Het idéé van een konijn

Ze heet Miffy, Petit Lapin, Nina, Nenchi, Minnin of Kleintjie: Nijntje, het konijnenmeisje van Dick Bruna, heeft de wereld veroverd....

Warmte en bescherming moet ze bieden, Nijntje, het inmiddels 46-jarige spierwitte konijnenmeisje van Dick Bruna. Geborgenheid en veiligheid en liever niet al te veel moeilijke levensvragen of opvoedkundig verantwoorde onderwerpen. Ze is niet stout of eigenwijs, ze doet geen rare dingen, en al haar avonturen hebben een happy end. Niet voor niets is haar achternaam Pluis, en niet voor niets werd Dick Bruna volgens de Japanse dierenriem in het jaar van het konijn geboren.

Van de honderd boekjes die Bruna tot nu toe maakte gaan er ruim twintig over Nijntje. Vierkant en met een stevige kaft, zodat er als speelgoed mee gegooid kan worden. Verkrijgbaar als plakboeken, puzzelboeken, schommelboeken, flipboeken, kleurboeken, uitvouwboeken, schakelboeken, vensterboeken, kartonboeken en natuurlijk als bed-bad-box-boeken. En als borduurpakketten, fietsbellen, rekenmachines, rouwkaarten, horloges, video's, cd-rom's. En niet te vergeten als strandpalen: het aantal op het strand vermiste kinderen is daardoor met 60 procent gedaald.

En dan zijn er ook nog speciale Nijntje-winkels in Amsterdam, Breda en Maastricht en, niet in het minst, in Tokio. Want Nijntje is sinds haar tweede geboorte in 1963 een megaster in Japan, waar zelfs een heel Nijntje ski-oord is gebouwd. Ook werden haar mini-avonturen vertaald in het Arabisch, Welsh, Koreaans en in nog 35 andere talen: Miffy, Petit Lapin, Nina, Nenchi, Minnin en Kleintjie. Naar schatting zijn er inmiddels wereldwijd zo'n honderd miljoen boekjes verkocht.

En nu is er een musical van Ivo de Wijs. Dick Bruna, gespeeld door Jan Elbertse, zit op het podium en laat al tekenend de gehele familie Pluis tot leven komen. Vader Pluis, Moeder Pluis, Opa Pluis, Oma Pluis en natuurlijk de twee vriendinnetjes Nina en Aagje. Als levende poppen genieten ze van een dagje naar het strand, een verkleedpartij en een verjaardagsfeest waarop Nijntjes grootste wens in vervulling gaat.

Het succes van Nijntje neemt eerder toe dan af. Het geheim hiervan moet worden gezocht in de bedrieglijke eenvoud van de tekeningen en de herkenbaarheid van de verhaaltjes. Twaalf tekeningen op de rechterpagina en een eenvoudig versje van vier regels op de linkerpagina.

Het rood, blauw, geel, wit en groen zijn al jaren hetzelfde. Nooit paars en zelden oranje. Een kleurgebruik dat verwijst naar het werk van de Franse kunstenaar Fernand Léger. Van hem leerde Bruna dat kleurvlakken en figuratie twee zelfstandige elementen kunnen zijn, de een niet ondergeschikt aan de ander. Het negeren van het perspectief was ook zo'n openbaring. Het maakte de weergave van de kinderwerkelijkheid een stuk overzichtelijker. Zwarte lijnen, ronde vormen en voornamelijk primaire kleuren, dat was genoeg.

Ook het aantal lettergrepen kwam vast te liggen. Acht, zes, acht, zes en altijd rijmen de tweede en de vierde regel. Nooit hoofdletters, zo weinig mogelijk interpunctie en alles vet gedrukt in de Gill, een simpele schreefloze letter. Een eenvoud die een onverwacht en ontroerend effect kreeg toen Bruna, bij wijze van uitzondering een boekje maakte over het overlijden van 'Lieve Oma Pluis'. Zowel beeld als tekst werden zeer geprezen, en Bruna kreeg er dan ook de Zilveren Griffel voor: 'nijntje was toch zo verdrietig/ nijntje had een dikke traan/ weet je waarom nijntje huilde?/ oma pluis was doodgegaan.'

Het is de kunst van het weglaten die Bruna als geen ander in de kinderliteratuur verstaat. Elk voorwerp, elk dier brengt hij terug tot zijn elementaire vorm. Een huis wordt een HUIS, een konijn een KONIJN. Zodanig dat je niet meer kunt spreken van Bruna's interpretatie van een huis of een konijn, maar van een voor iedereen verstaanbare en directe weergave. Of zoals Bruna in een interview zelf stelde: 'Je probeert niet een afbeelding van een konijn te maken, dat doet een illustrator. Je wilt iets maken dat een idee geeft van een konijn.'

Een alfabet van pictogrammen is het ook wel genoemd. Dit maakt dat zijn beeldtaal nauwelijks cultureel bepaald is. Het is een universele taal, een soort visueel kinder-Esperanto. Hier komt nog bij dat Nijntje en haar vriendjes de lezers en kijkers altijd direct aankijken. Bruna tekent hen immers nooit en profil. Oogcontact vindt hij van wezenlijk belang, zelfs als Nijntje met Oom Vliegenier boven een kasteel vliegt kijken zij het plaatje uit en de kijker aan. Ook al wil de tekst de aandacht op het kasteel vestigen.

Kinderpsychologen hebben er een hele studie van gemaakt. Waarom zijn de platte, meloenvormige konijnenhoofdjes zo aandoenlijk, en waarom spreken de rechtopstaande ovale oogjes meer aan dan wanneer Bruna ze naar de werkelijkheid had getekend? Het zou te verklaren zijn vanuit een theorie die stelt dat vormen als deze een instinctief beroep doen op vaderlijk en moederlijk zorgen. Zowel het mollige en proportioneel grote hoofdje als de verbaasde oogjes stralen een grote afhankelijkheid uit. Net als het toch weinig vrolijke mondje dat uit een simpel kruisje bestaat.

En dan natuurlijk die fameuze bibberlijn, te danken aan het bubbelige aquarelpapier waarop Bruna een doordruk van zijn potloodtekeningen maakt alvorens met penseel en zwarte plakkaatverf de contouren vast te leggen. Het is zijn handelsmerk. Zijn ambachtelijke instelling gaat zelfs zo ver dat in de films elk plaatje nog met de hand is getekend. Hierdoor heeft de konijnenfamilie nooit de kans gehad een stel gladde animatieknuffels te worden. Hoe plat en statisch en perspectiefloos ze ook zijn, die met de penseel geschilderde bibberlijn brengt hen altijd weer tot leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden