Het grootste wapen van Groothuis is ausdauer

Stefan Groothuis is trots op zijn bijnaam Bokito, ijzersterk als hij is. Maar de bijnaam feniks is evenzeer op zijn plaats zijn, zo vaak heeft hij fysieke en mentale tegenslagen overleefd. Op het ijs van Sostji wordt hij beloond voor zijn veerkracht met goud op de 1.000 meter.

SOTSJI - Nooit opgeven, altijd doorgaan. Het is de lijfspreuk van Stefan Groothuis, die woensdag werd beloond voor zijn doorzettingsvermogen. Hij werd in de Adler Arena de vierde Nederlander die in de eerste week van de Spelen het olympische goud greep. De titel op de lastige en zeer competitieve 1.000 meter werd hem zeer gegund.

'Ik denk dat dit goud niemand zo gegund wordt als Stefan Groothuis', sprak Michel Mulder, de olympisch kampioen van de 500 meter, die op de 1.000 het brons kreeg omgehangen. Mulder is van een andere commerciële ploeg dan Groothuis, maar met de krachtpatser uit Voorst heeft iedereen in de schaatswereld een klik.

Groothuis geldt als open en eerlijk. Het zat de Achterhoeker in zijn loopbaan vrijwel altijd tegen. Ziekte, blessures, door een achillespees snijdende schaatsijzers: het kwam op zijn pad. Hij kreeg in 2011 een depressie die hij een tijdje verborg.

Toen dat allemaal achter de rug was en hij in 2012 wereldkampioen sprint en wereldkampioen 1.000 meter was geworden, leek de weg naar de Olympus open te liggen. Niets komt echter vanzelf bij Groothuis. Hij is de grootste doorzetter die er is en dat was maar goed ook. Hij werd drie maanden geveld door het babyvirus dat zijn zoontje vanuit de kinderopvang had meegenomen.

Vervolgens brak hij in de aanloop van dit olympische seizoen zijn kuitbeen bij het snowboarden. En hij moest bijspringen toen zijn vrouw de 35 laatste dagen van haar zwangerschap in het ziekenhuis moest doorbrengen.

Groothuis is loeisterk. 'Bokito' mag hij nog altijd genoemd worden, sprak hij woensdag in de kelder van de Adler Arena. Want hij is, 32 jaren oud, nog net zo sterk als in de jaren dat zijn ploeggenoten hem sierden met de naam van de ontsnapte gorilla uit Blijdorp.

De winter begon met voor Groothuis tamelijk eenvoudige schaatsproblemen. Hij bleek zijn techniek kwijt voor het snelle ijs van de hooglandbanen van Calgary en Salt Lake City. Hij vloog op de Noord-Amerikaanse Ovals de bochten uit als een beginneling. Rond hem werd het stil. De wereld dacht dat ze deze veteraan wel konden afschrijven voor een laatste olympische krachtproef.

Maar Groothuis gedijt in stilte. Bij hem komt niets snel en niets komt hem aangewaaid. Daardoor hield hij vol in de lastige maanden van het voorseizoen. In Collalbo, op een trainingskamp in december, vond hij zijn slag terug. Dan gaat hij 'maaien' op het rechte eind, zoals hij woensdag tijdens zijn geweldige 1.000 meter deed.

Toen hij die maaislag weer beheerste, kwam het geloof in de olympische onderneming terug. 'Ik had geen bijzondere relatie met de Spelen', riep Groothuis woensdag nog maar eens. In 2006 miste hij op een kwart seconde het olympisch brons, omdat hij heel suf half in de blokken reed. In 2010 werd hij bij zijn vertrek naar Canada ziek en kreeg hij twee penicillinekuren voorgeschreven, die hem bij de hervatting van de training deden zwalken. Hij werd vierde op de 1.000 meter.

Al die gevoelens kwamen woensdag bij Groothuis langs toen hij na rit zestien op het middenterrein naar de concurrentie moest kijken. Hij had de snelste tijd gereden, 1.08,39, en wist dat het 'een hele beste' was geweest.

Bij het lange, verschroeiend nerveuze wachten nam hij zijn schaatsleven nog maar eens door. Hij tuurde naar de grote beeldschermen waar concurrenten achter de lijn aanjoegen die voor zijn toptijd stond. De Canadees Morrison kwam het dichtst bij, tot 0,04. Groothuis: 'Maar ik wist zeker dat Shani (Davis, red.) eronder zou duiken.'

Toen dat in rit achttien niet gebeurde, begon hij te janken. Toen wereldkampioen Koezin in de slotrit faalde, was er de dolle ren naar coach Jac Orie, naar diens assistent Sicco Janmaat en fysiotherapeut Nico Hofman.

Groothuis is geen geboren kampioen. Om mentale processen moest hij meestal lachen. Hij wil het eenvoudig houden. Schaatsen is knallen, alles uit je lijf persen en vooral nooit opgeven, zei hij vaak. Coach Orie past hij hem. 'Jac is ook van geen gelul, hard werken en rust nemen.'

Dat recept was voor hem precies goed, al kwam het vertraagd. Groothuis ontleedde nog eens zijn eigen sportbeleving. 'Het is een kwestie van doorgaan. Sommige jongens zijn met 22 of 25 al teleurgesteld als het niet lukt. Ik was al 30 toen ik wereldkampioen sprint werd. En nu bij mijn olympische titel ben ik 32. En pappa is nog niet klaar.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden