‘HET HOEFT NIET ALTIJD HIPHOP TE ZIJN’

Het is het enige gezelschap in Europa dat consequent dansvoorstellingen voor jongeren maakt: het Introdans Ensemble voor de Jeugd. Deze herfst probeert de groep kinderen te winnen voor het wereldberoemde oeuvre van Jirí Kylián....

‘Nee, niet veren! Geen lichtvoetige sprongetjes! Meer als een olifant. Boem, boem, boem.’ En daar stampt Jirí Kylián (Praag, 1947) op zijn sokken door de studio van het Arnhemse gezelschap Introdans. Zoals hij kort daarvoor ook al liggend op zijn rug, zijn hele lichaam even van de vloer had getild: hup, hup. Toch geen sinecure voor een man van bijna 60.

Maar dan verschijnt er een lach boven zijn grijzende ringbaardje en een vertwijfelde blik richting zijn trouwe assistente Arlette van Boven: ‘I don’t know it anymore* Do you know*?’ Eén hint vanaf de bank en daar gaat hij weer: ‘Diggedediggededy. Tik, tik, prrrrt, bam, tring.’

Het is bijna 25 jaar geleden dat Kylián Stamping Ground (1983) ‘uitvond’, een choreografie met een toen nieuw vocabulaire van op het lijf kletsende handen, golvende torso’s, sluipende benen en zacht stampende voeten: het lichaam als wandelende klankkast. Na zijn internationale doorbraak in 1978 met lyrische, theatrale werken als Sinfonietta en Psalmensymfonie raakte Kylián in de ban van de Aboriginalcultuur. Hij vroeg zijn dansers van het Nederlands Dans Theater I met een vleugje zelfspot het dier in zichzelf te ontdekken. Het stuk betekende het begin van een meer abstracte stijl.

Twaalf jaar later deden de collega’s van het Nederlands Dans Theater II (de dansers van het Haagse gezelschap tot 22 jaar) het nog een keer over. Stamping Ground belandde daarna op het repertoire van het Spaanse gezelschap van oud-NDT-danser Nacho Duato. Op de Nederlandse podia verdween de klassieker uit beeld. Totdat artistiek leider Roel Voorintholt, van het Introdans Ensemble voor de Jeugd, vorig jaar Kylián vroeg of zijn groep het stuk mocht hernemen, voor jeugdig publiek.

Voorintholt had inmiddels de gestileerd-swingende, humoristische stijl van choreograaf Hans van Manen met veel succes bij jonge toeschouwers geïntroduceerd. Niet door de oorspronkelijk voor volwassenen gemaakte balletten aan te passen, maar door het oeuvre te selecteren op lengte, vrolijkheid, kleur en herkenbaarheid (veel plagerijtjes bijvoorbeeld). En Kyliáns circusballet Piccolo Mondo (1985), door Introdans Ensemble voor de Jeugd uitgevoerd in 1999, bleek ook goed te werken op jeugdige lachspieren. Maar oké, dat was een olijk middeleeuws wagenspel in Commedia dell’Arte-stijl, met een prins, een slager, een pierrot en een circusdochter annex ballerina.

Stamping Ground vraagt veel meer concentratie van de toeschouwer: tijdens de eerste tien muziekloze (!) minuten moeten mannelijke en vrouwelijke solisten met ritme, adem, timing en scherpte het publiek verleiden tot een tocht door Kyliáns dierlijke down under. Het bleek te kunnen: duizenden kinderen luisterden vorig jaar ademloos naar het stille begin.

Dus ging Voorintholt verder met zijn queeste om kinderen te winnen voor Kyliáns wereldberoemde oeuvre. Deze herfst danst Introdans Ensemble voor de Jeugd Kylián4Kids, geheel gewijd aan de Tsjechische grootmeester uit Den Haag. Over de rechten werd niet moeilijk gedaan. Voorintholt: ‘Ik durfde het bij Piccolo Mondo nog niet goed te vragen. Totdat iemand zei: je kunt hem gewoon bellen hoor.’ Een telefoontje bleek genoeg. ‘De Nederlandse danswereld is klein en informeel. De rechten hoeven we niet in drievoud aan te vragen.’

Het programma opent met Stamping Ground en eindigt met het komische pruikenstuk Sechs Tänze (1986). Daartussen het romantische en soms razendsnelle Dream Dances (1979) en het humoristische Symfonie in D (1976). En middenin het spirituele, melancholieke Evening Songs (1987).

Deze gelegenheidschoreografie maakte Kylián in een bijna overspannen toestand voor de opening van het danstheater in Den Haag, dat toen AT & T heette. Weinigen zullen zich het op a capella zang gezette sextet nog herinneren: het is daarna nooit meer gedanst.

Het voorstel Evening Songs te hernemen, kwam opmerkelijk genoeg van de grootmeester zelf: ‘Ik was in die periode heel ziek. De creatie heeft mij geholpen. Evening Songs heeft een genezende werking. Het graaft naar de mens in de mens.’

Maar is het stapvoets opkomen en terugtrekken van de zes dansers – bijna als in een processie – wel geschikt voor kinderen? Kylián, na afloop van de repetitie bij Introdans: ‘Ik zou niet weten wat niet geschikt is voor kinderen. Wij gingen vroeger in Praag met school naar de opera, drama, tentoonstellingen en concerten. Ik hoop dat de kinderen, net als wij vroeger, moeten opschrijven wat ze hebben gezien en beleefd.’

Voorintholt voelde eerst aarzeling. Hij had Evening Songs in 1987 gezien; het ademt een vleugje folklore. ‘Maar samen met de vrolijkheid van de andere stukken vind ik het nu in balans. Kinderen mogen ook wel eens luisteren naar koorzang. Het hoeft niet altijd hiphop te zijn.’

En dus biedt Kylián4Kids (delen van) choreografieën op composities van Haydn, Mozart, Dvorák en Berio. Ooit gemaakt voor volwassenen en nu, zonder een enkele aanpassing, gebracht voor kinderen vanaf acht jaar. Veel dansgrapjes, dat wel, maar ook een weldadige klassieke ervaring.

Voorintholt: ‘Waarom zou dans voor kinderen moeten bestaan uit drie dansers en twee kartonnen dozen? Als kinderen naar Rembrandt gaan kijken, doe je er toch ook geen roze lijst met groene stippen omheen, omdat dat mode is?’

Voor het eerst heeft de wereldberoemde Kylián twee dagen in zijn agenda vrij gemaakt om in Arnhem de puntjes op de i te zetten. ‘Ik heb een slecht geweten tegenover Introdans’, zegt hij. ‘De groep koestert mijn werk en ik kon zelden komen kijken. Dat wil ik terugbetalen.’ Al viel er toevallig ook een gat in zijn agenda.

In Arnhem staat Kylián oog in oog met dansers die hij niet kent (‘Ogen vertellen alles. Of ze bang zijn, plezier hebben, iets verborgen houden. Daar let ik op.’), maar hem wél kennen (‘Hij is normaler dan ik dacht.’). Ze zijn opgewonden (‘Ik heb hem nog nooit in het echt gezien.’), maar niet zenuwachtig (‘Dat zijn we pas voor de première.’).

Natuurlijk hebben ze niet het technisch niveau van hun collega’s van het Nederlands Dans Theater, Kyliáns thuishaven. ‘Als je je daarmee vergelijkt, word je op voorhand depressief’, zegt Karin Lambrechtse, die pas op haar zeventiende van turnen en jazzballet overstapte naar moderne dans. ‘Maar je kunt veel techniek hebben en er toch saai uitzien op toneel.’

Precies dat is waar Kylián in de paar beschikbare uren aan werkt: de beleving van de dansers. ‘Tot in hun darmen moeten ze voelen wat ze aan het doen zijn.’ Tegen danser Erik Constatin: ‘Jij bent de king of the jungle. A big gorilla.’ Tegen Lambrechtse: ‘Maak die kleine spin veel groter.’ Tegen haar danspartner: ‘Let the body whoop.’

Wat de balletmeesters niet durven, doet Kylián wel: zijn choreografie aanpassen aan het karakter van de dansers. Ja, zegt de grootmeester: ‘Alleen een choreograaf mag zijn werk veranderen.’

Kylián snapt wel waarom de gekozen stukken, allemaal uit eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, het goed doen bij kinderen. ‘Mijn werk had toen nog een bepaalde naïviteit. Het was doorzichtiger, had minder dubbele bodems. What you see is what you get.’ Daarom is het verschil in techniek ook minder van belang: ‘De moeilijkheid zit niet in de snelheid van passen en de hoogte van de sprongen maar in de muzikaliteit, de timing, de interpretatie.’ Die oude stukken, zegt hij, zitten steviger in zijn motorisch geheugen, dan werk van tien jaar geleden: ‘Toen deed ik alles nog zelf voor.’

In Europa is Introdans het enige gezelschap dat consequent werk voor kinderen danst met zo’n groot ensemble. Het succes bracht de groep zelfs naar Broadway in New York, al moest het gezelschap een tweede keer komen om het publiek daadwerkelijk te overtuigen dat bestaand werk van Van Manen en Kylián ook aan kinderen is besteed. Voorintholt, al vanaf de oprichting in 1989 geestelijk vader van Introdans Ensemble voor de Jeugd: ‘Je zet niet even een paar choreografietjes bij elkaar, zo van, die zijn licht en leuk voor kinderen. Ik puzzel lang op de juiste verhouding: lengte, spanningsboog, slapstick, tragiek, stilte, muziek, changementen, het moet allemaal natuurlijk aansluiten bij de aandachtsspanne van kinderen. Daar zit expertise achter.’ Wel komt zijn keuze voor choreografieën in beginsel intuïtief tot stand. ‘Ik graaf in mijn herinnering en denk, dat zouden kinderen moeten zien.’

Nu Kylián sinds kort zelf vader is, van een dochter van drieëneenhalf, beseft hij eens te meer, zegt hij, hoe groot je verantwoordelijkheid is ten opzichte van een kind: ‘Als je dat lege hoofd vult, moet je het goed vullen. Eerst wist ik dat, nu voel en besef ik het.’

Misschien dat hij mede daarom wel in Arnhem is, bij een gezelschap dat zich richt op het grote publiek en tien jaar geleden nog berucht was om rommelige vertolkingen. Inmiddels staat techniek en precisie ook bij Introdans hoog op de agenda. Zodat de grootmeester ook dat beetje extra aan Kylián4Kids toe kan voegen.

Tijdens het laatste beschikbare uur creëert Kylián zelfs nog op verzoek van Voorintholt een overgangetje om een changementprobleem voor danseres Sol Bilbao Lucuix op te lossen: een cartoonesk jongensduet met pruiken, sabels en toneelgordijn. Voorintholt: ‘Hebben we ook nog een wereldpremière van twee minuten!’

Daags na de première in Zwolle zit bij de zondagmatinee van Kylián4Kids in het nieuwe moderne theater De Spiegel de zaal goed vol. Volgens programmeur Hans Focking komt het merendeel van de toeschouwers niet af op de naam Kylián – ‘Zijn werk is hier nauwelijks te zien geweest.’ – eerder op die van Introdans. Een groepje 17-jarigen van het Thorbecke College kent geen van beiden: ‘We zitten hier omdat we voor het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming nog dans moesten zien.’

Het stille begin, met de getimede percussie van handen, voeten en bovenlichamen, krijgt de volle concentratie, inclusief een even onverwacht als muzikaal ‘yeah’ van een verstandelijk gehandicapte. Tot aan de pauze vinden de vijf Thorbecke-leerlingen het ‘wel knap maar meer iets voor zesjarigen’. De hoffelijke kolder uit Sechs Tänze op Mozart, waarin de dansers ginnegappen met sabels en verstoppertje spelen met gesteven baljurken vinden ze ‘wel lachen’ en ‘een meevaller’. Mozart, weet eentje, is toch van die reclame?

Ja, ze moeten een verslag schrijven. Maar daarin hoeft niet te staan wie de dans heeft gemaakt of van wie de muziek was. ‘Het hoeft maar oppervlakkig te zijn. Een paar alinea’s.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden