Het grote doel van Oscar Suleyman

Oscar Raaijmakers en Suleyman DEMIR doen er alles aan om niet de zoveelste ontwerpers te worden die blijven hangen in 'een experiment en een enkele show'....

tekst milou van rossum ; fotografie lukas gobel

Een halfjaar geleden dachten ze opeens: misschien gaan we het toch niet redden.

De zomercollectie die ze in oktober in Parijs hadden gepresenteerd was een onverwacht succes: er werd vijf keer zo veel besteld als de keer ervoor. Maar de blijdschap daarover verdween snel door de moeilijkheden die dat opleverde.

Er moesten op het laatste moment extra producenten gevonden worden, en hun bank wilde geen extra ruimte geven om stoffen voor te financieren. Winkels deden hun aanbetalingen later dan afgesproken was, en tot overmaat van ramp bleek de grijze stof, waar een deel van de kleren van zou moeten worden gemaakt, niet meer leverbaar. Het witte materiaal dat ze naar Frankrijk stuurden om daar te laten verven, kwam gevlekt terug, een dag voordat het bij de ateliers zou moeten zijn. Om alles toch nog een beetje in goede banen te kunnen leiden, werkten ze twee weken na de show al elke dag tot drie uur 's nachts, en daarmee gingen ze zes maanden door.

'We zaten op het punt waarop veel ontwerpers afhaken', zegt Suleyman Demir (28). 'Maar ik dacht: als we dit kunnen overbruggen, kunnen we het aan. Zoiets gebeurt je namelijk geen twee keer. En we wilden niet de zoveelsten zijn die bleven hangen in een experiment en een enkele show.'

'Na alle pers over Nederlandse ontwerpers was het moment gekomen om te laten zien dat er ook een product gemaakt kan worden', zegt Oscar Raaijmakers (29). 'Kleren die niet alleen in tijdschriften terecht komen, maar ook in de winkel.'

Ze hebben het overleefd, Raaijmakers en Demir, samen het duo Oscar Suleyman. Sterker: de nieuwe collectie Relax, voor komende winter, die ze in die drukke maanden maakten en die in maart getoond werd, was wéér een stuk succesvoller.

Het is dan ook hun meest toegankelijke tot nu toe: broek- en mantelpakken in zachtgeel en marineblauw ribfluweel, donkerblauwe leren broeken en overalls, lange wollen vesten, een broek, rokje en top van dunne reepjes blauwe nerts en leer. Preppy, draagbaar, comfortabel zelfs, maar tegelijkertijd zo sexy en zo bijzonder gesneden dat het nooit gewoontjes wordt, vooral niet in combinatie met de bijbehorende pumps, die zijn uitgevoerd in een Wassenaarse combi van rood en blauw, maar wel een hak hebben met een fetisj-hoogte van 13 centimeter.

En zo zijn Demir en Raaijmakers weer een beetje dichter bij hun Grote Doel: van Oscar Suleyman een groot prêt-à-porter label maken, dat in de juiste winkels hangt en een eigen flagship heeft in een dure internationale winkelstraat. 'En dan uiteindelijk misschien ook schoenen en een mannenlijn, en cosmetica', mijmert Raaijmakers.

Tien jaar hebben ze zich gegeven om in ieder geval goed te draaien, en daarvan zijn er nog ruim zes over. 'We hebben ooit een gesprek gehad met de zakelijk leider van Martin Margiela en die vertelde dat het bij hem ook zo lang duurde', zegt Demir.

'Ik vraag me af', zegt Raaijmakers, 'of er ooit een punt komt waarop je denkt: oké, nu zijn we er. Als je net bent afgestudeerd is het je droom om ergens in te staan. Met een stukje in De Gelderlander ben je dan helemaal gelukkig. Dat is natuurlijk allang niet meer zo. Je verlegt steeds je grenzen. We hangen op dit moment bijvoorbeeld in winkels in Japan, Parijs, Milaan en Londen. Volgend seizoen willen we heel graag een chic Amerikaans warenhuis erbij. Een aantal volgt ons al drie seizoenen, maar ze wachten op iets extra's, een popster die ons gaat dragen of zo. Daaraan moeten we nu gaan werken.'

Negen jaar geleden, allebei in het basisjaar van de kunstacademie in Arnhem, werden ze verliefd, en sindsdien zijn ze een stel. Ze ontdekten al snel dat het ook professioneel goed klikte. Conceptuele, sobere mode à la Orson & Bodil, het toen nog bestaande Nederlandse merk dat onder anderen werd gemaakt door Alexander van Slobbe, was de norm op de Nederlandse academies. Of zoals Demir en Raaijmakers het eens uitdrukten: kleren die op dozen lijken. 'Maar wij hielden toen allebei al van Helmut Newton, van een sterke, uitgesproken vrouw met hoge hakken en rode lippen', zegt Suleyman Demir. 'Die seks en vrouwelijkheid, en dat was echt taboe in die tijd. We hebben ons er nooit iets van aangetrokken. In mijn eindexamencollectie gebruikte ik bont, dat had daarvoor niemand gedaan. Er was een docent die zich distantieerde van de beoordeling.'

Oscar Raaijmakers: 'In het derde jaar liep ik stage in Parijs. Als ik 's ochtends naar mijn stage-adres liep, dat in een heel dure wijk lag, zag ik vrouwen met bontjassen en dure tassen en op hoge hakken. En toen wist ik zeker dat dat is waar mijn hart ligt. Hoeveel respect ik ook heb voor ontwerpers als Rei Kawakubo (ontwerpster van Comme des Garçons - red.) en Yohji Yamamoto, als ik een vrouw in die kleren zie, dan doet dat niks met mij. Maar van die elegantie in Parijs kreeg ik kippenvel.'

Demir: 'Ik heb het mijn hele leven al. Tot mijn 15de heb ik in Turkije gewoond, en daar is kleding en uiterlijk heel belangrijk. En mijn moeder was model, ik was altijd omringd door foto's van haar op shows, en ik vond het heel interessant dat ze steeds van uiterlijk veranderde. Haar haar was bijvoorbeeld nooit hetzelfde, en ik had nooit één moeder in mijn hoofd.'

Na hun examen verhuisden ze in 1996 samen naar Parijs. Raaij ma kers had er een baan bij de Belgische ontwerpster Véronique Leroy, Demir werkte bij Dice Kayek, een label van twee Turkse meisjes, in de hoop zo in contact te komen met Turkse producenten. Raaijmakers: 'Maar na een halfjaar dachten we: als we zo hard moeten werken voor zo weinig geld dan doen we dat liever voor onszelf.'

Dat ze samen zouden gaan werken, was vanzelfsprekend. Raaij ma kers: 'We werden al heel vaak in een adem genoemd, en we hadden ook al wat projecten samen gedaan.' Lastigere beslissing was de naam waaronder ze zouden gaan opereren. Omdat dat andere Arnhemse duo - Viktor & Rolf - zich net in Parijs begon te profileren, dachten ze hard na over een naam die niet aan hen zou doen denken.

Demir: 'Wij hadden zoiets van: we willen heel groot worden, maar niet de hele tijd met hen vergeleken worden, dus probeerden we heel geforceerd een labelnaam te verzinnen.' Uiteindelijk werden het hun eigen namen, zonder " & ". 'Alsof we één persoon zijn', legt Raaijmakers uit. 'En dat klopt ook wel voor een deel. Er is een taakverdeling, maar we spreken alles zo goed door dat je, als het klaar is, niet meer kunt zeggen wat nou van wie was.' 'We delen een visie, een vrouwbeeld', zegt Demir, 'maar we hebben lang niet altijd dezelfde smaak. Hij drinkt cola-light, ik cola, we hebben allebei ons eigen afwasmiddel en bij ons op de wastafel staan twee verschillende merken tandpasta. Maar het is goed om elkaar geregeld te moeten overtuigen, want dan word je gedwongen om na te denken en daaruit ontstaat soms iets nieuws.'

Hun eerste gezamenlijke collectie, Only for those who can find the balance on high heels, maakten ze vlak na hun eindexamen voor het Nederlandse Bontinstituut. Natuurlijk waren er protesten, geeft Raaijmakers toe. 'Maar voor mij kan iets moois net zo functioneel zijn als leren schoenen of vlees. Mensen vinden het snel erg omdat er haar aan zit, maar de productie van veel andere stoffen is heel slecht voor het milieu. En weet je dat voor zijde cocons met levende rupsen in kokend water gegooid worden?'

De tweede, l'Adolescence d'Oscar Suleyman, een serie zeer vrouwelijke kleren met opvallende, asymetrische schouderaccenten en wederom veel bont, kwam pas twee jaar later. Ze wonnen er een prijs mee in het Zuid-Franse Hyères, en mochten de kleren najaar '98 laten zien in een groepsshow in het Carrousel du Louvre, het speciaal voor modeshows gebouwde Parijse complex. Het bleef niet onopgemerkt: de stylist van Madonna zond een fax naar hun net verworven Parijse persbureau met de maten van de ster en het verzoek zo snel mogelijk iets op te sturen. Voor Madonna's Max Factor-campagne, de aanleiding voor de fax, werd hun inzending niet gekozen, en ze kregen hem met een scheur en excuses retour. Niettemin een prettige pluim.

In datzelfde jaar begonnen ze aan de tweede fase opleiding van de Arnhemse kunstacademie, het Fashion Institute Arnhem, dat jonge ontwerpers wil voorbereiden op de praktijk van een eigen merk. Raaijmakers en Demir maakten deel uit van de in modekringen inmiddels beroemde eerste lichting, waar bijvoorbeeld ook Niels Kla vers en het van oorsprong ook Arnhemse duo Keupr/vBentm bijhoorden. De show, die de groep in maart '99 gaf, was in elk geval publicitair een succes. Oscar Suleymans bijdrage heette Paper cut-out dolls, en was een poging tweedimensionale vormen te vertalen naar kleding. Zo zaten mouwen in een gebogen vorm vast, zodat je je armen alleen in de zij kan houden, en was de tussenruimte gevuld met witte stof. Tamelijk experimenteel en ondraagbaar, vinden ze nu zelf. Maar een goede verbeelding van de vraag waar ze indertijd mee worstelden: willen we kunst maken, of draagbare kleren?

Boutique, de daarop volgende kobaltblauwe en zwarte, ingenieus geconstrueerde, maar glamourous ogende, kleine collectie waarvoor de weinig glamourous kledingzak als inspiratiebron had gediend, presenteerden ze aan pers en winkels met een glossy, door Wendelien Daan gefotografeerde folder. Niet direct om te verkopen, maar meer 'om te laten zien dat we er zijn en dat we bezig zijn' (Raaijmakers) zodat ze eerder geneigd zouden zijn de eerste eigen Parijse show, die een halfjaar later zou plaatshebben, te bezoeken.

Dat die er kwam, is voornamelijk te danken aan een vrouw die ze ontmoetten toen ze een collectietje voor de Bijenkorf deden: zij hielp hen ateliers te vinden en betaalde mee aan een monstercollectie, waar door ze konden beginnen aan het echte werk: een verkoopbare collectie-want daar was de keuze inmiddels op gevallen.

Het bleek moeilijker dan ze hadden ingeschat. 'We dachten zelf dat we vrij simpele kledingstukken maakten', zegt Demir, 'maar als je naar een producent gaat, merk je dat sommige dingen heel ingewikkeld zijn. Details, de afwerking. Dan moet je kiezen of je bepaalde dingen aanpast, of het duurder maakt. Wij zijn altijd gegaan voor wat we in ons hoofd hebben. In het begin namen we dan maar genoegen met een kleinere marge voor onszelf. Er zijn weinig handboeken voor beginnende ontwerpers, maar in die er zijn, staat dat de meest gemaakte fout is dat jonge ontwerpers hun prijzen veel te laag houden. Je denkt: ik ga toch niet iets van mezelf in de winkel hangen voor 2300 gulden? Dat doen we nu dus wel.'

Raaijmakers: 'We werken nu met een uniformbedrijf in Arnhem, dat bijvoorbeeld paardrijjassen maakt, en dat doet de jassen. We hebben hier ook nog een atelier voor de fijnere stoffen, in Weert een tri cot atelier en twee producenten in België.'

Demir: 'Het zijn bedrijven die klanten aan het verliezen zijn omdat iedereen naar het Verre Oosten gaat. In ons zien ze een soort uitdaging voor de toekomst en daarom zijn ze bereid om ons te helpen. Veel winkels denken dat onze kleren in Italië worden gemaakt, dat is echt een compliment.' 'We dachten eerst ook dat we daarheen moesten', zegt Raaijmakers. 'Maar het is ook belangrijk dat je er met je neus boven op zit.'

Hun eerste eigen show, in maart 2000 (ook met dank aan sponsor Man da ri na Duck, een Italiaanse tassenfabrikant die vertegenwoordigd wordt door hetzelfde persbureau als zij) was, vindt Raaijmakers, 'een hoogtepunt.' 'We hadden de collectie op tijd af, zodat er genoeg tijd was voor de casting, en toen ik vlak voor het begon de zaal inkeek had ik voor het eerst het gevoel van ja, dit komt in de richting van wat het moet gaan worden. Een show is voor mij de bekroning van een halfjaar werk; ik geloof dat ik het zonder echt niet zou trekken.'

Het was meteen een show van on-Hollandse allure. Strakke, vanaf de knie klokkende rokken van kant, satijn en zwart leer, een sexy broekpak van felgeel satijn, jassen en rokjes van en met bont gevoerd, een geil kanten jurkje, gedragen door professionele modellen, onder wie de beroemde Guinevière. 'We hadden haar via een stylist benaderd', vertelt Demir. 'Want niemand kende ons natuurlijk. Ze kwam wel eerst kijken, want ze wilde uitbetaald worden in kleren, dus als ze die niet mooi zou vinden hield het op. Ze reageerde gelukkig heel enthousiast, en nu hebben we een heel goede naam bij modellen.' Dat er na een show steevast een aantal van hun al beroemde sexy pumps ongevraagd worden meegenomen, nemen ze op de koop toe. Demir: 'Je hebt die bekende meisjes ook echt nodig. Door hen krijg je veel eerder een foto in bladen.'

Nederland, of om preciezer te zijn: Arnhem, is de plaats waar Raaijmakers en Demir wonen en werken. Tot genoegen, zegt Demir. 'Na een week Parijs is het altijd fijn om weer thuis te zijn.' Maar er zijn geen Nederlandse winkels die hun kleren verkopen. Er zijn ook weinig Nederlanders die zien dat een recht rokje van Oscar Suleyman niet zomaar een recht rokje is. En evenmin zijn er Neder landse ontwerpers met wie ze zich verwant voelen.

Raaijmakers: 'De Dutch wave werkte heel goed toen we op het Fashion Institute zaten, maar nu willen we er liever niet meer mee geassocieerd worden. Er hangt nog steeds zo'n sfeer omheen van: het is allemaal heel creatief, maar echt lukken doet het niet.

Demir: 'Ik vind Inez van Lamsweerde wel heel inspirerend. Door de beelden die zij maakt, is ze eigenlijk ook een ontwerper. Ze geeft heel goed aan wat is en wat gaat komen.'

Raaijmakers: 'Ze heeft een perfectie die ik heel goed vind. En ze kan haar stijl maken met alle kleding. Een jurk die me normaal niets zegt, kan ik door de manier waarop zij hem fotografeert heel mooi vinden.'

Demir: 'Haar foto's werden op een gegeven moment heel puur en niks. In diezelfde periode, toen we met de collectie voor deze zomer bezig waren, zijn wij ook naar een puur kledingstuk gegaan, dus ons gevoel werd heel erg bevestigd. Onze kleren hadden daardoor wel ineens een ander soort seks. Ondanks dat we er goed van hebben verkocht, was dat voor winkels soms heel moeilijk. Als je te snel verandert raken mensen in de war.'

Raaijmakers: 'Het is niet zo dat je denkt: oké, nu ga ik commercieel, maar je leert dat mensen je moeten kunnen volgen.'

Demir: 'Het is erkenning als ze je kleren willen hebben.'

Raaijmakers: 'Toen we op het Fashion Institute zaten, hebben we een paar hele simpele bontjasjes gemaakt voor een winkel in Parijs. Die waren binnen een week weg. Vlak daarna waren wij ook in Parijs, en kwamen we twee keer iemand tegen met zo'n jasje aan. Dat was zo'n enorme kick, dat hadden we helemaal niet verwacht. Op dat moment beseften we: je doet het niet alleen voor die show en de aandacht. Je doet het ook dáárvoor.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden