Het Ingense Veer

Mooi liggen de veerhuizen er bij. Plekken die heilig verklaard zouden moeten worden opdat er nooit, in de wijde omgeving, nog iets verandert....

Kwalitaria Annie van ellipse is dicht. Zondag ochtend in Millingen. Lange reis. Omdat we nooit eerder in Millingen waren en omdat er een veer is, voor voet en fiets en omdat we dachten dat bij een veer een veerhuis staat wilden we in Millingen zijn. De teleurstelling is groot. We hadden in het veerhuis naar de snelstromende rivier willen kijken, de Rijn is hier nog niet uiteengespat in de drie rivieren die Nederland in stukken zagen. Het regent. Er is een besmeurd hokje met een bank, bovenop de dijk. Om te schuilen tot de veerboot uit Pannerden aan deze kant is. Er staan natte mensen op de dijk. Ze hebben enorme schoenen aan. Ze gaan een stuk lopen aan de overkant. Hun auto's laten ze aan de dijk hangen. Volvo's. Maar voor ons geen veerhuis met koffie en een uitgesleten kastelein.

Er is een monsterlijk gebouw verderop, daar is wel koffie, maar het is te lelijk om erin te gaan zitten dromen. Onderaan de dijk wijzen pijlen op een paal waar de Chinees is en het restaurant dat Taverne heet. En naar Kwalitaria Annie van ellipse , ze zal wel Van de Drie Puntjes heten, denken we. Op het bord boven de deur van de snackbar staan geen puntjes maar drie sterretjes achter Annie van. Misschien heet ze Van der Sterren. Nee, niet in het telefoonboek, dat komt ook niet verder dan Annie van. We proberen het leuk te vinden, de deur is dicht, de snackbar ruikt nog niet de straat op, we zwerven rond en weten niet meer wat we hier wilden. Och ja, een veerhuis aan de rivier. Een beetje de Nescio uithangen op een zomerse zondag in zo'n veerhuis met een verleden.

Het laat ons vandaag niet meer los. We bijten ons in het veerhuis vast. Niet in Mil lingen? Dan toch zeker stroomafwaarts, ze moeten er nog zijn, de oude veerhuizen waar mannen en meiden vroeger probeerden de laatste pont te missen om niet meer naar huis te kunnen die nacht.

Vanavond - we weten het nu nog niet - zal in Akersloot in Noord-Holland, uren reizen hier vandaan, een hotel/restaurant in de fik vliegen en zullen er meer dan duizend men sen naar buiten komen. Dat hotel/restaurant staat langs een snelweg en er is niets te zien, niets te beleven, niets te herinneren, het enige wat er toe doet zijn keurige toiletten en een bord eten. Het is niet iets om er te zijn, om er notities te maken waarmee je na je dood groot schrijver wordt. Hier komt men niet. Toch zitten er meer dan duizend mensen. Je staat er pas bij stil als ze er allemaal uit moeten van de brandweer. Wat doen al die lui daar? Maar vooral, waarom waren er vandaag niet minstens honderd naar het veerhuis gekomen van Opheusden?

Wie het veerhuis vanaf de overkant van de rivier, de Wageningse kant, ziet liggen wil subiet overvaren en er zijn. Dat weten we omdat we het vaak hebben zien liggen. Maar het was dicht, altijd maar dicht. Een dode olifant op de zomerdijk. Toen ging begin van de zomer het gerucht dat het na zo veel jaren coma, weer open was. Hier zouden we ons verdriet om Millingen met Annie van ellipse kunnen vergeten.

Schitterend mooi ligt het veerhuis er bij, en het regent niet meer. De rivier blinkt. Dit is een plek die heilig verklaard zou moeten worden opdat er nooit, in de wijde omgeving, nog iets verandert. Achter het veerhuis is een grote boerenschuur voor bruiloften en jonge teringherrie; wat hier kan want het veerhuis heeft geen buren. Of ligt er hooi en kunnen we er overnachten? Er is een gelagkamer en er is een terras. En er is niemand. Niemand! Dat het veerhuis nieuw in gebruik genomen is, zien we aan een ovalen bordje op de deur. Voeten vegen a.u.b. Sierlijke ouderwetse krulletters maar het bordje is brandnieuw, de koperen schroefjes waarmee het op de deur is vastgemaakt zijn nog warm. We vegen onze voeten op de mat voor de deur, pakken de klink, kloppend hart, maar de deur wijkt niet.

Op deze zomerse dag waarop we de ene volgepakte fiets na de andere voorbij zien genieten, en de Volvo's dikke wandelschoenen naar de einder zien brengen is het veerhuis gesloten en nergens vinden we een mededeling over de tijden waarop we hier kunnen komen dromen en de koffie klaar is. Voeten vegen, is het enige teken. Op zich veelbelovend, want wie zo'n bordje op zijn deur schroeft, dat moet haast wel een vermakelijke horeca-chagrijn zijn uit de jaren zestig, die Golden Fiction rookt en telkens onaangenaam verrast is als de deur weer open gaat. Weer een gast, weer de sigaret op de brede rand van de asbak leggen en vragen wat het zijn mag. We mogen hem vandaag niet leren kennen en we kunnen mijnheer of mevrouw de gastheer ook niet vragen of het huis dicht is omdat er nooit iemand komt, of dat er niemand komt omdat het op de stomste tijden gesloten is. Zeven dagen open tot diep in de nacht, dat zou moeten, als je dit door God gegeven veerhuis uit mag baten.

De kortste weg naar het volgende veerhuis op dezelfde zuidelijk zomerdijk van de Rijn is het water. De op een na kortste weg de dijk. Het huis is wit, er staan grote bomen voor die de grote zwarte letters verbergen op de gevel. Ingense Veer. Mooi is dit veerhuis niet, maar aan de kant van de rivier is een grote serre gebouwd die doet verlangen naar een lang en sloom verblijf hier - kleine glaasje cognac in de namiddag bij goor weer. Aan de overkant ligt de Utrechtse heuvelrug, aan deze kant van de rivier worden uiterwaarden leeggegraven, het grint moet in het beton waarvan Nederland nog lang niet genoeg heeft. Wo nen wil je hier, sterven ook en eventueel dienen als dijkverzwaring.

De plek verdient een onstuimig veerhuis waarvoor ze van de overkant komen met z'n allen, met duizend, om hier feest te vieren of dichter te worden. Maar er is niemand. In de serre staan computers en kinderspeelgoed. Het is op het grint niet alleen verboden te parkeren maar ook verboden toegang. Te gen over het veerhuis staat een oud, opgeknapt gebouw waarin de schipper van de pont smeerolie en vetten heeft opgeslagen. Aan de gevel hangt een oud, maar zopas opgeknapt, houten bord waarop de veertarieven staan uit heel andere tijden. In de letters van het voeten vegen van Opheusden staat onderaan dit bord: 'Het klachtenboek is in het veerhuis aanwezig'. Ja krijg wat, dat is dicht, hoe kunnen we dan in het boek schrijven dat het pijn doet dat zo'n veerhuis op deze gedroomde plek potdicht is?

Toch is er een goede reden om hier, aan de Ingense kant van de rivier, wat rond te hangen. Eerst valt het niet op en men moet er oog voor hebben. In heel Nederland worden bonken roest neergezet die monumentale kunst worden genoemd en waarover men met eerbied spreekt. Het zijn sculpturen die schreeuwen dat de maker iets verbeelden wil, maar hij weet niet hoe, hij weet niet wat.

Op de rivierdijk bij Zwijndrecht is een heel rijtje bruine wanhoop tentoongesteld, en wie veel autorijdt zal langs de snelweg bij IJsselstein wel eens het metershoge bruine brok mislukt hebben zien staan. Kunst. Maar kom hier eens kijken. Hier is het er eentje gelukt. Een bonk roest op de dijk in een sterke simpele maar krachtige vorm die direct aanspreekt. Deze artiest kan het. Eindelijk. Open het Ingense Veerhuis, en hier op deze wonderschone locatie zou wel eens een heel nieuwe internationale culturele stroming kunnen ontstaan. Het huis vraagt er om, ga kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden