Het heuvelland van de zionisten

Het Jezustoerisme is goed ontwikkeld in Galilea. Maar Alex Burghoorn volgt een ander spoor: dat van de zionistische pioniers...

Verstoord kijkt A.D. Gordon op van de grond. Het is moeilijk te zien of hij een hark of een schoffel vasthoudt, maar zeker is dat hij zijn handen heeft geklemd rond de steel van een stuk landbouwgereedschap.

Zijn volle grijze baard en zwarte pet overschaduwen zijn gezicht. De oogopslag van de oude Russische zionist is zodoende helaas niet te zien. Ook het tl-licht, dat de sleutelbewaarster van het Gordon Huis op de gang heeft ontstoken, verandert daar niets aan.

Maar de zeggingskracht van de zwart-witfoto, gemaakt omstreeks 1920, is er niet minder om. Zie hier, in volle glorie: de Joodse boer.

Het is er hier destijds revolutionair aan toe gegaan, aan de oevers van het Meer van Galilea. ‘Als je de natuur negeert, negeer je jezelf’, schreef Gordon. Na gedane arbeid was hij een pamfletschrijver bij kaarslicht. Zijn woord telde. ‘Het Joodse volk is tweeduizend jaar volledig afgesneden geweest van de natuur en heeft gevangen gezeten binnen stadsmuren.’

Het Gordon Huis ligt verscholen tussen palmbomen, aan de rand van kibboets Degania Alef – rechts aanhouden bij de door een bougainville overwoekerde schuilkelder. Het is een verplichte halteplaats op een trektocht langs de heilige plaatsen van het zionisme, oftewel van het 19de eeuwse streven naar een soevereine Joodse staat, dat uiteindelijk in 1948 tot de oprichting van Israël heeft geleid.

Het heuvelachtige Galilea is sinds mensenheugenis een bedevaartsoord voor gelovige joden en christenen. De verkeersborden langs de wegen maken van de streek een Groot Bijbels Openluchtmuseum.

Jezus Christus heeft hier tweeduizend jaar geleden zijn eigen revolutie ontketent: hij logeerde er bij de visser Petrus, liep op het water en verzamelde zijn eerste schare volgelingen. Het laat zich allemaal herleven op de Berg van Zaligsprekingen en tussen de resten van Capernaüm.

Amper een eeuw na Christus gaven in datzelfde groengolvende landschap thorageleerden het Jodendom een tweede leven. Ze maakten de religie weerbaar voor de diaspora. Het was een doorstart, nadat de Tweede Tempel in Jeruzalem in het jaar 70 was verwoest door de Romeinen. Hun graftombes liggen rond de joodse heilige plaatsen Tiberias en Safed.

Verscholen tussen al dat bijbelse erfgoed liggen dus ook de heilige plekken van het zionisme. De boerenhoeves, ploegscharen en akkers van de eerste golf Joodse immigranten – de eerste aliya – aan het eind van de 19de eeuw. De diaspora-Joden uit de steden en de shtetl veranderden hier in landbouwers op goddelijke grond.

Knorrig gaat de sleutelbewaarster voor in het Gordon Huis, de trap op naar het natuurmuseum dat ter nagedachtenis aan hem is ingericht. Het pand is een typisch voorbeeld van de modernistische frontier-architectuur uit de vroege jaren van het zionistische bouwen: strak, hoekig en voorzien van een wachttoren.

Het gebouw oogt even massief en onverschrokken als de gedrongen Israëlische dame van achter in de vijftig die er de scepter zwaait. Haar eerste oogopslag zegt: ‘Wat moet je?’ Veel bezoekers krijgt ze niet meer. Maar de argwaan maakt langzaam plaats voor nostalgie. ‘Voor de krantenartikelen die Aaron David Gordon schreef, wilde hij geen geld. Hij wilde alleen worden betaald voor werk op het land. Ach, zulke mensen vind je niet meer.’

Smalle betonnen paden slingeren zich door Degania Alef, dat nog het meest de aanblik biedt van een tropische tuin. Vogels kwetteren tussen het loof. Vrijstaande huizen, oude schuren en miniatuur-etagewoningen zijn speels verspreid. Geen fiets staat op slot. Overal zijn verweerde bankstellen neergeploft, als illustratie van het zomerse buitenleven.

Het is de oudste kibboets van Israël: de eerste communeboerderij werd hier in 1911 uit zwart basalt opgetrokken. De klassieke carrévorm van de hoeve verraadt de Europese wortels van de eerste bewoners. Langs het pad staan een tractor en ploeg op een sokkel. Degania Alef als lichtend voorbeeld. Em hakvutzot - ‘de moeder aller collectivistische nederzettingen’.

Maar voor een heilige plek is het opmerkelijk rustig in Degania. Het is geen vrome, eerder een unheimische stilte.

Als een van de laatste kibboetsen is Degania Alef een jaar geleden afgestapt van de oude idealen. De kleinschalige landbouw is failliet gegaan, evenals het sociale experiment van samen eerlijk delen. De standbeelden van de tractor en de ploeg zijn onlangs in zuurstokkleuren geschilderd, als om er ironische pop-art van te maken.

Buiten de poort ligt hoofdweg 90, die langs het Meer van Galilea kronkelt en uiteindelijk alsmaar rechtdoor naar de Libanese grens leidt. Overal zijn afslagen naar kibboetsen. Ginnosar, Kfar Hittim, Mitzpa, Migdal – de namen zitten in het geheugen van vele duizenden Europeanen en Amerikanen die zich er in de jaren zeventig en tachtig als jonge vrijwilligers in het zweet hebben gewerkt.

Yesud Hama’ala lag honderd jaar geleden aan de oever van het Hula Meer, net ten noorden van het Meer van Galilea. Het was een moerassig malariagebied. Toch bouwde de Russische familie van Yoav Dubrovin er in 1909 een boerderij, die nog overeind staat als monument voor hun onverzettelijkheid. De donker ingerichte hoeve ademt de sfeer van De aardappeleters van Vincent van Gogh.

Aan alle kanten strekken zich appelboomgaarden. Het Hula Meer is verdwenen – drooggelegd in de jaren vijftig om landbouwgrond voor de kibboetsen te winnen. Het wegpompen van het water was een technisch hoogstandje, maar het was ook een ecologische vergissing van jewelste. Niet alleen was het grondwater een belangrijke bron van het Meer van Galilea, ook maakten er jaarlijks tienduizenden trekvogels een tussenlanding. Inmiddels is een klein deel van het moeras hersteld als natuurreservaat, waar het in Hollandse waterschapsstijl goed wandelen en fietsen is.

De vroege bewoners van Yesud Hama’ala hielden het uit met de giften van Baron Edmond de Rothschild, de Franse mecenas van de vroege zionistische nederzettingen. De Hulavallei was hem opgevallen vanuit Rosh Pina. Met zijn reclamezuilen en neonlichten strekt de moderne stad zich uit tot aan hoofdweg 90, maar de oude straten van Rotschild zijn nog hoog tegen de heuvel te vinden. Ook het stadspark met naaldbomen is er nog, waarvoor hij speciaal een Franse landschapsarchitect had laten overkomen.

De stegen met kinderkopjes en de eenvoudige huizen van crèmekleurige steen zijn zorgvuldig gerestaureerd en ingericht als een kunstenaarskolonie. Er is wel eens de reclameslogan ‘Galilea - het Toscane van het Midden-Oosten’ voor bedacht. In een Bed & Breakfast en wijnboetiek is voorzien.

De van oorsprong Litouwse arts Gideon Mer verrichte in Rosh Pina baanbrekend onderzoek naar malariabestrijding. Hij infecteerde zichzelf in de jaren twintig en dertig om het ziekteproces te kunnen bestuderen. Al snel maakte hij naam, wordt duidelijk in het bezoekerscentrum. ‘De Arabische bevolking uit de buurt noemde hem de koning van de muskieten.’

De Arabische bevolking uit de buurt – die is hier niet meer. Van hun naast Rosh Pina gelegen dorp Ja’una is niets meer over. Op 9 mei 1948 zijn ze zoals honderdduizenden Palestijnen gevlucht voor de oprukkende zionistische guerrillagroepen. De noordoosthoek van Galilea werd schoongeveegd voor de Onafhankelijkheidsverklaring van Israël. Het doel was ‘een aanval in de rug’ te voorkomen, heeft commandant Yigal Allon later geschreven.

De Palestijnse Arabieren zijn opvallend afwezig in het oergebied van het zionistische project. Te meer daar zij verderop in Galilea, in en rond Nazareth, de meerderheid vormen.

Aan de oeverpromenade van Tiberias staat een afgetakelde moskee in het hart van een winkelcentrum. De minaret staat nog. Het is een onwerkelijk gezicht.

De moskee is in onbruik geraakt in 1948, en lijkt geknipt als bedevaartsbestemming voor Palestijnen die de komst van de zionisten betreuren. Maar zulk eerbetoon is niet gebruikelijk. Voor Israël zou dat wat al te pijnlijk zijn. Reizen in ‘het heilige land’ komt vaak dicht in de buurt van politiek.

De heuvels van Hittin liggen daarom ook op geen van de joodse, christelijke of zionistische bedevaartsroutes. Terwijl het slechts een paar kilometer van Tiberias vandaan ligt. Het was hier dat de islamitische krijgsheer Saladin in 1187 met wel 12 duizend boogschutters de kolonistische kruisvaarders definitief heeft verslagen.

Maar wat dat ook allemaal te betekenen heeft – het uitzicht vanaf de toppen van Hittin over het Meer van Galilea is bij zonsondergang in ieder geval bedwelmend mooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden