Column

Het illustreert een opvatting, met scherpte van potloodpunt

JP kijkt verder

NRC Handelsblad verwijderde een cartoon over Abou Jahjah. Goed nieuws voor de liefhebber.

Abou Jahjah. Beeld anp

Niks geeft een cartoon meer bekendheid dan het niet afdrukken ervan', twitterde cartoonist/politiek tekenaar Ruben L. Oppenheimer. En dus mocht hij NRC Handelsblad wel dankbaar zijn voor 'de ruimte die ik niet kreeg'. Zijn cartoon bij een opiniebijdrage van Dyab Abou Jahjah werd maandag na enkele uren van de website gehaald.

#Ophef! en #Vertier! Oppenheimers tekening gierde onmiddellijk over de social media en blogs. Voor wie het toch was ontgaan: we zien de tronie van Jahjah op de figuur van Midas Wolf te Duckstad, die zich net ontdoet van zijn vermomming als dwarsfluitspelende Knir (kan ook Knar of Knor zijn). Een wolf in varkenskleren dus. Hoe je ook over Jahjah denkt: het illustreert in elk geval een opvatting, met de scherpte van een potloodpunt.

In het bijbehorende stuk was Jahjah ook al zo dankbaar. Hij blikte terug op zijn optreden in VPRO's Zomergasten, bijkans meer besproken dan bekeken. Hij was 'verrast en ontroerd' toen hij besefte dat 'een groot deel van het Nederlandse publiek' zijn mening over hem had aangepast na de uitzending. 'Alle haatcolumnisten ten spijt, Nederland gaf me hoop terug, en daarvoor ben ik dankbaar.'

Minder dankbaar was hij voor de prent van Oppenheimer, zo liet hij na publicatie weten. Op de website van NRC heeft de illustratie enkele uren bij Jajahs stuk gestaan, dinsdag prijkte in de papieren krant een 'veilig' plaatje van twee kussende oud-Hollandse boerenfiguurtjes in Delfts blauw. Voor even terug in de jaren vijftig.

Abdelkader Benali verliest juryplek Inktspotprijs door tweet

Schrijver en presentator Abdelkader Benali is door de stichting Pers & Prent uit de jury van de Inktspotprijs gezet, de jaarlijkse prijs voor de beste politieke tekening. Benali liet zich op Twitter negatief uit over cartoonist Ruben Oppenheimer, een van de kanshebbers voor de Inktspotprijs.

Het is verleidelijk voor andere relbeluste media om van 'censuur' te reppen, maar gelukkig is Oppenheimer zelf de eerste om te betogen dat dit geen kwestie van het vrije beeld is. Op Facebook schrijft hij: 'Niemand bij de krant vertelt mij wat ik wel en niet mag tekenen, niemand bij de krant verbiedt mij te tekenen wat ik wil of om de tekening op een andere wijze te verveelvoudigen.'

Hij maakt zijn prenten in opdracht van een krant, die vervolgens het recht heeft die niet af te drukken, om welke reden dan ook. Wie de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft staan, moet ook dat respecteren.

De kwestie is eerder een bedrijfsongeval ter redactie van de NRC. Die had de plaat nooit moeten gebruiken als illustratie bij een betoog, omdat die de schrijver ervan op de hak neemt. Niets op tegen, maar het dubbele signaal stuurt de lezer van de opiniebijdrage het bos in. Als zelfstandig beeld op Oppenheimers eigen plek op de opiniepagina's was er geen centje pijn geweest.

De interessante les is dat cartoons dus zelf een wolf in schaapskleren kunnen zijn. En dat juist dat het mooie ervan is. Degenen die het bangst zijn voor de tandjes van het beest Satire, zijn doorgaans zelf de grootste wolven. Erdogan, Poetin en moslimterroristen zijn er de sprekende voorbeelden van.

De #ophef rond de wolf van scherpschutter Oppenheimer illustreert dat de cartoon, dat 'ouderwetse' medium, krachtiger is dan ooit: het potlood kan het scherpste wapen zijn. Daarvoor ben ik dankbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.