Het is akelig stil in het straatje van geld en kunst Vier theaters herbergt de Nes, maar het culturele hart klopt nauwelijks

In een straat met theaters, cafés en restaurants verwacht je rumoer, sfeer, muziek. Maar in de Amsterdamse Nes is het doorgaans rustig, saai zelfs....

RONALD OCKHUYSEN; HEIN JANSSEN

WEL DUIZEND klompen hangen in de souvenirwinkel op de hoek van de Dam en de Nes. Ook Amsterdamse grachtenpandjes in delftsblauw en chocoladeletters van Verkade worden er verkocht, het hele jaar door. En tegeltjes met daarop het wapen van Amsterdam, onder de drie kruizen de tekst Stoned again, drunk again, horny again.

Stoned, dronken en geil. . . zo zou deze stad dus moeten zijn en dat zal best, maar niet in de Nes. Het straatje dat vanaf de Dam parallel aan het Rokin doorloopt tot de Grimburgwal is uitgesproken saai - doordeweeks en in het weekeinde, overdag en 's nachts. Je kunt er lopen met je hond of met je vriend of met je oma. Niemand valt je lastig. Hooguit wat aangeschoten heren die bij een van de banken in de Nes of bij de Optiebeurs werken en zojuist met iets teveel Belgisch bier hun verhoogde omzet hebben gevierd in het café van De Brakke Grond.

De Nes is behalve de straat van het geld, ook de straat van de kunst, al eeuwenlang. In vier gebouwen wordt theater gemaakt, achter de bank van Mees & Pierson en de Optiebeurs van Cees Dam. Ook zitten er enkele kroegjes met namen als Droesem en The String, een Russische bar en vier restaurants. De Nes is dan weliswaar niet het culturele hart van de stad, dat klopt nog steeds op en rond het Leidseplein, maar de Nes is alleen al vanwege zijn historie een goede tweede.

Niettemin is het de laatste tijd stil in de Nes, zo druilerig.

In een straat met theaters en horeca verwacht je rumoer, sfeer, muziek, gelal desnoods, joie de vivre. Zeker 's avonds als de theaterbezoeker naar Brecht gaat of naar de nieuwe opera van Boudewijn Tarenskeen of naar de Vertellingen van 1001 Nacht van Rieks Swarte. Maar als de voorstellingen beginnen, is de straat leeg, hier en daar staan wat fietsen tegen gevels of tegen de aanplakzuil. Geen zwerver, geen hond.

De Brakke Grond, Frascati, De Engelenbak, het zijn theaters met een rijke historie. Studio van Kees van Iersel speelde er, en The Family van Lodewijk de Boer. Later werd Frascati het huis van Toneelgroep Baal, waarmee Leonard Frank tot in de jaren tachtig een breed publiek naar de Nes lokte. Judith Herzbergs Leedvermaak is een van die voorstellingen die bij de Nes horen - alleen al vanwege de balkons van Frascati, waarop het joodse huwelijksfeest werd gevierd en Kitty Courbois zo mooi niet uit de voeten kon met het verleden.

De Nes-theaters hebben de laatste jaren nogal wat belangrijke groepen als vaste bespeler zien vertrekken. Carrousel, De Trust en Art & Pro vonden een eigen plek. Andere groepen kozen voor Bellevue, omdat de lokatie bij het Leidseplein ze meer beviel.

De klad zit erin, de loop lijkt eruit. 'Onzin! Wie beweert dat?, reageert Cis van Helmond, produktieleider van de Stichting NEStheaters, die sinds 1993 Frascati en De Brakke Grond beheert. Fel: 'Wij zijn hier niet uitgevonden voor de kijkcijfers. Waar shop ik tegenwoordig het best, dat is wat het publiek zich op dit moment vooral afvraagt. Ze willen bekende stukken, bekende regisseurs, bekende acteurs.

'Nou, hier in de Nes wordt niet geshopt, niet gescoord in die zin, dikke neus! Hier zie je geen Willeke, geen Toneelgroep Amsterdam. Dit is de speeltuin, het uitprobeertheater, inclusief de verkeerde keuzen, de mislukkingen. Hier komt het publiek voor het avontuur. Wil je een avondje uit, dan ga je ergens anders naar toe.'

Met de komst van Nan van Houte, die twee jaar geleden werd benoemd tot artistiek directeur van de Stichting NEStheaters, is er het een en ander veranderd. Er kwam een nieuwe huisstijl, een Neskrant en het artistieke accent werd verlegd: jonge makers konden nu zowel in werkplaatsen als op adhoc-basis produceren. Van Houte: 'Toen ik hier kwam, was het al een makershuis, een energiebedrijf. Ik richtte me op twee uitgangspunten: wat is de functie van het theater in de samenleving en hoe houd je het artistieke debat gaande.'

Naast het aanbod van gastspelers ontstond aldus een reeks adhoc-produkties, werkplaatsprodukties en manifestaties. Dit seizoen zit het Van Houte niet mee. Van september tot december 1994 werden om uiteenlopende redenen vier produkties afgelast. Van Houte: 'Ik heb besloten daarover niet in paniek te raken. Bovendien moeten voorstellingen kunnen mislukken. Naar mijn idee zet de politiek jonge regisseurs onder te grote druk; zij moeten scoren om voor subsidie in de race te blijven. Ik heb deze week een debat gevoerd met twaalf theatermakers en ze gevraagd naar hun toekomstplannen, want ik ben niet langer van plan met één ton als verkapte subsidiegever op te treden.'

Van Houte wil van de werkplaats weer een echt laboratorium maken. Het geld zal besteed worden aan workshops, schrijfopdrachten, aan projecten kortom die de ontwikkeling van de makers ten goede komen. Dat kan een beginner zijn, maar ook Annemarie Prins kan aankloppen.

Mooie plannen, maar een breed publiek zal het niet opleveren. Dat weet Van Houte ook. 'Ik huiver om over publiek na te denken, alsof er een amorf publiek bestaat dat naar een amorf theater komt kijken. Heel Nederland is bezig met volle zalen, ik ben meer geïnteresseerd in de functie van het theater.'

Niettemin wil ook Van Houte in de Nes de loop er weer in krijgen. Dat wil ze bereiken in een nauwe samenwerking met de groepen. Volgend seizoen zal Alex d'Electrique zich als een soort huisgroep in de Nes vestigen en een maandlang daar zijn voorstellingen spelen. Ook Suver Nuver en Mug met de Gouden Tand staan in de toekomst voor een volle maand geboekt. Lange speelseries zijn ook gegund aan Bonheur, Karina Holla, Beppie Blankert, Onafhankelijk Toneel en de kleine-zaalprodukties van Johan Doesburg bij het Nationale Toneel.

Het is al weer drie jaar geleden dat de straat werd verfraaid met lantarens, vloerverlichting, nieuwe stoeptegels, paaltjes. De pislucht uit de zijsteegjes is verdwenen, de gebouwen werden op gepoetst. Het was het directe resultaat van een lobby van de Stichting ReNESsance, een prestigieuze club van ondernemers, horeca-exploitanten en cultuurbonzen onder voorzitterschap van Frits Bolkestein, die zich inzet voor een beter leefklimaat in de Nes - al was het maar vanwege het historische sentiment.

In 1342 werd de Nes (het Middelnederlandse Nesse verwijst naar een drassig, aangeslibd stuk land) een deel van het Amsterdamse grondgebied. In het begin van de vijftiende eeuw ontstond achter het Rokin een conglomeraat van kloosters.

Namen van zijstraatjes in de Nes herinneren nog aan het Cellebroeders- en Sint Barbaraklooster, terwijl onder het pleintje voor De Brakke Grond de fundamenten liggen van het Sint Margarethklooster, de fundamenten ook van het toneel in de Nes - rond 1585 voerden Vlaamse vluchtelingen op de zolder van de kloosterkerk rederijkersspelen op. Onder deze rederijkers, die zich verenigden onder de naam 't Wit Lavendel, schaarde zich ook Joost van den Vondel, die later even verderop bij de lommerd als boekhouder een karig loon verdiende.

Op deze kerkzolder was nog een andere rederijkerskamer actief, de Egelantier, waar werd gediscussieerd over refreinen en toneelstukken werden opgevoerd. Van Bredero bijvoorbeeld, die in het pand naast het voormalige klooster werd geboren; Moortje stond in 1616 op het programma.

Op hetzelfde plein voor De Brakke Grond stond vanaf eind zestiende eeuw een markt, de kapellen van de kloosters werden toen opslagplaatsen van vlees. In herberg De Brakke Gront vonden tabaksveilingen plaats, een activiteit die het straatbeeld tot na de Tweede Wereldoorlog zou overheersen.

Want behalve de straat van suikerbakkers werd de Nes een straat van veilingen, banken en variété-theaters, een straat ook waar je je honderd jaar geleden met goed fatsoen niet zomaar vertoonde. 'Vrouwen in smoezelige witte en roze japonnen met fluweel en valse kant zitten voor de ramen te wachten op een klant, tikken tegen de ramen als iemand passeert', noteerde een Amsterdamse chroniqueur in 1901. De gouden jaren van Tivoli, Frascati, Victoria (nu het RHO Hotel) en de Salon des Variétés van Duport (nu De Engelenbak) waren toen al voorbij. Acteurs en artiesten maakten plaats voor dames van 'betwijfelbare frisheid'.

Een kleine eeuw later valt aan de frisheid niet meer te twijfelen. De restaurants van De Brakke Grond en Frascati kennen een voorbeeldige bediening en een keurige clientèle. Hèt trefpunt van de Nes is café De Blincker. Hier komen actrices met zes plastic tassen uitpuffen, hier eet Hans Kemna de dagschotel met een te casten acteur, hier schuiven theatermakers bij elkaar aan.

Wanneer staat in de Gentse Minard-schouwburg een interessante voorstelling? Weet u toevallig ook een hotelletje in de buurt van het Paleis voor Schone Kunsten?

Het gloednieuwe informatiebureau Vlaanderen, aan de Nes 47, opent op 27 maart officieel zijn deuren. 'Met gepaste luister, in aanwezigheid van minister Hugo Weckx', wordt dan het startschot gegeven voor een initiatief dat toerisme en cultuur moet doen samensmelten. 'Nederlanders zijn nu eenmaal nieuwsgierig', legt Guido Vereecke, directeur van het Vlaams Cultureel Centrum, uit. 'Voor korte vakanties staat Vlaanderen hoog op het lijstje.'

Die vakantievierders kunnen er ook voor kiezen een weekeinde in De Brakke Grond door te brengen, want nadat de Belgische Staat het pand in 1981 kocht, werd Nes 45-47 een lapje Belgisch grondgebied in Amsterdam, een symbool van de verbondenheid van twintig miljoen Nederlandstaligen in Noord en Zuid. Van hieruit wordt de Vlaamse kunst en cultuur over Nederland verspreid.

Vereecke geeft toe dat programmeren de laatste jaren ingewikkelder is dan tijdens de Vlaamse Golf, toen theatermakers als Ivo van Hove, Luk Perceval en Lucas Vandervost het Nederlands toneel bestormden. Vandervosts gezelschap De Tijd is nog wel een vaste bespeler van de Nes, maar Van Hove en Perceval leiden inmiddels grote gezelschappen die in de Stadsschouwburg op het Leidseplein spelen.

Toch weigert Vereecke de Nes als een in de tijd verzonken straatje af te doen. 'Het Vlaams Cultureel Centrum heeft een landelijke functie, wij lopen niet warm voor Vlaamse produkties die eerst in Groningen of Haarlem hebben gestaan.' Naast twee theaterzalen leidt Vereecke een expositieruimte waarin hij vooral een confrontatie tussen Vlaamse en Nederlandse beeldende kunst tot stand wil brengen.

Op dit moment is er een tentoonstelling van theaterkostuums, ontworpen door studenten van de kunstacademies in Tilburg en Antwerpen. Vereecke is er trots op dat hij in december een expositie van 120 prenten van James Ensor in huis heeft, een collectie die om onbekende reden in de Verenigde Staten terecht is gekomen en door de Kredietbank van Vlaanderen is gekocht.

Ah, toch een zwerver in de Nes. Wat traag hobbelt een oud mannetje met papieren hoed richting Engelenbak, - al twintig jaar het podium voor het betere amateurtoneel. Hij komt zich opgeven voor de Open Bak, dè publieks-hit van de Nes. Elke dinsdagavond stroomt een menigte van voornamelijk studenten samen die komt kijken naar een stand-up comedian met een liedje over mannen in boxershorts en twee behaarde troubadours die zich kwaad maken over de teloorgang van de Waddenzee. In de Open Bak ruikt het naar bier en zweet, maar het is ook de plek waar Paul de Leeuw en Brigitte Kaandorp voor het eerst optraden.

De Engelenbak is het enige professionele theater in Nederland dat louter amateurprodukties programmeert. Met al jarenlang een zaalbezetting van 73 procent, en toch voelt de Engelenbak zich een beetje weggemoffeld in de straat.

Directeur Pia van de Berg: 'Natuurlijk is de Nes een mooie lokatie, zo midden in de stad, met de status die daarbij hoort. Vier theaters op een rij, dat zou toch een meerwaarde moeten hebben, maar paradoxaal genoeg is het een uitgesproken saaie straat. In potentie is alles aanwezig, maar het wordt niet benut - ik heb het gevoel dat de loop eruit is. De straat bruist pas als er iets gezamenlijks gebeurt, zoals het Internationaal Theaterschool Festival en het Landelijk Festival voor Amateurtheater. Maar dat komt te weinig voor. De NEStheaters zetten de ramen alleen in woorden open, niet in daden.'

Van de Berg zou willen dat er wat meer overleg was tussen de vier theaterdirecties. 'Maar zelfs bij onze jaarlijkse eigen produktie, dit jaar Andromache, geregisseerd door Mark Timmer, is niemand van NEStheaters komen kijken. Mijn buren van Cosmic waren er wel.'

Die buren bijna aan het eind van de Nes huizen in het voormalige veilinghuis Sotheby Mak van Waay. Cosmic biedt kunstenaars van allochtone afkomst een dak boven het hoofd. Artistiek en zakelijk leider Norman de Palm: 'Toen ik hoorde dat dit gebouw vrij was, werd ik hebberig. Vanaf volgend seizoen gaan we hier ook onze eigen voorstellingen uitbrengen, en niet meer in Frascati. Een stille ambitie is dat ik hier een filmzaal wil openen, elke vrijdag en zaterdag een film uit het Caribisch gebied.'

Aandacht voor de multi-culturele stad lijkt op dit moment hèt item in de Nes. Nan van Houte is er mee bezig, dat blijkt uit het festival Know Your City vorige maand. En deze week staat in De Brakke Grond het Amsterdams Black Theatre Ensemble Steppin'. De Palm ziet dit niet als concurrentie: 'Hoe meer hoe beter, graag zelfs! Het theater begint geil te worden op alles dat coloured is. Een kwestie van kwantiteit blijkbaar, Nederlanders zijn tenslotte handelaren. Het voordeel voor ons is dat wij niet langer de missionaris hoeven uit te hangen.'

In de Cosmic-krant Stampei staat te lezen dat de unieke diversiteit aan mogelijkheden in de Nes moet worden aangepakt. De Palm: 'We hebben allemaal belang bij een levendige straat, horeca en theaters horen bij elkaar. We moeten niet chic doen, zo van: wij maken theater en jullie verkopen alleen maar pils.'

De samenwerking komt in zicht. Dit jaar hebben de theaters met elkaar een nieuwjaarsreceptie gehouden en het plan is om het komende seizoen gezamenlijk te openen. De Palm: 'Gooi open die tent, mensen vinden het leuk om in de kleedkamers te snuffelen.' Waar iedereen echt ontzettend blij mee is, is de komst van De Trust, die vanaf 1996 de voormalige Evangelisch-Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal betrekt. Die plek ligt namelijk op vijf minuten loopafstand van de Nes.

Dat zal ook gunstig zijn voor de omzet van De Blincker, waar rond middernacht gewoontegetrouw een handjevol theatermakers binnenstiefelt. Jan Joris Lamers, Annet Kouwenhoven, Albert Blitz, Otto Valkman en de jonge honden van Dood Paard zijn er ook.

Er wordt gedronken, er wordt gepraat over leven en dood en met steeds lossere tong ook over het geweld in Pulp Fiction - of dat net zo dubieus is als in Troilus en Cressida van het Nationale Toneel. Inmiddels is er een bandje van de Stones opgezet - As tears go by.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden