Het grote genieten komt nog

Beeld Robin de Puy

Vanuit de werkkamer zag ik ze de straat oversteken. Mijn moeder en mijn dochter, hand in hand, op naar de overkant waar de boer kippen houdt, iets waarvoor een stadskind veel ontzag heeft. Ik zag hoe mijn moeder eerst uitgebreid van links naar rechts en weer terug keek en hoe de Dochter dat nadeed. Eenmaal aan de overkant stonden ze stil bij de bosjes. 'Kijk!', hoorde ik de Dochter kraaien, want wie 2 jaar is heeft net zo veel ontzag voor een spin als voor een kip. Ik zag hoe mijn moeder naast haar hurkte met sterke, bruine benen. Buitenbenen.

Hup, sprak ik mezelf toe, aan het werk, daarvoor was ik hier tenslotte.

Zoals elke donderdag was ik ook die ochtend in de auto gestapt, zoals altijd later dan gepland, en met twee kinderen, een computer, kinderwagen en knuffels achter in de kofferbak richting het dorp van mijn moeder gereden. Tijdens de tocht hield ik de oudste koest met een Liga, mijn zonnebril en De Gruffalo, terwijl ik vurig hoopte dat de jongste niet nu al in slaap zou vallen. 'Klap eens in je handjes' probeerde ik nog, en 'Komt een muisje aangelopen, kielekielekiele', maar het was tevergeefs - vijf minuten voor we het lintdorp inreden, dommelde ze weg. Shit. De Dochter had zich ondertussen uit de riemen gewurmd, haar schoenen uitgetrokken en probeerde nu het portier open te maken, waardoor ik neeneenee roepend en met één arm naar achteren maaiend bijna de weg af reed. Eenmaal in het huis van mijn moeder was ik meteen naar boven gegaan, naar de werkkamer, waar ik nu vanachter een kop koude koffie naar buiten zat te kijken hoe ik de mooiste momenten in mijn eigen leven miste.

Als ik naar mijn moeder keek, wist ik wanneer het echt grote genieten begon, over dertig jaar, als mijn dochter een dochter kreeg. Of zoals mijn 78-jarige Drentse penvriendin Fee laatst schreef: 'Kinderen opvoeden gaat nooit perfect, ook omdat je vaak te druk bent met jezelf als je jong bent.'

Dat klopte.

Maar hoe moest het anders?

Er moest toch gewerkt worden. Het huis moest schoon en de was gedaan en mails beantwoord en contacten onderhouden en dan wilde je ergens ook nog wel een moment voor jezelf, of niet eens, maar moest je gewoon naar de tandarts. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat was je zo aan het plannen, aan het plannen en aan het haasten, kiezen of delen en meteen weer door, en voor peuters die dan uitgebreid naar spinnetjes gingen zitten kijken, had je eigenlijk geen geduld.

Mijn moeder wel.

Geduld, tijd en aandacht, de hele dag, voor alles. Nu ik erover nadacht: bij haar had de Dochter nooit een driftbui. Bij haar at ze d'r bord wél leeg. En als ze werd ingestopt, ging ze meteen slapen, geen onvertogen woord. Bij oma was alles goed, voor haar én voor mij - met een beetje mazzel kreeg ik straks nog een schaal zelfgemaakte gehaktballen mee naar huis ook.

'We gaan zo fietsen', zei mijn moeder terwijl ze haar hoofd om de deur stak. Er kwam een vlaag buitenlucht mee, ik rook iets van vroeger. 'Even de uitnodiging voor de Open Monumentendag ingooien bij Rie Schouten.' Even later zag ik ze inderdaad de steeg uit fietsen, die kleine zingend achterop. Toen ik aan het eind van de middag beneden kwam en de Dochter mijn moeders hortensia's water zag geven met Roosvicee uit haar fles wilde ik 'nee, doe maar niet', zeggen, maar ik hield mijn mond.

Het leek me een goed begin.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden