Het IOC leverde de sport vanwege financieel gewin uit aan commercie en nationalisme

Foto de Volkskrant

Vrijdag begonnen de 23ste Olympische Winterspelen. Het opmerkelijkst was niet het moment waarop voormalig kampioene kunstrijden Kim Yu-na de olympische vlam ontstak, noch het ogenblik waarop Jan Smeekens met onze vlag het stadion kwam binnenparaderen. Het bijzonderst was de handdruk tussen de president van Zuid-Korea, Moon Jae-in, en Kim Jo-jong, de zus van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un, zeg maar de Ivanka Trump van het laatste arbeidersparadijs.

Wie had dat kunnen denken? Haar broer dreigde nog niet zo lang geleden het buurland in een woestenij te veranderen met een olympische vlam in de vorm van een paddestoel. Maar zie wat sport vermag: door de Winterspelen is de dooi ingetreden tussen Noord en Zuid. IOC-voorzitter Thomas Bach sprak trots van een 'boodschap van vrede'. Vermoedelijk gaat het over een dikke veertien dagen weer vriezen, maar tot die tijd is een tijdelijke pax olympica toch maar mooi een feit.

Toen Pierre de Frédy, baron de Coubertin, in 1894 het Internationaal OIympisch Comité oprichtte, had hij niet zomaar een sportbondje voor ogen. De inzet was veel hoger. De Coubertin zag een religie voor de moderne tijd voor zich, gestut door de pijlers van sport en kunst en geleid door een op het Vaticaan geïnspireerde organisatie met een sportpaus (de voorzitter van het IOC), sportkardinalen (de IOC-leden) en sportbisdommen (de nationale olympische comités).

De nu al legendarische handdruk tussen Moon Jae-in en Kim Jo-jung. Foto afp

De olympische gedachte zou de mens verheffen en louteren; de slagvelden zouden worden verplaatst naar de sportarena's en de wereldvrede zou eindelijk een feit zijn. 'De twintigste eeuw zal olympisch zijn, of niet zijn', orakelde De Coubertin.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk omschrijft de olympische beweging ergens als 'de meest omvattende organisatiestructuur voor menselijk inspannings- en oefengedrag die ooit buiten de wereld van arbeid en de oorlog kon worden waargenomen'. Helaas werd het niet helemaal wat De Coubertin ervan had gehoopt. We weten hoe het is gelopen met de 20ste eeuw. Er werd olympisch gesport dat het een lieve lust was, maar helaas moesten de Spelen ook een paar keer worden afgelast wegens een wereldoorlog.

Desondanks is de olympische beweging haar ietwat megalomane en potsierlijke zelfoverschatting nooit helemaal kwijtgeraakt. De handdruk van Moon Jae-in en Kim Jo-jong voedde heel even de illusie dat sport dan misschien toch meer is dan een rondje 29,2 of een glijdende gek met een bezem en een curlingsteen. Het was een beetje zoals vier jaar geleden, toen in het Heinekenhuis in Sotsji de goudgele rakkers van Willem-Alexander en Vladimir Poetin een nieuwe periode van bloei in de Russisch-Nederlandse betrekkingen leken aan te kondigen, wat ook niet uitkwam.

Peyongchang is de etalage voor een stuk of negentig grote bedrijven die samen een miljard dollar betalen om hun producten aan de frisse sportjongens en -meisjes te mogen koppelen; Coca-Cola doet dat al sinds Amsterdam 1928. NBC, de Amerikaanse televisiezender en belangrijkste financier van het IOC, betaalde bijna een miljard dollar voor de rechten. De organisatie kostte de Zuid-Koreaanse staat tien miljard euro. Het festijn duurt zestien dagen, er zijn 102 wedstrijden en daarna is het afgelopen. Het is inmiddels zo gewoon dat je weleens vergeet dat het krankzinnig is.

Er doen 91 landen mee, waarvan veruit de meeste met nul medailles zullen eindigen in het bezopen fenomeen 'de medaillespiegel'. Die, en niet de uitslag van de dopingcontrole, is de thermometer van de diepe oneerlijkheid in de sport. De prijzen gaan naar 25 rijke landen die het zich kunnen veroorloven miljoenen te steken in hun sporters, de rest is kansloos.

Thomas Bach noemde het Russische dopingschandaal 'een ongekende aanval op de integriteit van de Olympische Spelen en de sport'. Maar de echte ongekende aanval kwam natuurlijk niet van de Russen, maar van het IOC zelf: een corrupte oligarchie die de sport vanwege het financieel gewin rücksichtslos uitleverde aan commercie en nationalisme.

Enfin, oogkleppen op, let the games begin, lekker schaatsen kijken, hup Sven.