Het ik-tijdperk

De afgelopen tien jaar is de journalist steeds prominenter geworden in de berichtgeving - met zijn visie, zijn mening, zijn gezicht of zelfs zijn emoties. De machinaties, het nut en de dosering van de ik-journalistiek.

Ik begin dit verhaal met ik. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling. U zou eerst een anekdote te lezen krijgen die, zo heb ik geleerd, de lezer het verhaal intrekt. Waarschijnlijk was ik begonnen met de zin 'Papa is geen moordenaar', de titel van een column die ik laatst las. Met die column als aanleiding zou ik een breder fenomeen belichten, voor- en tegenstanders van de kwestie aan het woord laten en de schrijver van de column om een reactie vragen. Ik zou geen ik gebruiken.


Het liep anders. Ik belde Pieter Klein, adjunct- hoofdredacteur van RTL Nieuws, de schrijver van de column. Hij zat in de auto, ik stond op de speaker, er was veel achtergrondgeluid. Een chaotisch gesprek, waarin zinnen verdwenen onder viaducten en gekraak het stemgeluid vaak overstemde. Toch hoorde ik een opmerking plotseling heel goed: 'Ik merk aan je vraag dat je de column veroordeelt', zei hij. 'Nee!', riep ik pavloviaans. Ik mompelde er nog wat achteraan: dat ik een breder fenomeen wilde belichten, dat het helemaal niet ging om wat ik vond, maar dat ándere ménsen bij het lezen van de column zóúden kúnnen denken dát - een klassieke journalistieke truc om de eigen mening te verbergen.


Maar hij had gelijk. Ik las de column en dacht: wat is hier gebeurd?


Goede journalistiek is objectief, leerde ik in de basisboeken journalistiek. De verslaggever stelt zich op als onafhankelijk observator. Op afstand, zonder oordeel. Dat idee is niet meer van deze tijd, schetste Margreet Vermeulen, ombudsvrouw bij de Volkskrant vorig jaar al in haar column. Vijftien jaar geleden stond er alleen bij uitzondering een naam van de verslaggever boven een artikel. De journalist was 'een onzichtbaar doorgeefluik van informatie'. Nu wil de hoofdredacteur dat de journalist een prettige huisgenoot is. En ja, schreef Vermeulen: 'Prettige huisgenoten hebben namen, gezichten, emoties en opvattingen.'


Vooral de oudere generatie heeft moeite met die ontwikkeling, denkt Rob Wijnberg, initiatiefnemer van De Correspondent en voormalig hoofdredacteur van nrc.next. 'De generatie die het ideaal van objectiviteit hoog in het vaandel heeft staan, is bovengemiddeld vaak 50-plus', merkte hij op in De Groene Amsterdammer. 'Voor hen is de journalist slechts brenger van het nieuws, niet maker.' Kenmerkend voor dit ideaal: 'Persoonlijke fascinatie, verwondering of verontwaardiging van de boodschapper hoort er niet in thuis.'


Daartegenover staan, volgens Wijnberg, de 30-minners. Zij vinden de boodschapper van het nieuws net zo belangrijk als het nieuws zelf. 'Ze volgen niet 'de politiek', maar Frits Wester of Ron Fresen op Twitter. Ze lezen niet 'de economiepagina', maar Ewald Engelen of Joris Luyendijk. Ze willen, gechargeerd gezegd, views, not news.'


De journalist als persoonlijkheid is geen nieuw fenomeen. We hadden Ischa Meijer, Jan Blokker; interviewers en columnisten die vanuit die functie sowieso meer gezicht hadden dan de journalist die de nieuwskolommen vult. Ook het woord 'ik' is al lang geen vreemde meer in de krantenkolommen of nieuwsrubrieken. In 2001 werd het 'ik-getik' in het vakblad De Journalist nog ijdeltuiterij genoemd. 'Die auteurs vinden zichzelf en hun mening doorgaans deksels veel interessanter dan het onderwerp waarover ze schrijven', reageerde Ron Kraal, destijds journalist voor HP/De Tijd en Volkskrant Magazine. 'Als ze daartoe de kans kregen, zouden ze het liefst een fotootje naast hun naam zien.' En zie: anno 2013 staat dat fotootje er, zoals bij de artikelen van de NRC Reader, de iPad-applicatie van NRC Handelsblad.


Journalisten die voorheen anonieme doorgeefluiken waren, de klassieke nieuwsjournalisten, kregen de afgelopen jaren meer profiel. Duiding is belangrijker geworden. In 1968 duurden de soundbites van politici in het nieuws in de VS nog ruim 40 seconden, bijna veertig jaar later waren dat er nog maar 8. Die ruimte is ingenomen door journalisten. In nieuwsitems zijn zij drie keer zo lang aan het woord als politici, concludeerde de Universiteit van Zürich.


'Toen ik in 1990 als journalist bij Het Financieele Dagblad begon, was het werk heel anders', zegt Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van De Prooi en Het drama Ahold. 'Je hoorde een nieuwtje of ontving een persbericht, belde een bron en schreef er een stukje over. De eerste keer dat het publiek dat nieuws las, was in de krant. Die toegevoegde waarde is de journalist kwijt, het nieuws is al veel sneller tot het publiek gekomen via internet. Journalisten moeten er tegenwoordig iets aan toevoegen, en dat is: deskundigheid.'


Specialisatie dus, in zowel thema's als het maken van verhalen, vindt Smit. 'De belangrijkste taak van journalisten is wat mij betreft reconstructie', zegt hij. 'Uitzoeken wat er nou echt is gebeurd. Maar er kan ook analyse en commentaar bij komen kijken, waarin de journalist zelf een nadrukkelijker rol speelt.' Technologische ontwikkelingen leiden vervolgens tot verdere individualisering. Smit: 'Of het nog vijf, zeven of tien jaar duurt; de papieren krant zal verdwijnen. Nu heb je een abonnement op de hele krant, waarvan je misschien 20 of 30 procent leest. Dat hoeft straks niet meer, dan kun je een abonnement nemen op individuele journalisten.' Via sociale media zoals Twitter en Facebook communiceren individuele verslaggevers al veel met hun eigen publiek. Om hun artikelen aan de man te brengen, hebben sommigen het medium waarvoor ze werken niet meer nodig.


In hun prominentere rol laten journalisten steeds meer van zichzelf zien. Dominique van der Heyde (NOS) is niet alleen politiek verslaggeefster, maar ook politiek commentator. Door haar columns in gratis dagblad Sp!ts weten we bovendien meer van haar privéleven: dat ze lokale kranten leest op zonnige terrassen in Zuid-Frankrijk en dat ze afgelopen weekeinde met haar vriendin de hond wilde uitlaten bij het Naardermeer, 'een goede besteding van de zondagmiddag'.


Van der Heydes goede zin verging toen ze bij het natuurgebied aankwam. 'We stuitten op een humeurverziekend verbodsbord: een zwart hondje met een dikke rode streep erdoor.' Na deze ervaring haalt Van der Heyde uit naar Natuurmonumenten, 'een privévereniging die stukken land opkoopt en er vervolgens naar eigen goeddunken regels voor maakt', en Nederland: 'Er is geen land waar ze zo gek zijn op regels.' De column gaat uiteindelijk niet over haar middag bij het Naardermeer, maar over het politieke voornemen om te snoeien 'in het woud aan regels voor burgers en bedrijven'. 'Prachtig', concludeert Van der Heyde, 'Alleen jammer dat niemand er ooit wat van merkt.'


Is het erg dat ik weet dat de politiek commentator van de NOS vindt dat Nederland te veel regels heeft, of is het juist wel transparant? Jeroen Smit twijfelt. 'Er is iets te zeggen voor die openheid: het geeft de lezer of kijker de mogelijkheid om met die bril naar de verhalen te kijken. Tegelijkertijd zijn er goede argumenten om het niet te doen: als politieke partijen weten hoe jij in een bepaalde kwestie staat, willen ze misschien geen bron zijn.'


Als nieuwsconsument wil Smit in elk geval wel iets weten van de betreffende journalisten, voordat hij begint te lezen. 'Niet op welke middelbare school ze hebben gezeten, maar wel wat hun achtergrond is in relatie tot het onderwerp. Ik klik vaak op het fotootje in de NRC Reader. Dan weet ik welk gewicht ik de informatie moet geven.'


Dat het journalistieke doorgeefluik niet alleen over een gezicht, achtergrond en mening beschikt, maar ook over emotie, blijkt op de site van RTL Nieuws. Daarop schrijven nieuwslezers, correspondenten en de adjunct-hoofdredacteur columns over 'wat hun opvalt in hun journalistieke werk en privéleven'.


Zo schreef nieuwslezer Rick Nieman een ode aan zijn vrouw Sacha de Boer naar aanleiding van haar vertrek bij het NOS Journaal. Ze is in de achtereenvolgende alinea's 'charmant', 'bescheiden', 'professioneel' en 'wars van het sterrendom'. 'Dit is het punt waarvan ik vermoed dat zij stopt met lezen, en roept: 'Moet dit echt?'', schrijft Nieman, maar hij gaat door. De Boer is een van de beste anchors die Nederland ooit heeft gehad. Hij besluit met: 'Good luck, lieverd: ik vind het een superstoere stap, en ik hou van je.'


Zitten de kijkers te wachten op dit inkijkje in de woonkamer van Nieman en De Boer? Ja, blijkt uit de reacties onder de column. 'Jullie zijn een mooi stel samen, veel geluk', schrijft Lea Struijk. 'Echt heel lief!', vindt Chantal Laanstra. 'Dit is waarom we jullie zo'n geweldig stel vinden', schrijft Lucretia Goede uit Rotterdam. 'Jullie blijven lekker dicht bij jezelf.' Een enkele reaguurder die opmerkt dat Nieman werk en privé maar beter gescheiden kan houden, zoals de nieuwslezer aan het begin van zijn blog normaliter zegt te doen, wordt zuur genoemd.


'We zijn begonnen met de columns om onze rol als nieuwsmedium te verdiepen en kijkers erbij te betrekken', zegt Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, in de auto op weg van of naar Hilversum. 'We benadrukken ermee waar we al jaren voor staan: nieuws dat oog heeft voor de menselijke maat, geen journalistiek uit de ivoren toren.'


In zijn eigen column 'Papa is geen moordenaar' volgt de lezer het gezin Klein in de dagen rond de vermissing van de broertjes Ruben en Julian. Zijn zoon had nare dromen over enge mannen die hem en zijn zusje achtervolgden. Zijn dochter, 'm'n prinsesje', gaf hem af en toe een 'nadrukkelijke omhelzing'. In een passage antwoordt Klein op de vraag van zijn 9-jarige zoon waarom hij hem altijd een kleine beer noemt.


''Ik denk dat beren lief zijn. Ze zijn sterk, en kwetsbaar, ze ontdekken de wijde wereld, maar ze zorgen altijd voor elkaar.' Om eraan toe te voegen: 'Ik houd van je, kleine beer, dat weet je toch?' Waarop kleine beer tegen me zei: 'Ook als ik het niet tegen je zeg: ik houd altijd van je, grote beer.' Ik voelde een traan opwellen en keek weg.'


Tijdens het telefoongesprek vertel ik hem dat ik zijn column wil bespreken in een artikel over egojournalistiek, de ontwikkeling waarin de journalist niet meer de anonieme verteller is maar steeds meer smoel krijgt. Heeft hij getwijfeld om de column zo persoonlijk te maken? Klein: 'Ik twijfel altijd, over alles wat ik schrijf. Maar als je geen stelling neemt of het niet persoonlijk maakt, kun je het net zo goed niet doen. Ik schrijf over mijn privéleven om het publiek erbij te betrekken. Mensen kunnen er meer mee dan met afstandelijke journalistieke logica.' Klein is even stil en zegt dan: 'Ik merk aan je vraag dat je het veroordeelt.'


'De egojournalistiek is een typisch eigentijdse ontwikkeling', zegt Harry Kunneman, hoogleraar sociale en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek en schrijver van het boek Voorbij het dikke-ik. 'De samenleving verwacht dat we inspireren, betrokken zijn. Toch zit er een behoorlijke spanning op. Er is niets mis met het persoonlijk inkleuren van je functie. Het beeld van de objectieve journalist, de technicus, is achterhaald. De voordelen van die persoonlijke invulling: mensen kunnen ergens op worden aangesproken, machines niet. Bovendien kun je, door je eigen worsteling te beschrijven, anderen iets leren.'


Er is ook een gevaar, vindt Kunneman. 'Ondanks de beste bedoelingen, kan de balans uitslaan naar zelfetalering. Daarbij breng je niet je twijfels over, maar gebruik je het publiek om bewondering te oogsten.'


Misschien had ik Klein dat moeten vertellen. In plaats van me te verschuilen achter de objectiviteit van de journalist, had ik moeten zeggen dat ik aanstoot nam aan de intieme details en de verheerlijking van het eigen gezinsleven in een week waarin er juist zo veel twijfel was over ouderschap. En dat juist die verontwaardiging aanleiding was om de egojournalistiek eens verder te onderzoeken.


INZICHT IN HET NOTITIEBLOKJE

De schrijvers van De Correspondent, het online journalistieke platform van Rob Wijnberg, zullen naast hun artikelen ruimte krijgen voor een blog, een zogenoemde 'tuin'. 'Daarin kunnen zij laten zien welke artikelen zij op dat moment schrijven en welke bronnen ze gebruiken', legt Ernst-Jan Pfauth, uitgever van De Correspondent uit. 'Zo krijg je inzicht in het notitieblokje van de journalist. De artikelen die ze schrijven moeten voor iedereen interessant zijn, de tuinen zijn bedoeld voor de mensen die in het bijzonder geïnteresseerd zijn in de schrijvers of hun thema.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden