Het heilige zien

Het wereldbeeld van Johan van der Keuken was al 'global' en 'multicultureel' voordat die termen opgeld deden. Blank, zwart, geel; in Amsterdam, New York of Sarajevo - betrokkenheid en gelijkheid keren in al zijn foto's terug....

Johan van der Keuken heeft zich als maker, en als wereldburger, globetrotter en moralist, uit zijn werk teruggetrokken en laat zijn foto's voor zichzelf spreken.

Op 7 januari overleed Johan van der Keuken. Hij had eerst nog met een film afscheid genomen, De grote vakantie, een ode aan het leven die over zijn sterven ging. Nu is er een boek, The Lucid Eye (het heldere, klare oog), dat zijn complete fotowerk omvat; het begint met een melancholisch landschap uit de schemering van zijn jeugd en eindigt met een spetterend uitbarstende lente in Spanje in zijn laatste levensjaar.

De cirkel is rond, de levenslijn uitgelegd. De foto's heeft hij zelf geselecteerd, het boek is naar zijn concept ontworpen. Vorig jaar keek hij terug als filmer, nu legt hij verantwoording af van een leven als fotograaf, van zijn eerste foto uit 1953 tot de laatsten uit het jaar 2000.

Zijn levensboek is in thematische blokken opgebouwd, die min of meer chronologisch van en naar het hart van het boek golven, een verkenning in kleur, tussen alle zwart-wit foto's in, van het dagelijks leven in 42nd Street, New York. Het is een sleutelscène in zijn oeuvre, het ligt niets voor niets in het hart van het boek.

Van een rij winkels in die straat waren de felgekleurde rolluiken die dag neergelaten. Hij portretteerde de passanten tegen die achtergrond, met hun boodschappentas, daypacks en walkman, een bekertje koffie in de hand of een papieren zak waarin iets sterkers zit, de straatveger zowel als de cop. Ze zijn blank en zwart, latin en geel, ooit van over de hele wereld gekomen en hier beland - multicultural tegen een multicoloured fond.

Het is een heel eenvoudig en direct gegeven, mensen op straat, een thema dat hij vaker opzocht, in Amsterdam, Bolivia en India in de laatste jaren van zijn leven, en vroeger in Parijs, Sardinië en in Spanje. Maar het vertelt in deze beelden, in de verscheidenheid van de mensen die langs een monochrome achtergrond trekken en daarmee even in het straatbeeld worden uitgelicht, het verhaal van de wereld zoals die er nu uitziet. Zijn 42nd Street is ook een beeld van zijn hart, want zo zag hij de wereld, als een samenleving van 'onderlinge betrokkenheid en principiële gelijkwaardigheid'. Van der Keukens wereldbeeld was al global en 'multicultureel' voor die begrippen hier doorgedrongen waren, en zijn foto's zijn daar een uitdrukkingvan.

Rust

Veel van het werk in The Lucid Eye is bekend, maar nu opnieuw gerangschikt en gewogen. Het lijkt er anders uit te zien dan vroeger - harmonischer, in evenwicht, tot rust gekomen. In die golvende beweging van thema's en onderwerpen is het consequente van die levenslijn gevonden.

Terugblikkend is een ontwikkeling en een constante ontdekt, die hij kennelijk eerder niet zo volkomen ervoer. Er zit een duidelijke lijn in het boek, van het begin tot het eind, die poëtisch is en contemplatief. Hij legt, zonder verdere duiding, verantwoording af - vroeger strooide hij kwistig rond met tekstverklaring en commentaar. Misschien is het boek daarom zo ongekend krachtig.

Hij heeft zich als maker, en als wereldburger, globetrotter, fellow traveller en moralist, uit zijn werk teruggetrokken en laat zijn foto's voor zichzelf spreken. Misschien bereik je dat stadium van overpeinzing pas op het laatst, als je weet dat het leven erop zit en je beseft dat je niets meer kunt doen, dat je alleen iets na te laten hebt. Er zit niets sentimenteels of weemoedigs in zijn keuze en in de vormgeving ervan, ook geen trots of voldaanheid.

Hij bladert als het ware terug en heen en weer door zijn leven om te zien waar het toe heeft geleid en wat het heeft opgebracht, en schotelt ons dat nu voor in een vrije associatieve vorm, waarin heel jonge foto's worden gecombineerd met oudere als om aan te geven dat de vorm misschien verschillend is, maar de intentie niet.

Johan van der Keuken (1938-2001) heeft niet van de eerste tot de laatste foto in een en dezelfde stijl en opvatting gewerkt. Hij heeft vele voorbeelden gevolgd en uitgetest, verkend en opgenomen en zelf voorbeelden ontwikkeld. Zijn werk is heel verscheiden en vol afwisseling in vorm, stijl en opzet - direct en spontaan, zo van de straat geplukt; bedachtzaam in sequenties van alle kanten benaderd; met dubbelbeelden of herhaalde standpunten in beweging gezet omdat het platte vlak hem te statisch was.

Hij kroop dicht op het onderwerp om er middenin te kunnen staan, nam afstand om de abstractie ervan te kunnen ervaren of vond wat hij wilde zeggen in een stilleven, in iets wat mensen achterlieten - een krabbel op een muur, een reparatie van een stenen trap - die soms meer zeggen dan de mens zelf kan verklaren.

Dromerig

In The Lucid Eye zijn z'n eerste, beroemd geworden boeken Wij zijn 17, Achter glas en Paris Mortel opgenomen, evenals een paar even markante zelfstandige series. Van de allereerste foto af heeft hij zijn jeugdwerk serieus genomen, volwaardig, alsof die latere kunstenaar er op zijn twaalfde al was en niet eens in aanleg.

Hij werd bekend met het boek Wij zijn 17 uit 1955, waarin hij zichzelf en zijn leeftijdgenoten neerzette als poètes maudits, dromerig en zelfbewust tegelijk. De wereld hoefde niet bestormd te worden, zeggen zijn jonge existentialisten, de wereld lag aan hun voeten. Er zal geen geen foto (of film) zijn die het wereldbeeld van die leeftijdsgroep zo in essentie samenvat, die combinatie van zelfbewustzijn en kwetsbaarheid, van vermeende levenservaring en schuchterheid.

Later, studerend in Parijs, maakte hij een impressie van die stad - Paris Mortel - een klassiek documentair boek, dicht op de huid gemaakt, zoekend naar de ziel van het leven, in een traditie die zowel aan de Nieuwe Zakelijkheid als aan het toen revolutionaire werk van de Amerikanen Robert Frank en William Klein doet denken. Zo maakte hij een winterbeeld: hij kijkt als een clochard vanuit een koude nachtelijke straat door de warm beslagen ramen van een klein buurtrestaurant naar de warme, knusse drukte binnen en vond in die nieuwe vorm die uit Amerika overwaaide, dat oude Europa terug van het meisje met de zwavelstokjes.

Van der Keuken ging films maken, maar bleef zelfstandig fotograferen en exposeren. 'De fotografie is de kunst van het heilige zien', luidt de verwoording van zijn opvatting, 'het zien van de betekenis van mensen en dingen in hun onderlinge relaties, het zien hoe alles van wezen verandert door de toverwerking van het licht, het zien van de poëzie van het alledaagse, het zien van het ongrijpbare achter het waarneembare langs'.

Er zijn vele Johan van der Keukens in zijn levensoverzicht te ontdekken en in de manier waarop hij het leven benaderde - altijd zoekend, soms op al lang begaande wegen, en experimenterend naar een eigen vorm en uitdrukking. Misschien is die intentie in zijn fotografie dieper dan in zijn films, meer tot de verbeelding sprekend.

Hij heeft altijd gewild, en bewerkstelligd, dat zijn werk bekend werd. Niet alleen hier, maar vooral ook in het buitenland. Hij wilde deelnemen aan dat global debat, er middenin staan, er een bijdrage aan leveren. En reisde als het nodig was de wereld rond om zijn werk toe te lichten, in discussie te gaan, omdat hij vond dat het universeel was en een richting aangaf. Zo kwam hij ook in het belegerde Sarajevo, om er ter troosting, verstrooing en ondersteuning zijn films te laten zien en keerde hij terug met een portret in dubbeldruk van een meisje, symbool van verscheurdheid en verlangen, van vrijheid en gevangenschap.

Broos

Johan van der Keukens fotowereld is overwegend zwart-wit, maar dat ervaar je niet zo, en je ervaart het al helemaal niet als aan een bepaalde tijd, aan vroeger, gebonden. Eén onderwerp in zijn werk valt buiten al het andere, de foto's van zijn omgeving, van zijn vrouw en zijn kinderen. Hij lijkt middenin het onderwerp te staan, maar neemt in wezen behoedzaam en voorzichtig afstand, alsof hij iets heel teers en broos in handen heeft.

Uit dat tableau doemt opeens ook een zelfportret op, Moi, peur geheten, je ziet hem in wanhoop het uitschreeuwen voor een kale wand. Hij is eenzaam en alleen, van zijn dierbaren gescheiden, en in blinde angst om de band die nooit gebroken mag worden. Eenzelfde intentie hebben de foto's uit zijn jeugd. Ze zijn genomen met de zelfbewustheid die bij die leeftijd hoort en laten zijn vrienden en vriendinnen zien, die even zelfbewust de wereld tegemoet treden, maar ze onthullen tegelijk het ongepantserde, onschuldige dat er achter schuilt.

Naast de serie uit 42nd Street heeft hij nog twee onderwerpen in kleur gefotografeerd, zijn zusje Joke op haar sterfbed en een serie foto's die hij in de lente van vorig jaar maakte. Ik heb nog nooit iemand zo vredig ingeslapen gezien. Al die behoedzame tederheid van zijn familiebeelden komt volmaakt terug in dit ene beeld, waar zich om dat vredige hoofd heen een aura heeft gevormd.

In zijn allerlaatste foto's, in Spanje gemaakt, keek hij, zo ervaar je het, nog één keer naar de wereld en zag hij de schepping, in uitbundig bloeiende velden klaprozen, korenbloemen en alles wat er in een lentebuitje opschiet in vruchtbaar grond.

Ze getuigen van hoop en vreugde, en van een ongebreidelde levenslust. Tot het beeld, in de laatste foto, vervaagt in een abstract kleurvlak. De fotograaf is uitgekeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden