Het ideaal bijna benaderd

Chins ragfijne vertakkingen gedijen onder een mooie ritmische humuslaag die de muzikanten voor haar hebben gecreëerd.

Dat niet elke componist van hedendaagse klassieke muziek op een tochtige zolderkamer zit te verkommeren, bewijst de casus van Unsuk Chin (1961). Deze Koreaanse, tegenwoordig woonachtig in Duitsland, won in 1985 als aanstormend talent 4.000 gulden - waarin de Nederlandse Gaudeamus Prijs destijds voorzag.


Een paar decennia later is Chin eraan gewend geraakt om het prijzengeld wereldwijd af te rekenen in tonnen. In 2004 viel haar de Amerikaanse Grawemeyer Award ten deel, groot 200 duizend dollar. En op 1 juni mag ze zich in haar geboorteland melden voor de Ho-Am Prize, die door de elektronicagigant Samsung met ongeveer 200 duizend euro is gedoteerd.


Verwaand heeft het eerbetoon Chin kennelijk niet gemaakt. Over een paar maanden loopt ze als composer in residence tenminste gewoon rond op de Muziekzomer Gelderland, tussen de jongelui van het Nationaal Jeugdorkest. En het Nieuw Ensemble klopte niet tevergeefs bij haar aan voor een opdrachtwerk, waarvoor het de kosten overigens deelt met internationale partners. Donderdag beleefde het stuk z'n wereldpremière in het Muziekgebouw aan 't IJ, onder het luisterend oor van Unsuk Chin.


In cosmigimmicks verkent ze de tokkelende, ritselende en ratelende binnenkant van klank. Daartoe voeren zeven instrumentalisten 20 minuten lang een maskerade uit. Uit de geprepareerde piano springen vermomde klanken. De gitarist en mandolinespeler bepotelen hun klankkast en zelfs de trompettist schnabbelt als slagwerker stiekem bij.


Samen spreiden ze een ritmische humuslaag uit waarop Chins ragfijne vertakkingen kunnen gedijen. Soms benaderden de musici haar ideaal: klank die lijkt voor te komen uit één geheimzinnig instrument. Wat te wensen overbleef, kwam voor rekening van gastdirigent Celso Antunes. De Braziliaan, tot voor kort chef van het Groot Omroepkoor, neigde in zijn aanpak vooral naar het correcte.


Neem ook Vortex temporum (1996) van Gérard Grisey: Antunes wisselde magische overgangen af met passages die intenser hadden kunnen gloeien, kloppen en iriseren. Grisey, overleden in 1998, zette voor zes instrumentalisten een parcours uit dat voert langs wringende kwarttonen en mysterieuze ruisplekken. De eindbestemming is een hallucinant gekleurd toverpaleis. John Snijders, de uitblinkende pianist, legde daar met een uitmuntende solo een glanzende laklaag overheen.


Eerder al, zonder dirigent en met drie strijkers, had Snijders op gezag van de Italiaan Franco Donatoni het aloude genre van het pianokwartet opengebroken. In wisselende kongsi's, vanuit schrale streekjes en metalige arpeggio's, bloeide Ronda (1984) op.


Nieuw Ensemble o.l.v. Celso Antunes in Amsterdam. Muziekgebouw aan 't IJ, 26/4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.