Het huwelijk een smeltpot

Het gemengde huwelijk is voor heet Sociaal Cultureel Planbureau een indicatie voor de integratie van andere culturen in de Nederlandse samenleving....

Wanneer de trend gezet zou worden door Ajax- en Feijenoordvoetballers van Surinaamse origine, zou Nederland in razend tempo de smeltpot van culturen worden die racismebestrijders als visioen voor ogen staat. De donkere voetballers - van Kluivert tot Rijkaard - hebben vrijwel exclusief hun geluk gevonden met Nederlandse meisjes. Gekleurde ere-divisievoetballers zijn echter niet de norm. Nog niet. Volgens de statistieken trouwen ze veel vaker met met blanke Nederlandse meisjes dan andere Nederlanders van allochtone afkomst.

Die achterstand wordt relatief snel ingelopen, vooral dankzij de tweede-generatie Surinamers en Antillianen. De Nederlandse 'smeltpot' van gemengde relaties wordt nog voornamelijk gevoed door nazaten van bewoners uit de voormalig overzeese gebiedsdelen. Turken en Marokkanen trouwen overwegend in eigen kring, hoewel bij tweede-generatie Turken een voorzichtige trend naar Nederlandse partners zichtbaar is.

Gebronsd kroost lijkt het feitelijk bewijs van een samenleving zonder vooroordelen en racisme. Het Sociaal en Cultureel Planbureau beschouwt de mate waarin allochtonen huwen met autochtonen in elk geval als 'indicator van integratie in de Nederlandse samenleving'. Dat is weliswaar een stelling die door sommige migratie-deskundigen wordt bestreden, maar Surinamers en Antillianen kunnen volgens de huwelijksdefinitie gezien worden als meest geïntegreerde allochtonen.

Volgens onderzoekster A. van Heelsum van de Vrije Universiteit van Amsterdam blijkt uit haar nog lopende onderzoek onder (voornamelijk Creoolse) tweede-generatie Surinamers dat 47 procent van hen een relatie heeft met een Nederlandse partner. Waarom? Meest waarschijnlijk oorzaak is dat er gewoon meer keuze was aan Nederlandse, dan aan Surinaamse partners. 'Mijn ondervraagden zitten van jongs af aan in Amsterdan op scholen waar Surinamers niet in de meerderheid zijn.'

De vaak geopperde suggestie dat statusverhoging of exotische sexuele aantrekkingskracht bij de partnerkeuze een doorslaggevende rol zouden spelen beschouwt Van Heelsum als 'onzin', maar onderzocht is het niet. De geïnterviewden bleken volgens de onderzoekster over de gehele linie verassend tolerant. Ze leven in een 'nadrukkelijke ideologie van gelijkheid'. Bijna de helft stemde niét in met de stelling: 'Een partner uit je eigen bevolkingsgroep begrijpt je beter'. En 68 procent deelde de opvatting dat het niet uitmaakt uit welke bevolkingsgroep de huwelijkspartner afkomstig is.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft van de Antillianen zelfs driekwart een cultureel gemengde relatie. De vraag is of dat klopt. Cijfers van het CBS zijn een wankele basis gebleken voor onderzoek naar de multi-culturele samenleving. Nederlanders worden niet geregistreerd naar huidskleur - dat is discriminatie. De definitie 'allochtoon' is daardoor weinig bruikbaar: volgens het CBS zijn allochtonen mensen van wie één of meer ouders die geboren zijn buiten Nederland. Dat zijn er 2,3 miljoen.

Daar zitten talloze half-Duitse of half-Belgische ouders bij, en ook veel Nederlanders die toevallig elders zijn geboren. Het aantal 'echte' minderheden (waaronder Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen en asielzoekers) blijft steken rond de miljoen. Van hen kan een groot deel zich middels naturalisatie of rijksgenootschap ten rechte 'volbloed' Nederlander noemen.

Vooral Turken laten zich in toenemde mate naturaliseren tot Nederlander. Het aantal gemengde Turkse huwelijken kan daardoor slechts worden geschat. Vermoedelijk trouwt minder dan tien procent van de jonge Turken met een autochtone partner. Bij Marokkanen is dat percentage nul. Eén verklaring hiervoor luidt dat de tweede generatie Marokkaantjes de leeftijd van twintig jaar nog niet is gepasseerd.

Resteert de vraag of het cultureel gemengde huwelijk inderdaad gezien mag worden als teken van integratie, tolerantie en assimilatie. Dr R. Pennix, hoofd van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) zit op dit punt vol academische twijfel. Gemengde relaties lijken weliswaar een teken van integratie. 'Maar op zich zegt het daar niets over. Misschien trouwt men wel met een Nederlander omdat er geen geschikte huwelijkskandidaat uit de eigen groep beschikbaar is.'

Daar zijn genoeg voorbeelden van. De eerste Chinezen in Nederland waren vrijwel allemaal mannen. Toen zij Nederlandse vrouwen het hof gingen maken was dat, zoals later bleek, geen teken van integratie-geneigdheid van Chinezen. Van de Marokkanen die al éérsten naar Nederland kwamen, huwde bijna twintig procent met een Nederlander. Maar kennelijk noodgedwongen, want de huidige tussengeneratie die volop keuze heeft uit 'eigen' kring, trouwt maar voor drie procent met Nederlanders.

Bijna alle Molukkers uit de tweede generatie zijn gemengd getrouwd. Dat gebeurde echter, zegt Pennix, omdat men in de in omvang beperkte Molukse kring vrij snel een huwelijk beschouwde als 'binnen de familie', en het daarom afkeurde. Zelfs de assimilatie van Indonesische Nederlanders mag van de hoogleraar niet zondermeer worden uitlegd als een geslaagde vorm van culturele vermenging.

'Naar die Indonesiërs is nauwelijks onderzoek gedaan. Ze arriveerden vijfenveertig jaar geleden als Nederlander en zijn nooit als aparte groep geregistreerd.' Dat de Indonesische migranten toch in de Nederlandse samenleving zijn geintegreerd tot die conclusie wil de hoogleraar wel komen.

KADER 1

'Als ze maar geen Francaise was'

Zij: 'Dat hij kleurling is, heeft in onze relatie op geen enkele manier een rol gespeeld. Ik heb er nooit speciaal bij stil gestaan. Ik heb hem leren kennen via zijn zus. Het was liefde op het eerste gezicht. Nooit het idee gehad dat we de multi-culturele samenleving aan het realiseren waren, of zo.'

Hij: 'Dat ze blank is, is op geen enkele manier van belang. Wel dat ze géén Francaise is. Ik denk niet dat ik met een blank Frans meisje een relatie zou zijn aangaan.'

Zij: 'We krijgen wel 'ns racistische reacties. In de Albert Heijn waar ik sinds m'n jeugd kom, werd ineens geen goededag meer gezegd. En idiote opmerkingen in de tram...'

Hij: 'Maar niet dagelijks.'

Zij: 'Meest afschuwelijke ervaring was in Italië. We waren per ongeluk op een Nederlandse familiecamping terecht gekomen en spraken Frans. Mellouki had toen nog van dat prachtige lange haar. Ik ging het kammen en toen kwamen de opmerkingen. Dat die negerhoer iederéén wel zou willen roskammen. Ze dachten dat ik hen niet verstond.'

Hij: 'Pas toen ze boos begon te schreeuwen, begreep ik wat er aan de hand was. Later kregen we er eigenlijk ruzie over. Ik wilde meteen weg. Vond dat ze niet volledig kon begrijpen wat het is gediscrimineerd te worden. Als zwarte ben ik de enige die dat kan voelen.'

Zij: 'Als je met een kleurling samen woont, weet je dat racisme bestaat. Nederlanders zijn geneigd dat te bagataliseren.'

Hij: 'Liefde heeft me in Nederland gebracht, maar ik ben ook gebleven vanwege de sfeer. Naar mijn gevoel kwam ik terecht in een sprookjesstad. De verhoudingen bevielen me onmiddellijk.'

Zij: 'Op de basischool was er één Surinaams meisje. Ze werd gepest en ik begreep niet waarom. Ik werd ook gepest, omdat ik vreselijk verlegen was, dat is pas op de middelbare school over gegaan. Zij was vrolijk, spontaan, ze zong, en moest het toch ontgelden. Ik heb haar uit pure nieuwsgierigheid gevraagd hoe dat kwam.'

Hij: 'Mijn grootvader en grootmoeder waren de eerste zwarte christenen in de Sahara. We behoorden tot een zwarte minderheidsgroep in Algerije. Mijn vader heeft me geen Arabisch geleerd. Hij was bang dat ik moslim zou worden. Mijn moeder was een nationalistisch Bretonse die in Algerije ging kijken hoe de volkeren het Franse juk van zich af zouden werpen. Ik ben als het ware uit een anti-koloniaal orgasme geboren.

'In Frankrijk was ik een katholieke Fransman, maar voor de Fransen ben ik een kleurling. Dat zal nooit veranderen. Ik heb me om die reden ooit helemaal teruggetrokken op mijn zwart-Algerijnse identiteit. Ging me Mellouki noemen bijvoorbeeld, maar nu neig ik weer naar Brieuc-Yves. Die Bretonse identiteit heb ik ook.'

Zij: 'Mijn moeder heeft geen moeite met onze relatie gehad. Ze generaliseert wel. Vraagt bijvoorbeeld hoe Mellouki ''als kleurling'' tegen de zaken aankijkt.'

Hij: 'Het idiote is dat ik bij mijn ouders de intolerantie heb zien groeien. Mijn moeder is 75 en maakt tegenwoordig discriminerende opmerkingen over Arabieren. Zwarte Algerijnen zijn altijd gediscrimineerd door witte Arabische moslim-Algerijen, vandaar. Ze accepteert mijn Algerijnse achtergrond niet. Eèn verzoek hadden mijn ouders over de baby: dat hij geen Arabische naam zou krijgen. Geen Mohammend of Mustafa. De naam Dewi is gelukkig van alle culturen.'

KADER 2

'Hij was niet zo'n branieschopper'

Zij: 'Zijn wij een uitzondering? Ik dacht van niet. Bijna al mijn vriendinnnen hebben zo'n soort relatie. Eentje is met een Italiaan in Zwitserland, een ander met een Marokkaan in Marokko, eentje met een halve Surinamer en een met een Iraniër. Amsterdam hé! Ik zoek ze er niet op uit.'

Hij: 'Ik ben toch Nederlander?'

Zij: 'Nee, jij bent allochtoon en Pilar is nu ook allochtoon, omdat jij buiten Nederland geboren bent. Daarom telt ze straks dubbel op school. Belachelijk.'

Hij: 'De eerste keer dat ik haar zag was vijftien jaar geleden maar ik weet het nog goed. Dat is een leuk meisje, dacht ik. Ik heb nooit veel Surinaamse vriendinnen gehad. Kom je in een discotheek, zegt zo'n meisje: ''Heb je een auto? Jij gaat me vanavond naar Assen brengen'' Ja zeg. Ik moet helemaal niks.'

Zij: 'Hij viel op omdat ie rustig was, niet zo'n branieschopper. Zijn Surinaamse vrienden zijn ook heel vernederlandst. We zijn langzaam naar elkaar gegroeid en nu bijna twaalf jaar samen. Dat zwarte jongens aantrekkelijker zouden zijn, geldt voor mij niet. Odwin is een mooie jongen natuurlijk. Maar als ik hem niet zou hebben, zou ik niet op zoek gaan naar een andere donkere vriend.'

Hij: 'Patrick Kluivert doet het goed bij de jonge meisjes het in Nederland maar Marc Overmars ook.'

Zij: 'We worden nooit gediscrimineerd.'

Hij: 'Nou. . '

Zij: 'Bijna nooit dan. Twee weken geleden op Schiphol. Een enorme rij Nederlanders die hun paspoort niet hoeft te laten zien. Komt Odwin, moet-ie het wél laten zien. Laatst stond ik in een winkel waar de racistische praatjes over de toonbank vlogen. Dan ontplof ik. Ik heb vijf minuten staan razen en ben weggelopen. Ze zullen er wel niets van hebben begrepen.'

Hij: 'Het wordt wel erger. Op m'n werk eten we in de kantine in twee ploegen, blanken en gekleurden, komt toevallig zo uit. Een Indonesische jongen zat al jaren bij de Nederlanders maar twee weken geleden kwam hij bij ons zitten. ''Ze blijven maar bezig met grappen over Turken en negers'', zij hij. Over de toekomst van Pilar ben ik bezorgder dan jij.'

Zij: 'Ach, straks is iedereen half-Surinaams of half-Turks en maakt niemand meer verschil.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden