Opinie

'Het is alsof de advocaat van Jasper S. zich publiekelijk verontschuldigt voor een vuile klus'

Al na een paar dagen laat Jan Vlug, de advocaat van Jasper S., impliciet doorschemeren dat hij vindt dat zijn cliënt schuldig is, schrijven advocaten Willem Jebbink en Jeroen Soeteman. 'Zijn uitlatingen lijken een self-fulfilling prophecy te worden.'


Jan Vlug staat de pers te woord. Beeld ANP

Jan Vlug is vorige week door Jasper S., verdacht van de moord op Marianne Vaatstra, aangezocht als advocaat. Ofschoon Vlug vanwege de beperkingen waarin zijn cliënt zich bevindt niets tegen de buitenwereld over de zaak mag zeggen, gaf hij afgelopen week in de media voldoende prijs om te weten hoe de vlag er bij hangt.

Zo vertelde hij het Algemeen Dagblad dat niemand medelijden met zijn cliënt hoeft te hebben en dat hij niet gelooft in theorieën ('complottheorieën') die op internet worden geuit. De theorie dat het Openbaar Ministerie achter de moord zit, noemde hij zelfs schandalig. Verder bevestigde Vlug schijnbaar achteloos dat de dna-match 'een duidelijk bewijsmiddel' is. Volgens hem staat Jasper S. met 10-0 achter. Tot slot brak Vlug ook nog een lans voor het met rust laten van de familie Vaatstra en meldde hij dat hij ook maar een mens is.

Onafhankelijk van de autoriteiten
Gezien de prille staat van het onderzoek gaan deze uitlatingen erg ver voor een strafadvocaat, die geacht moet worden onafhankelijk van de autoriteiten te zijn. De verdachte in strafzaken heeft recht op een volstrekt eenzijdige, partijdige en kritische verdediging waarin geen mogelijkheid onbenut blijft vraagtekens te plaatsen bij de redeneringen en conclusies van politie en justitie. De advocaat dient inzicht, of zelfs begrip, te kweken voor de wijze waarop zijn cliënt heeft gehandeld (uiteraard als dat handelen bewezen kan worden). Daarnaast behoort hij er ook nog eens - los van de inhoud van de zaak - onophoudelijk op toe te zien dat zijn cliënt een eerlijk proces krijgt.

Vanuit deze elementaire taakopvatting van de strafrechtadvocaat lijkt Jasper S. er bekaaid af te komen. Al na een paar dagen bijstand - met het onderzoek nog in volle gang - laat zijn advocaat doorschemeren dat hij vindt dat zijn cliënt schuldig is. Waarom anders zouden we geen medelijden met S. mogen hebben?

Nog opmerkelijker is de duiding van de dna-match als 'duidelijk bewijsmiddel'. Die kwalificatie lijkt mij een geschenk voor het Openbaar Ministerie, waarmee S. niet hoeft te verwachten dat zijn raadsman de vondst en rechtmatigheid van die match kritisch zal onderzoeken. Dat geldt evenzeer voor een onbevangen benadering van de diverse theorieën die sinds de aanhouding (weer) de ronde doen. Wellicht zijn die niet alle even voor de hand liggend. Maar door ze nu al kritiekloos van de hand te wijzen, lijken S. verdedigingskansen te worden ontnomen.

Sympathie
De sympathie van de advocaat van S. voor de nabestaanden van Marianne Vaatstra is weliswaar vanuit menselijk perspectief begrijpelijk, maar nu S. nog in beperkingen zit, moeten we er van uitgaan dat hier niet de mening van S. wordt verkondigd (de advocaat mag vanwege beperkingen geen enkele mededeling aan de buitenwereld doen). Het gaat hier dus klaarblijkelijk om de privéopvatting van Jan Vlug.

Die sympathie voor de familie, juist nu die publiekelijk is geventileerd, doet tegelijkertijd afbreuk aan de verdedigingskansen van S. Zijn advocaat en S. kunnen zich daarvan in een later stadium van het proces immers nog bezwaarlijk losmaken. De rechtbank zal zich bij een eventueel te voeren vrijspraakverweer terecht afvragen waarom van meet af aan zoveel sympathie jegens de nabestaanden is betracht. Dat is immers een houding die in een strafzaak past bij degene die het gedaan heeft oftewel de schuldbewuste dader.

Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat S. allang heeft bekend en zijn advocaat ervan heeft overtuigd dat onderzoek naar bijvoorbeeld de dna-match zinloos is. Maar zelfs dan lijkt voorzichtigheid geboden. Is de bekentenis niet vals? Is na enkele dagen al genoeg duidelijk over de psychische toestand van S.? Het wordt straks voor de rechtbank lastig nog begrip voor de persoonlijke omstandigheden van S. op te brengen nu volgens zijn eigen raadsman niemand medelijden met hem hoeft te hebben. Dat is krachtige taal die zelfs een laatste strohalm van S. - een zo gunstig mogelijke straf - ondermijnt.

Eenzijdige positie van de strafrechtadvocaat
Laten we hopen dat Vlug zich onhandig heeft uitgedrukt of dat zijn woorden uit hun verband zijn gerukt. Door zijn uitlatingen lijkt het dat hij zich ongemakkelijk voelt in de eenzijdige positie die hij als strafrechtadvocaat heeft. Alsof hij zich publiekelijk verontschuldigt voor een vuile klus.

Met de impliciete bevestiging van de schuld van S. en de empathie voor de familie Vaatstra lijkt Vlug gevoelig voor de massale stroom van (voor)-oordelen in de media, die ongewoon krachtig is ingezet door adviseurs van het opsporingsteam. Het is een onuitroeibaar gegeven dat het werk van strafrechtadvocaten als storend wordt ervaren door degenen die op grond van onderbuikgevoel en mediaberichten hun oordeel al klaar hebben. Het is als strafrechtadvocaat betrekkelijk zinloos te strijden tegen degenen die menen dat de daad, en niet de verdachte, wordt verdedigd. Als de advocaat ook nog sympathie voor de medemenselijkheid van zijn eigen persoon probeert te zoeken, kan dat zijn onafhankelijkheid en partijdigheid in gevaar brengen.

Evenwicht bieden
Uitleg over de principiële positie van de strafrechtadvocaat is juist in dit soort 'mediastrafzaken' uiterst zinvol. Zeker degenen die ooit ten onrechte als verdachte zijn gearresteerd, kunnen beamen hoe wezenlijk belangrijk het is dat een standvastige advocaat tegenwicht biedt aan politie en justitie. De bevoegdheden van justitie reiken alsmaar verder en opsporingstechnieken worden steeds technischer. Daardoor is de verdediging in strafzaken veelal uiterst complex. De samenleving is de afgelopen jaren meermalen opgeschrikt door onterechte veroordelingen, ook in zaken waarin het bewijs er ogenschijnlijk dik bovenop lag.

Vanuit de verdediging commentaar geven in strafzaken als die tegen S. is dus zeker nuttig. Het is echter riskant vroegtijdig iets te zeggen over meer inhoudelijke kanten van de zaak. Vlugs uitlatingen lijken een self- fulfilling prophecy te worden: S. staat inderdaad met 10-0 achter.

Willem Jebbink en Jeroen Soeteman zijn werkzaam in de advocatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.