

Het is bijna gedaan met de briefjes en munten (maar nog niet helemaal)

Nederland is in de eurozone koploper digitaal betalen. En dat heeft gevolgen voor het cashgeldsysteem. Op de World Banknote Summit, volgende week in Praag, mag Coen Voormeulen, de divisiedirecteur cash bij De Nederlandsche Bank, zijn vakgenoten daarom komen uitleggen hoe je daar als centrale bank mee omgaat.

Coen Voormeulen, divisiedirecteur cash bij De Nederlandsche Bank: ‘Voor een oudere is cash zijn geld en de bankrekening de plek waar hij geld bewaart. Een jongere zegt: nee, mijn bankrekening is mijn geld en cash is een manier om het uit te geven.’Beeld Kiki Groot

Zelf betaalt Coen Voormeulen eigenlijk bijna alles digitaal. Net als steeds meer andere Nederlanders (64 procent van de betalingen gaat inmiddels met een pinpas). Maar laatst verloor hij in de trein zijn portemonnee. Hij zag zich genoodzaakt zijn bankkaarten te laten blokkeren en nieuwe pasjes aan te vragen. ‘Toen was ik blij dat ik even 50 euro cash van een collega kon lenen.’ Sindsdien heeft hij in het leren hoesje van zijn iPhone weer wat papiergeld zitten. Hij vist een briefje van 5, 10 en 20 euro uit het etuitje. Cash is een prachtig ‘fallback-systeem’ – wil hij maar zeggen; in geval van nood, kun je er altijd op terugvallen. En dat werkt in het groot net zo.

Maar de vraag is wel: hoelang nog?

Cashgeld verdwijnt rap en bijna geruisloos uit onze samenleving. In 2015 werd er nog 350 miljoen keer per jaar cashgeld getrokken, in 2019 was dat bijna 30 procent minder: 250 miljoen. Het elektronisch betalen neemt elk jaar toe. Bloemen op de markt, een ijsje bij een ijskar: je kunt inmiddels overal met pin betalen. Zelfs de verkoper van de daklozenkrant en de collectant aan de deur hebben een mobiel pinapparaatje. En omdat pinbetalingen voor winkeliers goedkoper en veiliger zijn – ze hoeven aan het eind van de dag niet met kassalades geld naar de bank – rukken vooral in de Randstad de bordjes met ‘pin only’ op. Nederland is daarin met de Scandinavische landen koploper in Europa. In Duitsland bijvoorbeeld gaat nog 70 procent van de betalingen contant. Daar zien ze het volgens Voormeulen bijna ‘als een grondrecht om met cash te kunnen betalen’. Betaalgemak weegt er niet op tegen het belang van privacy: want wie gaat het wat aan dat je je geld uitgeeft aan (ongezond) voedsel, drank, een kerk, moskee of vreemde hobby? Met cash kan dat anoniem; digitale betalingen laten altijd sporen na. Maar in Nederland zijn er, op een paar clubs zoals Privacy First na, weinigen die zich zorgen maken over de privacygevoelige kant van de digitalisering van ons geld.

Toch kan ook de Nederlandse samenleving nog helemaal niet zonder cash, is de boodschap die Voormeulen volgende week zal verkondigen op de World Banknote Summit 2020, een conferentie voor mensen uit de centrale-bankwereld en de geldindustrie. Samen met zijn Noorse collega leidt hij er een discussie over de kwestie hoe je omgaat met een cashloze samenleving. Belangrijkste vraag: waar ligt het tipping point?

En, waar ligt dat kantelpunt?

‘Je kunt op twee manieren tegen een tipping point aankijken. Eigenlijk maakt het niet eens zoveel uit hoe weinig mensen nog met cash betalen, zolang het maar goed bereikbaar en bruikbaar is. Dus als je er als consument makkelijk aan kunt komen en het probleemloos kunt gebruiken, zit je goed. Maar kun je bij de helft van de winkels bijvoorbeeld niet meer met contant geld betalen of is het aantal geldautomaten drastisch afgenomen, dan ben je voorbij het kantelpunt: dan functioneert het geldsysteem niet goed meer. Aan de andere kant, als je op dat moment goede digitale alternatieven hebt voor alle functies van cash, dan heb je cash eigenlijk niet meer nodig. Dat zou ook een kantelpunt kunnen zijn.’

In Zweden wordt in nog maar in 10 tot 15 procent van de gevallen met munten en bankbiljetten betaald. Zit Zweden in de buurt van dat kantelpunt?

‘Het lage aantal cash-betalingen is het probleem niet: mensen mogen zelf weten hoe ze afrekenen. Maar volgens het Zweeds parlement is er wel iets misgegaan. De infrastructuur is te hard teruggelopen – vooral geld opnemen was een probleem geworden. Aanvankelijk heeft men het gewoon laten gaan, in de zin van: laat de markt maar bepalen hoe mensen betalen en hoe banken hun infrastructuur in elkaar zetten. Nu hebben ze een commissie in het leven moeten roepen om dat met regelgeving weer te repareren. Wij moeten onze lessen uit Zweden trekken.’

En die lessen zijn?

‘Cash heeft nog steeds een belangrijke rol: als het pinverkeer om wat voor reden ook platligt, is het onze enige uitwijkmogelijkheid. Neem orkaan Irma die een paar jaar terug enorme vernielingen aanrichtte op Sint Maarten. De hele infrastructuur lag plat, gelukkig konden mensen met cash hun boodschappen betalen. Banken kunnen er ook weken uit liggen door softwareproblemen of cyberaanvallen. Wat de Universiteit Maastricht overkwam toen ze vorige maand losgeld moest betalen na een cyberhack, kan ook in het betalingsverkeer gebeuren. Wij hebben uitgerekend dat je op zo’n moment, met het aantal ‘Geldmaten’ dat we straks hebben, voor de duur van een maand ruwweg de helft van alle retailbetalingen kunt blijven doen; de dagelijkse boodschappen zijn geen probleem, je kunt dan alleen even geen televisie kopen.’

Hoeveel cashgeld is er eigenlijk in Nederland in omloop?

‘10,3 miljard. Althans, dat is de waarde van de bankbiljetten die DNB tot 2018 uitgaf. Maar doordat toeristen en zakenlui geld meenemen, weten we niet exact hoeveel geld zich op Nederlandse bodem bevindt.’

Een ander voordeel van cash: je kunt je geld van de bank halen als die op omvallen staat.

‘Cash is publiek geld. Het is eigenlijk een vordering op de centrale bank, op de overheid, die niet failliet kan gaan. Dat maakt het ook zo betrouwbaar. Terwijl dat wat je op je bankrekening hebt staan een vordering is op een commerciële partij. Wat gebeurt er als een bank in de problemen komt, zoals in Griekenland? Dan halen mensen hun geld van de rekening omdat ze kennelijk meer geloof hebben in bankbiljetten.

‘Maar een van de vragen die op het moment speelt is: moeten we als centrale banken ook digitaal geld gaan uitgeven? Dan heb je bijvoorbeeld in het geval van een bankrun een alternatief voor cash; centrale-bankgeld, maar dan digitaal. Op dezelfde manier kun je je voorstellen dat er in de toekomst digitale alternatieven zullen komen voor het fallback-mechanisme van geld. Een systeem dat ook echt onafhankelijk genoeg is van het huidige betalingssysteem – om als back-up te dienen. Een beetje zoals je in elke cockpit van een vliegtuig twee verschillende, van elkaar onafhankelijke besturingssystemen hebt die door verschillende bedrijven zijn gemaakt en die ieder eigen ict-systemen hebben.’

Maar als die alternatieven er zijn, hoe moet het dan met bejaarden en laaggeletterden en mensen met schulden die liever met contant geld betalen dan pinnen?

‘Cash voorziet inderdaad in een betaalfunctionaliteit voor specifieke groepen. We hebben een student van de TU Delft een analyse laten maken van hoe verschillende groepen aankijken tegen cash en digitaal geld. Voor een oudere is cash zijn geld en de bankrekening de plek waar hij geld bewaart. Een jongere zegt: nee, mijn bankrekening is mijn geld en cash is een manier om het uit te geven. Die vinden cash onhandig; het geeft ze het gevoel dat ze het al kwijt zijn, want ze kunnen niet meer op hun iPhone zien hoeveel ze hebben. Toch willen jongeren niet dat cash verdwijnt. Ook visueel gehandicapten hebben er veel aan, omdat ze kunnen voelen hoeveel ze in hun handen hebben. En de bijna drie miljoen laaggeletterden en mensen met schulden hebben baat bij het overzicht dat cash biedt.’

Heeft u contact met die groepen? Komt u schrijnende gevallen tegen?

De les uit Zweden is dat we hier met al die groepen overleggen in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer. Daar zit de hele polder bij elkaar: banken, de Consumentenbond, winkeliers, gehandicaptenorganisaties, ouderenbonden. Daar kom ik geen schrijnende gevallen tegen omdat we het gewoon goed regelen in dit land. We willen voor de komende vijf jaar duidelijke afspraken over de bruikbaarheid en de bereikbaarheid van cashgeld maken, dus over het aantal geldautomaten en de spreiding ervan. 99,6 procent van de Nederlanders heeft zoals afgesproken een pinautomaat binnen een straal van 5 kilometer. En ja, dat blijft zo, ook na al die plofkraken. Overigens is het nog steeds zo dat 97 procent van de winkeliers cash accepteert.

‘Maar dat wil niet zeggen dat cash voor de eeuwigheid moet blijven. Ik kan me innovaties voorstellen die voor deze betaalfunctionaliteit een oplossing bieden, zoals apps die voor blinden het bedrag voorlezen.’

Hoe houd je het cashbetalingssysteem tot die tijd betaalbaar als steeds meer mensen elektronisch afrekenen?

‘De hele cash-infrastructuur is de afgelopen tien jaar veel goedkoper geworden doordat banken zijn gaan samenwerken in de backoffice – de aparte pinautomaten maken bijvoorbeeld steeds vaker plaats voor de gezamenlijke gele Geldmaat. Maar biljetten gaan ook langer mee door het gebruik van een coating. De kleinste coupures twee jaar, de middelgrote twee tot vijf en de grootste een jaar of tien – die worden bijna niet uitgegeven maar vooral bewaard. Op een gegeven moment bereik je natuurlijk wel het punt dat het cashgebruik zo afneemt dat je je moet afvragen of je de infrastructuur nog in de lucht kunt houden. Dan komt de vraag op tafel: willen we dat nog betalen als samenleving? Als het antwoord ‘ja’ is, doen we dat en anders houden we ermee op.’

En wanneer zou het zover kunnen zijn?

‘De komende vijf tot tien jaar gaat cash nog niet verdwijnen. Verder durf ik niet te kijken.’

De Europese Centrale Bank geeft sinds kort geen 500-euro biljetten meer uit; de Nederlandse regering bereidt een wetsvoorstel voor dat contante betalingen boven de 3.000 euro verbiedt. Is dat het begin?

‘Die maatregelen zijn er specifiek op gericht om criminelen het leven zuur te maken. De meeste Nederlanders gebruiken dat 500-eurobiljet nooit.’

Het kan een argument worden om maar helemaal van cash af te raken: dan maak je het terroristen, dieven en belastingontduikers pas echt moeilijk.

‘Ook digitaal wordt er op grote schaal fraude gepleegd. Ik vermoed dat de sommen die daarin omgaan veel groter zijn; dat cash meer het terrein is van de kleine crimineel. Drugskartels hebben heus hun lijntjes via de Bahama’s zodat ze grote sommen geld kunnen overmaken. Verreweg het grootste deel van het cashgebruik is legitiem. Maar je kunt wel zeggen: dat vijfhonderdje hebben we eigenlijk niet nodig, daar houden we mee op. En om dezelfde reden: normale betalingen kunnen met cash gebeuren, maar abnormale mogen niet meer.’

Is een betaling van 3.000 euro abnormaal?

‘Nou, ik geef het niet vaak cash uit.’

Als je omwille van privacy geen digitale betalingssporen wil nalaten, kan deze grens wel een probleem zijn.

‘Ik denk dat het aantal mensen dat niet kan betalen zoals hij wil, beperkt is en opweegt tegen het doel van de regelgeving.’

Hoe groot is kans dat de grens opschuift? Het is nu 3.000; is het over een paar jaar 1.000?

Verontschuldigend: ‘Ik weet het niet. De toekomst is moeilijk te voorspellen. Maar ook als het om anonimiteit gaat kun je digitale alternatieven verzinnen. Die zullen niet zo goed zijn als cash, maar je kunt systemen creëren waarbij anonimiteit toch in hoge mate gewaarborgd is. Bitcoins zijn immers ook anoniem, al hangt er een zweem van illegale transacties omheen. Op dezelfde manier zou je ook een anonieme, digitale vorm van centrale-bankgeld kunnen maken. Je zou kunnen zeggen: van dit soort transacties houden we niet bij van wie het komt. Punt is dat mensen de centrale bank moeten vertrouwen dat ze dat ook echt niet-traceerbaar houden. Zo anoniem als cash zal het nooit worden.’

Cash heeft ook als voordeel dat banken de negatieve rente niet kunnen doorberekenen naar hun klanten, omdat de ouwe sok dan lonkt.

‘Ook nu krijgen mensen geen rente op hun bankrekeningen. Toch zien we niet dat er grote hoeveelheden cash worden opgenomen.’

Maar 0 procent rente is nog iets anders dan dat je moet betalen om je geld te stallen.

‘Zover is het nog niet. Ik zie ook niet snel gebeuren dat mensen al hun geld opnemen en onder hun kussen leggen. Dat heeft namelijk weer andere risico’s.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden