Het instituut Aletta Jacobs (Gerectificeerd)

Het is een rijk boek. Niet omdat het zo ontzettend dik is, want met een beetje schrijfeconomie had het ook een kwart dunner gekund....

De rijkdom schuilt in wat Bosch met onvermoeibare onderzoeksijver aan beelden, emoties, stromingen, humeuren en pure feiten tevoorschijn heeft geroepen uit de Nederlandse samenleving van vooral het laatste kwart van de 19de eeuw. Dat was de fascinerende tijd van nieuwe politieke ordening, van culturele klaroenstoten, van drie of vier elkaar deels versterkende, deels in de weg zittende en deels bestrijdende emancipatiebewegingen, en van roerige of soms regelrecht oproerige kleine luyden, burgers, arbeiders, middenstanders en vrouwen, die elk voor zich (zelden in gezamenlijkheid) rechten opeisten waarvan een gevestigd standenbestel geen afstand wilde doen.

Een voorbeeldige 'biografie' van een rusteloos en twistziek tijdperk - dat is ook rijkdom.

Bosch heeft de titel van haar studie - Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid -natuurlijk vooral bedoeld als een hommage aan Aletta Jacobs. Maar als het om strijd, om geloof en om rechtvaardigheidszin gaat was Jacobs niet uniek. Het wemelde in haar jonge jaren - ze werd geboren in 1854 - van politieke, sociale, wetenschappelijke en artistieke wegbereiders, baanbrekers, voormannen en andere dromers of dwepers die het vaderland vanuit de stilstand of zelfs de achterstand van een suf geachte eeuw in één klap wilden opstoten in de vaart der grote volkeren.

Aletta Jacobs - de ambitieuze doktersdochter uit Sappemeer, die op voorspraak van niemand minder dan Thorbecke (voorman van een vorige generatie) als eerste vrouw colleges mocht volgen aan een universiteit - was uniek voorzover ze zich in de loop van haar leven op vrijwel alle vernieuwingsterreinen van haar tijd heeft bewogen. Ze was arts, ze praktiseerde in Amsterdam voornamelijk als 'armendokter', verdiepte zich al snel in de noodzaak van anticonceptie en werd op die manier haast vanzelf de propagandiste van seksuele onafhankelijkheid van de vrouw, die op zichzelf weer niet realiseerbaar was zonder sociale en politieke ontvoogding - en zo verder.

Als medicus, als halve seksuoloog - in later jaren is het hardnekkige maar nooit bewezen gerucht tegen haar uitgespeeld dat ze vrouwen zou hebben geaborteerd -, als vrijdenker, als 'radicaal' (maar nooit socialist), dus ten slotte ook als volbloed politicus die voor vrouwen(kies) rechten stad en land en algauw de hele wereld bereisde, bouwde ze een netwerk op dat van literatoren en parlementariërs tot aan economen en vreemde staatshoofden reikte.

Terwijl de Eerste Wereldoorlog nog volop gaande was, bezocht ze min of meer als diplomatieke 'afgevaardigde' van het in Den Haag gehouden internationale vrouwencongres niet alleen belligerente landen in Europa, maar ook het nog net neutrale Amerika, waar ze werd ontvangen door president Wilson, die zich volgens een hardnekkige feministische mythe door de resoluties van het vrouwencongres zou hebben laten inspireren bij de formulering van zijn Veertien Punten voor de latere vredesonderhandelingen. Uniek was Jacobs omdat ze al die activiteiten tot op gevorderde leeftijd - ze was ten tijde van haar (laatste) bezoek aan de Verenigde Staten de zestig al gepasseerd - met onverminderde vitaliteit heeft waargenomen. Uniek omdat ze op alle niveaus van het menselijk verkeer, van de verpauperde prostituee tot aan de Hooggeplaatste Heren in Den Haag, haar sociale intelligentie kon mobiliseren. En uniek omdat ze bij alle voor die tijd dwarse idealen blijkbaar zo'n praktische tante is gebleven.

Op een haast terloopse manier maakt Mineke Bosch haar lezers duidelijk dat Aletta Jacobs niet alleen een bemiddelde vrouw was, maar jarenlang (vóór ze op haar oudere dag failliet raakte door toedoen van een nogal losbollige pleegzoon) op grote voet heeft kunnen leven: dure huizen, altijd geld voor reizen, kapitaal op de bank. Hoe ze precies aan die relatieve overvloed is gekomen wordt niet helemaal duidelijk - de man die ze al betrekkelijk jong leerde kennen en liefhebben, en met wie ze, via een modieus soort K a m e r a d s ch a f t s e h e ten slotte ook metterdaad trouwde, bezat een kostbare feministische bibliotheek, dus misschien kwam het geld vooral van zijn kant.

Het is verder niet zo ontzettend belangrijk, behalve dat het iets zegt over de rolverdeling tussen de 'dames van stand' en de gewone man ('canaille' in Jacobs' spraak-en schrijfgebruik), die tot ver in de 20ste eeuw zou blijven vastliggen. De Mozessen die het arme volk uit de woestijn naar een Beloofd Land gidsten, waren zelf allemaal in goeie doen, het paternalisme in de relaties zou nog lang onuitroeibaar blijven. Misschien is dat ook de reden waarom we, bij alle detaillisme dat Bosch niet schuwt, zo goed als niets te weten komen over de betrekkingen die er wel, of op afstand, of schaars moeten hebben bestaan tussen de 'dame' Jacobs en de 'volksvrouw' Wilhelmina Drucker, die het op haar autodidactenweg naar de roem zonder de kruiwagens van Jacobs heeft moeten doen.

De wijze waarop Bosch niet alleen de taaie maatschappelijke conventies, maar vooral ook de veelvoudige stormlopen ertégen in hun onderlinge samenhang heeft geportretteerd is overigens voorbeeldig, en doet niet alleen recht aan de hoofdstromen binnen de sociale beroeringen - het socialisme zelf, de bevolkingspolitieke strategieën, het feminisme, de strijd om het algemeen kiesrecht en de achturen(werk) dag - maar ook aan de kleine of zelfs heel futiele kippendriften die in elk maatschappelijk veranderingsproces als pittoreske rafels aan het prestigieuze wandtapijt hangen.

Maar waar houdt het kind, het meisje, de jongedame, de strijdster, de matrone Aletta Jacobs zich schuil, en waarom wil ze niet echt tevoorschijn komen?

Uit haar privé-leven heeft de toch intens nieuwsgierige Mineke Bosch weinig touchants weten te putten. Was ze een markante, een aantrekkelijke, een mooie studente? Wat betekende ze als arts? Behandelde ze behalve de kraamvrouwenkoorts van zielige meisjes ook weleens een gewone griep? Is er eerzucht in het spel als ze al tamelijk jong 'verhuist' van het dienstbare doktersvak naar de schijnwerpers van politiek en sociale strijd? Was ze - op al die half-romantische fietstochten met haar minnaar Carel Viktor Gerritsen; ook in dat opzicht leefde ze hoogst modern - eigenlijk een goede minnares?

De biografie behelst twee fotokaternen, vooral gevuld met kiekjes uit een hele goeie oude tijd. Veel groepsportretten van een paar honderd congresserende vrouwen, her en der een snapshot van Aletta's tamelijk luxueuze reis (met een Amerikaanse vriendin) door Afrika en Azië, tot in het revolutionaire China van Sun Yat-sen. Waarom heeft de uitgever het er niet voor overgehad om die postzegelachtige prentjes wat op te werken en uit te vergroten - dan maar katernen van meer pagina's, het boek was toch al dik.

Nu probeer ik met een loep iets van de vrouw terug te vinden onder de bijna nooit afwezige reusachtige vilten hoofddeksels die mijn oudere broer toen we ze in onze jeugd om ons heen zagen 'vliegtuigmoederhoeden' placht te noemen - maar ze blijft verborgen, dat wil zeggen: ze blijft een instituut.

Dat was ze misschien ook echt, dat was misschien ook al vroeg haar imago voor de buitenwereld. Niet zozeer een ongenaakbare, als wel een voortdurend respect afdwingende grande dame, in een meeslepende en veelal enigszins onderschatte periode uit de vaderlandse g e s ch i e d e n i s .

Tegen het einde van het boek, als de niet erg voor feministisch pamflettisme ontvankelijke lezer net op het punt staat om Mineke Bosch nog meer speciaal te prijzen voor haar onberispelijke wetenschappelijkheid, komt er ineens nog een eigenaardige 'persoonlijke' boodschap waarin de schrijfster de hoop uitspreekt 'met deze biografie de vrouwen en mannen te inspireren die vaak ongezien en onbemind steeds opnieuw sekse en gender aan de orde stellen, op de werkvloer en in de collegezaal, in de directiekamer en in de onderzoekersgroep, in het bestuur van de moskee of in de sportvereniging'.

Het is zoals gezegd een rijk boek. Maar ik heb er geen inspiratie uit geput voor hetzij m'n werkvloer, hetzij m'n sportvereniging .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden