HET GROOT HORLOGE IS AL IN DE STRAAT

Toen in augustus de kleuren voor paars nog gemengd werden, kwam Aad Nuis, die toen nog maar alleen onderwijs- en cultuurspecialist was, met voorstellen tot een algehele reorganisatie van het Hoger Onderwijs: twee fasen; de eerste duurt drie jaar en leidt tot een baccalaureaat; daar kun je de maatschappij mee...

KEES FENS

Ik heb hem in mijn aanval gebrek aan wetenschappelijkheid verweten. Ik blijk hem te hebben onderschat en ik zit nu met gevoelens van spijt. Want dinsdag kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met nagenoeg dezelfde voorstellen als Nuis. Hoger Onderwijs in fasen heet het rapport. Daar is twee jaar aan gewerkt. Mijn respect voor Nuis wordt nu wel heel erg groot: hij kwam op zijn ideeën gewoon op een zomermiddag op een terras. (We danken toch veel moois aan de zomer van 1994.) Die WRR is ontzagwekkend geleerd en gezagvol, moedig ook, want hij wist sinds september dat hij aan een plan werkte dat de regering, die hij moet raden, intussen terzijde had geschoven; alleen Nuis bleef als herinnering aan het voorstel over.

Dat 'te laat' maakt het rapport natuurlijk wel zeer betrouwbaar; de wetenschap hoort traag te zijn, zoals elk universitair geschrift uitwijst. De universiteit doceert zelfs de traagheid, en terecht. Daarom vind ik een afronding na twee jaar onderzoek wel heel erg snel. Maar men moest wel: als je de 'academie', zoals de opleiding tot bachelor gaat heten, een studieduur van drie jaar geeft - onwetende studenten, bedenk dat wel - moet zo'n hooggeleerde raad toch in twee jaar een rapport kunnen maken.

De duur van de studie - twee jaar - maakt het voorstel van driejarige academie-studie bij voorbaat onmogelijk. De raad had dat hele rapport in enkele weken moeten kunnen maken. Dan was hij geloofwaardig geweest. De titel van het rapport, Hoger Onderwijs in fasen, is in elk geval doordacht en zakelijk, betrouwbaar ook, want we weten meteen waar we aan toe zijn; de 'tweefasenstructuur', waarvan de eerste fase in 1982 begon en de tweede altijd uit is gebleven. Het rapport van de raad zal wel op kringlooppapier zijn gedrukt.

Nog maar net veertien dagen geleden verscheen een rapport van de 'Commissie Toekomst van de geesteswetenschappen', Men weegt Kaneel bij 't lood heet het. Voorzitter van de commissie is H.J.L. Vonhoff, de commissaris van de koningin in Groningen. Ik heb hem in 1987 (Vondeljaar, voor enkelen dan) een vurige toespraak over Vondel horen houden, met veel citaten, die je op de driejarige academie (denkt niemand aan dat dwerginstituutje dat de drie-jarige HBS heette?) nooit allemaal te horen zult krijgen. Van hem moet ook de titel zijn. Die komt uit Staring, een dichter naar Vonhoffs hart en hersenen, denk ik, liberaal en toch puntig:

Waarom uw Boek aan 't licht onttogen?

't Verschijn' gerust, al is 't niet groot:

Wordt Eikenschors bij 't pond gewogen

Men weegt Kaneel bij 't lood.

De regels zijn natuurlijk het motto geworden van dit nu ineens idyllische rapport, waar de geesteswetenschappen eindelijk de tijd krijgen die hun toekomt - en dat is veel tijd -, de geest ervan recht gedaan wordt, het directe rendement op doeltreffende wijze eraan wordt ontzegd, de weerloosheid en kwetsbaarheid overtuigend worden beschreven, met de zakelijkheid van Staring, maar ook met diens dichterlijke toon. Iedere beschaafde Nederlander had zijn naam onder dit rapport kunnen zetten. Want er staat niets nieuws in. Het is gewoon waar. Maar het vanzelfsprekende is altijd nieuws.

Het vanzelfsprekende begint echter een sprookje te lijken, zeker naast dat griezelverhaal van de WRR, met dat afstotende doel van 'algemene ontwikkeling'. Het is nog veel erger: voor de meesten is ze al lang een sprookje. En er is geen adres in Den Haag waar je dat kunt bezorgen.

'Hoger onderwijs in fasen', dat is taal, maar met een dichtregel waarvan kostbare kaneel nog het trefwoord is ook, maak je je natuurlijk alleen maar belachelijk. De geesteswetenschappen kunnen zich alleen verdedigen in hun eigen taal en die is onvermijdelijk metaforisch. Dat is hun glorie, maar ook hun zwakte. Zij hebben een andere tijdsopvatting dan de beleidsmakers, zij kennen slechts de zin van hun vak, maar kunnen op de vraag naar het nut alleen antwoorden met zwijgen.

Omschrijf cultuur, omschrijf kunst, omschrijf kunstwetenschap,- er is geen andere taal voor dan die van de poging en die van het halve woord voor de goede verstaanders. Vonhoff en zijn commissieleden hebben zich zeer kwetsbaar opgesteld door de weerloosheid van de geesteswetenschappen te laten zien, het tussentijdse karakter ervan, de vragen die altijd talrijker blijven dan de mogelijkheden tot antwoord. Mogelijkheden, want er valt weinig definitiefs te zeggen. Onzekerheid is ons lot. En dat maakt weinig indruk op de zekeren van de macht en het geld, de fasendenkers met hun duidelijk eindpunt en resultaat.

Ik gun Vonhoff en de zijnen - onder wie een bankdirecteur en de directeur van een grote handelsonderneming, voorbeeldigen in hun aandacht voor het mooiste beleggingsfonds, dat van de geest en de cultuur - alle succes. Maar ik vrees het ergste. Hun rapport is er een voor eigen parochie en de gelovigen daarvan hoeven niet bekeerd te worden. Buiten blijven de heidenen morren en ten slotte triomferen. En het blijft het uur 0:00; daar rijdt de auto, met het zichtbare teken van macht: de tijd, die alles telt en vooral het geld. Het laatste woord aan een angstwekkend gedicht van Achterberg:

Het groot horloge is al in de straat.

Rechtstandig op een auto aangebracht,

schuift het vooruit en vult de hele schacht;

convexe cijfers op zijn bol gelaat.

De afgod lacht. Uurwerken leven zacht

in vestzakken, aan polsen en gewaad;

aan gevels, tegen torens, in de maat

met deze vader die ze onderbracht.

Hij drukt de menigte voorzichtig plat,

bang als hij is zijn kinderen te kneuzen.

De mensen moeten in het schema passen.

Mogen zij ook op snipperdagen vlassen

om in andermans woning rond te neuzen:

op alle uren rijdt hij door de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden