Het halflandelijke van de Groenblauwe Slinger

Op het grondgebied van Zuid-Holland ligt een Groenblauwe Slinger. Een S van groen en water, die begint in Midden-Delfland om te eindigen in het Groene Hart ten zuiden van Alphen aan den Rijn....

EN GROEP VAN een kleine dertig man die op een winderige, grauwe zondagmorgen met wandelschoenen aan en rugzakjes op door een nieuwbouwwijk van het Zuid-Hollandse Pijnacker loopt? Een Engelse bewoner van dit typisch Hollandse woonerf, waar sloten nog aan polder doen denken en kinderen hun wipkippen hebben, kan zijn verbazing niet op. Hij vraagt of hij zijn ogen mag geloven. Ja inderdaad, we wandelen. We zijn op weg van Pijnacker naar Rotterdam.

Zou deze Engelsman ooit te voet zijn woonwijk zijn uitgelopen, de sloot over en de polder in? Zou hij wel eens hebben ervaren dat grauwe luchten en harde wind zijn woonerf op een zondagmorgen weliswaar erg deprimerend maken, maar daarentegen het lage land van gras en water, met af en toe een plukje bomen, des te mooier? Of zou de Engelsman, had hij de regels van de dichter J.C. Bloem gekend, deze beamen:

En dan, wat is natuur nog in dit land?

Een stukje bosch ter grootte van een krant. . .

Natuur, daar is nog maar zo weinig van in het zuiden van Zuid-Holland. En van wat er nog rest, is niet iedereen gecharmeerd. De schoonheid van een besneeuwde alp dringt zich aan je op, ook een bos laat makkelijk van zich houden, maar voor de polder moet je moeite doen. Zeker nu stenen, glas, beton en lawaai oprukken.

Iets waarvan de schoonheid niet wordt gezien, krijgt ook niet snel bescherming als het wordt bedreigd. Voor een boom in een straat, die met omhakken wordt bedreigd, lopen hele buurten te hoop. Maar wie maakt zich druk om modderig grasland, doorsneden met sloten?

De provincie Zuid-Holland doet dat. Al is het dan om vijf voor twaalf. De provincie heeft erkend dat rondom haar grote steden geen stukje polder meer onaangetast dreigt te blijven. Versnippering en verstikking liggen op de loer. Als niet snel de handen ineen worden geslagen, raken de laatste stukjes groen en water geïsoleerd. Hoogommuurde stadsparken zullen het worden in plaats van 'natuur'.

Daarom probeert de provincie juist in het meest volle deel van haar grondgebied een Groenblauwe Slinger in leven te houden. Een S van groen en water, die begint in Midden-Delfland, ten oosten langs Delft kronkelt, dan naar het westen buigt, tussen Den Haag en Zoetermeer doorgaat, om weer af te slaan naar het oosten en te eindigen in het Groene Hart ten zuiden van Alphen aan den Rijn. Een ecologische verbindingszone heet dat in jargon.

De zondagwandeling van het station Pijnacker naar Rotterdam CS gaat door het meest smalle deel van deze slinger. Steven van Schuppen van de stichting Lopende Zaken, de gids tijdens de wandeltocht, noemt het de flessenhals van de Groenblauwe Slinger. Met een deel waar de S moet vechten om zelfs een breedte van tweehonderd meter te behouden.

De stichting Lopende Zaken onderzoekt in opdracht van de provincie of er mogelijkheden zijn van 'recreatief medegebruik van de ecologische verbindingszone'. De stichting wil graag een wandelroute van Rotterdam naar Zoetermeer.

Wandelen is de stichting niet vreemd. Van Schuppen stond aan de wieg van de wandelwinkel Pied-à-terre in Amsterdam. Vladimir Mars, eveneens van Lopende Zaken, werkt nog steeds in die winkel. En Rob Wolfs, ook van de stichting, is weer betrokken bij de Stichting Lange-Afstands-Wandelingen. In Nederland is behalve een kaart met een netwerk van wandelingen ook van de georganiseerde wandelwereld zelf een kaart te maken. Daarop zou dan trouwens zichtbaar zijn dat sommige netwerken langs elkaar heenlopen.

De wandelroute in de Groenblauwe Slinger is er nog niet, dat wil zeggen nog niet bewegwijzerd. De achttien kilometer van Pijnacker naar de havenstad op deze zondag zijn bedoeld om de schoonheid te laten zien van wat er nog aan natuur rest en tegelijkertijd de aanvallen daarop.

De woonwijk van de Engelsman ligt nu nog aan de rand van Pijnacker, maar in de polder ernaast zijn alweer nieuwe huizen gepland. Van Schuppen weet dat die huizen niet meer zijn tegen te houden. Maar voor de Groenblauwe Slinger pakt juist deze woonwijk slecht uit: dit stuk polder is dan ook alweer volgebouwd, de noodzakelijke ontsluitingsweg erlangs en patsboem, daar ligt Berkel en Rodenrijs alweer.

Aan het einde van de toekomstige bouwkavel, op een smalle weg, wijst Van Schuppen richting Delft. Behalve sloten en gras is in de verte een bos te zien dat aan het gedicht van Bloem doet denken: niet groter dan een krant. Het is een eendenkooi. Het bos wordt bedreigd door de weg die de nieuwbouwwijk moet ontsluiten.

Verder lopend over het asfaltweggetje richting Oude Leede wijst Van Schuppen op de hoogteverschillen, niet alleen tussen dijk en grasland, maar ook tussen de graslanden onderling. Waar ooit veen was, ligt het land door het afsteken daarvan lager. Wat hoger ligt, is kleigrond.

Oude Leede, een paar huizen bij een bocht in de weg, heeft zijn naam te danken aan een eeuwenoude getijdenkreek, uit de tijd dat de zee hier nog speelde met de waterstanden. Later werd de Oude Leede een veenstroom. Hij liep helemaal door het Westland naar de Oude Maas.

In dit slagenlandschap, zoals een polder met zovele sloten ook wel wordt genoemd, lijkt alles recht en strak. Maar schijn bedriegt. Een eindje voorbij Oude Leede kronkelt zacht de dijk van een oude bergboezem. Aan het eind ervan staat een oude molen. Zes houten hekken tussen hier en daar om overheen te klimmen. Vanaf de dijk gezien ligt links van ons de bergboezem. Nog leger dan de andere stukjes polder. Geen boerderij te bekennen: de boezem liet men onder lopen als er water te veel was.

De zon schiet met stralen door de grijze lucht aan de kant van Rotterdam. De kassen in de verte, aan de andere kant van de bergboezem, glanzen op in het licht. 'Wat kassen zo nog mooi kunnen zijn', zegt Van Schuppen half ironisch. 'In dit zonlicht lijken ze net een meer.'

E MOLEN stamt uit 1772. Wat rietkragen er omheen, nog meer water, een paar hoge bomen en daarachter een wit bruggetje over de hooggelegen Berkelse Zweth. Het is natuur en oud-Hollandse cultuur op de vierkante kilometer. Maar de wind kan er tenminste nog doorheen blazen. De woonerven hebben zich nog niet opgedrongen.

Bij het witte bruggetje legt Van Schuppen uit dat zijn stichting de wandelroute het liefst zou laten lopen aan de zuidwestkant van de Berkelse Zweth. Een fietspad ligt al aan de andere kant van het water. 'Maar de boeren werken niet mee. En als wandelaars én fietsers samen over dit smalle pad moeten, zijn de conflicten al te voorzien.'

De vraag is: zal de provincie doorbijten en de boeren tot meewerken dwingen of zelfs de grond onteigenen? Of klopt het wat Vladimir Mars heeft ervaren: ambtenaren leggen liever iets concreets aan zoals een fietspad. Daarvoor moet tenminste nog asfalt worden gestort. Maar wat voor eer valt er te behalen aan een wandelpad door een weiland?

En de natuurbeschermers staan ook al niet aan de kant van de wandelaars, weet Mars. Die vrezen een verstoring van de rust door duizenden voeten in de natuur. Van samen een vuist maken is meestal geen sprake, weet Mars.

De Berkelse Zweth loopt vanaf het bruggetje loodrecht richting de drukke A13. Wie hem van hieraf nog niet heeft gezien, moet hem horen. Tenzij het geluid van de razende auto's voor het geraas van de wind wordt aangezien. Op een weiland staan honderden waterhoentjes ogenschijnlijk roerloos in de wind. Daarachter een bos. Dit keer wat groter dan één krant.

Tientallen keren heb ik de Zweth en dat bos gezien vanuit de auto, langszoevend over de A13. Pas nu ik wat over dat bos hoor, ga ik er met andere ogen naar kijken. In de wijde omtrek werd in het verleden het veen afgegraven, maar op dit stukje grond niet. Daardoor konden er bomen groeien en kleine plassen ontstaan. Vanaf de weg kun je niet zien dat de ooievaar is teruggekeerd naar deze Ackerdijkse plassen. Nu zien we er twee.

Waar de Zweth in de Schie stroomt, ten zuiden van de A13, gaan we over een miljoenen kostende fietsbrug en dan aan de andere kant van het water richting Overschie, een deelgemeente van Rotterdam. Vlakbij Overschie, wanneer rechts de moderne fabrieksblokken beginnen, vóór ons nog een piepklein stukje polder ligt met daarachter de kerktoren van Overschie en links van ons de Schie met een paar verouderde fabrieken, vraagt Van Schuppen of we dat gedicht van Simon Vestdijk kennen. Met die ene regel: Ik houd het meeste van halfland'lijkheid. . .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden