Het ijs op, zelfs zonder schoen of voet

VOOR de vierde keer is het winterboek van uitgeverij Bert Bakker verschenen, Zwart IJs, met in de redactie oud-schaatser Ben van den Burg en publicist Max Dohle, beheerder van de website www.werkijs.nl....

Iedere folkloristische oprisping wordt geplaatst, waardoor er nogal wat bijdragen blijven steken in familieverhalen over bevroren neuzen en gloeiende wangen. Cabaretier Marcel Verreck schrijft bijvoorbeeld het plichtmatige stukje 'Waarom ik nooit goed heb kunnen schaatsen'.

Maar tussen alle overbodigs staan ook regelrechte verrassingen. Zo is daar plotseling Heere Heeresma terug in de literaire arena. Op zijn zeventigste is de schrijver van Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp en Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming nog niets van zijn geestige mistroostigheid verloren. In het verhaal Een foute voet op een scheve schaats laat hij een vrouw in een daglonershuisje met haar man Gemmert van de lammetjespap 'verstevigd met gortenweit' schransen, terwijl de sneeuw het laatste restje uitzicht door het raam dichtkoekt. Ineens krijgen ze er weer zin in. Zoals vroeger kan het nooit meer worden, daar de oude schaatsheld Gemmert tegenwoordig een kunstbeen heeft, maar toch, de wanten en mutsen en truien komen weer te voorschijn: 'In de schaatserij ruist het immers van tradities, al was het maar omdat sinds jaar en dag niets nieuws te bedenken valt. En daar stonden ze ten slotte gelijk twee vormeloze balen hooi, eenieder voor z'n eigen collectie schaatsten, verpakt in oude grossiersdozen van Calvé Delft en Tuitma de Appelstroopkoning, en keken na jaren van dooi zich weer eens de ogen uit.'

Daar gaan ze, twee oude mensen met drie schaatsen, de meedogenloze kou van een witte wereld in. Heeresma is er nog, en hoe! Mogen we hem vanaf deze plek vriendelijk vragen of we zijn al dertig jaar geleden aangekondigde autobiografische roman Kaddisj voor een buurt toch nog tegemoet kunnen zien?

Heel fijn is ook het beeldverhaal Der Eispeter van Wilhelm Busch (bekend van Max und Moritz), vertaald door Gerrit Komrij, over stoutmoedige Peter die op het ijs in een bevroren stekelvarken verandert. Zijn vader en oom gaan hem halen ('Kijk, daar gaat Peter Eigenwijs/ Zijn vaders tranen worden ijs') en zetten hem thuis voor de hete kachel. Hij smelt finaal weg tot pap: 'Men schept een grote pot vol met/ Zijn waterige silhouet./ Ja, ja! In deze inmaakpot/ Rust Peters dierbaar overschot./ Tussen de kaas en de augurken/ Kan je hem soms luid horen snurken.'

Opbeurender en gevoeliger is Albertina Soepboer, wier gedicht Us oarrebeppe/ Mijn overgrootmoeder tweetalig is afgedrukt. De Friese raadseltaal ('Blauwe gympys ride de feart lâns' - wat voor ijs zou gympys zijn?) wordt op de nevenpagina door nuchter Hollands beantwoord: 'Blauwe gympjes glijden over de vaart.' Soepboers overgrootmoeder ging in een grijs verleden met twee paar gebreide sokken aan (en géén schoen) genoemde vaart op, 'de tenen stijf op het hout gestrikt.' Zo zweefde ze de vrijheid tegemoet. Mooiste zin uit dit gedicht, die het verdient een staande uitdrukking te worden: 'Dit zijn de dagen zonder wakken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden