reportagecompensatie

Het Groningse Mensingeweer krijgt dankzij het bevingsgeld een mooi nieuw pleintje

Met gelden uit het Nationaal Programma Groningen wordt de weg langs het water in Mensingeweer gerenoveerd, er komt ook een pleintje. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Ruim een miljard kreeg Groningen vorig jaar om te investeren in toekomstperspectief, als compensatie voor het aardbevingsleed. Maar de eerste miljoenen zijn amper toegekend of er is al discussie over. ‘Over twintig jaar zijn die dorpshuizen en pleinen aan een nieuwe onderhoudsbeurt toe.’

Mensingeweer, zegt inwoner Menno van Dijk, was altijd een weg met een paar huizen erlangs. De doorgaande autoroute naar Lauwersoog doorkliefde het Noord-Groningse plaatsje. Duizenden voertuigen per dag deden de ruiten trillen. ‘Diepladers denderden op anderhalve meter langs.’

Die weg dus, de kerk, een molen, het dorpshuis, een speeltuin en tweehonderd inwoners. Dat was het zo’n beetje. Tot het tracé van de N361 een paar jaar geleden werd verlegd. Het was de aanleiding om na te denken over hoe het verder moest met Mensingeweer, zegt Niek Das, die aan de Hoofdstraat woont. ‘Zonder die weg veranderde het karakter van het dorp enorm.’

Een kleine shovel schuift klinkers over het opgebroken jaagpad. De stenen moeten de trekweg weer een authentieke uitstraling geven. In de dorpsvisie is het perspectief gekanteld: het Mensingeweersterloopdiep komt weer centraal te liggen. Het watertje dat ooit de levensader van het dorp vormde, was door de autoweg letterlijk naar de achtergrond verdwenen.

Een verbinding tussen het opgeknapte dorpshuis en het water, een ontmoetingsplek in het hart van het dorp, op de route van het Pieterpad, ontbrak nog. Nu komt dat sluitstuk er toch, in de vorm van een terrasachtig pleintje aan de waterkant. Dankzij 57 duizend euro subsidie uit het Nationaal Programma Groningen. ‘Kansen die zich voordoen moet je pakken’, zegt dorpsbewoner Das.

‘Startkapitaal’

Nationaal Programma Groningen: het is de deftige term van de cheque van 1,15 miljard euro die Groningen vorig jaar kreeg als compensatie voor het aardbevingsleed dat de provincie te verduren kreeg. Het geld is bedoeld als ‘startkapitaal’ voor investeringen in een toekomst na de gaswinning.

Economische ontwikkeling, leefbaarheid, erfgoedbehoud: het programma kende van meet af aan uiteenlopende ambities. ‘Maar de problematiek waar het gebied mee kampt is óók breed’, counterde provinciebestuurder Fleur Gräper (D66) vorig najaar bij de lancering tegen de Volkskrant.

Amper een jaar later leidt het verdelen van de buit al tot fikse onenigheid. De SP in de gemeente Groningen mokt over tonnen voor ‘inspiratiefestival’ Let’s Gro, het bedrijfsleven klaagt dat gemeenten het budget ‘verkruimelen’. Een spoedvergadering op het provinciehuis was nodig om de neuzen weer enigszins dezelfde kant op te krijgen. Het zou niet voor het eerst zijn dat interne verdeeldheid Groningen nekt. Dit weekend nog deed Marco Pastors een duit in het zakje.

De oud-wethouder leidt eenzelfde Nationaal Programma dat Rotterdam Zuid opkalefaterde. ‘Als je de toekomst van een gebied echt goed wil krijgen, heeft dat niets te maken met een dorpshuis dat opgeknapt wordt of een bruggetje dat er wel of niet komt’, zei hij.

De onlangs vertrokken burgemeester van Groningen Peter den Oudsten waarschuwde nog bij zijn afscheid: strooi de compensatiegelden niet als hagelslag over de provincie. ‘Voor je het weet wordt het een projectenmachine waarbij gemeenten het geld inzetten om hun begroting dicht te fietsen’, citeerde Dagblad van het Noorden hem.

Maar wie het proza bestudeert dat tot dusver uit het Nationaal Programma Groningen is voortgekomen, bekruipt het gevoel dat er een pak vruchtenhagel is omgekeerd. Er is een ‘startdocument’, een ‘kwartiermakersfase’, een ‘programmakader’ en een ‘bestuursovereenkomst’, er zijn ‘procesversnellers’, vier ambities en zes randvoorwaarden.

Het eerste geld gaat onder meer naar de bouw van een nieuwe sportzaal en het opknappen van drie ­bestaande hallen in Hoogezand. ­Siddeburen krijgt een ‘multifunctioneel plein’ en Scheemda gaat de verkeersveiligheid aanpakken. Even buiten Mensingeweer, bij Maarhuizen, kan met 125 duizend euro subsidie een tweede voetgangersbruggetje over het water komen, zodat het Pieterpad straks over de oude wierde loopt.

Het Groningse plaatsje Westerwijtwerd werd getroffen door een aardbeving van 3,4 op de Schaal van Richter. Een huis aan de Dorpsweg wordt geschilderd. De monumentale molen op de achtergrond is al opgekocht door de NAM.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Mensingeweer is zeker niet het dorp in Groningen dat het meest te lijden heeft (gehad) onder de aardbevingen, erkent dorpscoördinator Roelke Nienhuis. Toch is dit al de derde keer dat het handig gebruik weet te maken van de leedverzachtende middelen die de provincie in porties uit Den Haag krijgt.

De dorpsvisie werd mede mogelijk gemaakt met leefbaarheidsgeld van de Dialoogtafel (een deel van het befaamde ‘miljard van Max’ van den Berg, toenmalig commissaris van de koningin). En het dorpshuis werd ten dele opgeknapt met subsidie van het leefbaarheidsloket van de Nationaal Coördinator Groningen, wéér een ander bevingsinstituut.

Nienhuis voelt zich totaal niet bezwaard. ‘Hier is het geld voor bedoeld’, zegt ze. Het aantal schadegevallen weegt wel door bij de verdeling van het geld tussen gemeenten. Bovendien gebruikt haar gemeente Het Hogeland de aardbevingscompensatie niet om gaten in de eigen begroting te stoppen. ‘Wij kiezen voor projecten waarbij inwoners het initiatief hebben genomen, maar waarvoor we zelf geen geld hebben.’

‘Tweede grabbelton’

Wordt Groningen zo toekomstbestendig? ‘Tweede grabbelton’, stond er recentelijk boven een hoofdredactioneel commentaar in Dagblad van het Noorden over het Nationaal Programma Groningen. ‘Een herhaling van de gang van zaken van het Waddenfonds kan nu nog voorkomen worden’, schreef de krant, verwijzend naar de 800 miljoen natuurcompensatie. Uit een recente inventarisatie van onder andere hetzelfde dagblad bleek dat er vooral veel ‘leuke dingen voor de mensen’ mee gefinancierd zijn.

Siem Jansen pareert de kritiek. Hij is directeur van Nationaal Programma Groningen. ‘Er is in Groningen een grote behoefte om snel resultaat te boeken. Daardoor ontstaat misschien het beeld dat al het geld opgaat aan kleine projectjes’, zegt de oud-voorman van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM). ‘Maar we werken ook aan een groter plan. En ook daarvoor is budget.’

Uiteindelijk, zegt Jansen, moeten mensen in Groningen merken dat hun leefwereld in positieve zin verandert. ‘1 miljard euro is een soort olietanker. Die krijg je moeilijk op gang. In die beeldspraak zijn de leefbaarheids­projecten zeeslepertjes die makkelijk manoeuvreren. Die heb je ook nodig. Leefbaarheid is een wezenlijk thema. Hoe kun je ervoor zorgen dat het geluk van Groningers toeneemt? Daarvoor is hun directe omgeving cruciaal. Als er straks 150 dorpen zoals Mensingeweer zijn opgeknapt, hebben we echt iets bereikt.’

Jansen ergert zich aan ‘de framing’ dat economische ontwikkeling het kind van de rekening wordt. Ook op dat vlak gebeurt er van alles, zegt hij. Zo is er een regionale investeringsregeling. Mede daardoor bouwt recyclingbedrijf PMC nu in de Eemshaven en koos chemieconcern Avantium Delfzijl als locatie voor een proeffabriek.

Onderwijs en onderzoek

Natuurlijk is er een spanningsveld tussen investeren in leefbaarheid en economie, erkent de programmadirecteur. En het is zeker niet eenvoudig een regionale economie op te stoten in de vaart der volkeren.

‘Er zijn echt geen bedrijven die zeggen: ze zijn zo zielig daar in Groningen, laten we ons daar vestigen.’ Bedrijven vestigen zich volgens Jansen ergens omdat de omstandigheden er goed zijn. Omdat er bijvoorbeeld goed opgeleid personeel beschikbaar is. ‘Daarom willen we investeren in onderwijs en onderzoek. Dat helpt een regio echt vooruit. Maar dat is ingewikkeld, een zaak van lange adem.’

Toch is voorzitter van VNO-NCW Noord Sieger Dijkstra er niet gerust op. ‘Er zijn zoveel partijen bij betrokken die allemaal hun eigen belangen en hun eigen achterban hebben. Dan raakt zo’n budget al gauw versnipperd’, zegt de ondernemer. Zeker nu gemeenten zo krap bij kas zitten. Maar als we straks over twintig jaar terugkijken, vraagt hij zich hardop af, waar is het geld dan gebleven, wat is er in gang gezet? ‘Dan zijn die dorpshuizen en pleinen aan een nieuwe onderhoudsbeurt toe.’

Dijkstra was in 2014 zelf de eerste voorzitter van de Economic Board Groningen, ook een club die met 100 miljoen euro bevingscompensatie de regionale economie moest aanjagen. Dat geld ging naar mkb-leningen en snel internet. Nu is hij directeur van een bedrijf dat zonne-energieprojecten ontwikkelt.

Begrijp hem niet verkeerd: uiteraard moet je de inwoners niet vergeten. ‘Zeker niet hier in Groningen, zeker niet in dit verhaal. Maar dat kan ook op andere manieren.’ Dijkstra pleit voor investeringen in wat hij noemt ‘een ecosysteem’ rond duurzame energie. Vergelijk het met Eindhoven, of zelfs Silicon Valley. Als kennis en bedrijvigheid aan elkaar gekoppeld kunnen worden, kan Groningen uitgroeien tot de bakermat van de groene economie, gelooft Dijkstra.

‘Groningen is een energieprovincie. Die energietransitie komt. Veel huizen moeten hier sowieso aangepakt worden vanwege de aardbevingen. Werkgelegenheid en een lage energierekening, daar hebben inwoners van Groningen ook echt wat aan. Als het geld in allerlei vakjes zit, is het lastig samen iets groters tot stand te brengen. Het is nog niet te laat. Maar we moeten ons echt afvragen: gaat dit Groningen verder helpen?’

Sportveld

Jouke van Dijk, hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen, verbaast zich een beetje over de discussie. ‘Ik snap heel goed dat een doel is de economische structuur van Groningen te verbeteren. Maar een ander belangrijk doel is leefbaarheid en welbevinden bevorderen. Een dorpshuis, een sportveld: van dat soort simpele zaken worden mensen uiteindelijk wel gelukkiger.’

Over de alternatieven aan het andere einde van het spectrum heeft hij juist meer bedenkingen. De chemische sectoren vergroenen? ‘Dat moet absoluut gebeuren. Maar moet dat van dit geld? Wat heeft een gemiddelde inwoner van Loppersum die in de ellende zit daaraan? Het vergt grote investering en biedt vooral hightechwerk.’

Meer heil ziet Van Dijk in iets waar hij vaker op hamert: investeren in het toeristisch klimaat van de streek. ‘Dat is een voorspelbare groeimarkt en kan vrij direct. Wie voorbij Garnwerd fietst moet zijn eigen brood meenemen, want horeca is er amper. Het is goed voor banen op mbo-niveau bovendien.’ Prima plan dus, zo’n wandelbruggetje om het Pieterpad te verleggen als er daardoor meer wandelaars door een dorp komen. ‘Daar profiteren de bakker, de slager en de bed and breakfast ook van mee.’

De valkuil, vindt hoogleraar Van Dijk, is dat er wel erg veel tegelijk verwacht wordt van de compensatiegelden. ‘Een miljard is redelijk snel op. Daarmee ga je echt niet de hele regio verheffen. Dat neemt niet weg dat je er zinnige dingen mee kunt doen.’

In Mensingeweer twijfelen ze er niet over: de metamorfose van hun dorp is elke cent waard. ‘Het is niet of-of, maar en-en’, zegt Niek Das over de afweging tussen investeren in economische structuur en lokale leefbaarheid. Het is bovendien maar wat je onder ­‘perspectief voor Groningen’ verstaat, vindt dorpscoördinator Roelke Nienhuis. Want wat is het vooruitzicht als je dit dorp laat wegkwijnen en niemand er nog een huis wil kopen? ‘Dan houdt de wereld straks op bij Winsum.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden