Het grote graaien

Tuk op koopjes van naam struinen duizenden toeristen en merkenkickers door Batavia Stad, de eerste dumpplaats in Nederland voor overtollige merkkleding....

Verliefd kijkt Jeroen naar de blauw met gele Puma's. 'Ik vind ze echt heel erg mooi', dringt hij nogmaals aan bij zijn vriendin Heleen. 'Ze zijn maar 135 gulden.' Heleen (33) zucht. Volgens haar passen de felgekleurde gympen - vorig jaar zomer nog populair bij hippe meiden - niet bij Jeroens degelijke garderobe. Toch gaat ze overstag. Ze moet wel.

Heleen heeft zich immers ook bezondigd aan het grote graaien in Batavia Stad. Anders winkelt ze 'gewoon bij Didi', maar vandaag heeft ze Replay-jeans gekocht en een 'heel apart truitje' van DKNY. Merken die ze in normale winkels 'te trendy en te duur' vindt. Maar in de factory outlet in Lelystad - de eerste dumpfabriek in Nederland waar overtollige merkkleding met kortingen van 25 tot 70 procent wordt verkocht - kan ze die niet laten liggen.

Oké, beaamt Heleen, nu hebben ze ook veel geld uitgegeven. Maar ze zijn én een dagje uit én ze houden er 'iets exclusiefs' aan over. 'Bovendien is de entree hier gratis. Alsof de Efteling zo goedkoop is', zegt Jeroen, ook 33 jaar. 'En het is hier zo gezellig', roept Heleen verrukt.

Het Amsterdamse stel mengt zich deze zondag weer tussen duizenden andere toeristen, merkenkickers en koopjesjagers. Met z'n allen struinen ze over de keurige klinkerpatronen naar de volgende winkel op het parcours in achtvorm. Batavia Stad wil de sfeer van een zeventiende-eeuws handelsdorp nabootsen. Binnen een vestingmuur van Belgisch natuursteen en achter houten geveltjes in mediterrane kleuren worden restpartijen van Lacoste, Adidas en Tintoretto verkocht.

Batavia Stad is een maquette op ware grootte. Niet authentiek, wel gepolijst en bescheiden. Er zijn geen schreeuwerige etalages of lichtreclames die klanten moeten verleiden. Soms ontbreekt zelfs de merknaam. Door de oer-Hollandse ruitjes is maar weinig te zien.

Het publiek gedraagt zich daarentegen zoals op de 'doldwaze dagen' in de Bijenkorf. Winkelpersoneel kan niet opvouwen tegen het gegraai en getrek. Files, bussen rijden af en aan, overal papieren tassen van Batavia Stad Outlet shopping. Het lijkt alsof de factory outlet er altijd is geweest. Alleen de lichte geur van verse verf en winkels die nog geopend moeten worden, verraden dat het complex slechts twintig dagen oud is.

Weer of geen weer, sinds 27 juli is het iedere dag topdrukte geweest, zegt directeur John Rombouts van Batavia Stad Managment. De anderhalf miljoen bezoekers die dit jaar in eerste instantie werden verwacht, wordt ruimschoots overschreden, verwacht hij. Want deze week wordt de 250 duizendste bezoeker ontvangen met een bloemetje. En de officiële opening moet nog plaatsvinden. Op 6 september zal minister Jorritsma van Economische Zaken het dorp dopen. Het werd door de ontwikkelaars Foruminvest en Stable International voor 1,6 miljoen gulden verkocht aan vastgoedbelegger Rodamco.

Het heeft nog lang geduurd eer de factory outlet zijn weg had gevonden naar het zuinige Nederlandse volk. Sinds de jaren zeventig begon het fenomeen in de Verenigde Staten aan een onstuitbare opmars. Hoewel de zeven outlets in 1978 er volgens het tijdschrift Time nog uitzagen als kille ale hangars, zijn er nu honderden merkendorpen die net als Batavia Stad een thema omvatten. In de jaren negentig waaide het concept over naar Europa, waar Engeland de meeste, ruim dertig, merkendorpen telt.

In Nederland heeft de middenstand zich lange tijd heftig verzet tegen de komst van dumpfabrieken, die de nekslag zouden betekenen voor modezaken in de omgeving. Ook minister Pronk van Milieu was eerst tegen, met name vanwege het toenemende autoverkeer naar de polder. Inmiddels is een tweede merkendorp in aanbouw, in Roermond van ontwikkelaar BAA McArthurGlen.

Rombouts voorziet geen concurrentie. Batavia Stad richt zich op een publiek van 12 miljoen mensen die anderhalf uur rijden van het centrum wonen. 'Roermond doet hetzelfde, maar richt zich ook op Duitsland.' De directeur gelooft wel dat Nederland met twee outlets vol zit. Want Nederlanders zijn niet tuk op overdaad: het moet de schijn van exclusiviteit behouden.

Een andere veronderstelling, dat Nederlanders gierig zijn, gaat niet op voor Batavia Stad, zegt Rombouts. Hoewel bedrijfsleiders geen omzetcijfers willen noemen - wel dat het 'storm loopt' - weet Rombouts dat de meeste winkels binnen een week hun maandprognose hebben gehaald. En dat trekt weer andere merken aan. Nog zo'n 15 procent van de winkelruimte staat leeg, zegt Rombouts. Die moet eind dit jaar zijn verhuurd. 'Aanbiedingen genoeg, maar we zijn zeer kritisch. Hier is alleen plek voor hoogwaardige kwaliteitsproducten.'

Een aantal bezoekers denkt dat factory outlet staat voor een knakenfestijn in een fabriekshal. In plaats daarvan vinden ze een pantalon die van vijftienhonderd voor zevenhonderd gulden is afgeprijsd. 'Die mensen staan raar te kijken.' Sommige klanten zijn echt verontwaardigd, zegt een verkoopster van DKNY. 'Tja, wij zijn geen Wibra. Een afgeprijst shirt is bij ons nog steeds niet goedkoop.'

Anderen, die het merk wel kennen en niet kunnen geloven dat een DKNY-broek voor de helft van de prijs wordt verkocht, denken dat er iets niet deugt. 'Dat is onzin, wij verkopen geen B-keuze. Louter oude collecties.'

Echt hip volk of fashion victims, degenen die als eersten in het nieuwste van het nieuwste lopen, zijn dun gezaaid in Batavia Stad. Sterker, zo snel zij ontdekken dat hun garderobe bij de outlet wordt verkocht, trekken ze het niet meer aan, vermoedt cultuursocioloog Carl Rohde van de Universiteit Utrecht. Wanneer veertigers met bierbuik ook in topmerken gaan lopen, onstaat volgens Rohde een vreemde discrepantie met het strakke blote buikje op een billboard.

'Fabrikanten lopen het gevaar dat ze hun zorgvuldig opgepoetste imago van exclusiviteit onderuit halen wanneer ze bulk aan de massa willen brengen.' Sommige merken weten dat gelikt op te vangen, weet Rohde. Zoals Nike: jong en oud, low- of high brow, iedereen loopt op Nike's. 'De fabrikant brengt heel slim limited editions op de markt.'

Volgens Rombouts brengen merken hun producten juist via factory outlets aan de man om hun imago te beschermen. Sinds collecties vaker wisselen dan de seizoenen, moeten fabrikanten sneller overschotten terugnemen. Die worden vernietigd of belanden in het grijze circuit waar ze voor een habbekrats worden gesleten.

Nathalie kijkt wel uit dat ze spullen koopt waarmee de schappen vol liggen, zoals de Twisted Levi's van grove spijkerstof. De trendy 18-jarige, ze werkt in een boetiek, is op zoek naar 'foute dingen'. 'Zo fout dat het juist weer goed is. Camp, snap je?' Batavia Stad vindt ze ook een 'beetje camp'. Wel mooi, maar ook fout, met veel 'oude mensen'.

Een verzorgde dame - haar man heeft een zeilboot in de haven liggen - vindt het juist prettig dat het publiek niet al te jong is. 'Eindelijk een winkelcentrum zonder hangjongeren met lawaaierige scooters.' Neemt niet weg dat ze klachten heeft. Al die rijen voor de kassa's, het heeft haar een half uur gekost om broodjes te halen bij de The American Food Factory, een van de vier restaurants. En natuurlijk was er geen plekje meer vrij op het terras. Wel heeft ze een 'enig suikerpotje met bloemmotief' bij Villeroy & Boch (een van de weinige niet-modezaken) gekocht: van 56,86 voor 42,50 gulden.

'Kom Bert, ik wil nog even funshoppen bij InWear', zegt ze terwijl ze haar man bij de arm pakt. 'Wat je fun noemt', bromt Bert. Niettemin neemt hij gedwee haar tassen over en worstelt het paar zich een weg uit de Nautica shop, waar een getrimde pekinees hen opwacht.

Op de vensterbanken heeft zich een handvol mannen genesteld. Een forse Brabander kijkt verveeld op zijn horloge. 'Yep, al bijna een uur', verzucht hij. Zijn dagje uit is 't niet. Maar ja, eerder deze week waren ze met de kinderen wezen karten, en daar vond zijn vrouw niet veel aan. 'Je moet elkaar ook in de vakantie een beetje tegemoet komen hè.' Nee, een goedkoop uitje wordt het niet, vreest hij. 'Mijn vrouw heeft plotseling bedacht dat ze een nieuwe winterjas nodig heeft. En mijn dochter wil andere sportschoenen.'

Voor de mannen moet nog wat verzonnen worden, erkent directeur Rombouts. De dameskleding is oververtegenwoordigd, maar binnenkort zal het assortiment herenkleding worden uitgebreid, zegt hij. En wat moet de doorgewinterde winkelhater? Die wordt volgens Rombouts buiten de drie stadspoorten bediend met musea.

De Bataviawerf, het Nieuw Land Poldermuseum en het Nederlands Sportmuseum Olympion varen wel bij de komst van de factory outlet. 'Het aantal bezoekers is opzienbarend gestegen', zegt Joop Hardenbol van de Bataviawerf. De eerste tien dagen van augustus trok de werf aan het IJsselmeer 15 duizend bezoekers, het viervoudige van vorig jaar. Dat heeft volgens Hardenbol ook te maken met het feit dat VOC-schip de Batavia - vorig jaar nog in Sydney bij de Olympische Spelen - weer terug is.

Maar dankzij de promotie-acties - grotendeels door Batavia Stad gefinancierd - toont nu een breder publiek belangstelling voor de musea. Touroperators bieden al een totaalpakket Batavia aan, en ook worden gezamenlijke evenementen voor senioren en kinderen georganiseerd.

Sommige mannen hebben naar eigen zeggen op eigen houtje een deal met hun vrouw gesloten: zij shopt, hij bezoekt met de kinderen het Sportmuseum of de Bataviawerf. Kennelijk houden niet alle moeders zich aan de afsproken tijd. 'Stuur mama maar een sms-je', spoort een jonge vader zijn zoontje aan, 'zeg maar dat we bij de auto wachten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden