Het is absoluut hapsnap

Een jaar lang is Dragan Klaic woedend geweest. Over de bezuinigingen op het Theaterinstituut Nederland, waar hij tot afgelopen week directeur was....

Ach, roept hij opeens, 'en we hebben het nog niet over opera gehad! Dat is een constante bron van plezier voor mij. Te leven in een stad die zo een voortreffelijke moderne opera heeft, waar zulke wonderbare regisseurs komen werken. En het jeugdtheater, waar ik met mijn dochter zulke ontzettend mooie ervaringen heb gehad. En. . .'

Dragan Klaic praat snel, enthousiast vaak, dan weer weloverwogen, soms nog steeds boos ook, in een rad Nederlands waarmee hij iedereen sinds zijn komst naar Amsterdam ruim negen jaar geleden overrompelt. Deze dag, ongekend warm naar Nederlandse begrippen, praat hij over zijn afscheid als directeur van het Theater Instituut Nederland (TIN), over tien jaar Nederlands theater, culturele infrastructuur, overheidsbeleid, de toekomst.

Een kleine, energieke man van begin vijftig, nauwelijks te stoppen, vol plannen, observaties en meningen, en gezegend met een opmerkelijk geheugen. In januari 1992 werd hij aangesteld als directeur van het Theater Instituut, een kwakkelende instantie met een grote fusie voor de boeg. Twee kunstenplannen later, in mei vorig jaar, adviseerde de Raad van Cultuur voor Klaic' TIN een bezuiniging van 1,65 miljoen gulden. Staatssecretaris Rick van der Ploeg nam het advies over, en bemoeide zich vervolgens met de manier waarop de bezuiniging zou moeten worden doorgevoerd.

Maart 2001: Dragan Klaic kondigt zijn vertrek aan, per 1 september.

Woedend

Hij is goed thuis in het beleidsjargon, bekend en veilig terrein van formules en kant-en-klare zinnen, met op den duur een haast bezwerend effect. Want inmiddels is het zwaarste wel achter de rug, hij heeft afscheid genomen, hij is weg,en het instituut dat hij heeft opgezet, bestaat niet meer. Maar makkelijk is het niet. 'Ik ben een jaar lang woedend geweest.'

Dragan Klaic (1950) was hier een 'inconnu' toen hij werd gevraagd voor het directeurschap. Opgegroeid in Novi Sad, afgestudeerd in Belgrado en daarna aan Yale, was hij al weer dertien jaar werkzaam als universitair docent en hoogleraar in de Joegoslavische hoofdstad toen de burgeroorlog uitbrak. Hij accepteerde het aanbod in Amsterdam. Wierp zich op de fusie tussen instituten voor theater, dans, mime en poppenspel, en was vanaf de eerste dag betrokken bij de ingrijpende renovatie van de vier zeventiende-eeuwse panden aan de Herengracht die samen het TIN vormen. Sinds vier jaar geeft hij les aan de Universiteit van Amsterdam.

Deze zomer is hij voor het eerst langere tijd teruggegaan, 'A la recherche du temps perdu'. Wil er over schrijven, later. De keer daarvoor brak hij een bezoek aan Belgrado na vier dagen voortijdig af en keerde vol walging terug naar Nederland. 'Nu heb ik geloof ik mijn relatie tot die stad genormaliseerd. Maar wat betreft theater, wat ik heb gezien en erover heb gehoord - het is behoorlijk slecht. Traditionalistisch vermaak. Weinig artistiek ambitieus, weinig internationale uitwisseling - en ja, weinig condities daarvoor natuurlijk.'

Dragan Klaic is altijd een Euroburger geweest, een globetrotter, iemand die veel reist, lezingen houdt en congressen bijwoont, een warm voorstander van internationale samenwerking en uitwisseling, en iemand die niet moe wordt dat uit te dragen. En dat is een van de dingen die hem wel is verweten in de TIN-tijd.

Klaic was veel onderweg, druk met het leggen van (buitenlandse) contacten, te weinig aanwezig aan de Herengracht. En als hij er dan was, gaf hij veel aandacht aan wat wordt aangeduid als 'ondersteuning van professionals': het begeleiden op nationaal en internationaal niveau van de theater- en dansgroepen en vertegenwoordigers van de andere disciplines. Van hulp bij subsidie-aanvragen en documentatievoorziening tot netwerken en uitnodigingen regelen voor een buitenlands optreden. Kerntaken, vindt hij, maar dat was niet iedereen met hem eens toen er in het budget gesneden moest worden.

Geesteskind

'Toen heb ik de stekker eruit getrokken. Als Rick van der Ploeg meent dat de voorzieningen voor het publiek belangrijker zijn dan die voor de professionals, dan heb ik op het TIN niets meer te zoeken.' Voegt er aan toe: 'Maar ik denk wel dat het diep verkeerd is.'

Die poot van het instituut heeft hij opgezet, het was zijn geesteskind. Fel: 'Niet alleen daarom. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse theaterwereld dit soort steun nodig heeft. Er zal een lacune ontstaan op het gebied van onderzoek, reflectie, debat, deskundigheidsbevordering en ontwikkeling van internationale projecten. Dat gehele pakket wordt dramatisch gereduceerd.'

Blijft: het museum, informatievoorziening, de bibliotheek. 'Klopt. Maar wie zegt dat de theatergroepen keurig hun spullen blijven inleveren als het vroegere contact en de ondersteuning op het TIN weg is?'

Luidruchtige steunbetuiging uit het veld bleef uit. 'Natuurlijk hoop je daarop. Maar het is tegelijkertijd een periode waarin iedereen voorzichtig is. Dan moet je op solidariteitsgevoel niet te veel rekenen.'

Klaic weet het. Voor hem viel het doek op het moment dat hij voorstelde het museum te sluiten en tentoonstellingen buiten de deur te maken. Het leek de knuppel in het hoederhok. Een uitdaging aan het adres van de staatssecretaris. Want wie is er niet dol op dat snoepige museumpje.

'Ik denk nog steeds dat het een heel sound idea was. We hebben geen schitterende kunstobjecten. Het zijn materialen die voor de theatergeschiedenis van belang zijn. Dat is vaak rotzooi, naast heel interessante stukken. Maar daarvoor moet je een context hebben, een belevenis organiseren, een verhaal omheen maken. Waarom niet in het Amsterdams Historisch, of in Maastricht - de collectie tonen daar waar mensen toch al komen?'

De staatssecretaris was niet overtuigd.

En ook een aantal van Klaic' mensen raakte ervan overtuigd dat het beter was het werk met de professionals af te stoten; het was uiteindelijk die afdeling die onder vuur was komen te liggen, en niet het museum. 'Jammer, maar voorstelbaar. En natuurlijk pijnlijk voor mij.

'Achteraf zeg ik: we hebben de fijnmazige complexiteit van ons werk niet goed over het voetlicht weten te krijgen. Men wist niet wat het inhield, wat we deden. Ik heb nog gepoogd de catastrofe te voorkomen. Door een mediacampagne, met gesprekken proberen de consequenties te minimaliseren. Dat is me echt slecht gelukt.'

Maar pas op. Er mag dan heus wat aan te merken zijn geweest op het TIN, in het rapport van de Raad van Cultuur heeft hij dat níet teruggevonden. 'Mijn verwijt: ze hebben geen beoordelingssystematiek ontwikkeld voor dit soort complexe organisaties. Wij zijn geen theatergroep waarover je iets kunt zeggen op basis van vier of zes premières per jaar. Je kunt niet terugvallen op de recensies in de kranten. Het is absoluut hapsnap, geen systematische beoordeling. Het verslag van de zittingen van de Commissie Dans en Theater is een Albert Cuyp-marktpraatje. Mijn dochter van dertien had een coherenter verhaal gemaakt.'

Het TIN heeft bezwaar aangetekend en Klaic put genoegen uit de zaak van Discordia, dat dezer dagen door een wijze commissie in het gelijk is gesteld. Al maakt het voor hem in praktische zin niets meer uit.

Low-key

Tien jaar terug, Klaic herinnert het zich nog: 'Allemaal schreeuwende mensen tegen mij.' Een paar maanden na zijn aantreden had hij zich kritisch uitgelaten over het Nederlands theater en was iedereen en masse over hem heen gevallen. Low-key was een van de kwalificaties geweest.

Hij zoekt de verschillen met toen, steekt van wal, en even is er geen houden meer aan. 'In het Nederlandse theater van nu zit veel meer, ja, engagement? Dat is eigenlijk een heel ouderwets begrip. Laten we zeggen: veel meer sensibiliteit voor de hedendaagse realiteit. Voor de multiculturele dynamiek van de samenleving. Er is meer internationaal exposure, deskundigheid, nieuwsgierigheid, en voor veel theatermensen is internationaal denken en werken een heel normale zaak geworden en niet meer een uitzondering. Er wordt veel meer met de technologie geëxperimenteerd; het jeugdtheater heeft wortel geschoten, er is meer jongerentheater - een heel belangrijke ontwikkeling. En er is veel meer kleinschalig muziektheater.' Zo.

Multiculturele dynamiek? 'Oké, beperkt. Maar het bewustzijn groeit. Wat ik mis, is een uitgewerkte strategie voor interculturele samenwerking. De staatssecretaris hamert meestal op culturele diversiteit, niet op interactie. Maar goed, wat hij wel zal bereiken, denk ik, op het eind van zijn mandaat zal het duidelijk zijn, dat is meer culturele diversiteit in besturen, adviescommissies en dergelijke - en dat is ook belangrijk.'

Soekarno

'Wat me nog steeds ontzettend verbaast, is hoe weinig historische onderwerpen in het Nederlandse theater figureren. Vierhonderd jaar koloniale geschiedenis en hoeveel stukken zullen erover bestaan? De Buddha van Ceylon van Lodewijk de Boer, Soekarno van Jan Blokker en de derde wil me maar niet te binnen schieten. Interessant. Nederland heeft een fantastisch museumstelsel, waar de artefacten van het verleden goed worden bewaard en op schitterende wijze tentoongesteld, maar ergens is het collectieve geheugen zwak.

'De Tweede Wereldoorlog bestaat grofweg in twee stukken van Judith Herzberg en eentje van Karst Woudstra. Minimaal! Er wordt wel over gesproken, en elk jaar zie ik geboeid hoeveel mensen van verschillende generaties op 4 mei naar het monument komen, er verschijnen constant boeken - het is niet dat dat niet bestaat, maar het theater heeft er geen manier voor gevonden.

'Daarom vind ik het fascinerend dat een groep als Hotel Modern nu komt met een schitterende voorstelling over de Eerste Wereldoorlog - waarin Nederland neutraal was. En een ander mooi voorbeeld: Ongebluste Kalk, de muziekproductie van Hollandia en Paul Koek, gebaseerd op de brieven en dagboeken van Van der Lubbe. Mooi idee, de grote geschiedenis door de ogen van een kleine man. Tegenovergesteld in dit opzicht aan een stuk als Wilhelmina dan weer, al ging dat ook goed.' En hierbij wil hij nog even iets signaleren: de toenemende kwaliteit van de vrije producties in Nederland.

In alle geestdrift verdwijnt het beleidsaspect even naar de achtergrond, maar dan zijn we toch weer terug in Zoetermeer. 'Er is daar een anti-intellectuele sfeer ontstaan, en dat is ook echt iets van de laatste paar jaar. Onderzoek wordt niet gestimuleerd. Veel politici hebben heel weinig meer met culturele uitingen. En daar, vrees ik, zit de kwetsbaarheid van het Nederlandse culturele veld en het culturele beleid op de langere termijn.'

Men moet straks meer doen met minder geld. Maar of dit invloed zal hebben op het aantal producties betwijfelt hij. 'Theatermensen blijven dingen maken.' Terwijl, het is een feit, de bezoekersaantallen in het theater stagneren. Het reguliere theater, aldus Klaic, is dan ook een achterhaalde en rigide ruimtelijke formule, waarin paradoxaal genoeg nog steeds wordt geïnvesteerd. 'Je ziet momenteel zoveel nieuwbouw!' Hij ziet de toekomst in allerlei andere vormen, wijst op de festivaltrend, de belangrijke rol van het locatietheater.'Ik denk dat de theaterproductie en -distributie de komende jaren ingrijend zal veranderen.'

Dragan Klaic blijft het bestuderen. In UvA-verband of anderszins. Als freischwebende intelligentsia, 'zonder instituutsverlangen', maar met onmiskenbare sensibiliteit voor de Nederlandse realiteit.

Iemand die opeens nog roept: 'Ach! Wat ik zo erg vond: de kwestie-Aisja.' De opera van het Onafhankelijk Toneel die moest worden afgelast wegens misverstanden tussen de Marokkaanse en Nederlandse betrokkenen. 'Dat debat is niet ten einde. Dat debat moet nog worden gevoerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden