Het Huis der Wijsheid stond in Bagdad

Een verlichte islamitische stroming uit de achtste eeuw zorgde voor de wedergeboorte van de westerse beschaving. De Koran als beginpunt van kennis van de werkelijkheid.

Het is voor de doorsnee-Europeaan heel gebruikelijk de Westerse beschaving te laten beginnen bij de renaissance, met Michelangelo en Leonardo da Vinci als de eerste spelers op het daarvoor in Florence opgerichte podium. Dat renaissance 'wedergeboorte' betekent, wordt daarbij gemakkelijk vergeten, evenals de vraag van wie of wat, en vooral ook hoe.


De renaissance die zich vanaf de veertiende eeuw vanuit Italië over Europa verspreidde, betekende het einde van de middeleeuwen en de wedergeboorte van de welvaart, de cultuur en ideeënrijkdom uit de klassieke oudheid, die na de val van het Romeinse rijk teloorging. Wat weinigen zich realiseren is dat Europa en het Westen de renaissance mede te danken hebben aan de Arabieren die, terwijl de Europeanen, overgeleverd aan middeleeuws obscurantisme, in duisternis wandelden, zich over het Griekse wetenschappelijke en filosofische erfgoed ontfermden, het naarstig vertaalden en erop voortbouwden.


Even gangbaar als het idee dat de renaissance een oorspronkelijk begin was, is de gedachte dat de moderne wetenschap pas begon met het werk van genieën als Copernicus, Galileï, Kepler en Newton. Maar ook zij stonden op de schouders van Arabieren die tussen de negende en de veertiende eeuw het voorwerk deden voor hun opzienbarende inzichten.


Copernicus bijvoorbeeld maakte voor de ontwikkeling van zijn heliocentrisme, waarin de aarde om de zon draait in plaats van andersom, aantoonbaar gebruik van de modellen van Nasr al-Din al-Tusi (1201-1274), een Perzische astronoom die zelf voortborduurde op het werk van de oude Griek Claudius Ptolemeüs en daarin meteen wat fouten recht zette. Dante Alighieri ontleende de astronomische kennis die hij bij het schrijven van zijn La divina commedia gebruikte aan het werk van de negende-eeuwse astronoom al-Farghani.


Hetzelfde deed Christopher Columbus toen hij voor zijn ontdekkingsreis de omtrek van de aarde bepaalde. En wat te denken van de van oorsprong Perzische wiskundige Mohammed ibn Musa, bijgenaamd al-Khwarizmi (780-850), die met Kitab al-Jebr de eerste studie ooit schreef over algebra, het onderdeel van de wiskunde dat zijn naam dankt aan de Arabische titel van dat boek. Al-Khwarizmi's Latijnse naam - Algorithmus - leeft voort in de benaming van het systematisch uitvoeren van rekenkundige bewerkingen.


Dat de huidige Westerse wetenschap veel te danken heeft aan Arabische onderzoekers, die in de negende eeuw aan een half millennium durend gouden tijdperk begonnen, valt na lezing van Jim al-Khalili's The House of Wisdom niet te ontkennen. Al-Khalili, in 1962 geboren in Bagdad en in 1979 Irak ontvlucht, is hoogleraar theoretische atoomfysica in Engeland. In zijn boek passeert een imposante stroom geleerden uit vele disciplines - astronomen, wiskundigen, fysici en geneeskundigen, maar ook filosofen - de revue.


Grote vraag is uiteraard waardoor primitieve nomadenstammen uit de woestijn plotseling belangstelling kregen voor Griekse filosofie en wetenschap. Volgens al-Khalili, die zichzelf overigens nadrukkelijk als atheïst presenteert, heeft de islam daarbij een grote rol gespeeld. Een weinig overtuigend argument daarvoor is, dat de Koran moslims oproept te zoeken naar kennis en zo een klimaat schiep waarin verwondering, nieuwsgierigheid en onderzoek konden floreren. Volgens al-Khalili stak de islam daarmee gunstig af ten opzichte van bijvoorbeeld het christendom. Die stelling is om verschillende redenen onhoudbaar.


Bekend is de vergelijkbare oproep van de apostel Paulus: 'Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede!' Al-Khalili's stelling biedt daarnaast geen verklaring voor het feit dat aan de aansporing in de Koran om kennis te vergaren tegenwoordig blijkbaar geen gehoor meer wordt gegeven. En tenslotte is zijn standpunt in strijd met zijn eigen overweging om van Arabische, en niet van islamitische wetenschap te spreken. Er waren ook joden, christenen en Perzen bij betrokken, van wie sommigen zich wel en anderen zich niet tot de islam bekeerden, en voor wie het Arabisch de lingua franca was.


Grote invloed van de islam op de wetenschappelijke vooruitgang was er wel, maar die kwam geheel voor rekening van de mu'tazilah, een van de vele stromingen binnen de islam, die volgens de overlevering halverwege de achtste eeuw gesticht zou zijn door Wasil ibn Ata, een lakenhandelaar uit Basra. In de mu'tazilah gold het primaat van de vrije wil. Mu'tazilieten - 'de teruggetrokkenen', of 'zij die zichzelf afzonderen' - stelden de rede boven de heilige geschriften, die zij niet letterlijk maar als beeldspraak wensten op te vatten. De Koran was in hun ogen het beginpunt om kennis van de werkelijkheid te verwerven, niet het eindpunt.


Een adept van de mu'tazilah was Abu Ja'far Abdullah al-Ma'mun, een in 786 geboren verlichte kalief, die zou uitgroeien tot de beschermheer van de vrije wetenschap. Al-Ma'mun die als geestelijk leider decreteerde dat de Koran geen goddelijke openbaring was, maar een menselijke creatie, stichtte aan het begin van de negende eeuw in Bagdad een bibliotheek, die de verwoeste bibliotheek van Alexandrië in de schaduw zou moeten stellen. Dit Bayt al-Hikma ('Huis der wijsheid') zou het zaad worden waaruit alle de grootste successen van de Arabische wetenschap ontsproten, en dat zich zou verspreiden over het hele islamitische rijk, van Oezbekistan in het oosten tot Spanje in het westen.


Aan dat laatste is te danken dat de verlichte Mu'tazilisch georiënteerde wetenschapsbeoefening van al-Ma'mun niet direct al in de kiem gesmoord werd toen halverwege de negende eeuw het geestelijk klimaat in Bagdad veranderde met de komst van kalief al-Mutawakkil als opvolger van al-Ma'mun. De mu'tazilah werd gaandeweg in de hoek van de ketterij gedreven en vervangen door het voorschrift dat de Koran letterlijk dient te worden genomen. Het is eigenlijk nog een wonder dat pas in de veertiende eeuw het licht van de Arabische wetenschap, door een complex van factoren, waaronder de terugkeer naar de scherpslijperij van een meedogenloze orthodoxie, voorgoed gedoofd werd. Allah had gegeven, Allah had genomen, de naam van Allah zij geprezen.


Het bracht de in 1979 met de Nobelprijs vereerde Pakistaanse moslimwetenschapper Abdus Salam tot de vertwijfelde constatering dat van alle beschavingen op aarde de wetenschap in de islamitische wereld veruit het zwakst is. Dat is een groot gevaar, zo meende hij, omdat het eervol overleven van een beschaving in deze tijd direct afhangt van de stand van haar wetenschap en technologie.


Mede tegen deze misstand heeft al'Khalili dit intrigerende en leerzame boek geschreven.


Jim al-Khalili: The House of Wisdom - How Arabic Science Saved Ancient Knowledge and Gave Us the Renaissance

The Penguin Press; 326 pagina's; € 26,99


ISBN 978 1 59420 279 7.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden